Form No. 3327-837 Dingo 322/323 Compact Multifunctionele Lader Modelnr. 22305 – 210000001 en hoger met CE Set 22364 geïnstalleerd Modelnr.
De bijgevoegde Bedieningshandleiding wordt geleverd om informatie te verstrekken met betrekking tot de Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) en de California Emission Control Regulation betreffende uitlaatsystemen, onderhoud en waarborgen. De machine smeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Onderhoud van het luchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . Motoroliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . Onderhoud van de accu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Veilige bediening Lees deze handleiding aandachtig door, zodat u leert hoe u de machine op de juiste wijze bedient en onderhoudt. Door het lezen van de handleiding kunt u persoonlijk letsel van u en anderen en schade aan de machine voorkomen. Hoewel Toro veilige en moderne producten ontwerpt, produceert en op de markt brengt, blijft u verantwoordelijk voor een correct en veilig gebruik daarvan. U bent tevens verantwoordelijk voor de instructie m.b.t.
• Zorg ervoor dat het werktuig niet wordt overbelast, en houd de lading altijd horizontaal als u de armen opheft. Houtblokken, planken en andere voorwerpen kunnen van de armen van de lader rollen en letsel veroorzaken. • Als u de armen van de lader opheft op een helling, zal dit invloed hebben op de stabiliteit van de machine. Indien mogelijk moet u de armen van de lader omlaag houden als u op een helling rijdt. • Ruk nooit aan de bedieningshendels, maar beweeg ze gelijkmatig.
• Vul de brandstoftank nooit binnenshuis bij. Kinderen • Sla de machine of een brandstofvat nooit op in een ruimte waarin zich een open vuur bevindt, zoals een waakvlam van een boiler of een fornuis. Er kunnen fatale ongelukken gebeuren als de bestuurder van de machine niet alert is op de aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden vaak aangetrokken door de machine en de werkzaamheden die ermee worden verricht. Ga er nooit van uit dat kinderen op de plaats blijven waar u ze het laatst heeft gezien.
Hellingdiagram BRENG DEZE RAND IN LIJN MET EEN VERTICAAL OPPERVLAK (BOOM, GEBOUW, PAAL, ENZ.) LANGS DE DAARTOE BESTEMDE LIJN VOUWEN VOORBEELD: VERGELIJK HELLING MET OMGEVOUWEN RAND.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 100-8824 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Machine kan kantelen – Stap niet van het platform als de lading is opgeheven, laat de machine rijden met de zware kant heuvelopwaarts gericht en denk eraan dat het maximale draagvermogen 234 kg is. 3.
98-8219 1. Snel 2. Gashendel 98-8235 3. Langzaam 1. Snel 2. Tractie-aandrijving 3. Langzaam 100-1702 100-1703 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; maximaal draagvermogen 234 kg. 1. Rijsnelheidshendel 104-5091 1. Bevat lood; niet weggooien. 2. Recyclen. 3. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 4. Geen vonken of vuur en niet roken. 5. Zwavelzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 6.
100-8821 1. Ledematen kunnen bekneld raken en handen worden gesneden – Blijf op een veilige afstand van de voorzijde van de machine als de armen van de lader zijn opgeheven. 104-4163 1. Risico van explosie. 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden. 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 100-8822 1. Waarschuwing – het is niet toegestaan passagiers te vervoeren. 104-6109 1.
Montage Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Losse onderdelen Opmerking: Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. OMSCHRIJVING HOEVEELHEID GEBRUIK Tractie-eenheid 1 Klephendel 1 Sleuteltje 2 Starten van de motor Hydraulische filter 1 Olie verversen na inrijden Montage van de klephendel Montage van de klephendel Waarschuwing 1. Schroef de hendel in de klep voor de rijsnelheidshendel (Fig. 2).
3. Druk de hydraulische slangen voorzichtig opzij en licht de accu op uit het chassis. Waarschuwing Gevaar Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt. • U mag accuzuur nooit innemen en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden.
13. Bevestig de minkabel (zwart) aan de minpool (–) van de accu met behulp van de meegeleverde bout en vleugelmoer (Fig. 3). Opmerking: Zorg ervoor dat de accukabels niet tegen scherpe randen of tegen elkaar komen. 14. Plaats de motorkap; zie Motorkap plaatsen, blz. 25.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat een overzicht van de maximaal aanbevolen hellinghoek voor de machine in de posities die zijn aangegeven op de tabel. Als de hellinghoek groter is dan de vermelde hellinghoek, kan de machine instabiel worden.
Voor het gebruik Belangrijk Gebruik nooit methanol, benzine die methanol bevat, of gasohol die meer dan 10 % ethanol bevat omdat dit kan leiden tot schade aan het brandstofsysteem. Geen olie bij de benzine mengen. Voordat u de machine in gebruik neemt moet u het brandstof- en oliepeil en de bandenspanning controleren en rommel van de machine verwijderen. Zorg ervoor dat het werkgebied vrij van mensen en rommel is. U dient ook te weten waar alle leidingen en kabels liggen, en deze plaatsen te markeren.
Oliepeil controleren 5. Reinig het luchtfilter vóór en/of tijdens het gebruik, als dit nodig is. 1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, laat de armen van de lader neer en zet de motor af. 6. Verwijder voor elk gebruik aangekoekte rommel op de motor met een borstel of een blazer. 2. Verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. Belangrijk Bij voorkeur vuil uitblazen in plaats van uitspoelen.
Opmerking: Rij met een lage bandenspanning (103 kPa/ 15 psi) in zanderige omstandigheden om de banden beter grip te geven op rul terrein. 7. Als het peil te laag staat, vult u vloeistof bij tot het correcte peil. 8. Plaats de dop op de vulbuis. 9. Plaats de motorkap; zie Motorkap plaatsen, blz. 25. 1 10. Verwijder de vergrendelingen van de cilinder, berg deze op (zie Vergrendelingen van de cilinder gebruiken, blz. 21), en laat de armen van de lader neer.
Gashendel Voorzichtig Zet de hendel naar voren om het motortoerental te verhogen en naar achteren om het toerental te verlagen. Tijdens werkzaamheden kunt u van het platform vallen en ernstig letsel oplopen. Chokehendel Beweeg de bedieningshendels uitsluitend als u met beide voeten op het platform staat en de handgrepen vasthoudt. Voordat u een koude motor start, moet u de chokehendel helemaal naar voren bewegen.
Vergrendeling van klep van lader Rijsnelheidshendel Met de vergrendeling van de klep van de lader zet u de arm van de lader en de kantelhendel voor de werktuigen vast, zodat u ze niet naar voren kunt duwen. Dit voorkomt dat iemand per ongeluk de armen van de lader neerlaat tijdens onderhoudswerkzaamheden. U dient de armen van de lader te vergrendelen telkens wanneer u de machine tot stilstand brengt terwijl de armen zijn opgeheven.
Stromingsverdeler Parkeerrem Het hydraulische systeem van de machine (d.w.z. de tractieaandrijving, de armen van de lader en het kantelmechanisme van de werktuigen) werkt op een afzonderlijk hydraulisch circuit van de hulphydrauliek voor de aandrijving van de werktuigen; beide systemen gebruiken echter dezelfde hydraulische pompen. Met behulp van de stromingsverdeler (Fig.
De machine stoppen 6. Zodra de motor start, beweegt u de choke langzaam naar achteren. Als de motor afslaat of hapert, beweegt u de choke weer naar voren totdat de motor warm is. Om de machine te stoppen, moet u de bedieningshendels in de neutraalstand en de gashendel op langzaam (schildpad) zetten, de armen van de lader neerlaten op de grond en het contactsleuteltje op uit draaien om de motor af te zetten. Verwijder het contactsleuteltje. 7. Zet de gashendel in de gewenste stand.
4. Draai de kleppen een slag linksom met een zeskantige steeksleutel om ze te openen. Vergrendelingen van cilinder verwijderen/opslaan 5. Sleep de machine als dit nodig is. 1. Start de motor. Belangrijk Tijdens het slepen mag de snelheid niet hoger zijn dan 5 km per uur. 2. Hef de armen van de lader volledig op. 3. Zet de motor af. 6. Als de machine is gerepareerd, sluit u de sleepkleppen en draait u de contramoeren vast. 4. Verwijder de gaffelpen en de R-pen waarmee elke vergrendeling is bevestigd.
Werktuigen monteren en verwijderen 3 Een werktuig monteren Belangrijk Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie op de machine kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
6. Monteer de beschermplaten op de hydraulische koppelingen op de machine. Waarschuwing 7. Start de motor, kantel de bevestigingsplaat naar voren en rij de machine achteruit van het werktuig vandaan. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabels los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Motorkap verwijderen/plaatsen 1. Laat de armen van de lader neer en zet de motor af. Verwijder het contactsleuteltje. Motorkap verwijderen 2.
Onderhoud van het luchtfilter Voorfilter reinigen U moet het voorfilter om de 25 bedrijfsuren reinigen. Vervang elk jaar het voorfilter en het secundaire filter. Blaas perslucht van binnen naar buiten door het voorfilter. Belangrijk Zorg ervoor dat de druk niet hoger is dan 689 kPa (100 psi) en houd de spuitmond van de slang minstens 5 cm van het filter. Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden.
Olie verversen 8. Controleer het oliepeil; zie Oliepeil controleren, blz. 15. 1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen. Warme olie kan beter afgetapt worden. 9. Giet langzaam extra olie bij totdat het oliepeil de F (vol)-markering op de peilstok bereikt. 2. Parkeer de machine zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen. 10. Plaats de vuldop terug. 3. Laat de armen van de lader neer, blokkeer de wielen en zet de motor af.
Onderhoud van de accu Gevaar Controleer het zuurpeil om de 100 bedrijfsuren. Houd de accu altijd schoon en volledig geladen. Veeg de accubehuizing schoon met een tissue. Als de accupolen zijn geoxideerd, moet u deze schoonmaken met een oplossing van vier delen water en één deel zuiveringszout. Breng een laagje vet op de accupolen aan om corrosie te voorkomen. Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt.
Accu opladen 4 Waarschuwing 2 1 Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 3 Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. m-4970 Belangrijk Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,265). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu bij temperaturen beneden 0°C te voorkomen. Figuur 27 1. Pluspool van de accu 2. Minpool van de accu 1.
Onderhoud van de bougies 2 Controleer de bougies om de 200 bedrijfsuren. Controleer of de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode correct is voordat u een bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougies en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer nieuwe bougies indien dit nodig is.
9. Neem gemorste vloeistof op. 6. Verwijder de aftapplug uit de bodem van de hydraulische tank en laat alle vloeistof weglopen. 10. Start de motor en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen. 7. Monteer de aftapplug. 11. Zet de motor af en controleer op olielekkages. 8. Vul de hydraulische tank met ongeveer 57 liter 10W-30 of 15W-40 reinigingsolie voor dieselmotoren (API-klasse CH-4 of hoger) (zie Hydraulische vloeistof controleren, blz. 15). 12.
Brandstoffilter vervangen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak zodat alle benzine kan weglopen uit de brandstoftanks. U moet het brandstoffilter elk jaar vervangen. Monteer nooit een vuil filter. 2. Laat de armen van de lader neer en zet de motor af. Verwijder het contactsleuteltje. 1. Laat de armen van de lader neer en zet de motor af. Verwijder het contactsleuteltje. 3.
Reiniging en stalling 12. Wanneer de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet deze als volgt worden voorbereid op stalling. 1. Laat de armen van de lader neer en zet de motor af. Verwijder het contactsleuteltje. A. Voeg een stabilizer/conditioner op aardoliebasis toe aan de brandstof in de tank. Volg de instructies voor het mengen van de fabrikant van de stabilizer op (ongeveer 7,8 ml per liter). Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). 2.
Storingen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. Motor start niet, start moeilijk of blijft j niet lopen. Motor levert te weinig g vermogen. g Motor raakt oververhit. Abnormale trillingen. Mogelijke oorzaken Remedie 1. De hendel voor de hulphydrauliek staat niet in de neutraalstand. 1. De hendel in de neutraalstand zetten. 2. Accu is leeg. 2. Accu opladen. 3. Elektrische aansluitingen gecorrodeerd of los. 3. Controleren of elektrische aansluitingen goed contact maken. 4.
Probleem De machine rijdt niet. Mogelijke oorzaken Remedie 1. Stromingsverdeler staat op 9 uur. 1. Stromingsverdeler tussen 12 en 10 uur zetten. 2. Sleepkleppen zijn open. 2. Sleepkleppen sluiten. 3. Peil van hydraulische vloeistof te laag. 3. Reservoir bijvullen met hydraulische vloeistof. 4. Koppeling van pompaandrijving van tractie zit los of is stuk. 4. Neem contact op met een erkende Service Dealer. 5. Pomp en /of wielmotor is defect of beschadigd. 5.