Form No. 3405-649 Rev A TX 1000 compacte werktuigdrager Modelnr.: 22327—Serienr.: 316000001 en hoger Modelnr.: 22328—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Inhoud Onderhoud riemen ....................................................42 Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren ................................42 Onderhoud bedieningsysteem .....................................43 Onderhoud hydraulisch systeem ..................................43 Hydraulisch filter vervangen ....................................43 Hydraulische vloeistof verversen ..............................44 Hydraulische leidingen controleren ........................
Veiligheid • Inspecteer het terrein waarop u de maaimachine gaat Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat betekent: Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
• Lees de handleidingen van alle werktuigen. • Voordat u de tractie-eenheid met een werktuig eraan bedient, moet u controleren of het werktuig op de juiste wijze is bevestigd en of het een origineel Toro werktuig is. • Zorg ervoor dat er niemand in het werkgebied is voordat u de machine in gebruik neemt. Stop de machine als iemand het werkgebied binnenkomt. • Bliksem kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Als u bliksem ziet of donder hoort in het gebied, gebruik de machine dan niet; ga schuilen.
• Wees voorzichtig als u op nat gras werkt. Als de machine – Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat of blik. grip verliest, kan deze gaan glijden. – Verwijder nooit de dop van de brandstoftank en vul nooit brandstof bij terwijl de motor loopt. Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult. Niet roken. • Parkeer de tractie-eenheid alleen op een helling of heuvel nadat u het werktuig tot op de grond hebt gebracht en de parkeerrem hebt ingeschakeld. – Vul de brandstoftank nooit binnenshuis bij.
Geluidsdrukniveau Deze machine oefent een geluidsdruk van 86 dBA uit op het gehoor van de bestuurder, met een onzekerheidswaarde (K) van 0,6 dBA. De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in ISO 6396. Geluidsniveau Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau van 101 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens ISO 6395.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat de aanbevolen maximale hellingshoek voor de tractie-eenheid in de aangegeven standen. Als de hellingshoek groter is dan de vermelde hellingshoek, kan de machine instabiel worden. Bij de gegevens in de tabel wordt ervan uitgegaan dat de armen van de lader volledig omlaag zijn. Als de armen van de lader omhoog staan, kan dit de stabiliteit beïnvloeden. De gebruikershandleiding van elk werktuig vermeldt drie stabiliteitswaarden, één per hellingshoek.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. Raadpleeg het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens om de maximale hellingshoek te bepalen waarbij de machine veilig kan worden gebruikt. Gebruik de hellingsindicator om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine op een helling gaat gebruiken. Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan de maximale hellingshoek die in het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens is aangegeven.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-6681 115-2047 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 93-7814 115-4855 1.
120-0625 1. Knelpunt, hand – houd handen uit de buurt. 131-0711 1. Ledematen kunnen bekneld raken – Blijf uit de buurt van knelpunten en bewegende onderdelen. 130-2836 1. Beknellingsgevaar, gevaar voor snijwonden – Blijf uit de buurt van de bak en de hefarm. 130-7637 1. Knipperlichtsignaal – temperatuur koelvloeistof motor 2. Ononderbroken lichtsignaal – druk motorolie 3. Knipperlichtsignaal – gloeibougie 131-8026 Uitsluitend CE-machines 6. Motor – Starten 1. Accuvermogen uitschakelen 2. Aan 7.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Explosiegevaar 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 2. Geen vonken of vuur en niet roken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 10.
1-0708 1. Vooruit 2. Rechtsaf 3. Achteruit 4. Linksaf 131-0710 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 7. Handen of voeten kunnen worden gesneden of geamputeerd – Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 2. Waarschuwing – Zorg ervoor dat u opgeleid bent voor gebruik 8.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 5) voordat u de motor start en de machine gebruikt. Figuur 5 1. Scherm 2. Stopcontact 6. Contactschakelaar 7. Tractiebediening 3. Referentiebalk 8. Hendel voor laderarm/werktuigkanteling 4. Hendel voor hulphydrauliek 9. Vergrendeling lader 5. Gashendel Contactschakelaar De contactschakelaar waarmee u de motor start en afzet, heeft drie standen: UIT, LOPEN en START.
Tractiebediening • Voor een bocht naar rechts draait u de tractiebediening rechtsom (Figuur 9). Figuur 6 Figuur 9 1. Referentiebalk 2. Tractiebediening • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel naar linksom (Figuur 10). voren (Figuur 7). Figuur 10 Figuur 7 • Om te stoppen, laat u de tractiebediening los (Figuur 6).
Vergrendeling lader Hendel voor de laderarm/werktuigkanteling Met deze vergrendeling kunt u de hendel voor de laderarm/werktuigkanteling zo vergrendelen dat deze niet naar voren kan bewegen. Dit voorkomt dat iemand per ongeluk de armen van de lader neerlaat tijdens onderhoudswerkzaamheden. U dient de armen van de lader te vergrendelen telkens wanneer u de machine tot stilstand brengt terwijl de armen zijn opgetild.
de machine te laten koelen. Controleer het peil van de koelvloeistof als de motor helemaal afgekoeld is. Belangrijk: Schakel de motor niet uit omdat de machine hierdoor zou kunnen oververhit raken. Figuur 13 1. Hydraulische stroom vooruit 2. Hydraulische stroom achteruit 3. Neutraalstand Figuur 15 Druk motorolie Als de druk van de motorolie te laag wordt, blijft het lampje links ononderbroken branden (Figuur 16). Als dit gebeurt, zet de motor dan onmiddellijk af en controleer de olie.
Specificaties • Motor starten – geeft weer dat u de motor hebt gestart Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Brandstof bijvullen Gebruiksaanwijzing Gebruik uitsluitend schone, verse dieselbrandstof of biodieselbrandstof met een laag (<500 ppm) of ultralaag (<15 ppm) zwavelgehalte. Het cetaangetal moet minimaal 40 zijn. Koop brandstof in hoeveelheden die binnen 180 dagen kunnen worden gebruikt zodat u verzekerd bent van verse brandstof. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
• De kans bestaat dat een brandstoffilter na verloop van GEVAAR tijd verstopt raakt, nadat u bent overgestapt op een biodieselmengsel. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Neem contact op met uw leverancier als u informatie over biodiesel wenst.
Vul de brandstoftanks zoals wordt getoond in Figuur 24. Het motoroliepeil controleren Opmerking: Als u de doppen van de brandstoftanks stevig vastdraait, zult u een klik horen. Vergrendel de brandstoftanks met de beugels. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, laat de armen van de lader neer en zet de motor af. 2. Verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. 3. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang. 4.
Het peil van de hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren Capaciteit hydraulische tank: 37,9 liter Raadpleeg Hydraulische vloeistof verversen (bladz. 44) voor informatie over de hydraulische vloeistof. Belangrijk: Gebruik altijd de juiste hydraulische vloeistof. Vloeistoffen voor algemeen gebruik brengen schade toe aan het hydraulische systeem. 1. Verwijder het werktuig, indien er een is gemonteerd; zie Een werktuig verwijderen (bladz. 26). Figuur 28 2.
Het brandstofsysteem ontluchten GEVAAR Een draaiende as en ventilator kunnen letsel veroorzaken. U moet het brandstofsysteem ontluchten voordat u de motor start, indien zich één van de volgende situaties heeft voorgedaan: • Eerste keer starten van een nieuwe machine. • De motor is gestopt vanwege een tekort aan brandstof. • Er is onderhoud uitgevoerd op onderdelen van het brandstofsysteem (er is bijvoorbeeld een filter vervangen). • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst.
4. Draai het contactsleuteltje naar de stand AAN. 3. Draai het contactsleuteltje op Uit. Opmerking: De elektrische brandstofpomp begint te werken. Hierbij komt er lucht bij de ontluchtschroef naar buiten. Laat het sleuteltje op AAN staan totdat er een volle straal brandstof bij de schroef naar buiten komt. Opmerking: Als de motor zwaar belast is geweest of heet is, moet u deze nog een minuut laten draaien voordat u het contactsleuteltje naar Uit draait.
Figuur 32 1. Bevestigingsplaat 2. Ontvangerplaat 5. Breng de armen van de lader omhoog terwijl u tegelijkertijd de bevestigingsplaat naar achteren kantelt. Belangrijk: Breng het werktuig omhoog totdat het vrij is van de grond en kantel de bevestigingsplaat helemaal naar achteren. 6. Zet de motor af. 7. Zet de snelkoppelingspennen vast en zorg ervoor dat deze volledig in de bevestigingsplaten zitten (Figuur 33). Figuur 31 1.
WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Belangrijk: Koppel de slangen van het werktuig aan elkaar om te voorkomen dat het hydraulische systeem tijdens de opslag wordt verontreinigd. 7. Monteer de beschermplaten op de hydraulische koppelingen op de machine. 8. Start de motor, kantel de bevestigingsplaat naar voren en rij de machine achteruit van het werktuig vandaan. De machine vastmaken voor transport Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks • Controleer het motoroliepeil. • Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud Zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje voordat u de kappen opent.
Figuur 38 1. Bevestiging 2. Hef het inspectieluik aan de achterzijde op om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 38). Figuur 36 1. Vergrendelschroef van de motorkap 3. Motorkap 3. Laat het inspectieluik aan de achterzijde neer en plaats de bevestiging om het luik te sluiten. 2. Motorkapvergrendeling Het voorscherm verwijderen. 2. Draai de motorhendel rechtsom (Figuur 36). 1. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang. 3.
Smering De machine smeren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Type smeermiddel: Universeel smeervet. 1. Laat de laadarmen naar beneden en zet de motor uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Reinig de smeernippels met een doek. 3. Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel (Figuur 41, Figuur 42 en Figuur 43). Opmerking: Breng de armen van de lader omhoog voordat u de smeernippels smeert in Figuur 43.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Luchtfilteronderhoud-indicator controleren. Om de 100 bedrijfsuren—Maak het luchtfilterelement schoon (vaker in stoffige of zanderige omstandigheden). Jaarlijks—Vervang het luchtfilterelement (vaker in stoffige of zanderige omstandigheden). Figuur 42 Onderhoud van luchtfilterdeksel en -behuizing Belangrijk: Geef het luchtfilter uitsluitend een onderhoudsbeurt als de onderhoudsindicator rood is (Figuur 44).
Motoroliepeil controleren 6. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met perslucht onder een druk van 2,07 bar. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Ververs de motorolie en vervang het filter. 7. Controleer de onderhoudsindicator van het luchtfilter. • Als de indicator niet rood is, reinig dan het vuil van Om de 100 bedrijfsuren—De motorolie verversen. de deksel en plaats het deksel terug. Om de 200 bedrijfsuren—Vervang het oliefilter.
Motoroliefilter vervangen 1. Breng de laadarmen omhoog en bevestig met de cilindervergrendelingen; zie Cilindervergrendelingen aanbrengen (bladz. 29). 2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 3. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang. 4. Verwijder het rechter zijscherm; zie Zijschermen verwijderen (bladz. 30). 5. Laat de olie uit de motor lopen; raadpleeg Motorolie verversen (bladz. 33). 6. Plaats een ondiepe opvangbak of een doek onder het filter om olie op te vangen. 7.
Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider Onderhoud brandstofsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Het brandstoffilter bevindt zich aan de achterzijde van de motor (Figuur 48). Plaats er een opvangbak onder. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken.
Brandstof aftappen uit de brandstoftanks Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 2 jaar Onderhoud van de accu Laat een erkende servicedealer brandstof aftappen uit de brandstoftanks en deze reinigen. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Dit product bevat een chemische stof of chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.
De accu opladen en aansluiten WAARSCHUWING 1. Verwijder het voorscherm; zie Het voorscherm verwijderen. (bladz. 30). Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. 2. Maak de minkabel (zwart) los van de accu. Maak daarna de pluskabel (rood) los. 3. Sluit een acculader van 3 tot 4 A aan op de accupolen. 4.
6. Sluit het andere uiteinde van de min (-) van de startkabel aan op een aardingspunt, zoals een ongeverfde bout of een deel van het chassis. 1. Verwijder het voorscherm; zie Het voorscherm verwijderen. (bladz. 30). 2. Haal de accu uit de machine. 7. Start de motor van de andere machine. Laat de motor een aantal minuten draaien en start vervolgens de tweede motor. 3. Was de hele accubak met een oplossing van natriumbicarbonaat en water. 4. Spoel de accu met schoon water. 8.
De spanning van de rupsbanden afstellen Onderhoud aandrijfsysteem De spanmoer moet zich op 0,64 cm van de achterzijde van de sleuf van de spanbuis bevinden (Figuur 54). Als dit niet het geval is, stel dan de spanning van de rupsbanden af met behulp van de volgende procedure: Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden.
Rupsbanden vervangen 10. Draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de vorkbuis (Figuur 54) 0,64 cm is. Model 22327 Vervang de rupsbanden als ze erg versleten zijn. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 11. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer. 2.
Onderhoud koelsysteem 9. Draai de moer vast met een torsie van 407 N·m. 10. Draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de gleuf van de spanbuis (Figuur 54) 0,65 cm is. Onderhoud van het koelsysteem 11. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de radiateur 12.
Radiateurscherm reinigen Onderhoud riemen Controleer en reinig voor elk gebruik het radiateurscherm. Dit bevindt zich voor het bestuurdersplatform. Verwijder aangekoekt gras of ander vuil met perslucht van het radiateurscherm. Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren Motorkoelvloeistof verversen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren (raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor voor instructies).
Onderhoud bedieningsysteem Onderhoud hydraulisch systeem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na veel bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de neutraalstand van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen.
fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen. WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan.
Hydraulische leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. (Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.) Figuur 60 1. Aftapplug Om de 1500 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij de kortste periode aan)—Vervang alle bewegende hydraulische slangen. 8.
Reiniging Het chassis reinigen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer of er aangekoekt vuil op het chassis zit. Vuil verwijderen van de tractie-eenheid Na verloop van tijd zal er vuil aankoeken op het chassis onder de motor. Dit moet worden verwijderd. Open de motorkap en inspecteer regelmatig het gebied onder de motor met behulp van een zaklamp. Als de laag vuil 2,5 tot 5,1 cm dik is, moet u het chassis schoonmaken.
Stalling 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en roet van de volledige tractie-eenheid. Belangrijk: U kunt de tractie-eenheid wassen met een mild reinigingsmiddel en water. Was de tractie-eenheid nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, de motor de hydraulische pompen en de accu. 3. Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt; zie Onderhoud van het luchtfilter (bladz.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3. Accu opladen of vervangen. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6.
Probleem De motor start, maar blijft niet lopen. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Draai de dop los. Als de motor wel loopt met de dop los, moet u controleren of de ontluchtingsleidingen geblokkeerd zijn. 2. Vuil of water in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Brandstoffilter vervangen. 4.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Meer koelvloeistof nodig. 1. Koelvloeistof controleren en bijvullen. 2. Luchtstroom naar de radiator is belemmerd. 3. Verkeerd oliepeil in het carter. 9. De pomp van de koelvloeistof is beschadigd. 2. Bij elk gebruik de schermen van het zijpaneel controleren en reinigen. 3. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de Vol-markering bereikt. 4. Verklein de belasting en rij trager. 5. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen.
Probleem De motor verliest vermogen. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Verkeerd oliepeil in het carter. 9. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1 De timing van de injectiepomp is niet 0. correct. 1 De injectiepomp is beschadigd. 1. 2. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de Vol-markering bereikt. 3. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 4. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 54
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Telefoonnummer: Dealer: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Compact Utility Equipment CUE-producten De Toro garantie 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Compact Utility Equipment (hierna: het 'product') vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.