Form No. 3412-413 Rev B TX 1000 compacte werktuigdrager Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Registreer uw product op www.Toro.com. Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL) 22327—Serienr.: 400000000 en hoger 22327G—Serienr.: 400000000 en hoger 22327HD—Serienr.: 400000000 en hoger 22328—Serienr.
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Onderhoud motor ................................................ 34 Onderhoud van het luchtfilter ............................ 34 Motoroliepeil controleren .................................. 35 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 37 Brandstofleidingen en aansluitingen controleren.................................................... 37 Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider ........................................................
Veiligheid • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat betekent: Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
• Gebruik de machine niet als u moe of ziek bent, of • Zorg dat u op de hoogte bent van de gemarkeerde onder de invloed van alcohol of drugs bent. Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren. Lees de handleidingen van alle werktuigen. Zorg ervoor dat er niemand in het werkgebied is voordat u de machine in gebruik neemt.
• Maak geen bochten op een helling. Als u een • • • • U dient het laadarmventiel met de bocht moet maken, moet u dit langzaam doen en de zware kant van de machine heuvelopwaarts gericht houden. Werk niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. De machine kan plotseling omslaan als een rupsband over de rand van een klip of greppel komt of als een rand afbrokkelt. Wees voorzichtig als u op nat gras werkt. Als de machine grip verliest, kan deze gaan glijden.
Geluidsdrukniveau Deze machine oefent een geluidsdruk van 86 dBA uit op het gehoor van de bestuurder, met een onzekerheidswaarde (K) van 0,6 dBA. De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in ISO 6396. Geluidsniveau Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau van 101 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens ISO 6395.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat de aanbevolen maximale hellingshoek voor de tractie-eenheid in de aangegeven standen. Als de hellingshoek groter is dan de vermelde hellingshoek, kan de machine instabiel worden. Bij de gegevens in de tabel wordt ervan uitgegaan dat de armen van de lader volledig omlaag zijn. Als de armen van de lader omhoog staan, kan dit de stabiliteit beïnvloeden. De gebruikershandleiding van elk werktuig vermeldt drie stabiliteitswaarden, één per hellingshoek.
Hellingsindicator g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. Raadpleeg het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens om de maximale hellingshoek te bepalen waarbij de machine veilig kan worden gebruikt. Gebruik de hellingsindicator om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine op een helling gaat gebruiken. Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan de maximale hellingshoek die in het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens is aangegeven.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers. decal93-6681 93-6681 decal115-2047 115-2047 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. decal93-7814 93-7814 decal115-4855 115-4855 1.
decal120-0625 120-0625 1. Knelpunt, hand – Houd handen uit de buurt. decal131-0711 131-0711 1. Ledematen kunnen bekneld raken – Blijf uit de buurt van knelpunten en bewegende onderdelen. decal130-2836 130-2836 1. Beknellingsgevaar van boven, handen kunnen worden gesneden – Blijf uit de buurt van het werktuig en de hefarm. decal130-7637 decal131-8026 130-7637 1. Knipperlichtsignaal – Temperatuur koelvloeistof motor 2. Ononderbroken lichtsignaal – Druk motorolie 3.
decal131-0707 131-0707 1. 12 V stopcontact 7. Werktuig naar voren kantelen. 2. Hydraulisch werktuig – vooruit 8. Werktuig naar achteren kantelen. 3. Hydraulisch werktuig – neutraal 9. Werktuig neerlaten. 4. Hydraulisch werktuig – achteruit 10. Werktuig opheffen. 5. Motortoerental – Snel 11. Zet het werktuig in de zweefstand. 6. Motortoerental – Langzaam 12. Hendel vergrendeling decal131-0708 131-0708 1. Vooruit 2. Rechtsaf 3. Achteruit 4.
decal131-0710 131-0710 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 7. Handen of voeten kunnen worden gesneden of geamputeerd – Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 2. Waarschuwing – Zorg ervoor dat u opgeleid bent voor gebruik 8. Ontploffingsgevaar; gevaar voor elektrocutie – Bel de van de machine alvorens ermee te werken.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 5) voordat u de motor start en de machine gebruikt. g029284 Figuur 5 g031208 1. Scherm 2. Stopcontact 6. Contactschakelaar 7. Tractiebediening 3. Referentiebalk 8. Hendel voor laderarm/werktuigkanteling 4. Hendel voor hulphydrauliek 9. Vergrendeling lader 5.
Tractiebediening • Voor een bocht naar rechts draait u de tractiebediening rechtsom (Figuur 9). g029289 Figuur 6 g029288 Figuur 9 1. Referentiebalk 2. Tractiebediening • Voor een bocht naar links draait u de • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel tractiebediening linksom (Figuur 10). naar voren (Figuur 7). g029287 Figuur 10 g029285 Figuur 7 • Om de machine te stoppen, laat u de • Om achteruit te rijden, beweegt u de tractiehendel tractiebediening los (Figuur 6).
Vergrendeling lader Hendel voor de laderarm/werktuigkanteling Met deze vergrendeling kunt u de hendel voor de laderarm/werktuigkanteling zo vergrendelen dat deze niet naar voren kan bewegen. Dit voorkomt dat iemand per ongeluk de armen van de lader neerlaat tijdens onderhoudswerkzaamheden. U dient de armen van de lader te vergrendelen telkens wanneer u de machine tot stilstand brengt terwijl de armen zijn opgetild.
Hendel voor hulphydrauliek Opmerking: Het zou kunnen dat u de tractiebediening moet afstellen om de rempennen vrij te zetten en de hendel te draaien. Om een hydraulisch werktuig naar voren te laten bewegen, beweegt u de hendel voor de hulphydrauliek naar voren (Figuur 13). Brandstofmeter Om een hydraulisch werktuig naar achteren te laten bewegen, beweegt u de hendel voor de hulphydrauliek naar achteren (Figuur 13). De brandstofmeter geeft aan hoeveel brandstof er in de brandstoftanks zit (Figuur 4).
Specificaties Indicatielampje accuspanning Als de accu bijna leeg is, blijft het lampje rechts ononderbroken branden (Figuur 18). Als dit gebeurt, zet dan de motor af en laad de accu op of vervang deze. Zie Onderhoud van de accu (bladz. 39) Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Brandstof bijvullen Gebruiksaanwijzing Gebruik uitsluitend schone, verse dieselbrandstof of biodieselbrandstof met een laag (<500 ppm) of ultralaag (<15 ppm) zwavelgehalte. Het cetaangetal moet minimaal 40 zijn. Koop brandstof in hoeveelheden die binnen 180 dagen kunnen worden gebruikt zodat u verzekerd bent van verse brandstof. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
• De kans bestaat dat een brandstoffilter na verloop GEVAAR van tijd verstopt raakt, nadat u bent overgestapt op een biodieselmengsel. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Neem contact op met uw leverancier als u informatie over biodiesel wenst.
Vul de brandstoftanks zoals wordt getoond in Figuur 24. Opmerking: Als u de doppen van de brandstoftanks stevig vastdraait, zult u een klik horen. Vergrendel de brandstoftanks met de beugels. g029940 Figuur 25 1. Olievuldop 5. 2. Oliepeilstok Controleer het oliepeil en vul indien nodig bij met olie (Figuur 26). Belangrijk: Giet niet te veel olie in het carter; hierdoor kan de motor worden beschadigd.
Belangrijk: Gebruik altijd de juiste hydraulische vloeistof. Vloeistoffen voor algemeen gebruik brengen schade toe aan het hydraulische systeem. 1. Verwijder het werktuig, indien gemonteerd; zie Een werktuig verwijderen (bladz. 27). 2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. 3. Breng de laadarmen omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan; zie Cilindervergrendelingen aanbrengen (bladz. 31). 4. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. g029729 Figuur 28 5.
• De motor is gestopt vanwege een tekort aan GEVAAR brandstof. Een draaiende as en ventilator kunnen letsel veroorzaken. • Er is onderhoud uitgevoerd op onderdelen van het brandstofsysteem (er is bijvoorbeeld een filter vervangen). • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst. GEVAAR • Houd vingers, handen en kleding uit de buurt van een draaiende ventilator en aandrijfas. In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief.
4. 5. Draai het contactsleuteltje naar de stand AAN. 2. Laat de armen van de lader neer tot op de grond. Opmerking: De elektrische brandstofpomp begint te werken. Hierbij komt er lucht bij de ontluchtschroef naar buiten. Laat het sleuteltje op AAN staan totdat er een volle straal brandstof bij de schroef naar buiten komt. 3. Draai het contactsleuteltje op Uit.
4. Plaats de bevestigingsplaat in de bovenste lip van de ontvangerplaat op het werktuig (Figuur 32). g031210 g003710 Figuur 32 1. Bevestigingsplaat 5. Figuur 31 1. Sleepklep Sleep de tractie-eenheid indien nodig. 6. Nadat u de machine hebt hersteld, moet u de sleepkleppen sluiten voordat u de machine gebruikt. Belangrijk: Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken.
Hydraulische slangen aansluiten WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Een werktuig verwijderen 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Laat het werktuig neer op de grond. 3. Zet de motor af. 4. Maak de snelkoppelingspennen los door deze naar buiten te draaien. 5. Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, beweegt u de hendel voor de hulphydrauliek naar voren, naar achteren en terug in de neutraalstand om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen. 6.
De machine laden WAARSCHUWING Als een machine wordt geladen op een aanhanger of een vrachtwagen, wordt de kans vergroot dat de machine kantelt. Dit kan ernstig lichamelijk letsel of de dood veroorzaken. • Ga zeer voorzichtig te werk als u een machine een oprijplaat op-/afrijdt. • Laad de machine in en uit met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht.
7. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking. 8. Gebruik de metalen bindogen op de machine om de machine goed vast te maken aan de aanhanger of vrachtwagen. Gebruik hiervoor banden, kettingen, kabels of touwen (Figuur 36). Raadpleeg de lokale voorschriften inzake het vastbinden van de machine. De machine tillen U kunt de machine omhoog brengen met behulp van de bindogen als hefpunten; zie Figuur 36. g031331 Figuur 36 1. Bindogen De machine uitladen 1.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks • Controleer het motoroliepeil. • Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud Zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje voordat u de kappen opent.
Inspectieluik aan de achterzijde openen. 1. Verwijder de bevestiging (Figuur 41). g031215 g031217 Figuur 39 1. Vergrendelschroef van de motorkap Figuur 41 3. Motorkap 1. Bevestiging 2. Motorkapvergrendeling 2. Draai de motorhendel rechtsom (Figuur 39). 3. Til de handgrepen op en klap de motorkap omhoog (Figuur 39). 4. Plaats de steunstang. Hef het inspectieluik aan de achterzijde op om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 41). 3.
3. Smering Verwijder het scherm. Zijschermen verwijderen De machine smeren 1. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang. 2. Schuif de zijschermen (Figuur 43) omhoog en uit de sleuven in het voorscherm en het frame. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Type smeermiddel: Universeel smeervet. 1. Laat de laadarmen naar beneden en zet de motor uit. Verwijder het sleuteltje. 2. Reinig de smeernippels met een doek. 3.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. Om de 100 bedrijfsuren—Maak het luchtfilterelement schoon (vaker in stoffige of zanderige omstandigheden). g004209 Jaarlijks—Vervang het luchtfilterelement (vaker in stoffige of zanderige omstandigheden).
Opmerking: Gaten in het filter zien eruit als lichte vlekken. 3. Controleer het filter op scheuren, een vettig oppervlak of beschadiging van de rubberen afdichting. Als het filter is beschadigd, moet u het niet gebruiken. 4. Monteer het filter voorzichtig (Figuur 47). Opmerking: Zorg ervoor dat het filter volledig vastzit door de buitenring van het filter tijdens de montage aan te drukken. Belangrijk: Druk niet op het zachte midden van het filter. g031236 Figuur 47 1. Stofkap 4. Voorfilter 2.
Motorolie verversen 1. Start de motor en laat deze 5 minuten lopen. Opmerking: Warme olie kan beter worden afgetapt. 2. Parkeer de tractie-eenheid zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen. 3. Breng de laadarmen omhoog en bevestig met de cilindervergrendelingen; zie Cilindervergrendelingen aanbrengen (bladz. 31). 4. Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 5. Tap de olie af onder het platform (Figuur 49).
6. Plaats een ondiepe opvangbak of een doek onder het filter om olie op te vangen. 7. Vervang het oliefilter (Figuur 50). Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit en vul de brandstoftanks bij in open lucht wanneer de motor afgezet en koud is. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider op het filter in dezelfde richting wijst als de pijl op het oude filter. 9. Bevestig de slangen met de slangklemmen. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Brandstof aftappen uit de brandstoftanks Het brandstoffilter bevindt zich aan de achterzijde van de motor (Figuur 51). Plaats er een opvangbak onder. Onderhoudsinterval: Om de 2 jaar Laat een erkende servicedealer brandstof aftappen uit de brandstoftanks en deze reinigen.
De accu opladen en aansluiten Onderhoud elektrisch systeem GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; dit is een dodelijk gif dat ernstige brandwonden veroorzaakt. • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden. Draag een veiligheidsbril en rubberhandschoenen om uw ogen en handen te beschermen. • Vul de accu alleen bij op plaatsen waar schoon water aanwezig is om indien nodig uw huid af te spoelen.
WAARSCHUWING 6. Om corrosie van de accuklemmen te voorkomen, moet hierop u een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro onderdeelnr. 505-47), vaseline of dunvloeibare smeerolie aanbrengen. Schuif het rubberen kapje over de pluspool van de accu heen. 7. Plaats het voorscherm. Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. 5.
g029409 Figuur 55 g033902 Figuur 54 1. Pool voor startkabel 3. Sluit één uiteinde van de plus (+) van de startkabel aan op de pool voor de startkabel (Figuur 54). 4. Sluit het andere uiteinde van de plus (+) van de startkabel aan op de pluspool van de accu in de andere machine. 5. Sluit het ene uiteinde van de min (-) van de startkabel aan op de minpool van de accu in de andere machine. 6.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. g029756 Figuur 56 Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de rupsbanden op overmatige slijtage. 2. Laat de gemonteerde, naar beneden wijzende bak in de grond zakken zodat de voorzijde van de tractie-eenheid een paar centimeter van de grond komt. 3.
g029758 Figuur 58 1. Spanbuis 3. Spanschroef 2. Borgbout g029759 5. 6. 7. Figuur 59 Gebruik een dopsleutel van ½" en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de sleuf van de spanbuis 1,3 cm is, zoals getoond in Figuur 57. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figuur 58). 1. Tandwielaandrijving 5. Wegwiel 2. Rupsband 6. Scharnierspanner 3. Voorwiel 7.
15. Laat de machine neer op de grond. 16. Herhaal de procedure om de andere rupsband te vervangen. 17. Rij de machine naar een horizontaal oppervlak en parkeer de machine daar, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. 18. Controleer of de spanschroef niet verder kan. Opmerking: De rupsband zal door gebruik losser komen te zitten. 19.
21. Onderhoud koelsysteem Controleer of de spanschroef niet verder kan. Opmerking: De rupsband zal door gebruik losser komen te zitten. 22. Onderhoud van het koelsysteem Stel de spanning van de rupsband zo af dat de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de sleuf van de spanbuis 1,3 cm is, zoals getoond in De spanning van de rupsbanden afstellen (bladz. 42). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de radiateur. Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de slangen van het koelsysteem.
Radiateurscherm reinigen Onderhoud riemen Controleer en reinig voor elk gebruik het radiateurscherm. Dit bevindt zich voor het bestuurdersplatform. Verwijder aangekoekt gras of ander vuil met perslucht van het radiateurscherm. Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren Motorkoelvloeistof verversen Laat de motorkoelvloeistof eenmaal per jaar verversen door een erkende servicedealer.
Onderhoud bedieningsysteem Onderhoud hydraulisch systeem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na veel bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de NEUTRAALSTAND van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen.
Opmerking: Toro aanvaardt geen enkele WAARSCHUWING aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
Hydraulische leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. (Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.) g029729 Om de 1500 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij de kortste periode aan)—Vervang alle bewegende hydraulische slangen. Figuur 62 1. Vulbuis 7.
Reiniging Het chassis reinigen Vuil verwijderen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer of er aangekoekt vuil op het chassis zit. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Na verloop van tijd zal er vuil aankoeken op het chassis onder de motor. Dit moet worden verwijderd. Open de motorkap en inspecteer regelmatig het gebied onder de motor met behulp van een zaklamp. Als de laag vuil 2,5 tot 5,1 cm dik is, moet u het chassis schoonmaken.
Stalling 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en roet van de volledige tractie-eenheid. Belangrijk: U kunt de tractie-eenheid wassen met een mild reinigingsmiddel en water. Was de tractie-eenheid nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, de motor, de hydraulische pompen en de accu. 3.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3. Accu opladen of vervangen. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6.
Probleem De motor start, maar blijft niet lopen. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Draai de dop los. Als de motor wel loopt met de dop los, moet u controleren of de ontluchtingsleidingen geblokkeerd zijn. 2. Vuil of water in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Brandstoffilter vervangen. 4.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Meer koelvloeistof nodig. 1. Koelvloeistof controleren en bijvullen. 2. Luchtstroom naar de radiator is belemmerd. 3. Verkeerd oliepeil in het carter. 9. De pomp van de koelvloeistof is beschadigd. 2. Bij elk gebruik de schermen van het zijpaneel controleren en reinigen. 3. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 4. Verklein de belasting en rij trager. 5. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen.
Probleem De motor verliest vermogen. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Verkeerd oliepeil in het carter. 9. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1 De timing van de injectiepomp is niet 0. correct. 1 De injectiepomp is beschadigd. 1. 2. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 3. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 4. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen.
Schema's g205307 Elektrisch schema (Rev.
g032315 Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw garantieclaim te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie mee te delen, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Compacte multifunctionele werkvoertuigen CUE-producten De Toro garantie Een beperkte garantie gedurende een jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Compact Utility Equipment (hierna: het 'product') vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.