Form No. 3437-939 Rev A TX 1000 compacte werktuigdrager Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Modelnr.: Registreer uw product op www.Toro.com. Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL) 22327—Serienr.: 405800000 en hoger 22327G—Serienr.: 405800000 en hoger 22327HD—Serienr.: 405800000 en hoger 22328—Serienr.: 405800000 en hoger 22328HD—Serienr.
andere doeleinden dan het bedoelde gebruik kan gevaarlijk zijn voor u of voor omstanders. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u dit product op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om letsel en schade aan de machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.
Motorolie verversen .......................................... 33 Onderhoud brandstofsysteem ............................. 35 Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider ........................................................ 35 Brandstoffilterbus en inlinefilter vervangen ..................................................... 36 Brandstofleidingen en aansluitingen controleren.................................................... 36 Het brandstofsysteem ontluchten .....................
Veiligheid • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de Algemene veiligheid • Gebruik de machine enkel als de schermen en bewegende onderdelen en werktuigen. andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken. GEVAAR • Laat geen omstanders of kinderen het werkgebied betreden. Mogelijk lopen er in uw werkgebied onder grond leidingen van nutsbedrijven. Als u deze beschadigt, kan dat elektrische schokken of een explosie veroorzaken.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers. decal93-7814 93-7814 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf op afstand van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Explosiegevaar 2.
decal115-4858 115-4858 1. Handen of voeten kunnen bekneld raken – monteer de vergrendeling van de cilinder. decal115-4865 115-4865 decal130-7637 130-7637 2. Lees de Gebruikershandleiding. 1. Motorkoelvloeistof 1. Knipperlichtsignaal – Temperatuur koelvloeistof motor 2. Ononderbroken lichtsignaal – Druk motorolie 3. Knipperlichtsignaal – Gloeibougie 6. Motor – Starten 4. Ononderbroken lichtsignaal – Waarschuwing accu 9. Hendel voor hulphydrauliek neutraal 7. Parkeerremhendel vrijgezet 8.
Sticker 136-5750 is enkel voor machines met brede rupsbanden. decal136-5750 136-5750 1. Lees de Gebruikershandleiding. decal131-8026 131-8026 1. Accuvermogen uitschakelen 2. Aan 3. Uit 4. Lees de Gebruikershandleiding. decal133-8056 133-8056 7 2.
decal137-9030 137-9030 1. Motor – afzetten 2. Motor – draaien 3. Motor – starten decal131-0708 131-0708 1. Vooruit 2. Linksaf 3. Achteruit 4.
decal131-0710 131-0710 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 7. Handen of voeten kunnen worden gesneden of geamputeerd – Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 2. Waarschuwing – Zorg ervoor dat u opgeleid bent voor gebruik 8. Ontploffingsgevaar; gevaar voor elektrocutie – Bel de van de machine alvorens ermee te werken.
decal140-3619 140-3619 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 4) voordat u de motor start en de machine gebruikt. Schakelbord g259644 Figuur 4 g314194 1. Scherm 2. Stopcontact 6. Gashendel 7. Contactschakelaar 3. Referentiebalk 8. Tractiebediening 4. Plug 9. Hendel van laadarm/werktuigkanteling 5. Hendel voor hulphydrauliek 10.
Tractiebediening • Voor een bocht naar rechts draait u de tractiebediening rechtsom (Figuur 8). g259646 Figuur 5 g259649 Figuur 8 1. Referentiebalk 2. Tractiebediening • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 9). • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel naar voren (Figuur 6). g259648 Figuur 9 g259645 Figuur 6 • Om de machine te stoppen, laat u de tractiebediening los (Figuur 5).
g029981 Figuur 11 1. Hendel voor laderarm/werktuigkanteling g029293 2. Vergrendeling van klep van lader Figuur 10 1. Zweefstand 2. Laat de armen van de lader neer. 3. Hef de armen van de lader op. 4. Werktuig naar achteren kantelen. 5. Werktuig naar voren kantelen. Referentiestang van laderbediening De referentiestang van de bediening van de lader helpt uw hand stabiliseren terwijl u de hendel voor de laderarm/werktuigkanteling bedient (Figuur 4).
Hendel voor hulphydrauliek Opmerking: De tractie-eenheid kan een stukje rollen voor de remmen aangrijpen. • Om een hydraulisch werktuig naar voren te • Draai de parkeerremhendel naar rechts om de laten bewegen, beweegt u de hendel voor de hulphydrauliek naar voren (Figuur 12). parkeerrem vrij te zetten. • Om een hydraulisch werktuig naar achteren te Opmerking: Het zou kunnen dat u de tractiebediening moet afstellen om de rempennen vrij te zetten en de hendel te draaien.
controleer het oliepeil. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij en controleer op mogelijke lekkage. g030520 Figuur 20 • Tractie neutraal – geeft weer dat de g029665 tractiebediening in de staat Figuur 16 NEUTRAALSTAND Lampje gloeibougies Het lampje rechts knippert als de gloeibougies zijn opgeladen en de motor opwarmen (Figuur 17).
Storthoogte (met standaard bak) Bereik – volledig omhooggebracht (met standaard bak) Hoogte tot scharnierpen (met standaard bak in hoogste stand) 155 cm 62 cm Gebruiksaanwijzing 206 cm Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Werktuigen/accessoires Voor gebruik Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden.
graven. Let op de locatie van ongemarkeerde objecten en structuren, zoals ondergrondse opslagtanks, putten en septische systemen. cetaangetal moet minimaal 40 zijn. Koop brandstof in hoeveelheden die u binnen 180 dagen kunt gebruiken zodat u altijd verse brandstof heeft. • Inspecteer het terrein waarop u de machine gaat Gebruik zomerdieselbrandstof (nr. 2-D) bij temperaturen boven -7 °C en winterdieselbrandstof (nr. 1-D of nr. 1-D/2-D-mengsel) bij temperaturen beneden -7 °C.
Tijdens gebruik Veiligheid tijdens het werk Algemene veiligheid • Vervoer geen lading als de armen zijn opgeheven. • • • g029669 Figuur 23 • Dagelijks onderhoud uitvoeren • Voer elke dag voordat u de machine start de procedures uit in het onderdeel Telkens voor gebruik/Dagelijks in Onderhoud (bladz. 26).
• Controleer of alle aandrijvingen in de neutraalstand • • • • • • • • • • • staan en de parkeerrem (indien aanwezig) in werking is gesteld voordat u de motor start. Start de motor alleen wanneer u op de bestuurdersstoel zit. Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren. Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt. Let op het verkeer.
verkrijgen. U kunt de gasinstelling echter gebruiken om met lagere snelheden te werken. Houd een veilige afstand tussen de machine en een gevarenzone aan. • U mag geen werktuigen verwijderen of De motor afzetten aankoppelen op een helling. • Parkeer de machine niet op een helling. Motor starten 1. Zorg dat de accu-ontkoppelingsschakelaar AAN staat. 2. Zorg ervoor dat de hendel van de hulphydrauliek en de tractiebediening in de stand NEUTRAAL staan. 3.
g003710 Figuur 24 1. Bevestigingsplaat 5. 2. Ontvangerplaat Breng de armen van de lader omhoog terwijl u tegelijkertijd de bevestigingsplaat naar achteren kantelt. Belangrijk: Breng het werktuig omhoog totdat het vrij is van de grond en kantel de bevestigingsplaat helemaal naar achteren. 6. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 7. Zet de snelkoppelingspennen vast en zorg ervoor dat deze volledig in de bevestigingsplaten zitten (Figuur 25). g003711 Figuur 25 1.
Hydraulische slangen aansluiten Opmerking: Als u eerst de mannelijke aansluiting van het werktuig bevestigt, heft u de druk in het werktuig op. WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan.
• Raak geen onderdelen aan die tijdens het gebruik 6. heet kunnen worden. Laat deze eerst afkoelen voordat u de machine afstelt of er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden op uitvoert. • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een De machine transporteren aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. Gebruik een aanhanger of vrachtwagen voor zwaar vervoer om de machine te transporteren. Gebruik altijd een oprijplaat over de volledige breedte.
4. Breng de armen van de lader omlaag. 5. Laad de machine op de aanhanger met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht, en zorg dat de lading onderaan zit (Figuur 28). • Als de machine een vol ladingwerktuig heeft (bv. een bak) of een niet-belaadbaar werktuig (bv. een sleuvengraver), rij de machine dan voorwaarts op de oprijplaat. • Als de machine een leeg ladingwerktuig of geen werktuig heeft, rij de machine dan achteruit op de oprijplaat. g229507 g204457 Figuur 27 1.
2. Rij de machine van de aanhanger met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht, en zorg dat de lading onderaan zit (Figuur 30). • Als de machine een vol ladingwerktuig heeft (bv. een bak) of een niet-belaadbaar werktuig (bv. een sleuvengraver), rij de machine dan achteruit van de oprijplaat. • Als de machine een leeg ladingwerktuig of geen werktuig heeft, rij de machine dan vooruit van de oprijplaat. g204458 Figuur 30 1.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid bij onderhoud VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 25 bedrijfsuren • Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de onderhoudsindicator van het luchtfilter. • Het peil van de hydraulische vloeistof controleren. Om de 50 bedrijfsuren • Controleer de conditie van de accu. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Om de 100 bedrijfsuren • De motorolie verversen. (Vaker onderhoud uitvoeren in erg stoffige of zanderige omstandigheden.
Procedures voorafgaande aan onderhoud De cilindervergrendelingen gebruiken 6. Herhaal stap 4 en 5 voor de andere kant van de machine. 7. Breng langzaam de armen van de lader omlaag totdat de cilindervergrendelingen contact maken met de cilinderbehuizingen en de uiteinden van de stang. De cilindervergrendelingen verwijderen en opslaan Belangrijk: Verwijder de cilindervergrendelingen WAARSCHUWING van de stangen en vergrendel ze volledig in de opslagstand voordat u de machine bedient.
Inspectieluik aan de achterzijde openen. 1. Verwijder de bevestiging (Figuur 34). g031217 g031215 Figuur 34 Figuur 32 1. Vergrendelschroef van de motorkap 1. Bevestiging 3. Motorkap 2. Motorkapvergrendeling 2. Draai de motorhendel rechtsom (Figuur 32). 3. Til de handgrepen op en klap de motorkap omhoog (Figuur 32). 4. Zet de steunstang vast. Hef het inspectieluik aan de achterzijde op om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 34). 3.
Het voorscherm verwijderen. 1. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang. 2. Draai de 2 bovenste bouten en 2 voorste bouten los. g256988 Figuur 37 g247902 Figuur 36 1. Bout 3. Verwijder het scherm. De voorkap verwijderen 1. Verwijder de 2 bovenste bouten (⅜" x 1"), 2 ringen en 2 onderste bouten (5/16" x ⅝") van de voorkap. 2. Verwijder de voorkap. 30 1. Bovenste bout – ⅜" x 1" (2) 3. Ring (2) 2. Voorste kap 4.
Smering De machine smeren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Type vet: vet voor algemene doeleinden. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking en laat de laderarmen neer. 2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 3. Reinig de smeernippels met een doek. 4. Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel (Figuur 38, Figuur 39 en Figuur 40).
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. • Verander nooit de stand van de toerenregelaar van de motor en laat de motor niet te snel draaien. • Houd uw handen, voeten, gezicht, kleding en andere lichaamsdelen uit de buurt van de geluiddemper en andere hete oppervlakken.
3. Als het filter beschadigd is, mag u het niet gebruiken. 2. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. Monteer het filter voorzichtig (Figuur 41). 3. Opmerking: Zorg ervoor dat het filter volledig vastzit door de buitenring van het filter tijdens de montage aan te drukken. Open de motorkap en zet vast met de steunstang. 4. Maak schoon rond de oliepeilstok en de olievuldop (Figuur 43). Belangrijk: Druk niet op het zachte midden van het filter. 4.
Motorolie verversen 1. 6. Verwijder de olievuldop en giet langzaam ongeveer 80% van de gespecificeerde hoeveelheid olie in het klepdeksel. 7. Controleer het oliepeil. 8. Giet langzaam extra olie bij totdat het oliepeil de bovenste opening op de peilstok bereikt. 9. Plaats de vuldop terug. Start de motor en laat deze 5 minuten lopen. Opmerking: Warme olie kan beter worden afgetapt. 2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. 3.
8. Controleer het oliepeil. 9. Giet langzaam extra olie bij totdat het oliepeil de bovenste opening op de peilstok bereikt. 10. Plaats de vuldop terug. 11. Monteer de voorkap; zie De voorkap verwijderen (bladz. 30). Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Raadpleeg Brandstofveiligheid (bladz.
Brandstoffilterbus en inlinefilter vervangen contact op met een erkende servicedealer voor hulp bij het herstellen van beschadigde brandstofleidingen. Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Het brandstofsysteem ontluchten 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking en laat de laderarmen neer. 2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 3. Open het achterste inspectieluik; zie Inspectieluik aan de achterzijde openen. (bladz. 29). 4.
Onderhoud elektrisch systeem • Om de machine elektrisch op te laden, draait u de accu-ontkoppelingsschakelaar rechtsom naar de stand AAN (Figuur 48). • Om de machine elektrisch te ontladen, draait u de accu-ontkoppelingsschakelaar linksom naar de stand UIT (Figuur 48). Veiligheid van het elektrisch systeem • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool.
Accu verwijderen WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Zorg ervoor dat bij het verwijderen of installeren van de accu de accupolen niet in aanraking komen met metalen onderdelen van de machine. • Voorkom dat metalen gereedschappen kortsluiting veroorzaken tussen de accupolen en metalen onderdelen van de machine. 1.
Accu opladen De accu reinigen Opmerking: Zorg ervoor dat de accuklemmen en WAARSCHUWING de gehele accubehuizing schoon zijn; dit helpt de levensduur van de accu te verlengen. Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 1. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking (indien aanwezig op de machine) en laat de laderarmen neer. 2.
Accu monteren Plaats de accu zoals wordt getoond in Figuur 51. g204572 Figuur 51 WAARSCHUWING Onderhoud van een reserveaccu De accu starten met een startkabel kan gassen produceren die tot ontploffing kunnen komen. De oorspronkelijke accu heeft geen onderhoud nodig. Raadpleeg voor het onderhoud van een reserveaccu de instructies van de fabrikant. Rook niet in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen.
Onderhoud van de zekeringen De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. In Figuur 53 ziet u de zekeringhouder en de locaties van de zekeringen. g033902 Figuur 52 1. Pool voor startkabel 3. Sluit één uiteinde van de plus (+) van de startkabel aan op de pool voor de startkabel (Figuur 52). 4.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Om de 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. g205353 Figuur 54 1. Bout 3. Plaats van zekering Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. 2.
4. Verwijder de borgbout, het afstandsstuk en de moer (Figuur 57). g029756 Figuur 55 Brede rupsband afgebeeld 1. Rupsband 3. Kettingwielaandrijving 2. Voorwiel 4. Wegwiel g257903 Figuur 57 De spanning van de rupsbanden afstellen 1. Borgbout 3. Afstandsstuk 2. Spanschroef 4. Moer 5.
8. in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. Controleer dat het spanblok zich in het groene gedeelte van de sticker bevindt, of 1,3 cm van de achterkant van de spanbuis, voor beide rupsbanden (Figuur 58). Indien nodig instellen. Rupsbanden vervangen Machines met smalle rupsbanden Vervang de rupsbanden als ze erg versleten zijn. 1. Verwijder eventuele aangekoppelde werktuigen. 2.
8. Gebruik een dopsleutel van ½" en verminder de spanning door de spanschroef rechtsom te draaien (Figuur 57 en Figuur 61). g259736 Figuur 63 g258146 12. Stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje. 13. Verwijder de rupsband van het rupsbandframe, de aandrijfspil en dan het voorwiel. 14. Leg de nieuwe rupsband rond het voorwiel en leg hem dan rond de aandrijfspil aan de zijde zonder tandwiel (Figuur 61). 15.
en bevestig de schroef met de borgbout, het afstandsstuk en de moer. 22. Laat de machine neer op de grond. 23. Herhaal de procedure om de andere rupsband te vervangen. 24. Rij de machine naar een horizontaal oppervlak en parkeer de machine daar, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. 25. Controleer of de rupsband 12,7 mm doorbuigt zoals getoond in Figuur 56. Machines met brede rupsbanden g217640 Vervang de rupsbanden als ze erg versleten zijn.
Onderhoud koelsysteem Veiligheid van het koelsysteem • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging veroorzaken; buiten bereik van kinderen en huisdieren houden. Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen. – Laat de motor minstens 15 minuten afkoelen voordat u de radiateurdop verwijdert.
Onderhouden remmen Het koelvloeistofpeil hoort op of boven de markering aan de zijkant van de tank te staan. De parkeerrem testen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks g029314 Figuur 68 1. Expansietank 2. Vol-markering 4. Als het koelvloeistofpeil te laag is, verwijdert u de dop van de expansietank en vult u de tank bij met een oplossing die half uit water, half uit permanente ethyleenglycol-antivries bestaat. Belangrijk: Vul de expansietank niet te vol. 5.
Onderhoud bedieningsysteem Onderhoud hydraulisch systeem De bedieningsorganen afstellen Veiligheid van het hydraulische systeem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voordat de machine wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de NEUTRAALSTAND van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen.
Het peil van de hydraulische vloeistof controleren Specificaties hydraulische vloeistof Inhoud hydraulische tank: 37,9 liter Gebruik slechts 1 van de volgende vloeistoffen in het hydraulische systeem: Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren • Toro Premium transmissie-/hydraulische vloeistof. Vloeistoffen voor algemeen gebruik brengen schade toe aan het hydraulische systeem. Zie Specificaties hydraulische vloeistof (bladz. 50).
g029729 Figuur 71 1. Vulbuis 9. 2. Peilstok Als het peil te laag staat, vult u vloeistof bij tot het correcte peil. 10. Breng de dop van de vulbuis aan. 11. Plaats het zijscherm. 12. Sluit de motorkap. 13. Verwijder de cilindervergrendelingen en bewaar ze. Breng de armen van de lader naar beneden. g205342 Figuur 72 Hydraulisch filter vervangen 5. Neem gemorste vloeistof op. 6. Start de motor en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen.
4. Open de motorkap en zet deze vast met de steunstang. 12. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 5. Verwijder het rechter zijscherm; zie Zijschermen verwijderen (bladz. 29). 13. 6. Verwijder de dop van de hydraulische tank en de peilstok (Figuur 73). Controleer het peil van de hydraulische vloeistof en vul indien nodig de tank bij met vloeistof; raadpleeg Het peil van de hydraulische vloeistof controleren (bladz. 50). 14. Sluit de motorkap. g029729 Figuur 73 1. Vulbuis 7.
Reiniging Het chassis reinigen Vuil verwijderen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer of er aangekoekt vuil op het chassis zit. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Na verloop van tijd zal er vuil aankoeken op het chassis onder de motor. Dit moet worden verwijderd. Open de motorkap en inspecteer regelmatig het gebied onder de motor met behulp van een zaklamp. Als de laag vuil 2,5 tot 5 cm dik is, moet u het chassis schoonmaken.
Stalling Veiligheid tijdens opslag • Zet de motor uit, verwijder de contactsleutel en wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u deze stalt. • U mag de machine of de brandstof niet opslaan in de nabijheid van een open vuur. Stalling 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking en laat de laderarmen neer. 2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 3. Verwijder vuil en roet van de volledige machine.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3. Accu opladen of vervangen. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6.
Probleem De motor start, maar blijft niet lopen. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Draai de dop los. Als de motor wel loopt met de dop los, moet u de dop vervangen. 2. Vuil of water in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Brandstoffilter vervangen. 4.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Meer koelvloeistof nodig. 1. Koelvloeistof controleren en bijvullen. 2. Luchtstroom naar de radiator is belemmerd. 3. Verkeerd oliepeil in het carter. 2. Bij elk gebruik radiateurscherm controleren en reinigen. 3. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 4. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 5. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 6.
Probleem Overmatige zwarte rook uit de uitlaat. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 1. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 2. De luchtfilters zijn vuil. 2. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 3. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3.
Privacyverklaring EEA/VK Toro’s gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.
California Proposition 65 waarschuwing – alleen voor Californië Wat is een waarschuwing? Sommige producten die op de markt zijn bevatten een etiket met een waarschuwing als: WAARSCHUWING: Kanker en schade aan de voortplantingsorganen – www.p65Warnings.ca.gov. Wat is Prop 65? Prop 65 geldt voor elk bedrijf dat actief is in Californië, producten verkoopt in Californië, of producten maakt die kunnen worden verkocht of geïmporteerd in Californië.