Form No. 3370-170 Rev A Dingo® 320-D compacte multifunctionele lader met CE-set 22325 gemonteerd Modelnr.: 22337CP—Serienr.: 311000001 en hoger Modelnr.: 22325 Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
GEVAAR Er kunnen ondergrondse elektriciteitskabels, gasleidingen en/of telefoonlijnen door het werkgebied lopen. Als u deze raakt kan dit een schok of explosie tot gevolg hebben. Zorg dat de ondergrondse kabels en leidingen gemarkeerd worden op de locatie of in het werkgebied en ontwijk de gemarkeerde gebieden. Neem contact op met de plaatselijke markeringsdienst of het betreffende nutsbedrijf om de locatie te laten markeren (bel bijvoorbeeld in Australië 1100 voor de nationale markeringsdienst).
Veiligheid Algemeen overzicht van de machine............................ 14 Bedieningsorganen ............................................. 14 Specificaties........................................................ 17 Werktuigen/Accessoires..................................... 17 Gebruiksaanwijzing.................................................... 18 Brandstoftank vullen .......................................... 18 Water aftappen uit het brandstoffilter ..................
Vóór ingebruikname • Verminder uw snelheid en wees extra voorzichtig op hellingen. Rij op hellingen in de aanbevolen richting. De gazonomstandigheden kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de machine. GEVAAR Er kunnen ondergrondse elektriciteitskabels, gasleidingen en/of telefoonlijnen door het werkgebied lopen. Als u deze raakt kan dit een schok of explosie tot gevolg hebben. • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u op een helling een bocht maakt of van richting verandert.
• Zorg ervoor dat het werktuig niet wordt overbelast, en houd de lading altijd horizontaal als u de armen omhoog brengt. Houtblokken, planken en andere voorwerpen kunnen van de armen van de lader rollen en letsel veroorzaken. • Trek nooit hard aan de bedieningshendels, gebruik een geleidelijke beweging. • Let op het verkeer als u in de buurt van de openbare weg werkt of deze oversteekt. • Raak geen onderdelen aan die tijdens het gebruik heet kunnen worden.
Onderhoud en opslag meteen op. Laat de machine afkoelen voordat u deze opslaat. • Schakel de hulphydrauliek uit, breng het werktuig omlaag, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de machine afstelt, reinigt of repareert. • Verwijder gras en vuil van de werktuigen, de aandrijvingen, de geluiddempers en de motor om brand te voorkomen. Neem gemorste olie of brandstof meteen op.
Geluidsniveau Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 0.1 m/s2. Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau van 101 dBA, met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Onzekerheidswaarde (K) = 0.1 m/s2. De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 20643. Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 6395. Trillingsniveau Gemeten trillingsniveau voor de rechterhand = 0.1 m/s2.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. Raadpleeg het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens om de maximale hellingshoek te bepalen waarbij de machine veilig kan worden gebruikt. Gebruik de hellingsindicator om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine op een helling gaat gebruiken. Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan de maximale hellingshoek die in het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens is aangegeven.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 100-1701 1. Ledematen kunnen bekneld raken – Monteer de vergrendeling van de cilinder en lees de instructies voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2.
0-1702 1. Waarschuwing - lees de Gebruikershandleiding; maximaal draagvermogen van 234 kg. 100-8822 1. Waarschuwing – Het is niet toegestaan passagiers te vervoeren. 100-1703 1. Toerentalschakelaar 98-8235 3. Langzaam 1. Snel 2. Tractie-aandrijving 100-1704 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Start de motor. 2. Schakel de hulphydraulica in Neutraal. 93-7814 98-8219 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 3. Langzaam 1. Snel 2.
98-4387 1. Waarschuwing - Draag gehoorbescherming. 106–5976 1. Motorkoelvloeistof onder druk 3. Waarschuwing - Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Explosiegevaar – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 98-3555 1. Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren aan de accu. 2. Bevat lood; niet weggooien. 3. Risico van explosie – Draag oogbescherming. 4.
Montage 3 1 Accu monteren De klephendel plaatsen Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Klephendel toerentalschakelaar Onderhoudsvrije accu Procedure De tractie-eenheid wordt geleverd zonder accu. Uw verdeler levert een onderhoudsvrije accu bij het product. Procedure 1. Verwijder de moer waarmee de bout en de borgring aan de toerentalhendel zijn bevestigd. Gooi de moer weg. 2. Bevestig de hendel aan de toerentalschakelaar met de bout en de borgring.
WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. 4. Zodra de accu volledig is opgeladen, haalt u de acculader uit het stopcontact en maakt u vervolgens de oplaadkabels los van de accuklemmen. 5. Plaats de accu op het platform (Figuur 5). 6. Bevestig de accu in het chassis met de stangen en moeren die u eerder verwijderd hebt (Figuur 5). 7.
Algemeen overzicht van de machine 5 15 14 17 20 4 19 6 3 14 13 22 8 4 12 18 11 2 21 16 7 9 1 G005939 10 18 Figuur 6 1. Montageplaat 7. Wiel 13. Schakelbord 19. Parkeerremhendel 2. Kantelcilinder 8. Hefcilinder 14. Hijspunten 20. Radiateurvuldop 3. Hydraulische hulpkoppelingen 15. Handgreep 9. Bestuurdersplatform (afneembaar contragewicht niet afgebeeld) 4. Armen van de lader 10. Inspectieluik achterzijde (open) 16. Accu 5. Voorste inspectieluik 11. Motor 17.
te rijden beweegt u de tractiebedieninghendels naar achteren. • Om recht te rijden beweegt u de beide tractiebedieninghendels gelijk. • Om te keren beweegt u de hendel aan de kant waar u naartoe wilt draaien achteruit naar de neutraalstand terwijl u de andere hendel ingeschakeld houdt. Opmerking: Hoe verder u de rijhendels beweegt (in beide richtingen), des te sneller zal de tractie-eenheid in de gewenste richting rijden.
• Beweeg de stroomverdeelregelaar tussen de 12- en de 9-uurstand om de hydraulica van de tractie-eenheid te vertragen en de snelheid fijn af te stellen. op lage snelheid te schakelen en de hulphydraulica op hoge snelheid. Urenteller Gebruik een instelling in deze zone bij hydraulische werktuigen waarbij u zowel het werktuig gebruikt als de hydraulica van de tractie-eenheid bedient (grondboor, booreenheid, hydraulisch mes en grondfrees).
terwijl de motor loopt, is de motoroliedruk te laag. Zet de motor af en laat de tractie-eenheid afkoelen. Controleer het oliepeil en vul het carter indien nodig met olie. Als het probleem niet opgelost is, neem dan contact op met uw erkende Toro-verdeler voor een diagnose en herstelling. Figuur 11 1. Oliedruklampje 3. Motortemperatuurlampje 2. Acculampje 4. Lampje gloeibougies • Acculampje Dit lampje gaat enkele seconden branden telkens als u de motor start.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Belangrijk: Controleer voordat u de machine gaat gebruiken het peil van de brandstof, olie en koelvloeistof; verwijder vuil uit de tractie-eenheid; test de parkeerrem en controleer de bandendruk. Zorg ervoor dat het werkgebied vrij is van mensen en van vuil. U moet ook de locaties van alle elektriciteitsen gasleidingen kennen en gemarkeerd hebben.
9. Giet langzaam niet meer dan de aanbevolen hoeveelheid olie (dieselmotorolie met onderhoudsclassificatie van het American Petroleum Institute van CH-4, CI-4 of hoger; raadpleeg De motorolie vervangen in het hoofdstuk Onderhoud) in het klepdeksel om het peil tot de bovenste markering op de peilstok te brengen. 3. Draai het aftapventiel tot het water uit het filter loopt (Figuur 12). Opmerking: Het brandstoffilter bevindt zich bij de onderkant van de brandstoftank.
4. Als het peil te laag is, giet dan koelvloeistof bij tot de onderkant van de vulbuis. 1. Verwijder het werktuig, indien er een is gemonteerd. 2. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, breng de armen van de lader omhoog en schakel de cilindervergrendeling in. 3. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. 4. Verwijder het voorste inspectieluik. 5. Reinig de omgeving van de vulbuis van de hydraulische tank (Figuur 15). 6.
deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden. 3. Beweeg de tractieaandrijfhendels langzaam vooruit of achteruit. 4. Als de tractie-eenheid beweegt, neem dan contact op met uw erkende Toro-verdeler voor onderhoud. 6. Zet de gashendel in de gewenste stand. Belangrijk: Als de motor op volle toeren draait terwijl het hydraulische systeem koud is (bijvoorbeeld als de omgevingstemperatuur rond of onder het vriespunt is), kan er schade aan het hydraulische systeem ontstaan.
3. Laat de armen van de lader neer tot op de grond. 4. Draai het contactsleuteltje op Uit. 5. Sleep de tractie-eenheid indien nodig. Belangrijk: Rijd niet sneller dan 5 km per uur als u de machine sleept. Opmerking: Als de motor zwaar belast is geweest of heet is, moet u deze nog een minuut laten draaien voordat u het contactsleuteltje naar Uit draait. De motor kan dan afkoelen voordat deze wordt afgezet. In een noodgeval kan de motor direct worden afgezet. 5. Verwijder het sleuteltje. 6.
3. Zet de motor af. 4. Verwijder de gaffelpen en de R-pen waarmee de cilindervergrendelingen bevestigd zijn. 5. Verwijder de cilindervergrendelingen. 6. Breng de armen van de lader omlaag. 7. Breng de cilindervergrendelingen aan over de hydraulische slangen en bevestig ze met de gaffelpennen en R-pennen (Figuur 20). Figuur 21 1. Bevestigingsplaat 2. Ontvangerplaat 5. Breng de armen van de lader omhoog terwijl u tegelijkertijd de bevestigingsplaat naar achteren kantelt.
Hydraulische slangen aansluiten Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, moet u de hydraulische slangen als volgt aansluiten: 1. Zet de motor af. 2. Beweeg de hendel voor de hulphydrauliek naar voren, naar achteren en terug in de neutraalstand om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen. 3. Beweeg de hulphydrauliekhendel naar voren in de palstand. 4. Verwijder de beschermplaten van de hydraulische koppelingen op de machine. 5.
7. Druk de vrouwelijke aansluiting van het werktuig in de mannelijke aansluiting op de machine. 8. Trek aan de slangen om te controleren of de aansluiting betrouwbaar is. 9. Zet de hendel van de hulphydrauliek in de neutraalstand. beneden op de gewenste hoogte. U kunt de steun nog verder afstellen door de moer waarmee het steunstuk aan de afstelplaat is bevestigd los te zetten en de plaat naar boven of naar beneden te bewegen. Draai alle bevestigingen goed vast als u klaar bent.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 68 Nm. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. Bij elk gebruik of dagelijks • • • • • • • • Water aftappen uit het brandstoffilter. Motoroliepeil controleren.
Procedures voorafgaande aan onderhoud De inspectieluiken openen Het voorste inspectieluik verwijderen. 1. Breng de laadarmen omhoog en breng de cilindervergrendelingen aan. Opmerking: Als u het voorste inspectieluik moet verwijderen zonder de laadarmen omhoog te brengen, wees dan uiterst voorzichtig om het deksel en de hydraulische slangen niet te beschadigen terwijl u het deksel van onder de armen haalt. Figuur 25 1. Inspectieluik achterzijde 3. Bout (greep niet getoond) 2. Borglippen 2.
Smering Onderhoud motor De tractie-eenheid smeren Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Voorfilter: Vervang om de 200 bedrijfsuren of vaker in stoffige omstandigheden. Smeer alle scharnierpunten om de 8 bedrijfsuren en onmiddellijk na elke reinigingsbeurt. Veiligheidsfilter: vervang om de 600 bedrijfsuren. Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden.
Belangrijk: Probeer nooit een veiligheidsfilter te reinigen. Als het veiligheidsfilter vuil is, betekent dit dat het voorfilter is beschadigd, en moet u beide filters vervangen. 8. Inspecteer een nieuw filter op beschadiging door een felle lichtbron op de buitenkant van het filter te richten en er doorheen te kijken. Gaten in het filter zijn herkenbaar als lichte plekken. Controleer het filter op scheuren, een vettig oppervlak of beschadiging van de rubberen afdichting.
9. Vul de motor met nieuwe olie van het juiste type via de middelste opening van het filter. Houd op met vullen als de olie de onderkant van de schroefdraad bereikt. Onderhoud brandstofsysteem 10. Wacht een of twee minuten zodat het filtermateriaal de olie kan opnemen en giet daarna de overtollige olie af. Brandstoffilter vervangen 11. Smeer een dun laagje schone olie op de rubberen pakking van het nieuwe filter (Figuur 30). Vervang het brandstoffilter jaarlijks.
Brandstof aftappen uit de brandstoftank • Een nieuwe tractie-eenheid of een opgeslagen eenheid voor de eerste keer (terug) starten. • Nadat de motor is gestopt omdat de brandstof op was. GEVAAR • Nadat er onderhoud is uitgevoerd aan componenten van het brandstofsysteem. In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
9. Sluit het inspectieluik aan de achterzijde. Onderhoud elektrisch systeem 10. Open de brandstofklep in de slang onderaan de brandstoftank, zoals getoond in Figuur 33. Onderhoud van de accu 8. Schuif de slangklem dicht op het filter om de brandstofslang vast te zetten. Opmerking: Omdat de tank nu toch leeg is, is dit een uitstekend moment om het brandstoffilter te vervangen. Belangrijk: De accu die bij uw product gelverd werd, is een onderhoudsvrije accu.
WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit. 2 3 1 G003794 Figuur 35 1. Vuldoppen 3.
Onderhoud hydraulisch systeem 3. Laad de accu 10 tot 15 minuten op bij 25 tot 30 A of 30 minuten bij 4–6 A (Figuur 36). De accu niet te ver opladen. Hydraulisch filter vervangen 4 2 Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren 3 Om de 400 bedrijfsuren 1 Belangrijk: Gebruik ter vervanging geen filter voor motorolie omdat dit ernstige schade aan het hydraulische systeem kan veroorzaken. Vervang het hydraulische filter na de eerste 8 bedrijfsuren en daarna om de 400 bedrijfsuren. G003792 1.
9. Plaats het voorste inspectieluik. WAARSCHUWING 10. Verwijder de cilindervergrendelingen en bewaar ze. Breng de armen van de lader naar beneden. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.
Stalling 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en roet van de buitenkant van de gehele machine, met name van de motor. Veeg vuil en kaf van de radiateur. Belangrijk: U kunt de tractie-eenheid wassen met een mild reinigingsmiddel en water. Was de tractie-eenheid nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, de motor, de hydraulische pompen en de accu. 3.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan De motor draait, maar start niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 5. Een beschadigde startmotor of startmotorsolenoïde. 6. Inwendige motoronderdelen vastgelopen. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3.
Probleem De motor start, maar blijft niet lopen. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Draai de dop los. Als de motor wel loopt met de dop los, moet u de dop vervangen. 2. Vuil of water in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Brandstoffilter vervangen. 4.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Meer koelvloeistof nodig. 1. Koelvloeistof controleren en bijvullen. 2. Luchtstroom naar de radiateur is belemmerd. 3. Verkeerd oliepeil in het carter. 2. Bij elk gebruik radiateurscherm controleren en reinigen. 3. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de Vol-markering bereikt. 4. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 5. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 6.
Probleem Overmatige witte rook uit de uitlaat. Mogelijke oorzaak 1. Het sleuteltje is naar de stand Start gedraaid voordat het lampje van de gloeibougies uit was. 1. Draai het sleuteltje naar de stand Lopen en laat het lampje van de gloeibougies uitgaan voordat u de motor start. 2. De temperatuur van de motor is te laag. 3. De gloeibougies werken niet. 2. Thermostaat controleren. 3. Controleer de zekering, de gloeibougies en de bedrading. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 43
Toro garantie voor Compact Utility Equipment 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Toro en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Compact Utility Equipment (hierna: het 'product') vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.