Form No. 3364-921 Rev B TX 525 Compacte multifunctionele lader Modelnr.: 22323—Serienr.: 310000001 en hoger Modelnr.: 22324—Serienr.: 310000001 en hoger G004222 Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. U kunt rechtstreeks contact opnemen met Toro via www.Toro.com voor informatie over producten en accessoires, om een dealer te vinden of om uw product te registreren.
Belangrijk attendeert u op bijzondere technische informatie en Opmerking duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient. Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider.......................................................... 33 Brandstoffilterbus en inlinefilter vervangen....................................................... 33 Brandstof aftappen uit de brandstoftank ............. 34 Onderhoud elektrisch systeem ................................ 34 Onderhoud van de accu................
Veiligheid veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool ( ) te letten, dat betekent: Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
• • • • • • • • • • • • • • • • • uit, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af voordat u de bestuurderspositie om welke reden ook verlaat. Houd uw handen en voeten uit de buurt van bewegende werktuigen. Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is. Vervoer geen passagiers en zorg ervoor dat huisdieren en omstanders uit de buurt blijven. Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt.
• Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, en dergelijke uit het werkgebied. Let op kuilen, voren of bulten, omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
• • • • • – Vul een vat nooit als dit zich in een voertuig, achterbak of laadbak van een vrachtauto bevindt, maar zet dit eerst op de grond. – Zorg ervoor dat de vulpijp tijdens het vullen voortdurend in contact met de tank is. Als u een voorwerp raakt, moet u stoppen en de machine controleren. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt. Gebruik altijd originele Toro-onderdelen zodat de originele standaarden worden gehandhaafd.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat de aanbevolen maximale hellingshoek voor de tractie-eenheid in de aangegeven standen. Als de hellinghoek groter is dan de vermelde hellinghoek, kan de machine instabiel worden. Bij de gegevens in de tabel wordt ervan uitgegaan dat de armen van de lader volledig omlaag zijn. Als de armen van de lader omhoog staan, kan dit de stabiliteit beïnvloeden. De gebruikershandleiding van elk werktuig vermeldt drie stabiliteitswaarden, één per hellingshoek.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. Raadpleeg het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens om de maximale hellingshoek te bepalen waarbij de machine veilig kan worden gebruikt. Gebruik de hellingsindicator om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine op een helling gaat gebruiken. Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan de maximale hellingshoek die in het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens is aangegeven.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-6686 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. 100-8822 1. Waarschuwing – Het is niet toegestaan passagiers te vervoeren. 93-7814 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 114-9600 1.
5-4856 1. Waarschuwing - lees de Gebruikershandleiding; maximaal draagvermogen van 228 kg; geen passagiers. 115-4861 1. Hulphydrauliek 2. Vergrendeld achteruit (uitsparing) 3. Vooruit 4. Neutraal (uit) 115-4857 1. Breng de armen van de lader omlaag. 2. Bak leegstorten. 4. Bak ophalen. 5. Bak boven de grond laten zweven. 115-4862 3. Laadarmen omhoog. 1. Laadvergrendeling open 2. Laadvergrendeling gesloten 115-4858 1. Handen of voeten kunnen bekneld raken - monteer de vergrendeling van de cilinder.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
115-0790 117–9905 1. Locatie Gebruikershandleiding 6. Brandstofmeter - diesel 11. Snel 2. Motor - Starten 7. Oliedruk motor 12. Continu snelheidsregeling 3. Motor - Lopen 4. Motor - Afzetten 8. Accu 9. Motortemperatuur 13. Langzaam 14. Waarschuwing – Gebruik deze machine uitsluitend als u hiervoor instructie hebt ontvangen. 15. Gevaar voor elektrische schok, bovengrondse elektrische leidingen – Blijf uit de buurt van bovengrondse elektrische leidingen. 5. Urenteller 10. Gloeibougies 13 16.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 5) voordat u de motor start en de machine gebruikt. 1 2 3 4 5 9 g013016 6 10 7 11 8 12 Figuur 5 1. Hendel voor hulphydrauliek 2. Contactschakelaar 3. Urenteller 4. Brandstofmeter 5. Indicatielampjes en schakelaar gloeibougies 6. Gashendel 7. Hefhendel laadarm/werktuig 8. Parkeerremhendel 9. Tractiebediening 10. Referentiebalk 11.
Tractiebediening G008131 Figuur 9 Figuur 6 • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 10). 1. Referentiebalk (beweegt niet en biedt daardoor een referentiepunt en een vaste handgreep die u kunt vasthouden tijdens het bedienen van de tractie-eenheid) 2. Tractiebediening (beweegt zodat u de machine kunt bedienen) • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel naar voren (Figuur 7). G008132 Figuur 10 • Om te stoppen, laat u de tractiebediening los (Figuur 6).
Aanslagstang van de bediening van de lader De aanslagstang van de bediening van de lader helpt uw hand stabiliseren terwijl u de hendel voor de laadarm/het werktuig bedient. Hendel voor hulphydrauliek Om een hydraulisch werktuig vooruit te bedienen, draait u de hendel voor hulphydrauliek naar achteren en trekt u deze omlaag naar de referentiebalk (Figuur 13, nummer 1). Figuur 11 1. Armen van de lader omlaag brengen. 2. Armen van de lader omhoog brengen. 3. Werktuig naar achteren kantelen 4.
Lampje temperatuur motorkoelvloeistof Als de koelvloeistof van de motor te heet wordt, gaat dit lampje branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. Als dit gebeurt, zet dan de motor af en laat de tractie-eenheid afkoelen. Controleer het peil van de koelvloeistof als de motor volledig is afgekoeld. Figuur 14 Lampje gloeibougies Dit lampje brandt als de gloeibougies zijn opgeladen en de motor opwarmen. Om de rem vrij te zetten, duwt u de hendel naar voren en dan naar rechts in de inkeping.
Werktuigen/Accessoires Gebruiksaanwijzing Een breed assortiment van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden ervan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met uw Erkende Toro-dealer of distributeur, of ga naar www.Toro.com voor een lijst met alle goedgekeurde en accessoires. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
ultralaag zwavelgehalte hebben. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Her deel biodiesel van de brandstof moet voldoen aan de specificatie ASTM D6751 of EN 14214. • Het dieselmengsel moet beantwoorden aan ASTM D975 of EN 590.
Het peil van de hydraulische vloeistof controleren 2. Vul de tank met dieselbrandstof tot ongeveer 25 mm vanaf de bovenkant van de tank (niet de onderkant van de vulbuis). 3. Plaats de dop van de brandstoftank terug. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren Inhoud van hydraulische tank: 45,4 liter Het motoroliepeil controleren Gebruik 10W-30 of 15W-40 reinigingsolie voor diesel (met API-onderhoudsclassificatie CH-4 of hoger). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1.
GEVAAR Een draaiende as en ventilator kunnen letsel veroorzaken. • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst. • Houd vingers, handen en kleding uit de buurt van een draaiende ventilator en aandrijfas. • Zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 1. Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank (Figuur 20). Figuur 19 1. Vulbuis Het koelvloeistofpeil hoort op of boven de markering aan de zijkant van de tank te staan. 2.
E. Giet koelvloeistof in de vulbuis tot de vloeistof er bij het bovenste ontluchtingsventiel uitloopt (Figuur 21). F. Sluit het bovenste ontluchtingsventiel (Figuur 21). G. Giet koelvloeistof in de vulbuis tot het vloeistofpeil in de vulbuis staat (Figuur 21). H. Plaats de dop van de koelvloeistoftank terug (Figuur 21). I. Vul koelvloeistof bij in de expansietank totdat het vloeistofpeil de Vol-streep op de zijkant van de tank bereikt (Figuur 21). 3. Plaats de dop van de expansietank terug.
5. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start. Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. 1. Zorg ervoor dat de brandstoftank minstens half vol is. 2. Open de motorkap. Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 10 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 30 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden. 3. Draai de ontluchtschroef op de brandstofinjectiepomp open (Figuur 22). 6.
Een niet-werkende machine verplaatsen 2. Breng de armen van de lader volledig omhoog. 3. Zet de motor af. 4. Verwijder de lynchpen waarmee de cilindervergrendeling aan de arm van de lader is bevestigd (Figuur 24). Belangrijk: U mag de machine niet slepen of trekken zonder dat u eerst de sleepkleppen hebt geopend, omdat anders het hydraulische systeem wordt beschadigd. 1. Zet de motor af. 2. Open het inspectieluik aan de achterzijde. 3.
6. Zet de motor af. 7. Zet de snelkoppelingspennen vast en zorg ervoor dat deze volledig in de bevestigingsplaten zitten (Figuur 26). informatie voor het gebruik van het werktuig in combinatie met andere modellen tractie-eenheden, bijvoorbeeld instellingen voor de stromingsverdeler en rijsnelheidshendel en het gebruik van een contragewicht op de tractie-eenheid. Deze systemen zijn in de TX ingebouwd en referenties naar deze systemen kunt u negeren.
Een werktuig verwijderen om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen. 1. Laat het werktuig neer op de grond. 3. Zet de hulphydrauliekhendel in de achteruitstand. 2. Zet de motor af. 4. Verwijder de beschermplaten van de hydraulische koppelingen op de machine. 3. Maak de snelkoppelingspennen los door deze naar buiten te draaien. 5. Zorg ervoor dat alle ongerechtigheden zijn verwijderd van de hydraulische aansluitingen. 4.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks Om de 25 bedrijfsuren • • • • • • • Motoroliepeil controleren.
Belangrijk: Zie de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud De motorkap sluiten 1.
Inspectieluik aan de achterzijde openen. Zijschermen verwijderen 1. Schroef de 2 handknoppen los waarmee het inspectieluik aan de machine is bevestigd (Figuur 29). 2. Schuif de zijschermen (Figuur 30) omhoog en uit de sleuven in het voorscherm en het frame. 1. Open de motorkap. Figuur 29 1. Handknop 2. Kantel het inspectieluik omlaag en verwijder het om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 29). Figuur 30 1. Zijscherm Inspectieluik aan de achterzijde sluiten. Zijschermen monteren 1.
Smering Onderhoud motor De tractie-eenheid smeren Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. Om de 25 bedrijfsuren—Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. Om de 600 bedrijfsuren—Vervang het veiligheidsfilter Type smeermiddel: Universeel smeervet. 1.
Motoroliepeil controleren 5. Knijp in de zijkanten van de stofkap om deze te openen en sla het stof eruit. 6. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met perslucht. 7. Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. • Als de indicator niet rood is, reinig dan het vuil van de deksel en plaats het deksel terug. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Ververs de motorolie en vervang het filter. Om de 100 bedrijfsuren—De motorolie verversen. Om de 200 bedrijfsuren—Vervang het oliefilter.
4. Verwijder de aftapplug (Figuur 35). Figuur 36 Figuur 35 1. Oliefilter 1. Aftapplug carterolie 4. Vul de motor met nieuwe olie van het juiste type via de middelste opening van het filter. Houd op met vullen als de olie de onderkant van de schroefdraad bereikt. 5. Als alle olie is afgetapt, kunt u de aftapplug weer terugplaatsen. Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een erkend recyclingcentrum. 5.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank bij met brandstof tot maximaal 6 mm tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.
8. Schuif de slangen over het uiteinde van een nieuw filter (Figuur 37) en zorg ervoor dat de pijl op het filter in dezelfde richting wijst als de pijl op het oude filter. Onderhoud elektrisch systeem 9. Bevestig de slangen met de slangklemmen. Onderhoud van de accu Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer het peil van het accuzuur (alleen vervangende accu).
corrosie en beschadiging van het chassis veroorzaken. 5. Wacht na het bijvullen van de accucellen vijf tot tien minuten. Vul indien nodig gedestilleerd water bij totdat het zuurpeil de Bovenste streep (Figuur 38) op de accubehuizing bereikt. 2 3 6. Plaats de vuldoppen op de accu. Accu opladen 1 G003794 WAARSCHUWING Figuur 38 1. Vuldoppen 2. Bovenste streep 3. Onderste streep Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen.
Onderhoud van de zekeringen De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. In Figuur 40 zit u het zekeringenblok en de locaties van de zekeringen. Figuur 41 1. Lipje op steunstang 2. Bevestigingsbeugel bovenzijde 3. Steunstang 4. Bevestigingsbeugel onderzijde 5. R-pen 4.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Figuur 43 Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. 1. Rupsband 2. Kettingwielaandrijving Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de rupsbanden op overmatige slijtage (vervang de rupsbanden als deze versleten zijn). 3. Wegwielen 4.
Figuur 45 1. Borgbout 2. Spanschroef 3. Spanbuis 4. Spanwiel Figuur 46 4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch (Figuur 46) en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 44) 7 cm is. 1. 2. 3. 4. 5. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figuur 45). Rupsband Dopsleutel 1/2 inch Spanwiel Vorkbuis 5. 6. 7. 8.
Rupsbanden vervangen (model 22324) 11. Plaats de grote ringen op de wielen (bovenop het vet). Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Breng de betreffende zijde omhoog of ondersteun deze zodat de rupsband 7,6 tot 10 cm van de grond is. 3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 45). 4.
Onderhoud koelsysteem Onderhoud van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de radiateur Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de slangen van het koelsysteem. Jaarlijks—Motorkoelvloeistof verversen (alleen erkende servicedealer). Figuur 49 1. Wegwiel 2. Pakking 3. Bout 4. Wegwieldop 5. Snapring 6. Breng smeervet aan onder de dop GEVAAR Wanneer de motor heeft gelopen, kan er onder druk staande hete koelvloeistof ontsnappen. Dit kan brandwonden veroorzaken. 4.
Radiateurscherm reinigen Onderhoud riemen Controleer en reinig voor elk gebruik het radiateurscherm. Dit bevindt zich achter de grille aan de voorzijde van de tractie-eenheid. Verwijder aangekoekt gras of ander vuil met perslucht van het radiateurscherm. Conditie van de hydraulische pompriem controleren Onderhoudsinterval: Jaarlijks Motorkoelvloeistof verversen Controleer jaarlijks de conditie van de hydraulische pompriem (Figuur 50).
Onderhoud bedieningsysteem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de neutraalstand van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen. Figuur 52 1. Tractiebediening Belangrijk: Voer alle procedures volledig en in de juiste volgorde uit om de bedieningsorganen correct af te stellen. 2. Bout en moer 5.
De sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit afstellen. Als de tractie-eenheid niet recht rijdt als u de tractiebediening tegen de referentiebalk houdt, moet u de volgende procedure uitvoeren: 1. Rijd met de tractie-eenheid terwijl u de tractiebediening tegen de referentiebalk duwt en kijk in welke richting de tractie-eenheid afwijkt. 2. Laat de tractiebediening los. 3.
Onderhoud hydraulisch systeem WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.
11. Zet de motor af. 12. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof, indien nodig bijvullen. Raadpleeg Het peil van de hydraulische vloeistof controleren. 13. Sluit de motorkap. Hydraulische leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën.
Reiniging Stalling Vuil verwijderen van de tractie-eenheid 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en roet van de volledige tractie-eenheid. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Belangrijk: U kunt de tractie-eenheid wassen met een mild reinigingsmiddel en water. Was de tractie-eenheid nooit met een hogedrukreiniger.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan De motor draait, maar start niet. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 5. Een beschadigde startmotor of startmotorsolenoïde. 6. Inwendige motoronderdelen vastgelopen. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3.
Probleem De motor loopt, maar klopt of hapert. Mogelijke oorzaak 6. Het scherm van de vonkenvanger is verstopt. 7. De brandstofpomp is beschadigd. 6. Scherm van de vonkenvanger reinigen of vervangen. 7. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Vuil, water, oude of verkeerde brandstof in het brandstofsysteem. 1. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 2. De motor raakt oververhit. 3. Er zit lucht in de brandstof. 2.
Probleem Overmatige zwarte rook uit de uitlaat. Mogelijke oorzaak 1. Machine is te zwaar belast. 1. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 2. De luchtfilters zijn vuil. 6. De injectiespuitmonden zijn beschadigd. 2. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 3. Brandstofsysteem aftappen en opnieuw vullen met de juiste brandstof. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1.
Schema's G007388 Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Toro garantie voor Compact Utility Equipment CUE-producten 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Toro en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Compact Utility Equipment (hierna: het 'product') vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.