Form No. 3403-181 Rev B TX 525 compacte werktuigdrager Modelnr.: 22323—Serienr.: 315000001 en hoger Modelnr.: 22323G—Serienr.: 315000001 en hoger Modelnr.: 22324—Serienr.: 315000001 en hoger G004222 Registreer uw product op www.Toro.com.
en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. U kunt op www.Toro.com rechtstreeks contact met Toro opnemen om trainingsmaterialen en informatie over productveiligheid en accessoires te verkrijgen, een verkoper te vinden of uw product te registreren.
Onderhoud aandrijfsysteem ........................................38 Onderhoud van de rupsbanden ................................38 Onderhoud koelsysteem .............................................41 Onderhoud van het koelsysteem...............................41 Onderhoud riemen ....................................................42 Conditie van de hydraulische pompriem controleren ........................................................
Veiligheid Voorbereiding GEVAAR Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het te letten, dat betekent: veiligheidssymbool Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
• Zorg ervoor dat u de tractie-eenheid alleen gebruikt in • Verander nooit de stand van de toerenregelaar van de • • • • • • • • • • • • • • • • • • motor en laat de motor niet te snel draaien. Stop de machine op een horizontaal oppervlak, breng de werktuigen omlaag, schakel de hulphydrauliek uit, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en neem het sleuteltje uit het contact voordat u de bestuurderspositie om welke reden ook verlaat.
• • • • • • gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd. Ga op een helling altijd langzaam en behoedzaam te werk. Verander niet plotseling de snelheid of de rijrichting van de machine. Niet starten of stoppen op een helling. Als de tractie-eenheid grip verliest, rijd de helling dan langzaam in een rechte lijn af. Maak geen bochten op een helling.
Geluidsdruk niveau Deze machine oefent een geluidsdruk van 93 dBA uit op het gehoor van de bestuurder, met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN 11201. Geluidsniveau Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau van 101 dBA, met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 6395.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat de aanbevolen maximale hellingshoek voor de tractie-eenheid in de aangegeven standen. Als de hellingshoek groter is dan de vermelde hellingshoek, kan de machine instabiel worden. Bij de gegevens in de tabel wordt ervan uitgegaan dat de armen van de lader volledig omlaag zijn. Als de armen van de lader omhoog staan, kan dit de stabiliteit beïnvloeden. De gebruikershandleiding van elk werktuig vermeldt 3 stabiliteitswaarden, één per hellingshoek.
Hellingsindicator G011841 g011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. Raadpleeg het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens om de maximale hellingshoek te bepalen waarbij de machine veilig kan worden gebruikt. Gebruik de hellingsindicator om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine op een helling gaat gebruiken. Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan de maximale hellingshoek die in het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens is aangegeven.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal100-8821 decal93-6686 100-8821 93-6686 1. Ledematen kunnen bekneld raken en handen worden gesneden – Blijf op een veilige afstand van de voorzijde van de machine als de armen van de lader zijn opgeheven. 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding.
decal115-4861 115-4861 decal115-4857 115-4857 1. Laat de armen van de lader neer. 2. Emmer leegstorten. 4. De emmer ophalen. 1. Hulphydrauliek 3. Vooruit 2. Vergrendeld achteruit (uitsparing) 4. Neutraal (uit) 5. Bak boven de grond laten zweven. 3. Hef de armen van de lader op. decal115-4865 115-4865 decal115-4862 1. Motorkoelvloeistof 115-4862 2. Lees de Gebruikershandleiding. 1. Vergrendeling van klep van lader – niet vergrendeld 2.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. decal106-6755 106-6755 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Explosiegevaar – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 1. Explosiegevaar 2. Geen vonken of vuur en niet roken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6.
decal117-1807 117-1807 decal117-9905 117-9905 1. Locatie Gebruikershandleiding 6. Brandstofmeter – diesel 11. SNEL 16. Machine kan kantelen – rijd de tractie-eenheid met de zware kant eerst heuvelop; vervoer ladingen laag op de machine; de bedieningsorganen nooit abrupt bewegen; zorg voor een soepele, gelijkmatige beweging. 2. Motor – Starten 7. Oliedruk motor 12. Continu snelheidsregeling 17.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 5) voordat u de motor start en de machine gebruikt. 1 2 3 4 5 9 g013016 6 10 7 11 8 12 g013016 Figuur 5 g004223 1. Hendel voor hulphydrauliek 7. Hefhendel laadarm/werktuig 2. Contactschakelaar 3. Urenteller 8. Parkeerremhendel 9. Tractiebediening 4. Brandstofmeter 5. Indicatielampjes en schakelaar gloeibougies 10. Referentiebalk 11.
Tractiebediening G008131 g008131 Figuur 9 g008128 Figuur 6 • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 10). 1. Referentiebalk (beweegt niet en biedt daardoor een referentiepunt en een vaste handgreep die u kunt vasthouden tijdens het bedienen van de tractie-eenheid) 2. Tractiebediening (beweegt zodat u de machine kunt bedienen) • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel naar voren (Figuur 7).
Referentiestang van laderbediening De referentiestang van de bediening van de lader helpt uw hand stabiliseren terwijl u de hendel voor de laderarm/werktuigkanteling bedient. Hendel voor hulphydrauliek Om een hydraulisch werktuig vooruit te bedienen, draait u de hendel voor hulphydrauliek naar achteren en trekt u deze omlaag naar de referentiestang (Figuur 13, nummer 1).
Brandstofmeter Urenteller De brandstofmeter geeft aan hoeveel brandstof er in de tank zit. De urenteller geeft het aantal uren weer dat de machine in bedrijf is geweest. Lampje van motoroliedruk Specificaties Als de motoroliedruk te laag wordt, gaat dit lampje branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. Als dit gebeurt, zet de motor dan onmiddellijk af en controleer de olie. Als het oliepeil laag is, vul dan olie bij en/of controleer op mogelijke lekkage.
Gebruiksaanwijzing • Het dieselmengsel moet voldoen aan de vereisten van Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. • Gelakte oppervlakken kunnen worden beschadigd door Belangrijk: Controleer voordat u de tractie-eenheid bedient het brandstof- en oliepeil en verwijder vuil. Zorg ervoor dat het werkgebied vrij is van mensen en van vuil. U moet ook de locaties van alle elektriciteits- en gasleidingen kennen en gemarkeerd hebben.
2. Vul de tank met dieselbrandstof tot ongeveer 25 mm vanaf de bovenkant van de tank (niet de onderkant van de vulbuis). GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. 3. Breng de dop van de brandstoftank aan.
11. Sluit de motorkap. Het peil van de hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren Capaciteit hydraulische tank: 45 liter Raadpleeg Hydraulische vloeistof verversen (bladz. 45) voor informatie over de hydraulische vloeistof. Belangrijk: Gebruik altijd de juiste hydraulische vloeistof. Vloeistoffen voor algemeen gebruik brengen schade toe aan het hydraulische systeem. 1. Verwijder het werktuig, indien er een is gemonteerd; zie Een werktuig verwijderen (bladz. 25).
GEVAAR Een draaiende as en ventilator kunnen letsel veroorzaken. • Gebruik de machine nooit zonder dat de kappen zijn geplaatst. • Houd vingers, handen en kleding uit de buurt van een draaiende ventilator en aandrijfas. • Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, breng de armen van de lader omlaag, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden verricht. g004230 Figuur 21 1.
5. Zet de ontluchtschroef weer vast en draai het sleuteltje op UIT. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. Opmerking: Normaal gesproken zal de motor na bovenstaande ontluchtingsprocedure starten. Indien de motor echter niet start, kan er lucht tussen de injectiepomp en de injectors zitten. Neem contact op met een erkende servicedealer.
motor kan dan afkoelen voordat deze wordt afgezet. In een noodgeval kunt u de motor onmiddellijk afzetten. 5. Als de tractie-eenheid is gerepareerd, sluit dan de sleepkleppen voordat u de machine bedient. Cilindervergrendeling gebruiken De machine stoppen Om de tractie-eenheid te stoppen, laat u de tractiebediening los, zet u de gashendel op Langzaam (schildpad), brengt u de armen van de lader omlaag tot op de grond en zet u de motor af. Stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje.
1. Start de motor. 2. Breng de armen van de lader volledig omhoog. 3. Zet de motor af. 4. Verwijder de lynchpen waarmee de cilindervergrendeling is bevestigd. 5. Draai de cilindervergrendeling omhoog op de arm van de lader en bevestig deze met de lynchpen. 6. Breng de armen van de lader omlaag. g003710 Figuur 25 Werktuigen gebruiken 1.
VOORZICHTIG Hydraulische koppelingen, hydraulische leidingen/kleppen en hydraulische vloeistof kunnen heet zijn. U kunt zich verbranden als u hete onderdelen aanraakt. • Draag handschoenen als u werkt aan de hydraulische koppelingen. • Laat de machine afkoelen voordat u de hydraulische onderdelen aanraakt. • Zorg ervoor dat u niet in aanraking komt met gemorste hydraulische vloeistof. Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, moet u de hydraulische slangen als volgt aansluiten: 1. Zet de motor af. 2.
Belangrijk: Koppel de slangen van het werktuig aan elkaar om te voorkomen dat het hydraulische systeem tijdens de opslag wordt verontreinigd. 6. Monteer de beschermplaten op de hydraulische koppelingen op de machine. 7. Start de motor, kantel de bevestigingsplaat naar voren en rij de machine achteruit van het werktuig vandaan. g038258 Figuur 28 Machines zonder werktuig De machine vastzetten voor transport 1. Rij de machine achteruit op de oprijplaat.
1 2 6 g027996 5 g027996 Figuur 29 1. Oprijplaat over volledige breedte in opslagpositie 4. De oprijplaat is minstens 4 keer zo lang als de afstand van de aanhangwagen of de laadbak tot de grond 2. Zijaanzicht van oprijplaat over volledige breedte in laadpositie 5. H = Afstand van de aanhanger of laadbak tot de grond 3. Niet groter dan 17 graden 6.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. • • • • • • • Bij elk gebruik of dagelijks Controleer het motoroliepeil. Koelsysteem controleren.
Belangrijk: Raadpleeg de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud De motorkap sluiten 1.
Zijschermen verwijderen Inspectieluik aan de achterzijde openen. 1. Open de motorkap. 2. Schuif de zijschermen (Figuur 33) omhoog en uit de sleuven in het voorscherm en het frame. 1. Schroef de 2 handknoppen los waarmee het inspectieluik aan de machine is bevestigd (Figuur 32). g004185 Figuur 32 1. Handknoppen 2. Kantel het inspectieluik omlaag en verwijder het om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 32). g004352 Figuur 33 1. Zijscherm Inspectieluik aan de achterzijde sluiten.
Smering Onderhoud motor De tractie-eenheid smeren Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de onderhoudsindicator van het luchtfilter. Om de 25 bedrijfsuren—Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de onderhoudsindicator van het luchtfilter. Om de 600 bedrijfsuren—Vervang het veiligheidsfilter Type smeermiddel: Universeel smeervet. 1.
Motoroliepeil controleren • Als de indicator niet rood is, reinig dan het vuil van de deksel en plaats het deksel terug. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Ververs de motorolie en vervang het filter. Zorg ervoor dat het deksel goed vastzit en de luchtfilterbehuizing helemaal afsluit. Om de 100 bedrijfsuren—De motorolie verversen. • Als de onderhoudsindicator rood is, moet u het Om de 200 bedrijfsuren—Vervang het oliefilter.
Motoroliefilter vervangen 1. Laat de olie uit de motor lopen; raadpleeg Olie verversen (bladz. 32). 2. Plaats een ondiepe opvangbak of een doek onder het filter om olie op te vangen. 3. Verwijder het oude filter (Figuur 39) en veeg het oppervlak van de pakking van het filtertussenstuk schoon. g004353 Figuur 38 1. Aftapplug carterolie 5. Als alle olie is afgetapt, kunt u de aftapplug weer terugplaatsen. Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een erkend recyclingcentrum. 6.
Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider Onderhoud brandstofsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks GEVAAR 1. Het brandstoffilter bevindt zich aan de rechterzijde van de motor (Figuur 40). Plaats er een opvangbak onder. In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken.
Brandstoffilterbus en inlinefilter vervangen Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Onderhoud van de accu 1. De brandstoffilters bevinden zich aan de rechterzijde van de motor (Figuur 40). Plaats er een opvangbak onder. 2. Reinig de omgeving van de plaats waar de filterbus wordt gemonteerd (Figuur 40). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer het peil van het accuzuur (alleen vervangende accu). 3.
2. Maak de pluskabel (rood) los van de positieve (+) accupool. 3. Verwijder de accu uit de machine. Belangrijk: Vul de accu nooit met gedistilleerd water als de accu nog in de machine zit. Er zou dan accuzuur op andere onderdelen kunnen komen, wat tot corrosie kan leiden. 2 3 4. Maak de bovenkant van de accu schoon met een tissue. 5. Verwijder de vuldoppen van de accu (Figuur 41). 1 G003794 6.
Om toegang te krijgen tot de zekeringen moet u de zekeringhouder als volgt verwijderen: 1. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Til de motorkap op. 3. Trek de R-pen uit de onderzijde van de steunstang van de motorkap en schuif de steunstang uit de bevestigingsbeugels en het lipje (Figuur 44). 4 2 3 1 G003792 g003792 Figuur 42 1. Pluspool van de accu 3. Rode (+) oplaadkabel 2. Minpool van de accu 4. Zwarte (–) oplaadkabel 4.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de rupsbanden op overmatige slijtage (vervang de rupsbanden als deze versleten zijn). g004200 Figuur 46 Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning.
g004202 Figuur 48 1. Borgbout 3. Spanbuis 2. Spanschroef 4. Spanwiel g004203 Figuur 49 4. Figuur 49Gebruik een dopsleutel van ½" en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 47) 7 cm is. 5. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figuur 48). 6. Laat de tractie-eenheid neer op de grond. 1. Rupsband 5. Aansluitpunt rupsband 2. Dopsleutel ½" 6.
Model 22324 13. Draai de moer vast met een torsie van 407 N·m. Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Breng de betreffende zijde omhoog ondersteun deze zodat de rupsband 7,6 cm tot 10 cm van de grond is. 3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 48). 4. Gebruik een dopsleutel van ½" en verminder de spanning door de spanschroef rechtsom te draaien (Figuur 48 en Figuur 50). 14.
Onderhoud koelsysteem Onderhoud van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de radiateur Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de slangen van het koelsysteem. Jaarlijks—Motorkoelvloeistof verversen (alleen erkende servicedealer). g004206 Figuur 52 1. Wegwiel 4. Wegwieldop 2. Pakking 5. Snapring 3. Bout 6. Breng smeervet aan onder de dop Wanneer de motor heeft gelopen, kan er onder druk staande hete koelvloeistof ontsnappen. Dit kan brandwonden veroorzaken. 4.
Radiateurscherm reinigen Onderhoud riemen Controleer en reinig voor elk gebruik het radiateurscherm. Dit bevindt zich achter de grille aan de voorzijde van de tractie-eenheid. Verwijder aangekoekt gras of ander vuil met perslucht van het radiateurscherm. Conditie van de hydraulische pompriem controleren Motorkoelvloeistof verversen Onderhoudsinterval: Jaarlijks Laat de motorkoelvloeistof eenmaal per jaar verversen door een erkende servicedealer.
Onderhoud bedieningsysteem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de neutraalstand van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen. g004191 Figuur 55 Belangrijk: Voer alle procedures volledig en in de juiste volgorde uit om de bedieningsorganen correct af te stellen. 1. Tractiebediening 2.
De sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit afstellen. Als de tractie-eenheid niet recht rijdt als u de tractiebediening tegen de referentiebalk houdt, moet u de volgende procedure uitvoeren: 1. Rijd met de tractie-eenheid terwijl u de tractiebediening tegen de referentiebalk duwt en kijk in welke richting de tractie-eenheid afwijkt. 2. Laat de tractiebediening los. 3.
Onderhoud hydraulisch systeem WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Materiaaleigenschappen Viscositeit, ASTM D445 cSt bij 40 °C: 55 tot 62 cSt bij 100 °C: 9,1 tot 9,8 Viscositeitsindex ASTM D2270 140 tot 152 Stolpunt, ASTM D97 -37 tot -43 °C Industriestandaarden API GL-4, AGCO Powerfluid 821 XL, Ford New Holland FNHA-2-C-201,00, Kubota UDT, John Deere J20C, Vickers 35VQ25 en Volvo WB-101/BM. Opmerking: Veel hydraulische vloeistoffen zijn bijna kleurloos, zodat het moeilijk is lekkages op te sporen.
Reiniging Hydraulische leidingen controleren Vuil verwijderen van de tractie-eenheid Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. (Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.
Stalling 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en roet van de volledige tractie-eenheid. Belangrijk: U kunt de tractie-eenheid wassen met een mild reinigingsmiddel en water. Was de tractie-eenheid nooit met een hogedrukreiniger. Gebruik niet te veel water, vooral niet in de buurt van het bedieningspaneel, de motor, de hydraulische pompen en de accu. 3.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor draait, maar start niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 5. Een beschadigde startmotor of startmotorsolenoïde. 6. De interne onderdelen van de motor zijn vastgelopen. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3.
Probleem De motor start, maar blijft niet lopen. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Draai de dop los. Als de motor wel loopt met de dop los, moet u de dop vervangen. 2. Vuil of water in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Brandstoffilter vervangen. 4.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Meer koelvloeistof nodig. 1. Koelvloeistof controleren en bijvullen. 2. Luchtstroom naar de radiateur is belemmerd. 3. Verkeerd oliepeil in het carter. 2. Bij elk gebruik radiateurscherm controleren en reinigen. 3. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 4. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 5. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 6.
Probleem De motor verliest vermogen. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 1. De rijsnelheid verminderen. 2. Verkeerd oliepeil in het carter. 9. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1 De timing van de injectiepomp is niet 0. correct. 1 De injectiepomp is beschadigd. 1. 2. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 3. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 4. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen.
Schema's G007388 g007388 Elektrisch schema (Rev.
g004221 Hydraulisch schema (Rev.
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Telefoonnummer: Dealer: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Compact Utility Equipment CUE-producten De Toro garantie 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Compact Utility Equipment (hierna: het 'product') vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.