Form No. 3430-178 Rev A TX 525 compacte werktuigdrager Modelnr.: 22323—Serienr.: 404720000 en hoger Modelnr.: 22323G—Serienr.: 404720000 en hoger Modelnr.: 22324—Serienr.: 404500000 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze machine is een compacte werktuigdrager bedoeld voor het verplaatsen van aarde en andere materialen voor landschapsverzorging and bouwwerkzaamheden. Het is bedoeld voor gebruik in combinatie met allerlei werktuigen voor het uitvoeren van speciale functies.
Toegang krijgen tot inwendige onderdelen.................................................... 25 Smering ............................................................... 27 De machine smeren.......................................... 27 Onderhoud motor ................................................ 27 Veiligheid van de motor..................................... 27 Onderhoud van het luchtfilter ............................ 27 Motorolie verversen ..........................................
Veiligheid • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen en werktuigen. • Gebruik de machine enkel als de schermen en GEVAAR andere beveiligingsmiddelen aanwezig zijn en naar behoren werken. Mogelijk lopen er in uw werkgebied onder grond leidingen van nutsbedrijven. Als u deze beschadigt, kan dat elektrische schokken of een explosie veroorzaken. • Laat geen omstanders of kinderen het werkgebied betreden.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers. decal93-7814 93-7814 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Explosiegevaar 2. Geen vonken of vuur en niet roken 3.
decal100-8822 100-8822 1. Waarschuwing – het is niet toegestaan passagiers te vervoeren. decal115-4857 115-4857 1. Breng de armen van de lader omlaag. 4. Bak ophalen. 2. Bak leegstorten. 5. Bak boven de grond laten zweven. 3. Laadarmen omhoog. decal106-6755 106-6755 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Explosiegevaar – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. decal115-4858 115-4858 1.
decal115-4865 115-4865 1. Motorkoelvloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. decal115-4861 115-4861 1. Hulphydrauliek 3. Vooruit 2. Vergrendeld achteruit (uitsparing) 4. Neutraal (uit) decal115-4882 115-4882 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. decal115-4862 115-4862 1. Vergrendeling van klep van lader – niet vergrendeld 2. Vergrendeling van klep van lader – vergrendeld decal115-4860 115-4860 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2.
decal132-8631 132-8631 decal138-0800 138-0800 9. Accu 1. Lees de Gebruikershandleiding die op uw machine zit. 2. Motor – Starten 10. Gloeibougies 3. Motor – Lopen 11. Snel 4. Motor – Uitschakelen 12. Langzaam 5. Urenteller 13. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 6. Brandstof 14. Gevaar voor elektrische schok, bovengrondse elektrische leidingen – Kijk uit voor bovengrondse elektrische leidingen. 7. Koelvloeistoftemperatuur 15.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 4) voordat u de motor start en de machine gebruikt. Schakelbord g013016 Figuur 4 g004223 1. Hendel voor hulphydrauliek 7. Hendel van laadarm/werktuigkanteling 2. Contactschakelaar 3. Urenteller 8. Parkeerremhendel 9. Tractiebediening 4. Brandstofmeter 5. Indicatielampjes en schakelaar gloeibougies 10. Referentiebalk 11. Referentiestang van laderbediening 6. Gashendel 12.
Tractiebediening • Voor een bocht naar rechts draait u de tractiebediening rechtsom (Figuur 8). g008131 g008128 Figuur 8 Figuur 5 1. Referentiebalk 2. Tractiebediening • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 9). • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel naar voren (Figuur 6). g008132 Figuur 9 g008129 • Om de machine te stoppen, laat u de Figuur 6 tractiebediening los (Figuur 5).
Hendel voor de laderarm/werktuigkanteling Om de vergrendeling aan te brengen, brengt u de vergrendeling omhoog uit de opening in het bedieningspaneel en draait u de vergrendeling naar links, vóór de hendel van de laderarm, en duwt u de vergrendeling omlaag in de vergrendelde stand (Figuur 11). • Om het werktuig naar voren te kantelen, beweegt • • • • u de hendel langzaam naar rechts (Figuur 10). Om het werktuig naar achteren te kantelen, beweegt u de hendel langzaam naar links (Figuur 10).
Lampje van motoroliedruk Als de motoroliedruk te laag wordt, gaat dit lampje branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. Als dit gebeurt, zet de motor dan onmiddellijk af en controleer het oliepeil. Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij en controleer op mogelijke lekkage. g004179 Figuur 12 1. Hydrauliek vooruit 3. Neutraalstand 2.
Specificaties Gebruiksaanwijzing Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen Opmerking: Bepaal vanuit de normale zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Model 22323 Breedte Lengte Hoogte Gewicht Werkcapaciteit (met standaard bak) Kantelcapaciteit (met standaard bak) Wielbasis Storthoogte (met smalle bak) Bereik – volledig omhooggebracht (met smalle bak) Hoogte tot scharnierpen (smalle bak in hoogste stand) bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
graven. Let op de locatie van ongemarkeerde objecten en structuren, zoals ondergrondse opslagtanks, putten en septische systemen. cetaangetal moet minimaal 40 zijn. Koop brandstof in hoeveelheden die u binnen 180 dagen kunt gebruiken zodat u altijd verse brandstof heeft. • Inspecteer het terrein waarop u de machine gaat Gebruik zomerdieselbrandstof (nr. 2-D) bij temperaturen boven -7 °C en winterdieselbrandstof (nr. 1-D of nr. 1-D/2-D-mengsel) bij temperaturen beneden -7 °C.
• Overschrijd nooit het nominale werkvermogen, omdat de machine instabiel kan worden waardoor u de controle over de machine verliest. • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Werktuigen kunnen invloed hebben op de stabiliteit en de bediening van de machine. • Voor een machine met een platform: – Laat de laderarmen neer voordat u van het platform stapt. – Probeer niet om de machine in evenwicht te houden door uw voet op de grond te zetten.
• Hellingen zijn de belangrijkste oorzaak dat de • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig • • • • • • • • • bestuurder de controle over de machine verliest en deze omkantelt. Dit kan leiden tot ernstig of dodelijke letsel. Gebruik van de machine op hellingen of oneffen terrein vereist altijd extra voorzichtigheid. als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt. Let op het verkeer. Stop het werktuig als u niet aan het werken bent.
Motor starten 1. Zorg ervoor dat de hendel van de hulphydrauliek in de stand NEUTRAAL staat. 2. Zet de gashendel halverwege tussen LANGZAAM en SNEL. 3. Steek het sleuteltje in de contactschakelaar en draai het naar de stand LOPEN. 4. Houd de schakelaar van de gloeibougie 10 seconden ingedrukt. 5. Draai het sleuteltje naar de stand START . Laat het sleuteltje los zodra de motor aanslaat. Zet de gashendel op de stand LANGZAAM. 4.
g003710 Figuur 16 1. Bevestigingsplaat 5. 2. Ontvangerplaat Breng de armen van de lader omhoog terwijl u tegelijkertijd de bevestigingsplaat naar achteren kantelt. Belangrijk: Breng het werktuig omhoog totdat het vrij is van de grond en kantel de bevestigingsplaat helemaal naar achteren. 6. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 7. Zet de snelkoppelingspennen vast en zorg ervoor dat deze volledig in de bevestigingsplaten zitten (Figuur 17). g003711 Figuur 17 1.
Hydraulische slangen aansluiten Opmerking: Als u eerst de mannelijke aansluiting van het werktuig bevestigt, heft u de druk in het werktuig op. WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat er anders gangreen kan ontstaan.
en aanduidingen die wettelijk vereist zijn. Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen. Raadpleeg de lokale vereisten inzake aanhangers en de bevestiging van machines. voordat u de machine afstelt of er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden op uitvoert. • Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt.
4. 5. Breng de armen van de lader omlaag. Laad de machine op de aanhanger met de zwaarste kant naar de bovenste zijde van de oprijplaat gericht, en zorg dat de lading onderaan zit (Figuur 20). • Als de machine een vol ladingwerktuig heeft (bv. een bak) of een niet-belaadbaar werktuig (bv. een sleuvengraver), rij de machine dan voorwaarts op de oprijplaat. • Als de machine een leeg ladingwerktuig of geen werktuig heeft, rij de machine dan achteruit op de oprijplaat.
de oprijplaat gericht, en zorg dat de lading onderaan zit (Figuur 22). • Als de machine een vol ladingwerktuig heeft (bv. een bak) of een niet-belaadbaar werktuig (bv. een sleuvengraver), rij de machine dan achteruit van de oprijplaat. • Als de machine een leeg ladingwerktuig of geen werktuig heeft, rij de machine dan vooruit van de oprijplaat. g204458 Figuur 22 1. Machine met vol werktuig of niet-belaadbaar werktuig – rij de machine achteruit van de oprijplaat/-platen. 2.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Veiligheid bij onderhoud • Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bewegende onderdelen.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 25 bedrijfsuren • Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de onderhoudsindicator van het luchtfilter. • Controleer het peil van de hydraulische vloeistof. Om de 100 bedrijfsuren • De motorolie verversen. (Vaker onderhoud uitvoeren in erg stoffige of zanderige omstandigheden.) • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. • Controleer de slangen van het koelsysteem.
Toegang krijgen tot inwendige onderdelen WAARSCHUWING Als u deksels, kappen of schermen openmaakt terwijl de motor draait, kunt u in contact komen met bewegende onderdelen en daarbij ernstig letsel oplopen. Voordat u een deksel, kap of scherm opent: zet de motor af, verwijder het sleuteltje uit het contact en laat de motor afkoelen. g004182 Figuur 23 1. Cilindervergrendeling Motorkap openen 3. Lynchpen 1. 2. Hefcilinder 5.
2. Duw het inspectieluik naar voren en zorg ervoor dat de schroeven van de handknoppen zijn uitgelijnd met de openingen met schroefdraad in de machine. 3. Draai de handknoppen goed vast om het achterste inspectieluik op zijn plaats vast te zetten. Zijschermen verwijderen 1. Open de motorkap. 2. Schuif de zijschermen (Figuur 27) omhoog en uit de sleuven in het voorscherm en het frame. g007360 Figuur 25 1. Lipje op steunstang 2.
Smering Onderhoud motor De machine smeren Veiligheid van de motor Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil Type vet: vet voor algemene doeleinden • Verander nooit de stand van de toerenregelaar 1. controleert of het carter bijvult met olie. van de motor en laat de motor niet te snel draaien.
Als het filter beschadigd is, mag u het niet gebruiken. 3. Monteer het filter voorzichtig (Figuur 30). Opmerking: Zorg ervoor dat het filter volledig vastzit door de buitenring van het filter tijdens de montage aan te drukken. Belangrijk: Druk niet op het zachte midden van het filter. 4. Monteer het luchtfilterdeksel met de stofkap naar beneden gericht en maak de sluitingen vast (Figuur 30). 5. Sluit de motorkap. g031236 Figuur 30 1. Stofkap 4. Voorfilter 2. Sluiting 5. Luchtfilterbehuizing 3.
Motorolie verversen Het motoroliepeil controleren 1. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking en laat de laderarmen neer. 2. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. 3. Open de motorkap. 4. Reinig het gebied rond de oliepeilstok (Figuur 32). Start de motor en laat deze 5 minuten lopen. Opmerking: Warme olie kan beter worden afgetapt. 2.
Motoroliefilter vervangen 12. 1. Laat de olie uit de motor lopen; raadpleeg Motorolie verversen (bladz. 29). 2. Als alle olie is afgetapt, kunt u de aftapplug weer terugplaatsen. Opmerking: Geef de afgewerkte olie af bij een erkend recyclingcentrum. 3. Plaats een ondiepe opvangbak of een doek onder het filter om olie op te vangen. 4. Verwijder het oude filter (Figuur 34) en veeg het oppervlak van de pakking van het filtertussenstuk schoon. g004354 Figuur 34 1. Oliefilter 5.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Raadpleeg Brandstofveiligheid (bladz. 14) voor een volledige lijst van brandstofgerelateerde voorzorgen. Brandstofleidingen en aansluitingen controleren g009626 Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Figuur 35 1.
9. Monteer de filterbus met de hand totdat de pakking contact maakt en draai deze vervolgens nog een halve slag verder (Figuur 35). 10. Het inlinefilter bevindt zich links van de brandstoffilterbus (Figuur 35). Let op de richting van de pijl op de zijkant van het inlinefilter. 11. Open de klemmen aan de uiteinden van het inlinefilter en schuif de slangen eraf (Figuur 35). Gooi het filter weg. 12.
Onderhoud elektrisch systeem Veiligheid van het elektrisch systeem • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking (indien aanwezig op de machine) en laat de laderarmen neer. 2. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 3.
7. Schuif het rubberen kapje van de pluskabel (rood). 8. Maak de pluskabel (rood) los van de accupool (Figuur 38). Bewaar de bevestigingsmiddelen. 9. Til de accu uit het chassis. 5. Spoel de accu met schoon water. 6. Smeer een dun laagje Grafo 112X-vet (Toro onderdeelnr. 505-47) of vaseline op de accupolen en de kabelklemmen om corrosie te voorkomen. 7. Monteer de accu; zie Accu monteren (bladz. 34).
g004984 Figuur 41 g004355 Figuur 40 1. Zekering (30 A) 3. Zekering (10 A) 2. Leeg 4. Open voor optionele accessoires 1. Lipje op steunstang 4. Bevestigingsbeugel – onderzijde 2. Bevestigingsbeugel – bovenzijde 5. R-pen 3. Steunstang 5. Opmerking: Als de machine niet start, kan de zekering van het hoofdcircuit of de zekering van het bedieningspaneel/relais zijn doorgebrand. Verwijder de 4 schroeven waarmee de zekeringhouder is bevestigd en trek de houder vervolgens omhoog en eruit (Figuur 42).
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. g004200 Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. Figuur 43 Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de rupsbanden op overmatige slijtage (Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn). Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. 1. Rupsband 3. Wegwielen 2.
g004202 Figuur 45 1. Borgbout 3. Spanbuis 2. Spanschroef 4. Spanwiel g004203 5. 6. 7. Figuur 46 Gebruik een dopsleutel van ½" en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 44) 7 cm is. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figuur 45). 1. Rupsband 5. Aansluitpunt rupsband 2. Dopsleutel (½") 6. Kettingwielaandrijving 3. Spanwiel 7.
14. Laat de tractie-eenheid neer op de grond. 15. Herhaal stappen 3 tot en met 14 voor de andere rupsband. Brede rupsbanden vervangen 7. Verwijder de moer waarmee het buitenste spanwiel is bevestigd en verwijder het wiel (Figuur 47). 8. Verwijder de rupsband (Figuur 47). 9. Verwijder de moer waarmee het binnenste spanwiel is bevestigd en verwijder het wiel (Figuur 47). Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn.
9. 10. g004205 Figuur 48 1. Wegwielen 3. Bouten van rupsbandgeleider (slechts 2 afgebeeld) 2. Onderste rupsbandgeleider 3. Verwijder de snapring en dop van een wegwiel (Figuur 49). g004206 Figuur 49 1. Wegwiel 4. Wegwieldop 2. Pakking 5. Snapring 3. Bout 6. Breng smeervet aan onder de dop 4. Controleer het smeervet onder de dop en rond de pakking (Figuur 49). Als er geen vet is of als het vet vuil of zanderig is, verwijder dan al het vet, vervang de pakking en breng nieuw smeervet aan. 5.
Onderhoud koelsysteem Verwijder aangekoekt gras of ander vuil met perslucht van het radiateurscherm. Veiligheid van het koelsysteem Koelvloeistof controleren, bijvullen en ontluchten • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging Het koelsysteem bevat een mengsel met een 50/50 verhouding van water en permanente ethyleenglycol-antivries. veroorzaken; buiten bereik van kinderen en huisdieren houden.
Onderhouden remmen De parkeerrem testen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Schakel de parkeerrem in; zie Parkeerremhendel (bladz. 12). 2. Start de motor. 3. Probeer de machine langzaam vooruit of achteruit te rijden. Opmerking: De machine kan een stukje rollen voor de remmen aangrijpen op de kettingwielaandrijving. g004230 Figuur 51 1. Expansietank 3. Ontluchting koelvloeistof bovenzijde 2. Dop en vulbuis voor koelvloeistof 4. Ontluchting koelvloeistof voorzijde 5. B.
Onderhoud riemen Onderhoud bedieningsysteem Conditie van de hydraulische pompriem controleren De bedieningsorganen afstellen Onderhoudsinterval: Jaarlijks De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voordat de machine wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de NEUTRAALSTAND van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen.
g004191 Figuur 54 1. Tractiebediening 5. 2. Tractiebediening, bout en moer Stel de tractiebediening zo af, dat deze gelijk en recht tegen de referentiebalk rust als u de bediening recht naar achteren trekt (Figuur 54 en Figuur 55). g013014 Figuur 56 1. Tractiestang 4. 2. Contramoer Start de tractie-eenheid en zet gas 1/3 open. WAARSCHUWING Als de machine loopt, kunt u worden gegrepen en gewond raken door bewegende onderdelen of brandwonden oplopen door hete oppervlakken. g004192 Figuur 55 6.
De sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit afstellen. Onderhoud hydraulisch systeem Als de machine niet recht rijdt als u de tractiebediening tegen de referentiebalk houdt, moet u de volgende procedure uitvoeren: Veiligheid van het hydraulische systeem 1. Rijd met de machine terwijl u de tractiebediening tegen de referentiebalk duwt en kijk in welke richting de tractie-eenheid afwijkt. 2. Laat de tractiebediening los. 3.
Het peil van de hydraulische vloeistof controleren Specificaties hydraulische vloeistof Capaciteit hydraulische tank: 45 liter Gebruik slechts 1 van de volgende vloeistoffen in het hydraulische systeem: Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren • Toro Premium transmissie-/hydraulische vloeistof. Vloeistoffen voor algemeen gebruik brengen schade toe aan het hydraulische systeem. Zie Specificaties hydraulische vloeistof (bladz. 45).
g004225 Figuur 61 1. Hydraulisch filter g004357 Figuur 60 1. Vulbuis 5. Verwijder het oude filter (Figuur 61) en veeg het oppervlak van de pakking van het filtertussenstuk schoon. 2. Peilstok 7. Als het peil te laag staat, vult u vloeistof bij tot het correcte peil. 6. Smeer een dun laagje hydraulische vloeistof op de rubberen pakking van het nieuwe filter. 8. Breng de dop van de vulbuis aan. 7. 9. Sluit de motorkap. Monteer het nieuwe hydraulische filter op het filtertussenstuk (Figuur 61).
5. Verwijder de dop van de hydraulische tank en de peilstok (Figuur 62). 9. Opmerking: De vulbuis bevindt zich achter het eerste scherm. Verwijder het scherm om er beter bij te kunnen. g004357 Figuur 62 1. Vulbuis 6. 2. Peilstok Plaats een grote opvangbak geschikt voor 57 liter onder de aftapplug aan de voorzijde van de machine (Figuur 63). g004213 Figuur 63 1. Aftapplug 7. Verwijder de aftapplug zodat de olie in de opvangbak kan lopen (Figuur 63). 8.
Reiniging Stalling Vuil verwijderen Veiligheid tijdens opslag Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks • Zet de motor uit, verwijder de contactsleutel en wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u deze stalt. Belangrijk: Als de motor wordt gebruikt terwijl de schermen verstopt zijn en/of de uitlaatringen zijn verwijderd, kan dit leiden tot schade aan de motor door oververhitting. 1.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 2. Sluit de zekering aan of vervang ze. 3. Accu opladen of vervangen. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6.
Probleem De motor start, maar blijft niet lopen. Mogelijke oorzaak 1. De ontluchting van de brandstoftank wordt belemmerd. 1. Draai de dop los. Als de motor wel loopt met de dop los, moet u de dop vervangen. 2. Vuil of water in het brandstofsysteem. 2. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 3. Brandstoffilter vervangen. 4.
Probleem De motor raakt oververhit. Mogelijke oorzaak 1. Meer koelvloeistof nodig. 1. Koelvloeistof controleren en bijvullen. 2. Luchtstroom naar de radiator is belemmerd. 3. Verkeerd oliepeil in het carter. 2. Bij elk gebruik radiateurscherm controleren en reinigen. 3. Vullen of aftappen totdat het oliepeil de volmarkering bereikt. 4. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 5. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 6.
Probleem Overmatige zwarte rook uit de uitlaat. Mogelijke oorzaak 1. De motor is te zwaar belast. 1. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 2. De luchtfilters zijn vuil. 2. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 3. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6. Neem contact op met een erkende servicedealer. 3.
Schema's g007388 Elektrisch schema (Rev.
g243502 Hydraulisch schema (Rev.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw garantieclaim te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie mee te delen, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Californië Proposition 65 Waarschuwingsinformatie Wat betekent deze waarschuwing? Sommige producten die op de markt zijn bevatten een etiket met een waarschuwing als: WAARSCHUWING: Kanker en schade aan de voortplantingsorganen – www.p65Warnings.ca.gov. Wat is Prop 65? Prop 65 geldt voor elk bedrijf dat actief is in Californië, producten verkoopt in Californië, of producten maakt die kunnen worden verkocht of geïmporteerd in Californië.