Form No. 3364-622 Rev A TX 525 Compacte multifunctionele lader Modelnr.: 22323—Serienr.: 290000001 en hoger Modelnr.: 22324—Serienr.: 290000001 en hoger G004222 Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder. Waarschuwing CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing De uitlaatgassen van de dieselmotor van dit product bevatten bestanddelen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken.
Inhoud Onderhoud van de rupsbanden........................... 37 Onderhoud koelsysteem......................................... 40 Onderhoud van het koelsysteem ......................... 40 Onderhoud riemen................................................. 41 Conditie van de hydraulische pompriem controleren..................................................... 41 Spanning van de riem van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren.....................................................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals een helm, een veiligheidsbril, lange broek, veiligheidsschoenen en gehoorbescherming. Lang haar, losse kleding of sieraden kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen.
• Stop de machine op een horizontaal oppervlak, breng de werktuigen omlaag, schakel de hulphydrauliek uit, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af voordat u de bestuurderspositie om welke reden ook verlaat. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van bewegende werktuigen. • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is. • Vervoer geen passagiers en zorg ervoor dat huisdieren en omstanders uit de buurt blijven.
• Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, enz. uit het werkgebied. Let op kuilen, voren of bulten, omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
– Vul een vat nooit als dit zich in een voertuig, achterbak of laadbak van een vrachtauto bevindt, maar zet dit eerst op de grond. – Zorg ervoor dat de vulpijp tijdens het vullen voortdurend in contact met de tank is. • Als u een voorwerp raakt, moet u stoppen en de machine controleren. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt. • Gebruik altijd originele Toro-onderdelen zodat de originele standaarden worden gehandhaafd.
Hellingsindicator 8
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 100-8821 93-6686 1. Ledematen kunnen bekneld raken en handen worden gesneden – Blijf op een veilige afstand van de voorzijde van de machine als de armen van de lader zijn opgeheven. 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. 93-7814 1.
115-4855 1. Heet oppervlak/gevaar voor brandwonden - Draag beschermende handschoenen bij het hanteren van de hydraulische koppelingen en lees de Gebruikershandleiding voor meer informatie over het hanteren van hydraulische onderdelen. 115-4859 1. Uitgeschakeld 2. Parkeerrem 3. Ingeschakeld 115-4856 1. Waarschuwing - lees de Gebruikershandleiding; maximaal draagvermogen van 228 kg; geen passagiers. 115-4861 1. Hulphydrauliek 2. Vergrendeld achteruit (uitsparing) 3. Vooruit 4. Neutraal (uit) 115-4857 1.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 106-6755 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 2. Explosiegevaar - Lees de Gebruikershandleiding. 3. Waarschuwing - Raak het hete oppervlak niet aan. 4. Waarschuwing - Lees de Gebruikershandleiding. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 93-9084 1. Hefpunt 5. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Bevestigingspunt 6.
115-4864 1. Locatie Gebruikershandleiding 6. Brandstofmeter - diesel 11. Snel 2. Motor - Starten 7. Oliedruk motor 12. Continu snelheidsregeling (motortoerental) 3. Motor - Lopen 4. Motor - Afzetten 8. Accu 9. Motortemperatuur 13. Langzaam 14. Waarschuwing – Gebruik deze machine uitsluitend als u hiervoor instructie hebt ontvangen. 15. Gevaar voor elektrische schok, bovengrondse elektrische leidingen – Blijf uit de buurt van bovengrondse elektrische leidingen. 5. Urenteller 10.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen (Figuur 4) voordat u de motor start en de machine gebruikt. 1 2 3 4 5 6 7 10 G005406 8 9 1 1 Figuur 4 1. Hendel voor hulphydrauliek 2. Contactschakelaar 3. Urenteller 4. Brandstofmeter 5. Indicatielampjes en schakelaar gloeibougies 6. Gashendel 7. Hefhendel laadarm/werktuig 8. Parkeerremhendel 9. Referentiebalk 10. Tractiebediening 11.
Tractiebediening G008131 Figuur 8 Figuur 5 • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 9). 1. Referentiebalk (beweegt niet en biedt daardoor een referentiepunt en een vaste handgreep die u kunt vasthouden tijdens het bedienen van de tractie-eenheid) 2. Tractiebediening (beweegt zodat u de machine kunt bedienen) • Om vooruit te rijden, beweegt u de tractiehendel naar voren (Figuur 6). G008132 Figuur 9 • Om te stoppen, laat u de tractiebediening los (Figuur 5).
Hendel voor hulphydrauliek Om een hydraulisch werktuig vooruit te bedienen, draait u de hendel voor hulphydrauliek naar achteren en trekt u deze omlaag naar de referentiebalk (Figuur 12, nummer 1). Om een hydraulisch werktuig achteruit te bedienen, draait u de hydrauliekhendel naar achteren en beweegt u deze daarna naar links in de bovenste sleuf (Figuur 12, nummer 2).
Lampje motoroliedruk dit gebeurt, zet dan de motor af en laad de accu op of vervang deze. Controleer de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo, zie de Gebruikershandleiding van de motor. Als de oliedruk te laag wordt, gaat dit lampje branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. Als dit gebeurt, zet de motor dan onmiddellijk af en controleer het oliepeil. Als het oliepeil laag is, vul dan olie bij en/of controleer op mogelijke lekkage.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat de aanbevolen maximale hellingshoek voor de tractie-eenheid in de aangegeven standen. Als de hellinghoek groter is dan de vermelde hellinghoek, kan de machine instabiel worden. Bij de gegevens in de tabel wordt ervan uitgegaan dat de armen van de lader volledig omlaag zijn. Als de armen van de lader omhoog staan, kan dit de stabiliteit beïnvloeden. De gebruikershandleiding van elk werktuig vermeldt drie stabiliteitswaarden, één per hellingshoek.
Gebruiksaanwijzing Biodieselklaar Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Deze machine kan ook gebruik maken van een dieselmengsel tot maximaal B20 (20% biodiesel, 80% petrodiesel). Het deel petrodiesel moet een laag of ultralaag zwavelgehalte hebben. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: Belangrijk: Controleer voordat u de tractie-eenheid bedient het brandstof- en oliepeil en verwijder vuil.
In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet brandstofvaten altijd op de grond en uit de buurt van de machine voordat u de tank bijvult.
Het peil van de hydraulische vloeistof controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren Inhoud van hydraulische tank: 45,4 liter Gebruik 10W-30 of 15W-40 reinigingsolie voor diesel (met API=onderhoudsclassificatie CH-4 of hoger). 1. Verwijder het werktuig, als dit is gemonteerd; zie Werktuig verwijderen. 2. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, breng de armen van de lader omlaag en trek de hydraulische cilinder volledig in. 3. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen.
Wanneer de motor heeft gelopen, kan er onder druk staande hete koelvloeistof ontsnappen. Dit kan brandwonden veroorzaken. • Verwijder de radiateurdop nooit als de motor warm is. Laat de motor altijd minstens 15 minuten afkoelen of totdat de radiateurdop zover is afgekoeld dat u deze kunt aanraken zonder uw hand te branden. Verwijder dan pas de radiateurdop. • Raak de radiateur en de omgeving ervan niet aan, deze onderdelen kunnen heet zijn. Figuur 18 1.
E. Giet koelvloeistof in de vulbuis tot de vloeistof er bij het bovenste ontluchtingsventiel uitloopt (Figuur 20). F. Sluit het bovenste ontluchtingsventiel (Figuur 20). G. Giet koelvloeistof in de vulbuis tot het vloeistofpeil in de vulbuis staat (Figuur 20). H. Plaats de dop van de koelvloeistoftank terug (Figuur 20). I. Vul koelvloeistof bij in de expansietank totdat het vloeistofpeil de Vol-streep op de zijkant van de tank bereikt (Figuur 20). 3. Plaats de dop van de expansietank terug.
Belangrijk: Stel de startmotor telkens niet langer dan 10 seconden in werking. Als de motor niet wil starten, moet u na elke poging de motor 30 seconden laten afkoelen. Indien u deze instructies niet opvolgt, kan de startmotor doorbranden. 1. Zorg ervoor dat de brandstoftank minstens half vol is. 2. Open de motorkap. 3. Draai de ontluchtschroef op de brandstofinjectiepomp open (Figuur 21). 6. Zet de gashendel in de gewenste stand.
Een niet-werkende machine verplaatsen Cilindervergrendeling aanbrengen 1. 2. 3. 4. Belangrijk: U mag de machine niet slepen of trekken zonder dat u eerst de sleepkleppen hebt geopend, omdat anders het hydraulische systeem wordt beschadigd. 1. Zet de motor af. Verwijder het werktuig. Breng de armen van de lader volledig omhoog. Zet de motor af. Verwijder de lynchpen waarmee de cilindervergrendeling aan de arm van de lader is bevestigd (Figuur 23). 2. Open het inspectieluik aan de achterzijde. 1 3.
6. Zet de motor af. 7. Zet de snelkoppelingspennen vast en zorg ervoor dat deze volledig in de bevestigingsplaten zitten (Figuur 25). handleiding van het werktuig mogelijk specifieke informatie voor het gebruik van het werktuig in combinatie met andere modellen tractie-eenheden, bijvoorbeeld instellingen voor de stromingsverdeler en rijsnelheidshendel en het gebruik van een contragewicht op de tractie-eenheid. Deze systemen zijn in de TX ingebouwd en referenties naar deze systemen kunt u negeren.
8. Trek aan de slangen om te controleren of de aansluiting betrouwbaar is. 9. Zet de hendel van de hulphydrauliek in de neutraalstand. 2. Beweeg de hendel voor de hulphydrauliek naar voren, naar achteren en terug in de neutraalstand om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen. 3. Zet de hulphydrauliekhendel in de achteruitstand. Een werktuig verwijderen 4. Verwijder de beschermplaten van de hydraulische koppelingen op de machine. 1. Laat het werktuig neer op de grond. 2. Zet de motor af. 3.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks Om de 25 bedrijfsuren • • • • • • • Motoroliepeil controleren.
Belangrijk: Zie de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud De motorkap sluiten 1.
Inspectieluik aan de achterzijde openen. Zijschermen verwijderen 1. Schroef de 2 handknoppen los waarmee het inspectieluik aan de machine is bevestigd (Figuur 28). 2. Schuif de zijschermen (Figuur 29) omhoog en uit de sleuven in het voorscherm en het frame. 1. Open de motorkap. Figuur 28 1. Handknop 2. Kantel het inspectieluik omlaag en verwijder het om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 28). Figuur 29 1. Zijscherm Inspectieluik aan de achterzijde sluiten. Zijschermen monteren 1.
Smering Onderhoud motor De tractie-eenheid smeren Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Luchtfilteronderhoudindicator controleren. Om de 25 bedrijfsuren—Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. Om de 600 bedrijfsuren—Vervang het veiligheidsfilter Type smeermiddel: smeervet voor algemene doeleinden. 1.
Motoroliepeil controleren 5. Knijp in de zijkanten van de stofkap om deze te openen en sla het stof eruit. 6. Reinig de binnenkant van het luchtfilterdeksel met perslucht. 7. Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. • Als de indicator niet rood is, reinig dan het vuil van de deksel en plaats het deksel terug. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Ververs de motorolie en vervang het filter. Om de 100 bedrijfsuren—De motorolie verversen. Om de 200 bedrijfsuren—Vervang het oliefilter.
Onderdelen kunnen heet zijn als de tractie-eenheid heeft gedraaid. U kunt zich verbranden als u hete onderdelen aanraakt. Laat de tractie-eenheid afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert of onderdelen onder de motorkap aanraakt. 4. Verwijder de aftapplug (Figuur 34). Figuur 35 1. Oliefilter 4. Vul de motor met nieuwe olie van het juiste type via de middelste opening van het filter. Houd op met vullen als de olie de onderkant van de schroefdraad bereikt. 5.
Onderhoud brandstofsysteem In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal vol. Vul de brandstoftank bij met brandstof tot maximaal 6 mm tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.
8. Schuif de slangen over het uiteinde van een nieuw filter (Figuur 36) en zorg ervoor dat de pijl op het filter in dezelfde richting wijst als de pijl op het oude filter. Onderhoud elektrisch systeem 9. Bevestig de slangen met de slangklemmen. Onderhoud van de accu Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer het peil van het accuzuur (alleen vervangende accu).
corrosie en beschadiging van het chassis veroorzaken. 5. Wacht na het bijvullen van de accucellen vijf tot tien minuten. Vul indien nodig gedestilleerd water bij totdat het zuurpeil de Bovenste streep (Figuur 37) op de accubehuizing bereikt. 2 3 6. Plaats de vuldoppen op de accu. Accu opladen 1 G003794 Figuur 37 1. Vuldoppen 2. Bovenste streep 3. Onderste streep Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. 3.
Onderhoud van de zekeringen De elektrische installatie is beveiligd door middel van zekeringen. Deze behoeven geen onderhoud. Als er een zekering is doorgebrand, moet u echter het onderdeel of circuit controleren op defecten of kortsluiting. In Figuur 39 zit u het zekeringenblok en de locaties van de zekeringen. Figuur 40 1. Lipje op steunstang 2. Bevestigingsbeugel bovenzijde 3. Steunstang 4. Bevestigingsbeugel onderzijde 5. R-pen 4.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Figuur 42 Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. 1. Rupsband 2. Kettingwielaandrijving Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de rupsbanden op overmatige slijtage (vervang de rupsbanden als deze versleten zijn). 3. Wegwielen 4.
Figuur 44 1. Borgbout 2. Spanschroef 3. Spanbuis 4. Spanwiel Figuur 45 4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch (Figuur 45) en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 43) 7 cm is. 1. 2. 3. 4. 5. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figuur 44). Rupsband Dopsleutel 1/2 inch Spanwiel Vorkbuis 5. 6. 7. 8.
Rupsbanden vervangen (model 22324) 11. Plaats de grote ringen op de wielen (bovenop het vet). Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Breng de betreffende zijde omhoog of ondersteun deze zodat de rupsband 7,6 tot 10 cm van de grond is. 3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 44). 4.
Onderhoud koelsysteem Onderhoud van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de radiateur Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de slangen van het koelsysteem. Jaarlijks—Motorkoelvloeistof verversen (alleen erkende servicedealer). Figuur 48 1. Wegwiel 2. Pakking 3. Bout 4. Wegwieldop 5. Snapring 6. Breng smeervet aan onder de dop Wanneer de motor heeft gelopen, kan er onder druk staande hete koelvloeistof ontsnappen. Dit kan brandwonden veroorzaken. 4.
Onderhoud riemen Voorkom inslikken van motorkoelvloeistof; dit kan vergiftiging veroorzaken. Conditie van de hydraulische pompriem controleren • Slik geen motorkoelvloeistof in. • Buiten bereik van kinderen en huisdieren houden. Onderhoudsinterval: Jaarlijks Controleer jaarlijks de conditie van de hydraulische pompriem (Figuur 49). Als de riem beschadigd of versleten is, laat deze dan door een erkende servicedealer vervangen.
Onderhoud bedieningsysteem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de neutraalstand van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen. Figuur 51 1. Tractiebediening Belangrijk: Voer alle procedures volledig en in de juiste volgorde uit om de bedieningsorganen correct af te stellen. 2. Bout en moer 5.
1. Rijd met de tractie-eenheid terwijl u de tractiebediening tegen de referentiebalk duwt en kijk in welke richting de tractie-eenheid afwijkt. 2. Laat de tractiebediening los. 3. Als de tractie-eenheid naar links afwijkt, draai dan de rechter contramoer los en stel de stelschroef op de voorzijde van de tractiebediening af (Figuur 54). 4. Als de tractie-eenheid naar rechts afwijkt, draai dan de linker contramoer los en stel de stelschroef op de voorzijde van de tractiebediening af (Figuur 54). Figuur 53 1.
Onderhoud hydraulisch systeem Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.
11. Zet de motor af. 12. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof, indien nodig bijvullen. Raadpleeg Hydraulische vloeistof controleren in , bladz. . 13. Sluit de motorkap. Hydraulische leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën.
Reiniging Stalling Vuil verwijderen van de tractie-eenheid 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en roet van de volledige tractie-eenheid. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Belangrijk: U kunt de tractie-eenheid wassen met een mild reinigingsmiddel en water. Was de tractie-eenheid nooit met een hogedrukreiniger.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan De motor draait, maar start niet. Mogelijke oorzaak 1. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 1. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 2. Doorgebrande of losse zekering. 3. Accu is leeg. 4. Relais of schakelaar is beschadigd. 5. Een beschadigde startmotor of startmotorsolenoïde. 6. Inwendige motoronderdelen vastgelopen. 2. Zekering goed inzetten of vervangen. 3.
Probleem De motor loopt, maar klopt of hapert. Mogelijke oorzaak 6. Het scherm van de vonkenvanger is verstopt. 7. De brandstofpomp is beschadigd. 6. Scherm van de vonkenvanger reinigen of vervangen. 7. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. Vuil, water, oude of verkeerde brandstof in het brandstofsysteem. 1. Brandstof aftappen uit de brandstoftank en deze schoonspoelen. Tank vullen met verse brandstof. 2. De motor raakt oververhit. 3. Er zit lucht in de brandstof. 2.
Probleem Overmatige zwarte rook uit de uitlaat. Mogelijke oorzaak 1. Machine is te zwaar belast. 1. De lading verminderen; met een lagere snelheid rijden. 2. De luchtfilters zijn vuil. 6. De injectiespuitmonden zijn beschadigd. 2. Geef de luchtfilters een onderhoudsbeurt. 3. Brandstofsysteem aftappen en opnieuw vullen met de juiste brandstof. 4. Neem contact op met een erkende servicedealer. 5. Neem contact op met een erkende servicedealer. 6. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1.
Schema's G007388 Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Toro garantie voor Compact Utility Equipment CUE-producten 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: 'product' ) vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.