Form No. 3364-621 Rev A TX 427 Compacte multifunctionele lader Modelnr.: 22321—Serienr.: 290000001 en hoger Modelnr.: 22321G—Serienr.: 290000001 en hoger Modelnr.: 22322—Serienr.: 290000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Als u service, originele Toro-onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.
Inhoud Uitlijning tractiebediening afstellen ..................... 39 De neutraalstand van de tractiebediening afstellen.......................................................... 40 De sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit afstellen. ................................ 40 Onderhoud hydraulisch systeem ............................. 41 Hydraulisch filter vervangen ............................... 41 Hydraulische vloeistof verversen.........................
Veiligheid Vóór ingebruikname • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. • Draag geschikte kleding en uitrusting, zoals een helm, een veiligheidsbril, lange broek, veiligheidsschoenen en gehoorbescherming. Lang haar, losse kleding of sieraden kunnen worden gegrepen door bewegende onderdelen.
• Stop de machine op een horizontaal oppervlak, breng de werktuigen omlaag, schakel de hulphydrauliek uit, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af voordat u de bestuurderspositie om welke reden ook verlaat. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van bewegende werktuigen. • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is. • Vervoer geen passagiers en zorg ervoor dat huisdieren en omstanders uit de buurt blijven.
omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. • Plaats onderdelen op kriksteunen indien dit nodig is. • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie. • Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
– Vul een vat nooit als dit zich in een voertuig, achterbak of laadbak van een vrachtauto bevindt, maar zet dit eerst op de grond. door de huid heen dringen en letsel veroorzaken en dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een gespecialiseerde chirurg omdat anders gangreen kan ontstaan. – Zorg ervoor dat de vulpijp tijdens het vullen voortdurend in contact met de tank is. Geluidsdruk • Als u een voorwerp raakt, moet u stoppen en de machine controleren.
Modellen 22321 en 22321G Maximaal aanbevolen hellingshoek bij gebruik met: Voorzijde heuvelopwaarts Achterzijde heuvelopwaarts Zijkant heuvelopwaarts 11° 21° 19° A 25° 25° 20° B 20° 20° 18° C 17° 17° 14° D 10° 12° 9° E 5° 5° 5° Configuratie Machine zonder werktuig Machine met een werktuig waaraan een van de volgende stabiliteitswaarden per hellingshoek is toegekend:* Model 22322 Maximaal aanbevolen hellingshoek bij gebruik met: Voorzijde heuvelopwaarts Achterzijde heuvelopwaarts
Hellingsindicator 9
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 100-8821 93-6686 1. Ledematen kunnen bekneld raken en handen worden gesneden – Blijf op een veilige afstand van de voorzijde van de machine als de armen van de lader zijn opgeheven. 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. 93-7814 1.
5-4856 1. Waarschuwing - lees de Gebruikershandleiding; maximaal draagvermogen van 228 kg; geen passagiers. 115-4861 1. Hulphydrauliek 2. Vergrendeld achteruit (uitsparing) 3. Vooruit 4. Neutraal (uit) 115-4857 1. Breng de armen van de lader omlaag. 2. Bak leegstorten. 4. Bak ophalen. 5. Bak boven de grond laten zweven. 115-4862 3. Laadarmen omhoog. 1. Laadvergrendeling open 2. Laadvergrendeling gesloten 115-4858 1. Handen of voeten kunnen bekneld raken - monteer de vergrendeling van de cilinder.
115-4848 107-9309 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het opladen van de accu; bevat lood; niet weggooien. 2. Lees de Gebruikershandleiding. 115-4860 1. Waarschuwing - Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing - stel de parkeerrem in werking, zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en breng de armen omlaag voordat u de machine verlaat. 3.
115-4863 1. Lees de Gebruikershandleiding, aan de achterzijde. 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 7. Choke 13. Motor - Lopen 8. UIT 9. Brandstof 14. Motor - Afzetten 15. Waarschuwing – Gebruik deze machine uitsluitend als u hiervoor instructie hebt ontvangen. 16. Gevaar voor elektrische schok, bovengrondse elektrische leidingen – Blijf uit de buurt van bovengrondse elektrische leidingen. 17.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 3 1. Rupsband 2. Afstelling rupsbanden 5. Armen van de lader 6. Motorkap 9. Bevestigingsplaat 10. Bevestigingsogen 3. Hefcilinder 7. Hydraulische hulpkoppelingen 8. Kantelcilinder 11. Schakelbord 4. Cilindervergrendeling 13. Brandstoftank 14. Veiligheidsplaat voor achteruit 12.
tractiebediening en de hefboom voor de hulphydrauliek te bedienen. Voor een soepele, gecontroleerde bediening houdt u altijd beide handen op de referentiebalk tijdens het bedienen van de tractie-eenheid. Tractiebediening G008131 Figuur 8 • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 9). Figuur 5 1. Referentiebalk (beweegt niet en biedt daardoor een referentiepunt en een vaste handgreep die u kunt vasthouden tijdens het bedienen van de tractie-eenheid) 2.
Hendel voor hulphydrauliek Om een hydraulisch werktuig vooruit te bedienen, draait u de hendel voor hulphydrauliek naar achteren en trekt u deze omlaag naar de referentiebalk (Figuur 12, nummer 1). Om een hydraulisch werktuig achteruit te bedienen, draait u de hydrauliekhendel naar achteren en beweegt u deze daarna naar links in de bovenste sleuf (Figuur 12, nummer 2).
Brandstofmeter De brandstofmeter geeft aan hoeveel brandstof er in de tank zit. Lampje temperatuur van hydraulische vloeistof Als de hydraulische olie te heet wordt, gaat dit lampje branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. Als dit gebeurt moet u de motor afzetten en de tractie-eenheid laten afkoelen. Urenteller/toerenteller Als de motor is afgezet, verschijnt op de urenteller/toerenteller het aantal uren dat de tractie-eenheid in bedrijf is geweest.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Belangrijk: Controleer voordat u de tractie-eenheid bedient het brandstof- en oliepeil en verwijder vuil.
Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten. 7. Trek de peilstok uit en controleer het oliepeil op het metalen deel. Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe. 8. Als het oliepeil te laag is, reinigt u de omgeving van de vulbuis en verwijdert u de dop (Figuur 15). Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd.
de motor start in koude weersomstandigheden, moet u de motor 2 tot 5 minuten halfgas laten lopen voordat u de gashendel op Snel (haas) zet. Opmerking: Als de buitentemperatuur onder het vriespunt is, sla de machine dan in een garage op. Zo blijft de machine warmer en kan deze makkelijker starten. Motor afzetten 1. Zet de gashendel op langzaam (schildpad). 2. Laat de armen van de lader neer tot op de grond. Figuur 16 1. Dop van vulbuis 3. Draai het contactsleuteltje op Uit. 2.
1 3 G004182 2 Figuur 18 1. Cilindervergrendeling 2. Hefcilinder 3. Lynchpen Figuur 17 1. Linker sleepklep (rechter rupsband) 2. Rechter sleepklep (linker rupsband) 5. Breng de cilindervergrendeling omlaag over de cilinderstang en bevestig deze met de lynchpen (Figuur 18). 6. Breng langzaam de armen van de lader omlaag totdat de cilindervergrendeling contact maakt met de cilinder en het uiteinde van de staaf. 4. Sleep de tractie-eenheid indien nodig. 5.
Een werktuig bevestigen het werktuig geplaatst. Controleer de ontvangerplaat en maak deze zonodig schoon. Belangrijk: Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie op de machine kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
5. Zorg ervoor dat alle ongerechtigheden zijn verwijderd van de hydraulische aansluitingen. 3. Maak de snelkoppelingspennen los door deze naar buiten te draaien. 6. Druk de mannelijke aansluiting van het werktuig in het vrouwelijk aansluiting op de machine. 4. Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, beweegt u de hendel voor de hulphydrauliek naar voren, naar achteren en terug in de neutraalstand om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks Om de 25 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren • • • • • Motoroliepeil controleren.
Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het voertuig. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Procedures voorafgaande aan onderhoud Zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje voordat u de kappen opent.
Verwijder het voorscherm. Als de motor heeft gelopen, kan het hittescherm heet zijn en ernstige brandwonden veroorzaken. Laat de tractie-eenheid volledig afkoelen voordat u het hittescherm aanraakt. Figuur 23 1. Open de motorkap en verwijder beide zijpanelen. 1. Handknop 2. Draai de bouten los waarmee het voorgewicht is vastgezet (Figuur 25). 2. Kantel het inspectieluik omlaag en verwijder het om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 23). Inspectieluik aan de achterzijde sluiten. 1.
Smering De tractie-eenheid smeren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Type smeermiddel: smeervet voor algemene doeleinden. 1. Breng de armen van de lader omlaag en zet de motor af. Verwijder het sleuteltje. 2. Reinig de smeernippels met een doek. Figuur 26 1. Voorscherm 3. Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel (Figuur 28. 2. Bouten (bout aan linkerzijde niet afgebeeld) 6.
Onderhoud motor 1 2 3 4 5 Onderhoud van het luchtfilter 6 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. Om de 25 bedrijfsuren—Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. 7 G009742 Figuur 29 Om de 600 bedrijfsuren—Vervang het veiligheidsfilter 1. Onderhoudsindicator van luchtfilter 2. Veiligheidsfilter 3. Luchtfilterbehuizing 4. Voorfilter onderhoud van luchtfilterdeksel en -behuizing 5.
4. Als u het veiligheidsfilter vervangt, schuif dan voorzichtig het nieuwe filter in de filterbehuizing (Figuur 29). 2. Parkeer de tractie-eenheid zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen. Belangrijk: U mag de motor nooit laten lopen zonder dat beide luchtfilters zijn gemonteerd, omdat anders de motor schade kan oplopen. 5. Schuif het voorfilter op het veiligheidsfilter (Figuur 29).
Figuur 33 Figuur 32 1. Bougiekabel 2. Bougie 1. Oliefilter 4. Maak de omgeving van de bougies schoon. 4. Vul de motor met nieuwe olie van het juiste type via de middelste opening van het filter. Houd op met vullen als de olie de onderkant van de schroefdraad bereikt. 5. Verwijder beide bougies en de metalen pakkingringen. Bougies controleren 5. Wacht een of twee minuten zodat het filtermateriaal de olie kan opnemen en giet daarna de overtollige olie af. 1.
Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoud brandstofsysteem Brandstoffilter vervangen In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.
Onderhoud elektrisch systeem 2 Onderhoud van de accu 3 Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer het peil van het accuzuur (alleen vervangende accu). 1 Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de aansluitingen van de accukabels. G003794 Figuur 36 1. Vuldoppen 2. Bovenste streep 3. Onderste streep Waarschuwing 4. Als het zuurpeil te laag is, moet u bijvullen met de vereiste hoeveelheid gedistilleerd water; zie Accu bijvullen met water.
Onderhoud aandrijfsysteem corrosie en beschadiging van het chassis veroorzaken. 5. Wacht na het bijvullen van de accucellen vijf tot tien minuten. Vul indien nodig gedestilleerd water bij totdat het zuurpeil de Bovenste streep (Figuur 36) op de accubehuizing bereikt. Onderhoud van de rupsbanden 6. Plaats de vuldoppen op de accu. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning.
Figuur 40 Figuur 38 1. Rupsband 2. Kettingwielaandrijving 1. Borgbout 2. Spanschroef 3. Wegwielen 4. Spanwiel 3. Spanbuis 4. Spanwiel De spanning van de rupsbanden afstellen 4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch (Figuur 41) en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 39) 7 cm is. Er moet 7 cm ruimte zijn tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 39).
Rupsbanden vervangen (model 22322) Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Breng de betreffende zijde omhoog of ondersteun deze zodat de rupsband 7,6 tot 10 cm van de grond is. 3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 40). 4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch en verminder de spanning door de spanschroef rechtsom te draaien (Figuur 40 en Figuur 42). Figuur 41 1. 2. 3. 4.
vervolgens dit gebied aan elke kant van elk wiel met vet. 11. Plaats de grote ringen op de wielen (bovenop het vet). 12. Monteer het binnenste spanwiel en zet het vast met de moer die u eerder hebt verwijderd (Figuur 42). 13. Draai de moer vast met een torsie van 407 Nm. 14. Plaats de nieuwe rupsband en zorg ervoor dat de aansluitpunten van de rupsband goed tussen de tandwielen in het midden van de kettingwielaandrijving passen (Figuur 42). Figuur 44 1. Wegwiel 2. Pakking 3. Bout 15.
Onderhoud riemen Aandrijfriem vervangen/controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De aandrijfriem op slijtage of beschadigingen controleren. Om de 200 bedrijfsuren—De drijfriem vervangen. Vervang de riem als u tekenen van slijtage, scheuren of schade ontdekt of na 200 bedrijfsuur, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden.
Onderhoud bedieningsysteem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de neutraalstand van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen. Belangrijk: Voer alle procedures volledig en in de juiste volgorde uit om de bedieningsorganen correct af te stellen. Figuur 46 1.
Figuur 49 1. Tractiebediening 2. Bout en moer Figuur 51 5. Stel de tractiebediening zo af, dat deze gelijk en recht tegen de referentiebalk rust als de bediening recht naar achteren wordt getrokken (Figuur 49 en Figuur 50). 1. Tractiestang 2. Contramoer 4. Start de tractie-eenheid en zet gas 1/3 open. Als de tractie-eenheid loopt, kunt u worden gegrepen en gewond raken door bewegende onderdelen of brandwonden oplopen door hete oppervlakken.
Onderhoud hydraulisch systeem 1. Rijd met de tractie-eenheid terwijl u de tractiebediening tegen de referentiebalk duwt en kijk in welke richting de tractie-eenheid afwijkt. 2. Laat de tractiebediening los. Hydraulisch filter vervangen 3. Als de tractie-eenheid naar links afwijkt, draai dan de rechter contramoer los en stel de stelschroef op de voorzijde van de tractiebediening af (Figuur 52). Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 200 bedrijfsuren 4.
Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan. • Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk hydraulische vloeistof ontsnapt.
Reiniging 10. Start de motor en laat deze een paar minuten lopen. 11. Zet de motor af. 12. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof, indien nodig bijvullen. Raadpleeg Hydraulische vloeistof controleren. Vuil verwijderen van de tractie-eenheid 13. Sluit de motorkap.
13. Verwijder de tank zorgvuldig en zet deze rechtop zodat er geen brandstof morst. In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Verwijder de brandstoftank in de open lucht en op open terrein. Eventueel gemorste benzine opnemen. • Verwijder de brandstoftank niet in de buurt van open vuur of als de kans bestaat dat benzinedampen door een vonk kunnen ontbranden. Figuur 56 1.
Stalling C. Zet de motor af, wacht totdat deze is afgekoeld en laat de benzine uit de tank lopen met behulp van een sifonpomp. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. 2. Verwijder vuil en roet van de buitenkant van de gehele machine, met name van de motor. Verwijder vuil en kaf van buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing. E. Choke de motor.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. Accu is leeg. 1. Accu opladen of vervangen. 2. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 3. Relais of schakelaar is beschadigd. 2. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. De brandstoftank is leeg. 1. Vul de tank met benzine. 2. De choke staat niet op Aan. 2.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 49
Opmerkingen: 50
Opmerkingen: 51
Toro garantie voor Compact Utility Equipment CUE-producten 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, geven krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: 'product' ) vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.