Form No. 3364-908 Rev A TX 427 Compacte multifunctionele lader Modelnr.: 22321—Serienr.: 310000001 en hoger Modelnr.: 22321G—Serienr.: 310000001 en hoger Modelnr.: 22322—Serienr.: 310000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. met betrekking tot de Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) en de California Emission Control Regulation betreffende uitlaatsystemen, onderhoud en waarborgen. Nieuwe exemplaren kunt u bestellen via de fabrikant van de motor.
Aanbevolen onderhoudsschema ............................. 25 Procedures voorafgaande aan onderhoud................ 26 Motorkap openen............................................... 26 De motorkap sluiten........................................... 26 Inspectieluik aan de achterzijde openen. .............. 26 Inspectieluik aan de achterzijde sluiten. ............... 27 Zijschermen verwijderen .................................... 27 Zijschermen monteren .......................................
Veiligheid veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico van letsel te vermijden, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool ( ) te letten, dat betekent: Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – instructie voor persoonlijke veiligheid. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
• Stop de machine op een horizontaal oppervlak, breng de werktuigen omlaag, schakel de hulphydrauliek uit, stel de parkeerrem in werking en zet de motor af voordat u de bestuurderspositie om welke reden ook verlaat. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van bewegende werktuigen. • Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt om er zeker van te zijn dat de weg vrij is. • Vervoer geen passagiers en zorg ervoor dat huisdieren en omstanders uit de buurt blijven.
• • • • • • • • of het werktuig zonder enige risico kan worden verwijderd op een helling. Verwijder obstakels zoals stenen, boomtakken, enz. uit het werkgebied. Let op kuilen, voren of bulten, omdat de kans bestaat dat de machine omslaat op ongelijk terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken.
– Sla de machine of een brandstofvat nooit op in een ruimte waarin zich een open vuur bevindt, zoals een waakvlam van een boiler of een fornuis. Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 1,1 m/s2 – Vul een vat nooit als dit zich in een voertuig, achterbak of laadbak van een vrachtauto bevindt, maar zet dit eerst op de grond. De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 20643.
Stabiliteitsgegevens De volgende tabel bevat de aanbevolen maximale hellingshoek voor de tractie-eenheid in de aangegeven standen. Als de hellinghoek groter is dan de vermelde hellinghoek, kan de machine instabiel worden. Bij de gegevens in de tabel wordt ervan uitgegaan dat de armen van de lader volledig omlaag zijn. Als de armen van de lader omhoog staan, kan dit de stabiliteit beïnvloeden. De gebruikershandleiding van elk werktuig vermeldt drie stabiliteitswaarden, één per hellingshoek.
Hellingsindicator G011841 Figuur 3 Deze pagina mag worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik. 1. Raadpleeg het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens om de maximale hellingshoek te bepalen waarbij de machine veilig kan worden gebruikt. Gebruik de hellingsindicator om de hellingshoek te bepalen voordat u de machine op een helling gaat gebruiken. Gebruik de machine niet op hellingen die steiler zijn dan de maximale hellingshoek die in het hoofdstuk Stabiliteitsgegevens is aangegeven.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 100-8821 93-6686 1. Ledematen kunnen bekneld raken en handen worden gesneden – Blijf op een veilige afstand van de voorzijde van de machine als de armen van de lader zijn opgeheven. 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. 93-7814 1.
5-4856 1. Waarschuwing - lees de Gebruikershandleiding; maximaal draagvermogen van 228 kg; geen passagiers. 115-4861 1. Hulphydrauliek 2. Vergrendeld achteruit (uitsparing) 3. Vooruit 4. Neutraal (uit) 115-4857 1. Breng de armen van de lader omlaag. 2. Bak leegstorten. 4. Bak ophalen. 5. Bak boven de grond laten zweven. 115-4862 3. Laadarmen omhoog. 1. Laadvergrendeling open 2. Laadvergrendeling gesloten 115-4858 1. Handen of voeten kunnen bekneld raken - monteer de vergrendeling van de cilinder.
115-4848 115-4860 1. Waarschuwing - Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing - stel de parkeerrem in werking, zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje en breng de armen omlaag voordat u de machine verlaat. 3. Ledematen kunnen bekneld raken – Monteer de vergrendeling van de cilinder en lees de instructies voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 4.
117-4045 1. Lees de Gebruikershandleiding, aan de achterzijde. 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 7. Choke 13. Motor - Lopen 8. UIT 9. Brandstof 14. Motor - Afzetten 15. Waarschuwing – Gebruik deze machine uitsluitend als u hiervoor instructie hebt ontvangen. 16. Gevaar voor elektrische schok, bovengrondse elektrische leidingen – Blijf uit de buurt van bovengrondse elektrische leidingen. 17.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 4 1. Rupsband 2. Afstelling rupsbanden 5. Armen van de lader 6. Motorkap 9. Bevestigingsplaat 10. Bevestigingsogen 3. Hefcilinder 7. Hydraulische hulpkoppelingen 8. Kantelcilinder 11. Schakelbord 4. Cilindervergrendeling 13. Brandstoftank 14. Veiligheidsplaat voor achteruit 12.
tractiebediening en de hefboom voor de hulphydrauliek te bedienen. Voor een soepele, gecontroleerde bediening houdt u altijd beide handen op de referentiebalk tijdens het bedienen van de tractie-eenheid. Tractiebediening G008131 Figuur 9 • Voor een bocht naar links draait u de tractiebediening linksom (Figuur 10). Figuur 6 1. Referentiebalk (beweegt niet en biedt daardoor een referentiepunt en een vaste handgreep die u kunt vasthouden tijdens het bedienen van de tractie-eenheid) 2.
Aanslagstang van de bediening van de lader De aanslagstang van de bediening van de lader helpt uw hand stabiliseren terwijl u de hendel voor de laadarm/het werktuig bedient. Hendel voor hulphydrauliek Om een hydraulisch werktuig vooruit te bedienen, draait u de hendel voor hulphydrauliek naar achteren en trekt u deze omlaag naar de referentiebalk (Figuur 13, nummer 1). Figuur 11 1. Armen van de lader omlaag brengen. 2. Armen van de lader omhoog brengen. 3. Werktuig naar achteren kantelen 4.
Figuur 14 Om de rem vrij te zetten, duwt u de hendel naar voren en dan naar rechts in de inkeping. Brandstofmeter De brandstofmeter geeft aan hoeveel brandstof er in de tank zit. Lampje temperatuur van hydraulische vloeistof Als de hydraulische olie te heet wordt, gaat dit lampje branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. Als dit gebeurt moet u de motor afzetten en de tractie-eenheid laten afkoelen.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
een stabilizer om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden. Brandstoftank vullen 1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, laat de armen van de lader neer en zet de motor af. 2. Verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. 3. Reinig de omgeving van de tankdop en verwijder deze. Opmerking: De dop is aan de brandstoftank bevestigd. 4. Vul de benzinetank met loodvrije benzine tot aan de onderkant van de vulbuis. Figuur 16 1. Dop van vulbuis 2.
de motor start in koude weersomstandigheden, moet u de motor 2 tot 5 minuten halfgas laten lopen voordat u de gashendel op Snel (haas) zet. Opmerking: Als de buitentemperatuur onder het vriespunt is, sla de machine dan in een garage op. Zo blijft de machine warmer en kan deze makkelijker starten. Motor afzetten 1. Zet de gashendel op 3/4 in de richting van de stand Snel. Figuur 17 1. Dop van vulbuis 2. Laat de armen van de lader neer tot op de grond. 2. Peilstok 3. Draai het contactsleuteltje op Uit.
2. Open het inspectieluik aan de achterzijde. 1 3. Gebruik een steeksleutel om de sleepkleppen op de hydraulische pompen tweemaal linksom te draaien (Figuur 18). 3 G004182 2 Figuur 19 1. Cilindervergrendeling 2. Hefcilinder 5. Breng de cilindervergrendeling omlaag over de cilinderstang en bevestig deze met de lynchpen (Figuur 19). 6. Breng langzaam de armen van de lader omlaag totdat de cilindervergrendeling contact maakt met de cilinder en het uiteinde van de staaf. Figuur 18 1.
Een werktuig bevestigen het werktuig geplaatst. Controleer de ontvangerplaat en maak deze zonodig schoon. Belangrijk: Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde werktuigen. Werktuigen kunnen verandering in de stabiliteit en de gebruikseigenschappen brengen en de machine minder stabiel maken. De garantie op de machine kan komen te vervallen als werktuigen worden gebruikt die niet zijn goedgekeurd.
6. Druk de mannelijke aansluiting van het werktuig in het vrouwelijk aansluiting op de machine. voren, naar achteren en terug in de neutraalstand om de druk op de hydraulische koppelingen op te heffen. Opmerking: Als u eerst de mannelijke aansluiting van het werktuig bevestigt, heft u de druk in het werktuig op. 5. Als het werktuig hydraulisch wordt bediend, schuift u de kraag op de hydraulische koppeling terug en maakt u deze los.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter. • Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Bij elk gebruik of dagelijks Om de 25 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren • • • • • Motoroliepeil controleren.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het voertuig. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Procedures voorafgaande aan onderhoud Zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje voordat u de kappen opent.
Verwijder het voorscherm. VOORZICHTIG Als de motor heeft gelopen, kan het hittescherm heet zijn en ernstige brandwonden veroorzaken. Laat de tractie-eenheid volledig afkoelen voordat u het hittescherm aanraakt. 1. Open de motorkap en verwijder beide zijpanelen. Figuur 24 2. Draai de bouten los waarmee de gewichten zijn vastgezet (Figuur 26). 1. Handknop 2. Kantel het inspectieluik omlaag en verwijder het om toegang te krijgen tot de interne onderdelen (Figuur 24).
Smering De tractie-eenheid smeren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (onmiddellijk na elke wasbeurt). Type smeermiddel: Universeel smeervet. 1. Breng de armen van de lader omlaag en zet de motor af. Verwijder het sleuteltje. 2. Reinig de smeernippels met een doek. Figuur 27 1. Voorscherm 3. Sluit een smeerpistool aan op elke smeernippel (Figuur 29. 2. Bouten (bout aan linkerzijde niet afgebeeld) 6.
Onderhoud motor 1 2 3 4 5 Onderhoud van het luchtfilter 6 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. Om de 25 bedrijfsuren—Verwijder het luchtfilterdeksel, verwijder vuil en controleer de luchtfilteronderhoud-indicator. 7 G009742 Figuur 30 Om de 600 bedrijfsuren—Vervang het veiligheidsfilter 1. Onderhoudsindicator van luchtfilter 2. Veiligheidsfilter 3. Luchtfilterbehuizing 4. Voorfilter onderhoud van luchtfilterdeksel en -behuizing 5.
4. Als u het veiligheidsfilter vervangt, schuif dan voorzichtig het nieuwe filter in de filterbehuizing (Figuur 30). 2. Parkeer de tractie-eenheid zo dat de aftapkant iets lager staat dan de andere kant zodat alle olie kan weglopen. Belangrijk: U mag de motor nooit laten lopen zonder dat beide luchtfilters zijn gemonteerd, omdat anders de motor schade kan oplopen. 5. Schuif het voorfilter op het veiligheidsfilter (Figuur 30).
Figuur 33 Figuur 34 1. Oliefilter 1. Bougiekabel 4. Vul de motor met nieuwe olie van het juiste type via de middelste opening van het filter. Houd op met vullen als de olie de onderkant van de schroefdraad bereikt. 2. Bougie 4. Maak de omgeving van de bougies schoon. 5. Verwijder beide bougies en de metalen pakkingringen. 5. Wacht een of twee minuten zodat het filtermateriaal de olie kan opnemen en giet daarna de overtollige olie af. Bougies controleren 6.
Bougies monteren Onderhoud brandstofsysteem 1. Draai de bougies in de bougie-openingen. 2. Draai de bougies aan tot 27 Nm. 3. Druk de bougiekabels op de bougies (Figuur 34). Brandstoffilter vervangen 4. Sluit de motorkap. Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Open de motorkap en verwijder het linker zijscherm. 3.
Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoud elektrisch systeem GEVAAR Onderhoud van de accu In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer het peil van het accuzuur (alleen vervangende accu). • Tap de benzine af uit de brandstoftank wanneer de motor koud is. Doe dit buiten op een open terrein.
corrosie en beschadiging van het chassis veroorzaken. 5. Wacht na het bijvullen van de accucellen vijf tot tien minuten. Vul indien nodig gedestilleerd water bij totdat het zuurpeil de Bovenste streep (Figuur 37) op de accubehuizing bereikt. 2 3 6. Plaats de vuldoppen op de accu. Accu opladen 1 G003794 WAARSCHUWING Figuur 37 1. Vuldoppen 2. Bovenste streep 3. Onderste streep Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen.
Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de rupsbanden Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Controleer de spanning van de rupsbanden en breng ze op de juiste spanning. Figuur 39 Bij elk gebruik of dagelijks—Reinig de rupsbanden. 1. Rupsband 2. Kettingwielaandrijving Bij elk gebruik of dagelijks—Controleer de rupsbanden op overmatige slijtage (vervang de rupsbanden als deze versleten zijn). 3. Wegwielen 4.
Figuur 41 1. Borgbout 2. Spanschroef 3. Spanbuis 4. Spanwiel Figuur 42 4. Gebruik een dopsleutel van 1/2 inch (Figuur 42) en draai de spanschroef linksom tot de afstand tussen de spanmoer en de achterzijde van de spanbuis (Figuur 40) 7 cm is. 1. 2. 3. 4. 5. Lijn de dichtstbijzijnde inkeping in de spanschroef uit met de opening van de borgbout en bevestig de schroef met de borgbout en moer (Figuur 41). Rupsband Dopsleutel 1/2 inch Spanwiel Spanbuis 5. 6. 7. 8.
Rupsbanden vervangen (model 22322) 11. Plaats de grote ringen op de wielen (bovenop het vet). Vervang de rupsbanden als deze versleten zijn. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 2. Breng de betreffende zijde omhoog of ondersteun deze zodat de rupsband 7,6 tot 10 cm van de grond is. 3. Verwijder de borgbout en de moer (Figuur 41). 4.
Onderhoud riemen Aandrijfriem vervangen/controleren Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—De aandrijfriem op slijtage of beschadigingen controleren. Om de 200 bedrijfsuren—De drijfriem vervangen. Figuur 45 1. Wegwiel 2. Pakking 3. Bout Vervang de riem als u tekenen van slijtage, scheuren of schade ontdekt of na 200 bedrijfsuur, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. 4. Wegwieldop 5. Snapring 6.
Figuur 47 Veerhoes niet afgebeeld 1. Spanpoelie 2. Drijfriem 5. De riem van de drie poelies verwijderen (Figuur 48). Figuur 46 1. Veerverwijderaar 2. Drijfriem 4. Spanpoelie 5. Motor (doorzichtig weergegeven ter verduidelijking van de afbeelding) Figuur 48 Veerhoes niet afgebeeld 3. Spanpoelieveer (veerhoes niet afgebeeld) 4. Verwijder de spanpoelieveer van de spanpoelie (Figuur 47). 6. Plaats een nieuwe riem rond de drie poelies (Figuur 47). 7.
Onderhoud bedieningsysteem De bedieningsorganen worden in de fabriek afgesteld voor de tractie-eenheid wordt verzonden. Na vele bedrijfsuren moet u echter mogelijk de uitlijning van de tractiebediening, de neutraalstand van de tractiebediening en de sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit opnieuw afstellen. Figuur 50 1. Tractiebediening Belangrijk: Voer alle procedures volledig en in de juiste volgorde uit om de bedieningsorganen correct af te stellen. 2. Bout en moer 5.
De sporing van de tractiebediening in de stand volledig vooruit afstellen. Als de tractie-eenheid niet recht rijdt als u de tractiebediening tegen de referentiebalk houdt, moet u de volgende procedure uitvoeren: 1. Rijd met de tractie-eenheid terwijl u de tractiebediening tegen de referentiebalk duwt en kijk in welke richting de tractie-eenheid afwijkt. 2. Laat de tractiebediening los. 3.
Onderhoud hydraulisch systeem 10. Zet de motor af en controleer op lekkages. WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken. Vloeistof die in de huid is geïnjecteerd, dient binnen enkele uren operatief te worden verwijderd door een arts die bekend is met deze vorm van verwondingen, omdat anders gangreen kan ontstaan.
11. Zet de motor af. 12. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof, indien nodig bijvullen. Raadpleeg Hydraulische vloeistof controleren. 13. Plaats het zijscherm en sluit de motorkap. Hydraulische leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de hydraulische leidingen op lekkages, losgeraakte aansluitingen, kinken, loszittende steunen, slijtage, beschadigingen als gevolg van weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën.
Reiniging Vuil verwijderen van de tractie-eenheid Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Belangrijk: Als u de motor gebruikt met een verstopt grasscherm, vuile of verstopte koelribben, en /of verwijderde koelschermen, zal dit leiden tot beschadiging van de motor als gevolg van oververhitting. 1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, laat de armen van de lader neer en zet de motor af. 2. Verwijder het sleuteltje en laat de motor afkoelen. Figuur 57 3. Open de motorkap. 1. Zijgewichten 2.
Belangrijk: Zorg ervoor dat er geen water in de motor of het elektrische systeem terechtkomt. 16. Schuif de brandstoftank gedeeltelijk in het chassis (Figuur 57). 17. Maak de ontluchtingsopening weer vrij en sluit de ontluchtingsslang erop aan. 18. Sluit de brandstofleiding aan en verwijder de klem. 19. Bevestig de tankdop en draai deze vast tot deze op zijn plaats klikt. 20. Sluit aan de rechterzijde van de tank de oranje draad aan op de middelste pool en de zwarte draad op de buitenste pool (Figuur 58).
Stalling C. Zet de motor af, wacht totdat deze is afgekoeld en laat de benzine uit de tank lopen met behulp van een sifonpomp. 1. Breng de armen van de lader omlaag, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat. 2. Verwijder vuil en roet van de buitenkant van de gehele machine, met name van de motor. Verwijder vuil en kaf van buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing. E. Choke de motor.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. Accu is leeg. 1. Accu opladen of vervangen. 2. De elektrische aansluitingen zijn gecorrodeerd of zitten los. 3. Relais of schakelaar is beschadigd. 2. Controleren of de elektrische aansluitingen goed contact maken. 3. Neem contact op met een erkende servicedealer. 1. De brandstoftank is leeg. 1. Vul de tank met benzine. 2. De choke staat niet op Aan. 2.
Schema's g013124 Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 50
Opmerkingen: 51
Toro garantie voor Compact Utility Equipment CUE-producten 1 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt Toro en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Compact Utility Equipment (hierna: het 'product') vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten.