Form No. 3380-393 Rev A ProCore® 648 beluchter Modelnr.: 09200—Serienr.: 314000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing 1 Dit product bevat een chemische stof of chemische stoffen waarvan de Staat Californië weet dat ze kanker, geboorteafwijkingen en schade aan het voortplantingssysteem veroorzaken.
Inhoud Brandstof aftappen uit de brandstoftank ....................40 Onderhoud elektrisch systeem ....................................41 Onderhoud van de accu...........................................41 Zekeringen ............................................................41 Onderhoud aandrijfsysteem ........................................42 Bandenspanning controleren ...................................42 De tractieaandrijving afstellen voor de neutraalstand.............................................
Veiligheid Veilig omgaan met brandstof • Om letsel en schade te voorkomen dient u bijzonder Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico op letsel te verminderen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – 'instructie voor persoonlijke veiligheid' kan betekenen. Niet-naleving van de instructie kan leiden tot lichamelijk of dodelijk letsel.
Onderhoud en opslag • Stop de machine en controleer de tanden als u een vreemd voorwerp hebt geraakt of de machine abnormaal begint te trillen. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt. • Wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen voordat u de machine afstelt, reinigt of repareert. Schakel de tanden uit, breng de beluchtingskop omhoog, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.
Geluidsniveau De geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in EN ISO 11201. Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau van 101 dBA, met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Trillingsniveau Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in ISO 11094.
106-8835 1. Aan/Uit 7. Beluchtingskop omlaag 2. Output 8. Beluchtingskop omhoog 3. Solenoïdeklep omlaag 9. Transport (1) 4. Solenoïdeklep omhoog 10. Beluchten (4) 5. Solenoïdeklep snel 11. Grond volgen 6. Input 12. Neerlaten OK 106-8856 1. Lees de Gebruikershandleiding. 107-7547 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 2. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 106-8853 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
110-4664 1. Lees de Gebruikershandleiding. 3. Formaat bout 2. Formaat sleutel 4. Torsie Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8.
107-7534 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 2. Waarschuwing – Verwijder het sleuteltje uit het contact en lees de instructies voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 4. Handen of voeten kunnen bekneld raken – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 5.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 5 6 Hoeveelheid Omschrijving Wielset 2 Borgmoer (1/2 inch) Kabelgeleider Bout (5/16 x 1/2 inch) Bout (1/4 x 1 inch) Flensmoer (5/16 inch) Sluitvergrendeling Tapbout Inwendige getande borgring Greep Popnagel Bout (1/4 x 1 inch) Borgmoer (1/4 inch) 3 1 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1 Geen onderdelen vereist – Gebruik Monteer de achterwielen.
4 1 Achterwielen monteren 1 Benodigde onderdelen voor deze stap: 2 Wielset 2 3 G00XXXX Figuur 4 Procedure 1. Verwijder de 8 wielmoeren waarmee de achterkant van de beluchter is bevestigd aan de verpakking. 2. Monteer het wiel op de naaf van het achterwiel (Figuur 3). 1. Handgreep 3. Borgmoer 2. Vork 4. Kabelgeleider 3. Bevestig de tapeinden aan de vork met 3 borgmoeren (1/2 inch) (Figuur 4) 1 4. Plaats de kabelgeleider rond de kabels. 5.
WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. 7. Als de accu is opgeladen, haalt u de acculader uit het stopcontact en maakt u deze los van de accupolen. Opmerking: Nadat de accu in gebruik is genomen, mag u deze indien nodig uitsluitend bijvullen met gedistilleerd water, hoewel dit in normale gebruiksomstandigheden bij onderhoudsvrije accu's niet nodig is.
11. Sluit en vergrendel het deksel van de accubehuizing. 2 5 4 Achterkap bevestigen (uitsluitend CE) 4 Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 2 Sluitvergrendeling 2 Tapbout 2 Inwendige getande borgring Procedure 3 Als u deze machine gaat gebruiken in Europa, moet u de achterkap als volgt bevestigen om te voldoen aan de CE-voorschriften. G010021 1. Bevestig een sluitvergrendeling over de linker- en rechtermotorkapvergrendelingen met een tapbout (twee in totaal) (Figuur 7). Figuur 6 1.
5 Riemkap bevestigen (uitsluitend CE) Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Greep 1 Popnagel 1 Bout (1/4 x 1 inch) 1 Borgmoer (1/4 inch) Figuur 9 1. Opening in riemkap Procedure 3. Popnagel 2. Greep Als u deze machine gaat gebruiken in Europa, moet u de riemkap als volgt bevestigen om te voldoen aan de CE-voorschriften. 3. Draai de bout in de handgreep van de vergrendeling op de riemkap (Figuur 10). 1.
Algemeen overzicht van de machine instellingen voor het betreffende werktuig zoals beschreven is in Tandhouders, beschermvingers en tanden monteren in de gebruiksaanwijzing. Figuur 11 1. Werkrichting 3. Linkerkant 2. Rechterkant Bedieningsorganen Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen voordat u de motor start en de machine gebruikt. Figuur 12 1. Tractiehendel 2. Parkeerrem 3. Schakelaar voor omhoog brengen of neerlaten/inschakelen 4.
Parkeerrem 1 3 4 Om de parkeerrem in werking te stellen, moet u de hendel in de richting van de motor bewegen. Om de parkeerrem vrij te zetten, beweegt u de hendel naar voren (Figuur 12). Stel de parkeerrem altijd in werking wanneer u de machine stopt of deze onbeheerd achterlaat. Duw de tractiehendel naar voren en naar achteren om de parkeerrem vrij te zetten. 5 Oliedruklampje 6 2 Het oliedruklampje (Figuur 12) licht op indien de motoroliedruk gevaarlijk laag is.
Choke Om een koude motor te starten, moet u de chokeknop (Figuur 13) volledig naar voren zetten. Nadat de motor is gestart, kunt u met behulp van de choke de motor regelmatig laten lopen. Zodra dit mogelijk is, opent u de choke door de chokeknop naar achteren te zetten. Keuzeschakelaar voor handbediening van grondvolgsysteem Zet de schakelaar omlaag om de functie TrueCore (Figuur 13) uit te schakelen. Verwijder de bout om toegang te krijgen tot de schakelaar voor de handbediening van het grondvolgsysteem.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing GEVAAR In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. VOORZICHTIG • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste benzine opnemen.
Belangrijk: Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig voordat u de tank bijvult.
Motoroliepeil controleren Belangrijk: Het carter nooit overvullen met olie. Hierdoor kan de motor beschadigd raken. Laat de motor nooit lopen als de olie lager staat dan de onderste markering, omdat de motor daardoor kan worden beschadigd. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks (Controleer het oliepeil als de motor koud is.) Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer is gestart. 6.
aan effectiviteit bij hoge omgevingstemperaturen in vergelijking met Type 46/68 vloeistoffen. 1 Belangrijk: In omstandigheden met omgevingstemperaturen van 35 °C of hoger adviseert Toro Mobil 1 15W-50 synthetische olie te gebruiken. Opmerking: Wanneer u van de ene soort hydraulische vloeistof omschakelt naar de andere, dient u alle oude vloeistof uit het systeem te verwijderen, omdat sommige hydraulische vloeistoffen niet onderling gelijk zijn.
Het veiligheidssysteem 2. Schakel de choke in voordat u een koude motor start. Opmerking: Als de motor warm of heet is, hoeft u de choke niet te gebruiken. Zodra de motor start, zet u de chokehendel op Lopen. VOORZICHTIG Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. 3. Zet de gashendel op Snel voordat u een koude motor start. 4. Draai het contactsleuteltje naar de stand Start.
1 Opmerking: De bouten zijn meegeleverd in de tandenhouderset. 1 2 Figuur 20 G010038 1. Onderhoudsvergrendeling in (neergelaten) opbergstand Figuur 22 1. Arm 3. Draai de onderhoudsvergrendeling naar achteren en steek deze op de pen van de beluchtingskop (Figuur 21). Vastzetten met de borgveer. 2. Tandenhouder 3. Monteer de beschermvingers losjes op de beugels voor de beschermvingers met 4 klemmen en 12 flensmoeren (Figuur 23). Draai de bevestigingselementen niet vast aan.
7. Monteer de overige tanden in de tandenhouder 1, 3, 4 en 6. Draai alle bouten van de tandenhouder vast met 40,6 Nm. 1 Tanden vervangen Raadpleeg Tandenhouders, beschermvingers en tanden monteren voor afbeeldingen. 2 1. Breng de beluchtingskop op en zet deze vast met de onderhoudsvergrendeling. G010041 2. Maak de bouten van de tandenhouder los en verwijder de oude tanden. Figuur 24 1. Tandenklem 2. Tand 3. Steek de nieuwe tanden in de tandenhouder. 4. Draai de bouten vast met de aanbevolen torsie.
Handmatig grondvolgsysteem instellen 1 De enige keer dat de afstandsstukken voor de handmatige instelling van de werkdiepte nodig zijn is als het TrueCore® grondvolgsysteem niet werkt als gevolg van schade aan het feedbacksysteem (beschermvingers, trekstang, en bedieningsorganen) of als de maximale werkdiepte is vereist. 1. Verwijder de lynchpen waarmee de afstandsstukken en dieptepennen zijn vastgezet (Figuur 28). 1 2 Figuur 29 2 1. Keuzeschakelaar voor handbediening van grondvolgsysteem 2.
de beluchtingskop omhoog te brengen en het elektrische regelcircuit terug te stellen. 1 G010046 Figuur 30 1 Figuur 31 1. Omloopventiel 1. Reset-knop van regelcircuit Belangrijk: Draai het omloopventiel niet verder dan één slag. Dit voorkomt dat het ventiel uit de behuizing valt en de vloeistof naar buiten stroomt.
Aanbevelingen voor aanhanger Gewicht 721 kg of 805 kg met twee optionele gewichten Breedte Minimaal 130 cm Lengte Minimaal 267 cm Hoek van hellingbaan Maximaal 16 graden Laadrichting Beluchtingskop naar voren (bij voorkeur) Trekvermogen van voertuig Groter dan het totale gewicht van de aanhanger WAARSCHUWING Deelname aan het wegverkeer zonder richtingaanwijzers, verlichting, reflectoren of een bord met de aanduiding 'Langzaam rijdend voertuig' is gevaarlijk en kan leiden tot ongelukken die licha
De markeerder gebruiken 2 Met de markeerder kunt u de banen van de beluchter in een rechte lijn brengen (Figuur 35). 1 2 Figuur 36 G010050 1 1. Veren voor gewichtsverplaatsing Figuur 35 1. Markeerder (opslagstand) 2. Markeerder (gebruiksstand) 2. Veerplaat 2. Steek een dopsleutel van 13 mm of onderbrekerstang in de vierkante opening in de veerplaat (Figuur 37).
toe aan de machine. Er kunnen maximaal twee platen worden toegevoegd. Raadpleeg de onderdelencatalogus voor de onderdeelnummers van deze platen. gecontroleerd. Meet de impedantie van het losgekoppelde onderdeel, de impedantie door de kabelboom (loskoppelen bij de ACM), of voer een test uit waarbij het desbetreffende onderdeel tijdelijk wordt geactiveerd.
Tips voor bediening en gebruik • Gebruik een kop met drie tanden in plaats van een kop met vier tanden of verminder het aantal tanden per arm. Probeer de configuratie van de tanden symmetrisch te houden zodat de armen gelijkmatig worden belast. Algemeen • Verminder de werkdiepte van de beluchter als u een zeer WAARSCHUWING compacte bodem moet beluchten. Ruim de pluggen op, besproei het gras en belucht opnieuw bij een grotere werkdiepte.
Opmerking: Deze instelling van de Roto-Link demper moet ongedaan worden gemaakt als u weer andere tanden of minitanden gaat gebruiken. Bij gebruik van de minitandenhouder of grotere massieve tanden is de structuur van de graswortels belangrijk om te voorkomen dat de grasmat wordt beschadigd doordat de wortels worden stuk getrokken.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Riem van pomp afstellen. • Ververs de hydraulische vloeistof en de filters. • Controleer de torsie van de bevestigingen op de beluchtingskop, de freeshendel en de wielmoeren. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Ververs de motorolie en vervang het filter.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Gecontroleerd item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Motoroliepeil controleren. Brandstofpeil controleren Luchtfilter controleren. De motor op vuil controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt. Controleren op ongewone geluiden tijdens het gebruik.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Belangrijk: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt. Draai alle bevestigingen op een deksel een paar slagen losser zodat het deksel loszit maar nog wel bevestigd is en draai de bevestigingen daarna pas helemaal los totdat het deksel eraf komt. Hiermee voorkomt u dat u per ongeluk de bouten van de borgringen losdraait. 1 De machine opkrikken Figuur 40 1.
Smering Opmerking: Als deze beschikbaar is, kan er een takel worden gebruikt om de achterzijde van de machine omhoog te brengen. Gebruik de ringen in de lagerbehuizing van de beluchtingskop om de takel te bevestigen (Figuur 42). De lagers van de beluchtingskop controleren Onderhoudsinterval: Jaarlijks—Controleer de lagers van de beluchtingskop. 1 Om de 500 bedrijfsuren—Inspecteer de lagers van de beluchtingskop en vervang deze indien nodig.
Reinigen van het schuimfilter Onderhoud motor Belangrijk: Vervang het schuimelement als het gescheurd of versleten is. Onderhoud van het luchtfilter 1. Was het schuimfilter in warm water met vloeibare zeep. Veeg het als het schoon is grondig af. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Reinig het filterelement en controleer het papieren element op beschadiging. 2. Droog het element door het in een schone doek te wikkelen en uit te knijpen (niet uitwringen).
4. Plaats het luchtfilterdeksel en zet het vast met de knop (Figuur 43). Motorolie verversen en filter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren—Ververs de motorolie en vervang het filter. Opmerking: Vervang de olie en het filter vaker als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. 1 Type olie: Reinigingsolie (API-klasse SJ, SK, SL, SM of hoger) Figuur 47 Carterinhoud: met filter, 1,9 liter 1.
15. Plaats de vuldop terug. Onderhoud van de bougies Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Controleer de bougies. Controleer of de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode correct is voordat u een bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougies en een voelermaat voor het meten en afstellen van de elektrodenafstand. Monteer nieuwe bougies indien dit nodig is. Figuur 50 1.
Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR Brandstoffilter vervangen In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Belangrijk: Na verwijdering mag u nooit een vuil filter opnieuw aan de brandstofslang monteren.
Onderhoud elektrisch systeem De accukabels moeten stevig op de accupolen zitten zodat ze goed contact maken. Onderhoud van de accu Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. WAARSCHUWING Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Controleer het zuurpeil en reinig de accu. Om de 25 bedrijfsuren—Controleer de aansluitingen van de accukabels.
Onderhoud aandrijfsysteem Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren/Maandelijks (houd hierbij de kortste periode aan) Controleer of de luchtdruk in alle banden 0,83 bar bedraagt. De bandenspanning kan het beste met koude banden worden gecontroleerd. Belangrijk: Een ongelijke bandenspanning kan leiden tot een onregelmatige werkdiepte. 1 Figuur 52 1. Zekeringhouder 2 1 Figuur 53 1. Ventiel 2. Wielgewicht VOORZICHTIG Het wielgewicht is zeer zwaar, 33 kg.
De tractieaandrijving afstellen voor de neutraalstand Onderhoud riemen Riem van pomp afstellen De machine mag niet kruipen als u het tractiepedaal hebt losgelaten. Als de machine kruipt, is afstelling vereist. Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren 1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, zet de motor af en stel de parkeerrem in werking. 1. Ontgrendel en verwijder de riemkap (Figuur 55). 2. Krik de machine omhoog totdat het voorwiel en een achterwiel los komen van de grond.
Onderhoud bedieningsysteem Het grondvolgsysteem terugstellen Als er onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan het True Core grondvolgsysteem (uitgezonderd vervanging van de beschermvingers ) of als de tandenhouders in aanraking komen met de beschermvingers als zij zijn ingesteld op de maximale werkdiepte, moet de trekstang voor de instelling van de werkdiepte misschien worden teruggesteld. Figuur 57 1. Bout van spanpoelie 2. Spanpoelie 1.
Onderhoud hydraulisch systeem 7. Zet de linker en rechter contramoeren vast op de trekstang. 8. Sluit de kogelschakelaar aan op de kabelboom. 9. Verwijder de pen van de beugel van de beschermvingers en de buis voor de instelling van de werkdiepte. WAARSCHUWING Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
Belangrijk: Gebruik ter vervanging geen filters voor motorolie omdat dit ernstige schade aan het hydraulische systeem kan veroorzaken. Testpoorten van het hydraulische systeem Opmerking: Als u het retourfilter verwijdert, zal het hele reservoir voor de hydraulische vloeistof leeglopen. De testpoorten worden gebruikt om de druk in de hydraulische circuits te testen. Neem contact op met uw plaatselijke Toro-dealer als u hulp nodig heeft. 1.
Beschermvingers vervangen Onderhoud van de beluchter Alle beschermvingers moeten worden vervangen als zij zijn beschadigd of afgesleten tot een dikte van minder dan 6 mm. Beschadigde beschermvingers kunnen gras meetrekken waardoor het gazon wordt beschadigd. Torsie controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Controleer of de torsie van de bevestigingen op de beluchtingskop, de freeshendel en de wielmoeren juist zijn.
Timing van de beluchtingskop 48 cm gedeeld door 10 is 4,8 cm, de insteekafstand is 3 mm kleiner dan de nominale instelling (Figuur 65). De merktekens voor de timing van de beluchtingskop zijn duidelijk aangebracht op het gietstuk. 1 1 G010070 Figuur 65 1. 48 cm (10 openingen) 5.
Stalling mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol). 1. Stel de parkeerrem in werking en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Maak de bougiekabel los van de bougie. Verwijder het sleuteltje. Opmerking: Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse benzine wordt vermengd en altijd wordt gebruikt. 2.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem Startmotor draait niet. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. Tractiehendel niet in neutraalstand. 1. Tractiehendel in de neutraalstand zetten. 2. De accu is leeg. 3. Elektrische aansluitingen gecorrodeerd of los. 4. Schakelaar voor neutraalstand verkeerd afgesteld. 5. Relais of schakelaar defect. 2. Accu opladen. 3. Controleren of elektrische aansluitingen goed contact maken. 4. Schakelaar voor neutraalstand afstellen. 5.
Probleem Beluchtingskop werkt niet. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Het peil van de hydraulische vloeistof is te laag. 1. Hydraulische vloeistof bijvullen. 2. 3. 4. 5. De sleepklep staat open. Riem is versleten of beschadigd. Koppeling is versleten. Een van de relais of zekeringen is versleten. 6. Het hydraulische systeem is beschadigd. 2. 3. 4. 5. 1. De grond is te hard. 1. Raadpleeg Tips voor bediening en gebruik. 2. Instelling ontlastklep/verstopping in opening. 2.
Toro commerciële garantie voor beluchters 2 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro Hydroject of ProCore beluchter (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden