Form No. 3368-833 Rev A Sand Pro® 2020 tractie-eenheid Modelnr.: 08887—Serienr.: 311000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze machine is een bedrijfsvoertuig dat bedoeld is voor gebruik door professionele bestuurders en voor commerciële toepassingen. Ze is in de eerste plaats bedoeld voor het onderhoud van bunkers en sportterreinen op goed onderhouden golfbanen en terreinen voor commercieel gebruik.
Inhoud Onderhouden remmen ........................................... 29 De interlockschakelaar van de rem afstellen.......................................................... 29 Het remsysteem afstellen .................................... 30 Onderhoud bedieningsysteem ................................ 30 De hefhendel afstellen ........................................ 30 De motorbesturing afstellen ............................... 30 Onderhoud hydraulisch systeem .............................
Veiligheid – als de machine op een helling begint te glijden, kan dat niet met de rem worden gecorrigeerd. De belangrijkste oorzaken voor het verliezen van de controle zijn: ◊ onvoldoende grip van de wielen, ◊ te snel rijden, ◊ onjuist gebruik van de rem, ◊ het type machine is niet geschikt voor het specifieke werk, ◊ zich onvoldoende bewust zijn van de specifieke omstandigheden van het terrein, met name op hellingen, ◊ onjuiste bevestiging en verdeling van lasten.
zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt. – Maak geen scherpe bochten. Ga zorgvuldig te werk als u achteruitrijdt. • Let op het verkeer als u in de buurt van een weg werkt of deze oversteekt. Gebruiksaanwijzing • Gebruik de machine nooit als schermen, afdekplaten of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken. Zorg ervoor dat alle interlockschakelaars zijn aangebracht, correct zijn afgesteld en naar behoren werken.
• Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren. • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem.
Trillingsniveau Hand-arm Gemeten trillingsniveau voor de rechterhand = 3,37 m/s2 Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 3,36 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,5 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 1032. Gehele lichaam Gemeten trillingsniveau = 0,14 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,5 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN ISO 20643.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 119-2482 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding, gebruik deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 3. Ledematen kunnen bekneld raken, omstanders – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 4.
112-7629 1. Koplampen 3. Motor – Lopen 5. Choke 7. Continu snelheidsregeling 2. Motor – Afzetten 4. Motor – Starten 6. Snel 8. Langzaam 93-9052 117–2718 1. Waarschuwing — Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 95-0647 1. Werktuig in zwevende stand 2. Werktuig in lage stand 3.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Stuurwiel Rolpen (1/4 x 2 inch) 1 1 Monteer het stuurwiel. Accuzuur met een soortelijk gewicht van 1,260 (niet inbegrepen) - Accu in gebruik nemen en opladen.
1 2 Stuurwiel monteren Accu in gebruik nemen en opladen Benodigde onderdelen voor deze stap: Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Stuurwiel 1 Rolpen (1/4 x 2 inch) - Procedure Procedure 1. Beweeg het voorwiel zo dat het recht vooruit wijst. 2. Schuif het stuurwiel op de stuuras (Figuur 2). WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen.
WAARSCHUWING WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt.
Algemeen overzicht van de machine 4 Afvalbak monteren Bedieningsorganen Benodigde onderdelen voor deze stap: Tractie- en stoppedaal 1 Afvalbak Het tractiepedaal (Figuur 5) heeft 3 functies: de machine vooruit en achteruit laten rijden en tot stilstand brengen. Om vooruit te rijden, moet u de bovenkant van het pedaal intrappen en om achteruit te rijden de onderkant van het pedaal. Gebruik hierbij de hiel en tenen van uw rechtervoet (Figuur 6).
Gashendel Belangrijk: Voor een maximale trekkracht moet de gashendel op Snel staan en het tractiepedaal nauwelijks ingetrapt worden. De gashendel (Figuur 7) dient om de gastoevoer naar de carburateur te bedienen. De hendel heeft 2 standen: Traag en Snel. De motorsnelheid kan tussen de 2 instellingen bewogen worden. VOORZICHTIG Gebruik de maximale rijsnelheid alleen als u van de ene werkplaats naar de andere rijdt. Opmerking: U kunt de motor niet afzetten met de gashendel.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer wordt gestart. Figuur 9 De carterinhoud bedraagt ongeveer 1,66 liter met filter. 1.
Belangrijk: De peilstok moet volledig in de buis gaan om het carter goed af te sluiten. Als het carter niet afgesloten is, kan de motor beschadigd raken. GEVAAR In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die benzinedampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. 5. Draai de stoel omlaag.
gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de vloeistoffen die zij aanbevelen.
Figuur 12 Figuur 13 1. Dop van het hydraulische reservoir 1. Ventiel 2. Wielmoer 2. Verwijder de dop van het reservoir. 3. Controleer het oliepeil in het reservoir. Het oliepeil moet tot bovenaan de zijde van de kegelpunt op het scherm van het reservoir reiken. Wielmoeren aandraaien Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 100 bedrijfsuren 4. Als het vloeistofpeil te laag is, vult u het reservoir langzaam bij totdat het peil het versmalde stuk van de peilstok bereikt. Niet te vol vullen.
om er zeker van te zijn dat alle onderdelen naar behoren functioneren. 4. Om de motor af te zetten, moet u de gashendel op Langzaam zetten en het contactsleuteltje op UIT draaien. Stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje uit het contact om te voorkomen dat de machine per ongeluk wordt gestart. 5. Sluit de brandstofafsluitklep voordat u de machine stalt. seconden stoppen. Verhelp het probleem als het systeem niet naar behoren werkt. 7. Ga in de stoel zitten en stel de parkeerrem in werking.
toerental. Daardoor zal er niet genoeg koppel zijn om het voertuig te bewegen. Om maximale kracht over te brengen op de achterwielen moet u dus de gashendel naar Snel bewegen en het tractiepedaal zachtjes induwen. Ter vergelijking: de maximale rijsnelheid met nulbelasting haalt u als de gashendel op Snel staat en het tractiepedaal traag en volledig ingedrukt wordt. Samengevat: hou het motortoerental altijd hoog genoeg om maximaal vermogen over te brengen op de achterwielen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Wielmoeren aandraaien.
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerde item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Werking van veiligheidssysteem controleren. Controleer de stuurwerking. Brandstofpeil controleren. Controleer het motoroliepeil. De staat van het luchtfilter controleren. Reinig de koelribben van de motor. Controleren of motor ongewone geluiden maakt. Controleren op ongewone geluiden tijdens het gebruik.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Smering De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Smeer de lagers van het voorwiel om de 25 bedrijfsuren. Smeer de stuuras om de 100 bedrijfsuren. Belangrijk: De bevestigingen op de deksels van deze machine zijn zo ontworpen dat ze op het deksel blijven zitten nadat de bevestiging is losgemaakt.
Onderhoud motor 2. Pomp vet in het lager of de lagerbus. 3. Veeg overtollig vet af. Motorolie verversen en filter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 50 bedrijfsuren Ververs de olie en vervang het filter na de eerste 8 bedrijfsuren, daarna moet u om de 50 bedrijfsuren de olie verversen en het oliefilter vervangen. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zet de motor af. 2. Verwijder de aftapplug (Figuur 16) en laat de olie in een opvangbak lopen.
Opmerking: Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. • Voer onderhoudswerkzaamheden uit aan het luchtfilter om de 200 bedrijfsuren. Doe dit eerder als de prestaties van de motor lijden onder extreem stoffige of vuile omstandigheden. Als u het luchtfilter vervangt voordat dit nodig is, wordt alleen maar de kans vergroot dat er vuil in de motor komt als het filter wordt verwijderd.
Onderhoud brandstofsysteem Brandstoffilter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren De brandstofleiding is voorzien van een inlinefilter. Vervang het filter om de 800 bedrijfsuur. Voer de volgende stappen uit als vervanging zich opdringt: Figuur 18 1. Sluit de brandstofklep, maak de slangklem op het filter aan de kant van de carburateur los en verwijder de brandstofslang van het filter (Figuur 19).
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
Onderhoud aandrijfsysteem positie van het bereik van de neutraalstand te bepalen. 6. Draai de borgmoer vast om de afstelling te borgen. 7. Zet de motor af. De tractie-aandrijving afstellen voor de neutraalstand 8. Monteer het motorscherm en laat de stoel zakken. 9. Haal de kriksteunen weg en laat de machine neer op de grond. Maak een proefrit met de machine om er zeker van te zijn dat deze niet beweegt als het tractiepedaal in de neutraalstand staat.
Onderhouden remmen De interlockschakelaar van de rem afstellen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zet de motor af. 2. Stel de handrem buiten werking. 3. Verwijder de knop van de hefhendel (Figuur 23). Figuur 21 1. Pedaal 3. Bedieningsstang 2. Contramoeren De stuurketting afstellen Omdat zand dat het voorwiel opwerpt op de ketting en het tandwiel kan komen, moet u deze onderdelen regelmatig op slijtage controleren.
Onderhoud bedieningsysteem 7. Schakel de parkeerrem in en uit om te controleren of deze de werking van de schakelaar belemmert. 8. Controleer de werking 9. Plaats het klepscherm. De hefhendel afstellen 10. Stel de geleider van de lifthendel af. Raadpleeg De hefhendel afstellen. Als het werktuig niet zweeft als de hefhendel zich in de vergrendelstand bevindt, is het nodig om de hefhendel af te stellen. Het remsysteem afstellen 1.
WAARSCHUWING De motor moet lopen als de toerentalregelaar wordt afgesteld. Contact met bewegende onderdelen of hete oppervlakken kan lichamelijk letsel veroorzaken. • Zorg ervoor dat het tractiepedaal zich in de neutraalstand bevindt en stel de parkeerrem in werking voordat u deze procedure uitvoert. • Houd kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de draaiende onderdelen, de geluiddemper en andere hete oppervlakken. Figuur 27 1. Kabelklemschroef 4. Aanslag 2. Gaskabel 5.
Onderhoud hydraulisch systeem Het uiteindelijke stationaire toerental moet 1750± 100 tpm zijn. 5. Zet de gashendel op SNEL. Buig het ankerlipje van de veer voor het hoge toerental (Figuur 28) totdat het hoge toerental 3150 ± 50 tpm bedraagt.
7. Zet alle bedieningsorganen in de neutraalstand of de uitgeschakelde stand en start de motor. Laat de motor lopen bij het laagst mogelijk toerental om alle lucht uit het systeem te verwijderen. Zorg ervoor dat het hydraulische reservoir en filter te allen tijde gevuld zijn met olie als u het hydraulische systeem controleert. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zet de motor af. 8. Laat de motor lopen tot de hefcilinder in- en uittrekt en u de wielen voor- en achteruit kunt laten rijden.
Reiniging juiste richting moeten draaien. Als het wiel in de verkeerde richting draait, stop dan de motor, maak de leidingen van de achterkant van de pomp los en verwissel de aansluitlocaties. Als het wiel in de juiste richting draait, schakel dan de motor uit en stel de borgmoer van de veerafstelpen af. Stel de transmissie af voor de neutraalstand; zie Tractieaandrijving afstellen voor de neutraalstand.
Stalling Tractie-eenheid 1. Reinig de tractie-eenheid, de werktuigen en de motor grondig. 2. Controleer de bandenspanning. Raadpleeg de paragraaf Bandendruk controleren. 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig. 4. Smeer alle smeer- en draaipunten met vet of olie. Neem overtollig vet op. 5. Plaatsen waar de lak is bekrast, beschadigd of geroest, moeten licht geschuurd en bijgewerkt worden. 6. Verricht de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de accu en de kabels: A.
Schema's Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema (Rev.
Opmerkingen: 38
Opmerkingen: 39
De Toro Total Coverage garantie Beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.