FORM. NR. 3321-425 Rev A MODEL NR. 08886—80001 & HOGER ® GEBRUIKERSHANDLEIDING SAND PRO® 5020 Om een goed inzicht te krijgen in dit produkt, voor uw veiligheid en voor het verkrijgen van optimale resultaten moet u deze handleiding lezen voordat u de machine gaat gebruiken. Let vooral op de VEILIGHEIDSINSTRUCTIES, die met dit symbool worden aangeduid: Het veiligheids-waarschuwingssymbool betekent LET OP, WAARSCHUWING of GEVAAR— persoonlijke veiligheidsinstructies.
VOORWOORD waarvoor uw speciale aandacht gevraagd wordt. De SAND PRO 5020 werd ontwikkeld als een efficiënte, probleemloze en economische methode voor het onderhouden van bunkers. In deze machine zijn de allernieuwste concepten op gebied van techniek, ontwerp en veiligheid verwerkt, in combinatie met onderdelen van de beste kwaliteit en natuurlijk ons vakmanschap. Het apparaat zal u uitstekend van dienst zijn indien het op de juiste manier gebruikt wordt en de onderhoudsrichtlijnen gevolgd worden.
Inhoudsopgave VEILIGHEIDSINSTRUCTIES OVERZICHT VAN GEBRUIKTE SYMBOLEN SPECIFICATIES VOOR HET GEBRUIK Het controleren van het carteroliepeil Het bijvullen van de brandstoftank Het controleren van het hydraulisch systeem Het controleren van de bandenspanning BEDIENINGSORGANEN BEDIENING Het starten/stoppen van de motor Het controleren van het interlock systeem Het slepen van de Sand Pro Inrijden Bedieningseigenschappen Inspectie en reiniging ONDERHOUD 4-6 7 8 9-11 9 9 10 11 12-13 14 14 14 14 15 15 15 16-22 3
Veiligheidsinstructies De SAND PRO 5020 werd zodanig ontwikkeld en getest dat hij u lange tijd uitstekend van dienst kan zijn als hij op de juiste manier bediend en onderhouden wordt. Hoewel de risicofactor en ongevallenpreventie gedeeltelijk afhangen van het ontwerp en de configuratie van de machine, zijn deze factoren tevens afhankelijk van de oplettendheid, zorg en juiste training van het personeel dat betrokken is bij de bediening, het transport, het onderhoud en de opslag van de machine.
Veiligheidsinstructies interlock-schakelaars controleren. 14. Het besturen van de machine vergt uw aandacht. Om te voorkomen dat u afgeleid wordt of omkiept moet u op de volgende zaken letten: A. Ben voorzichtig bij het in- en uitrijden van zandbunkers. Let extra goed op in de buurt van greppels, riviertjes of andere gevaarlijke situaties. B. Kijk goed uit voor kuilen en andere verborgen gevaren. C. Let op als u de machine op een steile helling gebruikt.
Veiligheidsinstructies een toerenteller. 29. Voordat u de olie peilt of olie bijvult bij het carter, moet de motor uitgeschakeld zijn. 30. Om u te verzekeren van optimale resultaten en veiligheid, moet u altijd originele TORO reserve-onderdelen en accessoires kopen. Reserve-onderdelen en accessoires van andere producenten kunnen gevaarlijk zijn. Door het gebruik van dergelijke produkten kan de produktgarantie van de Toro Company komen te vervallen.
Overzicht van gebruikte symbolen WAARSCHUWINGSSYMBOOL ALGEMEEN WAARSCHUWINGSSYMBOOL OPGESLAGEN ENERGIE, KANS OP TERUGSLAG OF OPWAARTSE BEWEGING HEET OPPERVLAK, KANTELEN MACHINE OVERRIJDEN KANS OP VERBRANDING VINGERS OF HANDEN VERBRIJZELEN TENEN OF VOET, KRACHT VAN BOVENAF BLIJF OP VEILIGE AFSTAND BLIJF OP VEILIGE AFSTAND HOUD KINDEREN OP VEILIGHEIDSSCHERMEN NIET BIJTMIDDELEN, CHEMISCHE BLIJF OP VEILIGE AAN AFSTAND VAN DE MACHINE VAN DE MACHINE VAN DE MACHINE VEILIGE AFSTAND VAN OPENEN OF VERWIJDEREN B
Specificaties Configuratie: Driewieler met frameconstructie van gelast staal. Motor achterop geplaatst. Alle wielen aangedreven. Motor: Briggs & Stratton 4-takt luchtgekoelde kopklep-benzinemotor met V-twin motorblok. 13,4 kW bij 3600 tpm, cilinderinhoud 570 cc, oliecapaciteit 1,7 liter. Elektronische ontsteking. Oliefilter, volledig drukgesmeerd. Meters: Urenteller. Bedieningsorganen: Handbediende gashendel, choke en liftbediening. Voetpedaal voor besturing voortbeweging vooruit/achteruit.
Vóór het gebruik LET OP Stop de motor, trek de kabels van de bougies los en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten of de machine gaat afstellen. HET CONTROLEREN VAN HET CARTEROLIEPEIL (Afb. 1) De motor wordt geleverd met 1.7 l olie in het carter (inclusief filter); controleer echter het peil voor- en nadat u de motor voor het eerst start. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Klap de stoel omhoog. 3.
Vóór het gebruik De capaciteit van de brandstoftank is circa 20,8 l. Het hydraulisch systeem is ontworpen om te functioneren met Mobil 424 of een vergelijkbare hydraulische smeerolie. Het hydraulische reservoir van de machine is in de fabriek gevuld met circa 11,4 liter vloeistof. U dient echter het peil van de hydraulische vloeistof te controleren voordat de motor voor het eerst wordt gestart, en daarna dagelijks.
Vóór het gebruik Afbeelding 3 1. Dop oliereservoir HET CONTROLEREN VAN DE BANDENSPANNING (Afb. 4) De bandenspanning is in de fabriek te hoog opgevoerd voor transport doeleinden. Verminder de spanning tot het normale niveau voordat de machine gestart wordt. De correcte bandenspanning in de voor- en achterwielen is 27–41kPa. Afbeelding 4 1.
Bedieningsorganen Tractie- en rempedaal (Afb. 5–6)—Het tractiepedaal heeft drie functies: de eerste is om de machine vooruit te laten rijden, de tweede is om hem achteruit te laten rijden en de derde is om de machine te stoppen. Gebruik de hiel en de tenen van uw rechtervoet om de bovenkant van het pedaal in te trappen om vooruit te rijden en trap de onderkant van het pedaal in om achteruit te rijden of om te helpen bij het stoppen van de machine tijdens het vooruit rijden.
Bedieningsorganen mee—naar de START-positie—om de startmotor in werking te stellen. De sleutel zal automatisch verspringen naar de RUN-positie. Om de motor af te zetten draait u de sleutel tegen de wijzers van de klok in naar de OFF-positie. Choke-hendel (Afb. 7)—Om een koude motor te starten zet u de carburateur-choke dicht door de choke-hendel uit te trekken in de CLOSED [AAN]positie. Als de motor aanslaat wijzigt u de chokeinstelling om de motor soepel te laten draaien.
Bediening HET STARTEN/STOPPEN VAN DE MOTOR HET CONTROLEREN VAN HET INTERLOCK SYSTEEM 1. Haal uw voet van het tractiepedaal en zorg ervoor dat het pedaal in de neutraalstand staat. Het doel van het interlock systeem is te voorkomen dat de motor aanslaat als het tractiepedaal niet in de neutraalstand staat [NEUTRAL]. 2. Trek de choke-hendel uit naar de ON [AAN]-positie—als u de motor koud start—en zet de gashendel in de SLOW [LANGZAAM]positie. 3.
Bediening INRIJDEN 1. Slechts 8 bedrijfsuren zijn nodig om de SAND PRO in te rijden. 2. Omdat de eerste bedrijfsuren kritiek zijn voor het goed functioneren van de machine in de toekomst, moeten alle functies en prestaties nauwgezet in de gaten gehouden worden zodat kleine probleempjes die zouden kunnen leiden tot grote problemen opgemerkt en verholpen worden. Inspecteer de SAND PRO regelmatig tijdens het inrijden op sporen van olielekkage, loszittende koppelingen of eventuele andere defecten.
Onderhoud Minimaal aanbevolen onderhoudswerkzaamheden Onderhoudsprocedure ✝ ✝ ✝ Controleren accuvloeistofpeil Controleren accukabelverbindingen Verversen motorolie Smeren lager voorwiel Smeren overbrenging tractiebesturing Onderhoudstermijn Elke 25 uur Elke 100 uur Elke 400 uur Elke 800 uur Vervangen motoroliefilter Inspecteren filterelement afzonderlijk gemonteerd luchtfilter Inspecteren luchtfilterelement motor Smeren smeerpunt stuuras Controleren afstelling stuurketting Aanhalen wielmoeren Verver
Onderhoud LET OP Stop de motor, trek de kabels van de bougies los en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten of de machine gaat afstellen. SandPro 5020 OVERZICHT CONTROLEREN / ONDERHOUDEN (DAGELIJKS) 1. Oliepeil, motor 2. Oliepeil, hydraulisch reservoir 3. Interlockschakelaar neutraalstand 4. Luchtfilter 5. Koelribben motor 6. Bandenspanning (27,6–41,4 kPa) 7. Moment wielmoeren (61–74 Nm) 8. Accu 9. Smering 10.
Onderhoud SMERING De Sand Pro heeft (5) smeernippels die regelmatig gesmeerd moeten worden met smeervet Nr. 2 voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Smeer het wiellager van het voorwiel en de koppeling van de tractiebesturing na iedere 50 bedrijfsuren. De lagers en lagerbussen die gesmeerd moeten worden zijn: het wiellager van het voorwiel (Afb. 12), de koppeling van de tractiebesturing (Afb. 13) en de stuuras (Afb. 14). 1.
Onderhoud HET VERVERSEN VAN DE MOTOROLIE EN HET VERVANGEN VAN HET OLIEFILTER De olie dient aanvankelijk na de eerste 8 bedrijfsuren en vervolgens om de 50 uren ververst te worden. Het filter dient om de 100 uur vervangen te worden. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en schakel de motor uit. 2. Verwijder de aftapstop en laat de olie in een opvangbak lopen. Wanneer de olie uitgelekt is, plaatst u de stop weer. 3. Verwijder het oliefilter.
Onderhoud overschrijden, dit ter voorkoming van schade aan het filterelement. bedrijfsuren. Het is echter noodzakelijk dagelijks of vaker te inspecteren indien de machine onder uiterst stoffige en smerige omstandigheden wordt gebruikt. 1. C. Droog het filterelement met behulp van een warme luchtstroom (maximaal 71°C), of laat het element in de open lucht drogen. Gebruik geen perslucht of een lamp om het filterelement te drogen omdat dit schadelijk kan zijn voor het filter.
Onderhoud 4. Trek stevig aan de gaskabel totdat de achterkant van de wartel contact maakt met de stop. 5. Draai de klembout van de kabel vast en controleer de toerentalinstelling van de motor. Hoog stationair: 3150 ± 50 Laag stationair: 1750 ± 50 HET AFSTELLEN VAN DE CHOKE Afbeelding 18 1. Kantel de stoel omhoog. De juiste bougie is een Champion RC 12YC. NB: Een bougie gaat doorgaans lang mee; de bougie dient echter verwijderd en vervangen te worden wanneer de motor hapert. Afbeelding 17 1. 2. 3.
Onderhoud 4. Reinig de plek rondom de plek waar het filter geïnstalleerd is. Plaats de opvangbak onder het filter en verwijder het filter. 5. Smeer de pakkingring van het nieuwe filter met Mobil DTE 26 smeerolie, en draai het handvast totdat de pakkingring contact maakt met de filterkop. Draai het filter vervolgens nog 3⁄4 slag verder. Het filter moet nu goed afsluiten. HET VERVERSEN VAN DE OLIE EN HET VERVANGEN VAN HET FILTER VAN HET HYDRAULISCH SYSTEEM 6.
Onderhoud WAARSCHUWING Houd uw handen en lichaam uit de buurt van kleine lekgaatjes en uitgangen die onder hoge druk hydraulische vloeistof kunnen uitspuiten. Gebruik een stuk karton of papier om de hydraulische lekkages op te sporen. Hydraulische vloeistof die onder hoge druk ontsnapt kan in de huid doordringen en lichamelijk letsel veroorzaken.
Onderhoud (naar de carburateur). HET AFSTELLEN VAN DE STUURKETTING 1. Zet het voorwiel in positie om recht vooruit te rijden. 2. Stel de borgmoeren af totdat de ketting aan beide zijden goed aansluit op het tandwiel. Afbeelding 23 1. Brandstoffilter 2. Slangklemmen 5. Afbeelding 22 1. Stelmoeren 3. Draai het stuurwiel volledig naar links en volledig naar rechts om er zeker van te zijn dat de ketting niet te strak of te los zit in één van de twee richtingen. Bijstellen indien nodig.
Onderhoud Afbeelding 24 1. Stelkam tractie Afbeelding 25 1. Besturingsstang 6. 7. Draai de borgmoer vast waardoor de afstelling wordt vastgezet. Schakel de motor uit. Verwijder de stutten en laat de motor op de vloer zakken. Maak een testrit met de machine om er zeker van te zijn dat deze niet kruipt. HET AFSTELLEN VAN HET PEDAAL VOOR DE VOORWAARTSE VOORTBEWEGING (Afb.
Onderhoud HET AFSTELLEN VAN DE PARKEERREM De remmen zijn in de fabriek voor de optimale functionering afgesteld, maar na (langdurig) gebruik en door slijtage kan het nodig zijn ze bij te stellen. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de motor uit en blokkeer de wielen. 2. Draai de contramoer op de koppeling van de stelstang los. gaat worden, verwijdert u de accu en laadt u deze volledig op. Bewaar de accu in een rek of op de machine.
Onderhoud LET OP Draai een veiligheidsbril en rubber handschoenen wanneer u met elektroliet werkt. Laad de accu in een goed geventileerde ruimte zodat de gassen die tijdens het laden geproduceerd worden, niet blijven hangen. Omdat de dampen explosief zijn moeten open vuur en elektrische vonken bij de accu vandaan gehouden worden; niet roken. Door het inademen van de dampen kan misselijkheid veroorzaakt worden.