FORM NO. 3318-398 NL Rev A MODEL NR. 08882—60001 & HOGER ® GEBRUIKERSHANDLEIDING SAND PRO® 2000 Om dit produkt goed te begrijpen, voor de veiligheid en voor het verkrijgen van optimale resultaten moet u deze handleiding lezen voordat u de machine gaat gebruiken. Let vooral op de VEILIGHEIDSINSTRUCTIES, die met dit symbool worden aangeduid.
VOORWOORD De SAND PRO 2000 werd ontwikkeld als een efficiënte, probleemloze en economische methode voor het onderhouden van bunkers. In deze machine zijn de allernieuwste concepten op gebied van techniek, ontwerp en veiligheid verwerkt, in combinatie met onderdelen van de beste kwaliteit en natuurlijk ons vakmanschap. Het apparaat zal u uitstekend van dienst zijn indien het op de juiste manier gebruikt wordt en de onderhoudsrichtlijnen gevolgd worden.
Veiligheid De SAND PRO 2000 werd zodanig ontwikkeld en getest dat hij u lange tijd uitstekend van dienst kan zijn als hij op de juiste manier bediend en onderhouden wordt. Hoewel de risicofactor en ongevallenpreventie gedeeltelijk afhangen van het ontwerp en de configuratie van de machine, zijn deze factoren tevens afhankelijk van de oplettendheid, zorg en juiste training van het personeel dat betrokken is bij de bediening, het transport, het onderhoud en de opslag van de machine.
B. Kijk goed uit voor kuilen en andere verborgen gevaren. C. Let op als u de machine op een steile helling gebruikt. Verminder uw snelheid als u scherpe bochten maakt of als u draait op hellingen. D. Voorkom plotseling stoppen en wegrijden. Schakel niet over van achteruit naar vooruit rijden zonder eerst volledig tot stilstand te zijn gekomen. E. Kijk achterom voordat u achteruit gaat rijden en verzeker uzelf ervan dat zich niemand achter de machine bevindt. F.
Geluids- en trillingsviveau Geluidsniveau Deze machine heeft een equivalent continu A-gewogen geluidsdrukniveau bij het oor van de bestuurder van: 83 dB(A), gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures zoals vastgelegd in 84/538/EEC. Trillingsniveau Deze machine heeft een trillingsniveau van 2,5 m/s2 aan de achterzijde, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures zoals vastgelegd in ISO 2631.
Overzicht van gebruikte symbolen WAARSCHUWINGSSYMBOOL ALGEMEEN WAARSCHUWINGSSYMBOOL OPGESLAGEN ENERGIE, KANS OP TERUGSLAG OF OPWAARTSE BEWEGING HEET OPPERVLAK, KANTELEN MACHINE OVERRIJDEN KANS OP VERBRANDING VINGERS OF HANDEN VERBRIJZELEN TENEN OF VOET, KRACHT VAN BOVENAF BLIJF OP VEILIGE AFSTAND BLIJF OP VEILIGE AFSTAND HOUD KINDEREN OP VEILIGHEIDSSCHERMEN NIET BIJTMIDDELEN, CHEMISCHE BLIJF OP VEILIGE AAN AFSTAND VAN DE MACHINE VAN DE MACHINE VAN DE MACHINE VEILIGE AFSTAND VAN OPENEN OF VERWIJDEREN B
Specificaties Configuratie: Driewieler met korte wielbasis met centraal geplaatste motor. Achterwielen zijn aangedreven. Voorwielbesturing. Bestuurderspositie in het midden. Motor: Kohler, 4-takt, luchtgekoeld, 12 pk bij 3600 rpm, 476 cc verplaatsing. Stelliet inlaat en uitlaatklep en rotor. Mechanische brandstofpomp, grote luchtfilter met twee elementen. Olie-inhoud 2,48 L. Instrumenten: Ampèremeter en urenmeter. Brandstoftank: Inhoud 16 liter. Optionele apparatuur: Sleepmat, Model Nr.
Voor het gebruik LET OP Stop de motor, trek de kabels van de bougies en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten of de machine gaat afstellen. HET CONTROLEREN VAN HET CARTEROLIEPEIL (Afb. 1) De motor wordt geleverd met olie in het carter; controleer echter het peil voor- en nadat u de motor voor het eerst start. De inhoud van het carter in circa 2,48 L. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2.
MINDER MATERIAAL AFGEZET WORDT IN DE VERBRANDINGSKAMER. INDIEN ER GEEN ONGELODE BRANDSTOF VERKRIJGBAAR IS, KAN ER GELODE BRANDSTOF GEBRUIKT WORDEN. N.B.: Gebruik nooit Methanol benzine (benzine waarin Methanol zit) met een hoger Ethanol percentage dan 10%, benzinetoevoegingen of wasbenzine omdat dit het brandstofsysteem van de motor kan aantasten. De inhoud van de brandstoftank is 16 liter. 1. Reinig de plek rondom de benzinevuldop. 2. Verwijder de vuldop. 3.
HET CONTROLEREN VAN HET HYDRAULISCH SYSTEEM (Afb. 3) Het hydraulisch systeem is speciaal ontwikkeld om te gebruiken met SAE 10W-30 of 10W-40 motorolie van het type SF. Het reservoir van de machine wordt in de fabriek met olie gevuld. Controleer echter het oliepeil voordat de motor voor het eerst gestart wordt en daarna iedere dag. 1. Verwijder de dop van het hydraulisch oliereservoir. 2. Controleer het oliepeil in het reservoir. Het oliepeil moet tot boven aan de markering op het tankscherm staan. 3.
Bedieningsorganen Tractie- en rempedaal (Afb. 4–5)—Het tractiepedaal heeft drie functies: de eerste is om de machine vooruit te laten rijden, de tweede is om hem achteruit te laten rijden en de derde is om de machine te stoppen. Gebruik de hiel en de tenen van uw rechtervoet om de bovenkant van het pedaal in te trappen om vooruit te rijden en trap de onderkant van het pedaal in om achteruit te rijden of om te helpen bij het stoppen van de machine tijdens het vooruit rijden.
om de motor soepel te laten draaien. Open de choke zo snel mogelijk door deze naar beneden in de AF-positie te drukken. Als de motor warm is hoeft de choke niet of bijna niet gebruikt te worden. Gashendel (Afb. 6)—De hendel is verbonden met de carburateur die hierdoor geregeld wordt. De gashendel kent twee posities: LANGZAAM en SNEL. De motorsnelheid kan gevarieerd worden tussen deze twee snelheden. N.B.: De motor kan niet worden afgezet met behulp van de gashendel. Urenmeter (Afb.
Bediening HET STARTEN/STOPPEN VAN DE MOTOR 1. Haal uw voet van het tractiepedaal en zorg ervoor dat het pedaal in de neutraalstand staat. 2. Trek de choke-hendel uit naar de AAN-positie—als u de motor koud start—en zet de gashendel in de LANGZAAM-positie. 3. Steek de sleutel in het contact en draai deze met de wijzers van de klok mee om de motor te starten. Laat de sleutel los als de motor aanslaat. Regel de choke om de motor soepel te laten draaien.
2. Neem plaats op de bestuurdersstoel. Trap het tractiepedaal in voorwaartse en achterwaartse richtingen in, terwijl u probeert de motor te starten. Indien de motor aanslaat kan er een defect in het interlock systeem zitten. Repareer het systeem onmiddellijk. Indien de motor niet aanslaat functioneert het systeem correct. LET OP De interlock schakelaar is ter bescherming van de bestuurder. Schakel hem deze daarom niet uit.
SAND PRO regelmatig tijdens het inrijden op sporen van olielekkages, loszittende koppelingen of eventuele andere defecten. BEDIENINGSEIGENSCHAPPEN Oefen het besturen van de SAND PRO omdat de bedieningseigenschappen afwijken van die van andere voertuigen. Twee zaken waarbij u moet letten tijdens het besturen van het voertuig zijn de transmissie en de motorsnelheid. Om het motortoerental enigszins constant te houden trapt u het tractiepedaal langzaam in.
Onderhoud machine op mogelijke lekkages van hydraulische vloeistof, schade of slijtage aan hydraulische en mechanische componenten. Afbeelding 10 1.
SMERING (Afb. 10) De smeernippel van de stuuras moet regelmatig gesmeerd worden met smeerolie Nr. voor algemene doeleinden op lithiumbasis. 1. Verwijder de (5) bouten waarmee het frontpaneel aan het frame bevestigd is (Afb. 10). U bereikt de smeernippel door de opening in het frame. N.B.: Wij adviseren de stuurketting niet te smeren, behalve als deze stijf wordt vanwege roestvorming. Indien de ketting roest kan deze licht gesmeerd worden met een “droge” smeersoort.
HET ONDERHOUDEN VAN HET LUCHTFILTER (Afb. 11–12) Het schuim-voorfilter moet om de 25 bedrijfsuren gereinigd en opnieuw geolied worden als de machine gebruikt wordt onder normale omstandigheden in schone lucht. Het luchtfilter moet echter om de paar uur gereinigd worden als er tijdens de werkomstandigheden uiterst veel stof of zand aanwezig is. 1. Verwijder de montageschroeven van de motorafdekplaat en verwijder de plaat. 2. Verwijder de borgmoer en het deksel van het luchtfilter. 3.
HET CONTROLEREN EN VERVANGEN VAN DE BOUGIE (Afb. 13) Omdat de afstand tussen de centrale en de zijelektroden geleidelijk groter wordt bij normaal gebruik van de machine, moet de conditie van de elektroden om de 100 uur gecontroleerd worden. Een Champion RJ-19 LM of hieraan gelijkwaardige bougie is geschikt voor de motor. Stel de opening in op 0,64 mm. 1. Verwijder de montageschroeven van de afdekplaat van de motor en verwijder de plaat. 2.
HET REINIGEN VAN DE KOELRIBBEN VAN DE CILINDERKOP Om te voorkomen dat de machine oververhit raakt en mogelijk beschadigd wordt, moeten de koelribben van de cilinderkop schoon gehouden worden. HET VERVERSEN VAN DE OLIE VAN HET HYDRAULISCH SYSTEEM EN HET VERVANGEN VAN HET FILTER (Afb. 14) Het filter van het hydraulisch systeem moet aanvankelijk na tien bedrijfsuren vervangen worden, en hierna na iedere 500 bedrijfsuren of jaarlijks, wat zich het eerst voordoet.
slag verder vast. 6. Vul het reservoir tot het juiste niveau, zie Het Controleren van het Hydraulisch Systeem. 7. Zet alle bedieningsorganen in de neutraalstand of schakel ze uit en start de motor. Laat de motor op zijn allerlaagste toerental draaien om de lucht uit het systeem te persen. 8. Laat de motor draaien totdat de liftcilinder in- en uitgetrokken kan worden en de machine voor- en achteruit kan rijden. 9. Stop de motor en controleer het oliepeil in het reservoir; vul olie bij indien nodig.
HET VERVANGEN VAN HET BRANDSTOFFILTER (Afb. 15) gedoopt is. Spoel de bovenkant met water af na het reinigen. Verwijder de vuldop niet tijdens het reinigen. Er zit een filter in de brandstofleiding. Volg de volgende procedures voor het vervangen van het filter: 3. De acccukabels moeten goed vast zitten op de polen zodat er een goed elektrisch contact is. 1. Draai het benzinetoevoerkraantje dicht. 4. 2.