Form No. 3410-312 Rev A Sand Pro® 2040Z tractie-eenheid Modelnr.: 08706—Serienr.: 400000000 en hoger G023363 Registreer uw product op www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Deze machine is een bedrijfsvoertuig dat bedoeld is voor gebruik door professionele bestuurders en voor commerciële toepassingen. De machine is voornamelijk ontworpen voor het bijwerken van bunkers op goed onderhouden golfbanen en sportvelden.
De machine duwen of slepen ............................ 29 De machine transporteren ................................ 30 De machine laden............................................. 30 Een draadloze urenteller monteren................... 31 Tips voor bediening en gebruik ......................... 32 Onderhoud .............................................................. 33 Aanbevolen onderhoudsschema ......................... 33 Controlelijst voor dagelijks onderhoud ..............
Veiligheid Problemen, oorzaak en remedie ............................. 58 Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013 (als de juiste stickers worden aangebracht) en B71.4-2012 van het ANSI (American National Standards Institute). Als u werktuigen op de machine monteert, moet u – zoals vermeld – echter bijkomend gewicht aanbrengen op de machine om aan de normen te voldoen. Algemene veiligheid Volg altijd alle veiligheidsinstructies op om ernstig letsel te voorkomen.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of ontbrekende stickers. decal116-5610 116-5610 decal109-7232 109-7232 1. Snel 2. Langzaam 3. Neutraalstand 4. Achteruit 1. Urenteller 2. Aftakas 4. Neutraalstand 5. Dodemansknop 3. Parkeerrem 6. Accu decal116-5944 116-5944 decal117-2718 117–2718 decal115-8226 115-8226 1.
decal125-0214 125-0214 1. Choke 6. Langzaam 2. Koplamp 7. Motor – Afzetten 3. Uit 4. Koplamp en achterlicht 8. Motor – Draaien 9. Motor – Starten 5. Snel decal127-0365 127-0365 1. Naar boven drukken om het werktuig omhoog te brengen. 3. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Naar beneden drukken om het werktuig te laten zakken.
decal127-0371 127-0371 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over de zekeringen – koplampen 15 A; werktuig 10 A; motorstarter 25 A; accu 20 A. 2. Lees de Gebruikershandleiding. decal127-0392 127-0392 1. Waarschuwing – Blijf uit de buurt van hete oppervlakken. decal127-7868 127-7868 1. Waarschuwing – Gebruik de machine niet zonder het werktuig.
decal130-2620 130-2620 Uitsluitend CE 1. Lees de Gebruikershandleiding voor onderhoudsinformatie. 15. Hydraulische vloeistof 2. Controleer om de 8 bedrijfsuren. 16. Brandstoftank/filter 3. Oliepeil – motor 17. Inhoud 4. Oliepeil – hydraulisch reservoir 18. Onderhoudsinterval 5. Interlockschakelaar van neutraalstand 6. Luchtfilter 7. Bandendruk (0,48 bar) 19. Onderdeelnummer filter 20.
decal132-4412 132-4412 1. Waarschuwing – lees de Gebruikershandleiding. 6. Waarschuwing – Draag een veiligheidsgordel. 2. Waarschuwing – Gebruik de machine uitsluitend als u hiervoor opgeleid bent. 7. Waarschuwing – draag gehoorbescherming. 3. Waarschuwing – Blijf op afstand van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. 8. Waarschuwing – Houd omstanders op een afstand. 4. Waarschuwing – Gebruik de machine niet zonder het werktuig. 9.
decal136-6165 136-6165 Uitsluitend CE 1. Waarschuwing – lees de Gebruikershandleiding. 6. Waarschuwing – Draag een veiligheidsgordel. 2. Waarschuwing – Gebruik de machine uitsluitend als u hiervoor opgeleid bent. 7. Waarschuwing – draag gehoorbescherming. 3. Waarschuwing – Blijf op afstand van bewegende delen; zorg dat alle beschermende delen op hun plaats zijn. 8. Waarschuwing – Houd omstanders op een afstand. 4. Waarschuwing – Gebruik de machine niet zonder het werktuig. 9.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Geen onderdelen vereist – De verzendingsplaat verwijderen. Werktuig en bijbehorende onderdelen (afzonderlijk verkrijgbaar) – Een werktuig bevestigen. 3 4 5 Voorgewichten (vereiste aantal voor uw werktuig) – De voorgewichten monteren. Bout (5/16 x 3/4 inch) Moer (5/16") 1 2 De accu aansluiten.
1 2 De verzendingsplaat verwijderen Een werktuig bevestigen Benodigde onderdelen voor deze stap: – Geen onderdelen vereist Procedure Werktuig en bijbehorende onderdelen (afzonderlijk verkrijgbaar) Procedure WAARSCHUWING WAARSCHUWING Als u de machine verplaatst zonder de verzendingsplaat of een werktuig gemonteerd, kan de machine kantelen en materiële schade of fysiek letsel veroorzaken. Als u de machine verplaatst zonder werktuig, kan ze kantelen en materiële schade of fysiek letsel veroorzaken.
Werktuig Aantal vereiste gewichten Hark met flexibele tanden 4 Hark met flexibele tanden en egalisatieborstel 6 Sleephark 6 Sleephark met egalisatiesleepmat 8 2. Verwijder de rode plastic kap van de pluspool van de accu (Figuur 5). A B 1 2 3 Zie De gewichten monteren en verwijderen (bladz. 19). 4 C De accu aansluiten 4 D 5 Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Bout (5/16 x 3/4 inch) 2 Moer (5/16") Procedure 1.
5 7 De CE-waarschuwingsRolbeugel monteren sticker aanbrengen (uitsluiBenodigde onderdelen voor deze stap: tend CE) 1 Rolbeugel Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Waarschuwingssticker (136-6165) 4 Bout 4 Flensborgmoer 4 Veerring 2 Beugel Procedure Procedure Als deze machine aan de CE-normen moet voldoen (Europa), dient u de CE-waarschuwingssticker (136-6165) aan te brengen over de aanwezige waarschuwingssticker (132-4412). 1. Verwijder de rolbeugel uit de transportverpakking. 2.
Algemeen overzicht van de machine 4. Plaats de gaten in de beugels, de rolbeugel en het frame op één lijn. 5. Breng een bout met een veerring aan door de gaten. Belangrijk: Plaats de veerringen zo dat de ronde zijde naar de kop van de bout gericht is; zie Figuur 7. 9 1 8 7 2 G023904 6 g023904 Figuur 7 6. Breng een flensborgmoer aan op elke bout, en draai deze aan tot 102 Nm. 5 4 G023439 3 g023439 Figuur 8 1. Bedieningshendels 6. Schakelbord 2. Harkbuis 3. Dop van brandstoftank 7.
Bedieningsorganen 3 Gashendel Met de gashendel (Figuur 9) regelt u het motortoerental. U verhoogt het motortoerental door de gashendel vooruit te zetten naar de stand SNEL. U verlaagt het motortoerental door de gashendel naar achteren in de stand LANGZAAM te zetten. 4 2 Opmerking: Het is niet mogelijk om met de 1 gashendel de motor uit te schakelen.
trekken. Om de parkeerrem vrij te zetten, moet u de hendel naar voren duwen. Urenteller De urenteller (Figuur 9) toont het aantal uren dat de machine in bedrijf is geweest. De urenteller begint te lopen wanneer de contactschakelaar in de AAN-stand staat, en dit zolang de accu volledig opgeladen is (13,8 V of meer) of wanneer u op de stoel zit en zo de stoelschakelaar activeert. Een optionele draadloze urenteller is verkrijgbaar bij uw erkende Toro-verdeler.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen. Opmerking: Bepaal vanuit de normale De gewichten monteren en verwijderen bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheidsinstructies voorafgaand aan het werk De machine voldoet op het moment van productie aan de norm ANSI B71.4-2012. Als de volgende werktuigen op de machine worden gemonteerd, moet echter extra gewicht worden geplaatst om te voldoen aan de normen.
Belangrijk: Het gebruik van multigrade-oliën, zoals 10W-30, verhoogt het olieverbruik. Controleer vaker het oliepeil als u multigrade-olie gebruikt. S AE 40 S AE 30 S AE 10W-30 / S AE 10W-40 S AE 5W-20 -20 0 20 -30 -20 -10 40 0 10 60 80 20 100 o F 30 40 oC G023445 g023445 Figuur 13 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat het werktuig zakken, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.
1 Brandstoftank vullen 2 Inhoud brandstoftank: 17 liter Aanbevolen brandstof: • Gebruik voor de beste resultaten uitsluitend schone, verse (minder dan 30 dagen oud), loodvrije benzine met een octaangetal van 87 of hoger (indelingsmethode (R+M)/2). 3 4 6 7 • Ethanol: Benzine met maximaal 10% ethanol 5 (gasohol) of 15% MTBE (methyl-tertiair-butylether) per volume is aanvaardbaar. Ethanol en MTBE zijn niet hetzelfde. Benzine met 15% ethanol (E15) per volume is niet geschikt voor gebruik.
6. Om brandgevaar te voorkomen, moet u gemorste brandstof opnemen. Het peil van de hydraulische vloeistof controleren Viscositeitsindex ASTM D2270 140 tot 152 Stolpunt, ASTM D97 -37 °C tot -43 °C Industriespecificaties: API GL-4, AGCO Powerfluid 821 XL, Ford New Holland FNHA-2-C-201,00, Kubota UDT, John Deere J20C, Vickers 35VQ25 en Volvo WB-101/BM. Opmerking: Veel hydraulische vloeistoffen zijn Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Het peil van de hydraulische vloeistof controleren.
Om de 100 bedrijfsuren 3. Als het vloeistofpeil te laag is in een van de beide reservoirs, gaat u als volgt te werk om vloeistof toe te voegen: Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat het werktuig zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. A. Maak de omgeving van de doppen van de vloeistofreservoirs schoon om te voorkomen dat er vuil in het systeem komt (Figuur 17). Draai de wielmoeren (Figuur 18) vast met een torsie van 61 tot 75 Nm. B.
Veiligheid tijdens het werk – Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. Algemene veiligheid – Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen. • De eigenaar/bestuurder is verantwoordelijk voor • • • • • • • • • • • • • • • Gebruik de machine niet als het kan bliksemen. • De machine niet gebruiken als sleepvoertuig.
omslaan op oneffenheden in het terrein. In hoog gras zijn obstakels niet altijd zichtbaar. • Kies een lage rijsnelheid zodat u op een helling niet hoeft te stoppen of schakelen. • De machine kan omrollen voordat de wielen grip verliezen. • Gebruik de machine niet op een nat gazon. De wielen kunnen grip verliezen, ook als de remmen naar behoren werken. • Zorg dat u de machine niet moet starten, stoppen of keren op een helling. • Voer alle bewegingen op hellingen langzaam en geleidelijk uit.
Opmerking: De aftakasvergrendeling wordt niet draaien. Verwijder het sleuteltje uit het contact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start. gebruikt op deze machine. Opmerking: In noodgevallen draait u het sleuteltje gewoon naar de stand UIT. Veiligheidssysteem testen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Het veiligheidssysteem gebruiken Als het veiligheidssysteem niet werkt zoals hieronder wordt beschreven, moet u het direct laten repareren door een erkende Toro-verdeler. 1.
3. Om vooruit te rijden, duwt u de bedieningshendels langzaam naar voren (Figuur 24). VOORZICHTIG De machine kan zeer snel ronddraaien. Als u de bedieninghendels verkeerd gebruikt, kunt u de controle over de machine verliezen en fysiek letsel of materiële schade aan eigendommen of aan de machine veroorzaken. Om de machine te stoppen, beweegt u de bedieningshendels naar de neutraalstand. • Wees voorzichtig als u een bocht maakt. • Verminder de snelheid van de machine voordat u een scherpe bocht maakt.
1 2 G003409 g003409 Figuur 26 G023442 1. Rij een bunker in met een rechte lijn in de lengterichting op een vlak stuk. g023442 Figuur 25 2. Verlaat een bunker in een rechte hoek op een vlak stuk. Rij de bunker in met een rechte lijn in de lengterichting, op de plaats waar de helling het minst steil is. Rij door het midden van de bunker totdat u bijna het einde ervan hebt bereikt, maak een zo scherp mogelijke bocht in een van beide richtingen en rij in een rechte lijn terug naast de eerste baan.
Veiligheid na het werk Belangrijk: Sleep de machine niet over lange afstanden of met hoge snelheid. Dit kan de machine beschadigen. U kunt de machine traag van het te groomen terrein naar de aanhangwagen ter plaatse slepen. • Verwijder gras en vuil van de demper en het • • • • • motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte stalt.
1 2 1 G023892 g023892 Figuur 30 1. Bevestigingspunten G023555 g023555 Figuur 29 1. Naar binnen om de machine te duwen of te slepen De machine laden 2. Naar voren om met de machine te rijden Wees extra voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhangwagen of een vrachtwagen of uitlaadt. Gebruik voor deze procedure een oprijplaat die breder is dan de machine. 3.
Een draadloze urenteller monteren WAARSCHUWING Een machine op een transportvoertuig laden verhoogt het kantelgevaar en kan ernstige letsels of de dood tot gevolg hebben. • Ga zeer voorzichtig te werk als u de machine gebruikt op een oprijplaat. • Zorg dat de rolbeugel stevig gemonteerd is en gebruik de veiligheidsgordel wanneer u de machine laadt of uitlaadt. Zorg ervoor dat de rolbeugel het dak van een dichte aanhanger niet raakt. • Gebruik één oprijplaat die de volle breedte van de machine beslaat.
Tips voor bediening en gebruik • Als het zand diep genoeg is, kunt u op vlak terrein tot de rand van de bunker harken. • Als het zand op de grasmat dwarrelt, moet u voldoende afstand tot de rand bewaren om te voorkomen dat de ondergrond wordt verstoord. • Hark niet te dicht in de buurt van kort, steile taluds. Het zand zal alleen maar neervallen op de bodem van de bunker. • Soms zult u steile taluds, kleine holle stukken, enz. wat moeten bijwerken met een handhark.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • • • • Wielmoeren aandraaien.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerde item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de parkeerrem controleren. Werking van de bedieningshendels controleren. Brandstofpeil controleren. Motoroliepeil controleren. Luchtfilter controleren. De koelribben van de motor controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Procedures voorafgaande aan onderhoud 1 Veiligheidmaatregelen voor onderhoudswerkzaamheden • Doe het volgende voordat u de machine gaat afstellen, schoonmaken of repareren: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. – Zet de gashendel op laag stationair. – Werktuig neerlaten. G023550 – Zorg dat de tracie in neutraal staat. 2 – Stel de parkeerrem in werking. g023550 Figuur 33 – Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 1.
Smering De machine smeren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Type vet: Nr. 2 vet op lithiumbasis Smeer de smeernippels op de voorwielnaaf, de riemspanner en het liftsysteem van het werktuig. Ga als volgt te werk: 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat het werktuig zakken, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. 2.
Onderhoud motor 2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat het werktuig zakken, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil 3. Verwijder de aftapplug (Figuur 39) en laat de olie in een geschikte opvangbak lopen. Als er geen olie meer naar buiten stroomt, plaatst u de aftapplug terug. controleert of het carter bijvult met olie.
2 3 7. Zet de motor af. 8. Controleer het oliepeil en vul indien nodig olie bij. 1 9. Plaats de peilstok. 10. Voer de oude olie af volgens de plaatselijk geldende voorschriften. Motoroliefilter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren—Motoroliefilter vervangen. Om de 100 bedrijfsuren—Motoroliefilter vervangen (vaker in extreem stoffige of vuile werkomgevingen). 1. Laat de motor een paar minuten lopen zodat de olie opwarmt. G023444 g023444 Figuur 39 2.
Onderhoud van het luchtfilter 2 1 Luchtfilter vervangen 3 5 Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren (vaker in stoffige omstandigheden). 4 Opmerking: Als u het luchtfilter vervangt voordat dit nodig is, wordt alleen maar de kans vergroot dat er vuil in de motor komt als het filter wordt verwijderd. 1.
Belangrijk: Vervang bougies die gebarsten te drukken om dit vast te zetten in de filterbus. Druk niet op het flexibele midden van het filter. of vuil zijn of een ander mankement vertonen. U mag de elektroden niet reinigen omdat hierdoor gruis in de cilinder terecht kan komen die tot beschadiging van de motor leidt. Opmerking: Reinig nooit een gebruikt element 5. 6. 7. 8. omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. Reinig de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel.
Onderhoud brandstofsysteem 4. Monteer het nieuwe filter op de koolstofhouder. 5. Monteer de steunplaat van de stoel en de stoel. Brandstoffilter vervangen Het filter van de koolstofhouder vervangen Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren De brandstofleiding is uitgerust met een leidingfilter. Vervang het als volgt: Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren 1.
Onderhoud elektrisch systeem 1 2 Veiligheid van het elektrisch systeem 3 • Koppel de accu af voordat u reparaties aan de machine verricht. Maak eerst de minpool van de accu los en daarna de pluspool. Bevestig eerst de pluspool van de accu en daarna de minpool. • Laad de accu op in een open, goed geventileerde ruimte, uit de buurt van vonken en open vuur. Haal de oplader uit het stopcontact voordat u de accu aan- of loskoppelt. Draag beschermende kleding en gebruik geïsoleerd gereedschap.
6. Maak de laatste verbinding aan het motorblok (niet aan de minpool van de accu) van de machine met de ontladen accu, weg van de accu, en ga op veilige afstand staan (Figuur 50). GEVAAR Startkabels gebruiken op een zwakke accu die gebroken of bevroren is, of die een laag accuzuurpeil of een open/kortgesloten accucel heeft, kan tot ontploffing en ernstig persoonlijk letsel leiden. 1 2 Gebruik geen startkabels op een zwakke accu die zulke eigenschappen vertoont. 2.
Belangrijk: Gebruik altijd een zekering van hetzelfde type en ampère als de zekering die u vervangt. Anders kan het elektrische systeem beschadigd worden. Kijk naar de sticker aan de achterkant van de stoel om de functie en ampère van de zekeringen na te gaan. Onderhoud van de accu Accu opladen WAARSCHUWING g000960 Bij het opladen van de accu ontstaan gassen die kunnen ontploffen en u of omstanders ernstig kunnen verwonden.
3. Maak de minkabel (zwart) los van de accupool. 1 2 3 4 WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
Onderhoud aandrijfsysteem Spoel de bovenkant na het reinigen af met water. Verwijder nooit de vuldop als u de accu reinigt. De accukabels moeten stevig op de accupolen zitten zodat ze goed contact maken. De sporing controleren Als er op de accupolen corrosie ontstaat, moet u de kabels losmaken, de min (-) kabel eerst, en de klemmen en polen afzonderlijk schoonkrabben. Zet de kabels vast, de plus (+) kabel eerst, en smeer de accupolen in met vaseline. 1.
3. Draai de bouten vast om de aanslagplaat te borgen (Figuur 55). 1 Belangrijk: Zorg ervoor dat de bedieningshendels tegen de aanslagplaat stoppen, en niet tegen de interne aanslag van de transmissie. De aandrijfriem en spanpoelie vervangen 2 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat het werktuig zakken, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. G023551 g023551 Figuur 57 2. Moer 1. Spaninrichting 2.
Onderhoud bedieningsysteem De stand van de bedieningshendels afstellen Er zijn 2 hoogte-instellingen voor de bedieningshendels: hoog en laag. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat het werktuig zakken, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. 2. Zet de bouten en flensmoeren los waarmee de handgrepen bevestigd zijn aan de hendels (Figuur 59). g009195 Figuur 60 4.
2. Til de 3 wielen van de machine van de grond en zet de machine op assteunen die net hoog genoeg zijn om de aandrijfwielen vrij te laten draaien; zie De machine omhoog brengen (bladz. 35). 8. Draai de dubbele moeren terug in de andere richting tot ze zich in het midden tussen de 2 posities bevinden. 9. Herhaal stappen 7 en 8 voor de andere zijde. 10. Zet de motor af. 11. Haal de assteunen weg en laat de machine voorzichtig neer op de grond.
3. Draai de flensmoer naar wens vaster of losser. • Draai de flensmoer vast voor meer weerstand. • Draai de flensmoer los voor minder weerstand. 4. Draai de contramoer vast. 5. Herhaal deze stappen voor de andere bedieningshendel. De bedieningsorganen van de motor afstellen g008620 Figuur 63 Rechterzijde afgebeeld De gashendel afstellen 1. Borgmoer Een goed werkende gasklep is afhankelijk van een correcte afstelling van de gashendel.
5. Trek de kabelbehuizing van de chokekabel naar boven (Figuur 65) tot er bijna geen speling meer zit op de chokekabel, en zet de kabelklemschroef vast. 1 6. Zorg ervoor dat de chokeklep naar de volledig gesloten stand gaat als u de choke naar buiten trekt, en naar de volledig open stand als u de choke naar beneden drukt. 2 De motortoerentalregelaar afstellen 3 4 WAARSCHUWING De motor moet lopen als de motortoerentalregelaar wordt afgesteld.
2 1 1 5 G023651 g023651 Figuur 67 1. Aanslagschroef 5. Laat de regelarm naar de oorspronkelijke positie terugkeren. 6. Zet de contramoer van de stelschroef voor het laag stationaire toerental los. 4 7. Stel de stelschroef voor het laag stationaire toerental zo in dat het stationaire toerental 1450 tot 1650 tpm bedraagt. 1 3 8. Draai de contramoer vast.
Onderhoud hydraulisch systeem WAARSCHUWING Het kan gebeuren dat een mechanische of hydraulische krik een machine niet ondersteunt. Als de machine dan valt, kan dit ernstig letsel veroorzaken. Veiligheid van het hydraulische systeem Plaats de machine altijd op assteunen. 3. Start de motor en stel de gasbediening zo in dat de motor laag stationair loopt.
parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. 5. Monteer een nieuw filter en breng de filterdop aan. 2. Plaats een opvangbak onder de hydrostatische transmissie aan de linkerzijde. 6. Herhaal stappen 2 tot en met 5 voor de hydrostatische transmissie aan de rechterkant. 3. Verwijder de aftapplug aan de kant van de pomp en de aftapplug aan de tandwielzijde (Figuur 69) en laat alle olie weglekken. 7. Maak de omgeving van het filter van de verdeler schoon.
Belangrijk: Vul het hydraulische systeem niet te vol. Zie Het peil van de hydraulische vloeistof controleren (bladz. 22). Hydraulische slangen en leidingen controleren Opmerking: Om de vloeistof sneller in het systeem te laten stromen, kunt u de pluggen (Figuur 72) bovenop de hydrostatische transmissies verwijderen. Als er vloeistof uit de opening begint te stromen, brengt u de plug aan en gaat u door met het vullen van het reservoir tot de vloeistof het juiste peil bereikt heeft.
Reiniging Stalling De machine controleren en reinigen De machine stallen 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de bedieningshendels in de neutraalstand, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1.
9. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig worden gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. Zie Onderhoud van het luchtfilter (bladz. 39). 10. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af. Gebruik hiervoor weerbestendige afplakband. 11. Controleer of de peilstok en de brandstoftankdop stevig vastzitten. 12. Verricht de volgende onderhoudswerkzaamheden aan de accu en de kabels: A. Haal de accuklemmen los van de accupolen. B.
Problemen, oorzaak en remedie Probleem De startmotor slaat niet aan. De motor start niet, start moeilijk of slaat af. Mogelijke oorzaak 1. De parkeerrem is niet in werking gesteld. 1. Stel de parkeerrem in werking. 2. De bedieningshendels staan niet in de vergrendelde neutraalstand. 3. De bestuurder zit niet op de bestuurdersstoel. 4. Accu is leeg. 5. Er zijn loszittende of gecorrodeerde elektrische aansluitingen. 6. Doorgebrande zekering. 7. Een van de relais of zekeringen is versleten. 2.
Probleem De machine drijft niet aan. De machine trilt abnormaal. Mogelijke oorzaak Remedie 1. Minstens een van de omloopkleppen is niet helemaal gesloten. 1. Sluit de omloopkleppen. 2. De aandrijfriem is versleten, los of stuk. 3. De aandrijfriem is van een poelie gelopen. 4. De spanveer is kapot of ontbreekt. 5. Het peil van de hydraulische vloeistof is te laag. 6. De hydraulische vloeistof is te heet. 2. Riem vervangen. 3. Riem vervangen. 4. Veer vervangen. 5.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw garantieclaim te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie mee te delen, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.