Operator's Manual

g002373
Figuur17
1.Letopdeafstand
6.Plaatsdepeilstokweerstevigopzijnplaats
(Figuur16).
Brandstofbijvullen
Inhoudbrandstoftank:22liter.
Gebruikuitsluitendschone,versedieselofbiodiesel
meteenlaag(<500ppm)ofultralaag(<15ppm)
zwavelgehalte.Hetcetaangetalmoetminimaal40
zijn.Koopbrandstofinhoeveelhedendiebinnen
180dagenkunnenwordengebruiktzodatuverzekerd
bentvanversebrandstof.
Gebruikzomerdieselbrandstof(nr.2-D)bij
temperaturenboven-7°Cenwinterdieselbrandstof
(nr.1-Dofnr.1-D/2-D-mengsel)bijtemperaturen
beneden-7°C.
Gebruikvanwinterdieselbrandstofbijlage
temperaturenvooreenlagervlampunteneen
lagerstolpunt.Ditvergemakkelijkthetstartenen
vermindertdekansdatdeltersverstoptraken.
Opmerking:Gebruikvanzomerdieselbrandstofbij
temperaturenboven-7°Cdraagtbijaaneenlangere
levensduurvandepompeneenhogervermogendan
bijgebruikvanwinterdieselbrandstof.
Belangrijk:Gebruikgeenkerosineofbenzine
inplaatsvandieselbrandstof.Alsudeze
waarschuwingnietinachtneemt,kanditleiden
totbeschadigingvandemotor.
WAARSCHUWING
Brandstofisschadelijkofdodelijkbijinname.
Langdurigeblootstellingaandampenkan
leidentoternstigletselenziekte.
Voorkomdatudampenlangetijdinademt.
Houduwgezichtuitdebuurtvandevulpijp
endeopeningvandetankofeenblikmet
conditioner.
Houdbrandstofuitdebuurtvanogenen
huid.
GEVAAR
Inbepaaldeomstandighedenzijn
dieselbrandstofenbrandstofdampen
uiterstontvlambaarenexplosief.Brandof
explosievanbrandstofkanbrandwondenof
materiëleschadeveroorzaken.
Controleervoordatudedopvande
brandstoftankverwijdertofhetvoertuigop
eenhorizontaalvlakisgeplaatst.Opende
dopvandebrandstoftanklangzaam.
Gebruikeentrechteroftuit;brandstof
uitsluitendindeopenluchtbijeen
afgezetteofkoudemotorbijvullen.
Eventueelgemorstebrandstofopnemen.
Vuldebrandstoftankniethelemaal.Vul
debrandstoftanktot25mmvanafde
onderkantvandevulbuis.Ditgeeftde
brandstofindetankruimteomuittezetten.
Rooknooitwanneerumetbrandstofbezig
bentenhouddebrandstofwegvanopen
vlammenofvonken.
Bewaardebrandstofinschone,veiligeen
goedgekeurdecontainersenzorgervoor
datdedopopzijnplaatsblijft.
Biodieselgebruiken
Dezemachinekanookgebruikmakenvaneen
dieselmengseltotmaximaalB20(20%biodiesel,80%
petrodiesel).Hetdeelpetrodieselmoeteenlaagof
ultralaagzwavelgehaltehebben.Neemdevolgende
voorzorgsmaatregeleninacht:
Herdeelbiodieselvandebrandstofmoetvoldoen
aandespecicatieASTMD6751ofEN14214.
Hetdieselmengselmoetvoldoenaandevereisten
vanASTMD975ofEN590.
Gelakteoppervlakkenkunnenwordenbeschadigd
doorbiodiesel.
GebruikbijkoudweerB5(biodieselinhoud5%)of
mengselsmeteenlagerpercentage.
27