Operator's Manual
53
Kabel van differentieelgrendel
afstellen
Controleer de afstelling om de 200 bedrijfsuren.
1. Zet de hendel van de differentieelgrendel op UIT.
2. Draai de contramoeren los waarmee de kabel van de
differentieelgrendel is bevestigd aan de beugel op de
transaxle.
1
2
3
0,9 mm + 0,6 mm
Figuur 68
1. Kabel differentieelgrendel
2. Transaxlebeugel
3. Veer
3. Draai aan de contramoeren totdat de afstand tussen de
veerhaak en de buitendiameter van het gat in de
transaxlehendel 0,9 mm ± 0,6 mm bedraagt.
4. Draai de contramoeren weer vast nadat u het pedaal
heeft afgesteld.
De remmen controleren
Controleer om de 400 bedrijfsuren of de remschoenen zijn
versleten.
De banden controleren
U moet de banden minstens om de 200 bedrijfsuren
controleren. Ongelukken tijdens werkzaamheden, zoals een
botsing tegen een trottoirband, kunnen een band of een velg
beschadigen en tevens de wieluitlijning verstoren. Daarom
moet u na een ongeluk de conditie van de banden
controleren.
Toespoor voorwiel
Om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks moet het toespoor van
de voorwielen worden gecontroleerd.
1. Meet de afstand hart-tot-hart van het toespoor (ter
hoogte van de assen) aan de voorzijde en de achterzijde
van de stuurwielen. Deze afstand moet aan de voorkant
van het wiel 3 mm ± 0,3 mm groter dan aan de
achterkant.
Hart-tot-hart
Afstand
Voorkant van voertuig
3 mm + 0,3 mm
Groter dan achterkant
van wiel
Figuur 69
2. U stelt de hart-tot-hart afstand als volgt in:
• Draai op het rechter voorwiel de contramoeren aan
beide uiteinden van de spoorstangen los (Fig. 70).
1
Figuur 70
1. Spoorstang










