Operator's Manual
33
Wees extra voorzichtig op hellingen. Rijd nooit op extreem
steile hellingen. Stoppen tijdens de afdaling van een helling
kost meer tijd dan op vlak terrein. Draaien tijdens het op- of
afrijden van een helling is gevaarlijker dan op vlak terrein.
Draaien tijdens een afdaling is extra gevaarlijk, zeker
wanneer de remmen in werking zijn, evenals draaien
wanneer u schuin tegen een helling omhoog rijdt. Zelfs bij
lage snelheid zonder lading bestaat een grotere kans op
omslaan als u draait op een helling.
Verminder uw snelheid en schakel naar een lagere
versnelling voordat u een helling op- of afrijdt. Als u moet
draaien op een helling, dient u dit langzaam en voorzichtig
te doen. Maak nooit een scherpe of snelle bocht op een
helling.
Als de motor afslaat of als het voertuig vaart begint te
verliezen terwijl u een steile
helling oprijdt, moet u snel het
rempedaal intrappen, de versnelling in de neutraalstand
zetten, de motor opnieuw starten en het voertuig in zijn
achteruit zetten. Bij een stationair toerental, helpt het
trekken van de motor en de transaxle de remmen bij het in
bedwang houden van het voertuig op de helling, zodat u
veiliger terug naar beneden kunt rijden.
Verminder het gewicht van de lading als de helling erg steil
is of als de lading een hoog zwaartepunt heeft. Denk erom
dat de lading kan schuiven. Zet deze stevig vast.
Opmerking: De Workman heeft een uitstekend
klimvermogen. De differentieelgrendel vergroot dit
vermogen. U kunt het klimvermogen ook verbeteren door
extra gewicht te plaatsen op de achterkant van het voertuig
op een van de volgende wijzen:
• Extra gewicht plaatsen aan de binnenzijde van bak; zet
dit stevig vast.
• Wielgewichten bevestigen aan de achterwielen.
• De achterbanden verzwaren met vloeibare ballast
(calciumchloride).
• De tractie zal verbeteren als er geen passagier in de
voorste stoel zit.
Laden en storten
Het gewicht en de positie van de lading en de passagier
kunnen verandering brengen in het zwaartepunt en de wijze
waarop u het voertuig moet gebruiken. Om te voorkómen
dat u de controle over het voertuig verliest waardoor
lichamelijk letsel kan ontstaan, moet u de volgende
richtlijnen in acht nemen:
Vervoer geen lading die zwaarder is dan het maximum
gewicht dat is aangegeven op het gewichtslabel van het
voertuig.
De bak zal zakken als u de storthendel omlaag
drukt, zelfs als de motor is afgezet. Afzetten van de
motor zal NIET voorkomen dat de bak zakt. Plaats
altijd de laadbakbeveiliging op de uitgetrokken
hefcilinder om de bak omhoog te houden als u deze
niet direct gaat neerlaten.
Waarschuwing
Als u de bak neerlaat, bestaat de kans dat handen
of lichaamsdelen van uzelf of andere personen
onder de bak komen en bekneld raken. Wees extra
voorzichtig zodat niemand letsel oploopt. Voorkom
ook dat iemand de lading op zijn voet krijgt. Het
ziet er misschien komisch uit, maar dit kan
gevaarlijk zijn.
Waarschuwing
Dit voertuig kan worden uitgerust met verschillende
combinaties van laadbakken, platforms en werktuigen.
Deze kunnen worden gebruikt in verschillende combinaties
zodat de capaciteit en de mogelijkheden maximaal kunnen
worden benut. De grootste laadbak is 140 cm breed en
165 cm lang en kan een gelijkmatig verdeelde lading van
maximaal 900 kg vervoeren.
De manier waarop een lading over de bak wordt verdeeld,
kan verschillen. Zand kan gelijkmatig worden verdeeld op
een relatief laag niveau. Andere materialen, zoals
bakstenen, kunstmest of tuinpalen, worden hoger
opgestapeld in de bak.
De hoogte en het gewicht van de lading heeft een
belangrijke invloed op de stabiliteit van het voertuig. Hoe
hoger de lading is opgestapeld, des te groter is de kans dat
het voertuig zal omslaan. Als de lading hoog is
opgestapeld, kan 900 kg dus teveel zijn voor een veilig
gebruik van het voertuig. Vermindering van het
totaalgewicht is dan één manier om het risico op omslaan te
verkleinen. U kunt ook de lading zo laag mogelijk proberen
te verdelen om dit risico te verminderen.
Als u de lading te veel aan één kant van de laadbak plaatst,
vergroot dit sterk de kans dat het voertuig omslaat naar die
kant. Dit gaat vooral op als de lading zich aan de buitenste
zijde bevindt bij het maken van een bocht.
Plaats nooit zware ladingen achter de achteras. Als de
lading zo ver naar achteren is geplaatst dat deze zich achter
de achteras bevindt, vermindert dat het gewicht op de
voorwielen; dit gaat ten koste gaat van de stuurtractie. Als
de lading zich helemaal achteraan bevindt, kunnen de
voorwielen zelfs loskomen van de grond wanneer u over
bulten of tegen een helling oprijdt. Hierdoor kunt u niet
meer sturen en kan het voertuig omslaan.










