Operator's Manual
55
• Maak de twee slangen met snelkoppelingen op beide
voertuigen los van de slangen die zijn bevestigd aan de
beugel van de koppeling (Fig. 72).
1
Figuur 72
1. Slangen met snelkoppelingen
• Sluit de twee opstartslangen op het defecte voertuig aan
op de slangen die zijn losgemaakt (Fig. 73). Sluit de
niet-gebruikte aansluitingen af.
1
1
2
Figuur 73
1. Losgemaakte slangen 2. Opstartslangen
• Sluit de twee slangen op het andere voertuig aan op de
koppeling die nog in de beugel van de koppeling zit
(sluit de bovenste slang aan op de bovenste koppeling
en de onderste slang op de onderste koppeling)
(Fig. 74). Sluit de niet-gebruikte aansluitingen af.
1
Figuur 74
1. Opstartslangen
• Houd alle omstanders uit de buurt van de voertuigen.
• Start het tweede voertuig en de zet de hefhendel in de
stand OPHEFFEN. De defecte laadbak wordt nu
opgehaald.
• Zet de hydraulische hefhendel in de neutraalstand en zet
deze vast met de vergrendeling.
• Monteer de laadbakbeveiliging op de uitgetrokken
hefcylinder. Zie De laadbakbeveiliging gebruiken.
Opmerking: Zet de motoren van beide voertuigen af en
beweeg de hefhendel naar voren en naar achteren om de
druk in het systeem op te heffen en de snelkoppelingen
gemakkelijker los te maken.
• Als u klaar bent, maakt u de opstartslangen los en sluit
u de hydraulische slangen aan op beide voertuigen.
Belangrijk Controleer het niveau van de hydraulische
vloeistof in beide voertuigen alvorens uw werkzaamheden
te hervatten.










