Operator's Manual
32
Bochten
Bochten zijn ook een belangrijke factor die tot ongelukken
kan leiden. Door bochten te maken die scherper zijn dan de
omstandigheden toelaten, kan het voertuig tractie verliezen
en gaan slippen, of zelfs omslaan.
Op natte, zanderige en gladde oppervlakken zijn bochten
moeilijker en riskanter. Naarmate u harder rijdt, wordt de
kans op ongelukken groter. Verminder dus uw snelheid
voordat u een bocht neemt.
In een scherpe bocht kan bij hogere snelheden het achterste
binnenwiel loskomen van de grond. Dit is geen fout in het
ontwerp, maar gebeurt bij de meeste voertuigen op vier
wielen, zoals personenwagens. Als dit gebeurt, maakt u een
bocht die scherper is dan uw rijsnelheid toelaat. Verminder
uw snelheid!
Remmen
Het is verstandig om uw snelheid te verminderen wanneer u
een obstakel nadert. Dit geeft u extra tijd om te stoppen of
te draaien. Als u een obstakel raakt, kunnen het voertuig en
de lading worden beschadigd. En wat belangrijker is, u en
uw passagier kunnen letsel oplopen.
Het maximaal toelaatbare totaalgewicht van het voertuig
heeft een belangrijke invloed op uw vermogen het voertuig
tot stilstand te brengen en/of te draaien. Bij zware ladingen
en zware werktuigen wordt het moeilijker een voertuig tot
stilstand te brengen of te draaien. Hoe zwaarder de lading,
des te meer tijd het kost het voertuig tot stilstand te
brengen.
De remeigenschappen van het voertuig zijn ook anders
zonder laadbak of werktuig. Als het voertuig snel tot
stilstand wordt gebracht, kunnen de achterwielen blokkeren
voordat de voorwielen blokkeren: dit kan invloed hebben
op de controle over het voertuig. Het is verstandig om
langzamer te rijden zonder laadbak of werktuig.
Het gras en het wegdek zijn veel gladder als zij nat zijn. De
stoptijd op een nat oppervlak kan 2 tot 4 maal langer zijn
dan op een droog oppervlak.
Als u door staand water rijdt dat diep genoeg is om de
remmen nat te laten worden, zullen zij pas goed
functioneren als zij weer droog zijn. Nadat u door water
hebt gereden, moet u de remmen testen om er zeker van te
zijn, dat zij naar behoren functioneren. Als dat niet het
geval is, moet u langzaam rijden in de eerste versnelling,
terwijl u lichte druk uitoefent op het rempedaal. Hierdoor
drogen de remmen.
Schakel niet naar een lagere versnelling om te remmen op
een glad of glibberig (nat gras) oppervlak of tijdens de
afdaling van een helling, want als u remt op de motor, kan
het voertuig gaan slippen en kunt u de controle verliezen.
Schakel naar een lagere versnelling voordat u een helling
afrijdt.
Omslaan
De TORO Workman is uitgerust met een rolbeugel,
heupsteunen, veiligheidsgordels en handgrepen. De
omkiepbeveiliging van het voertuig vermindert het risico
op ernstig of dodelijk letsel in het onwaarschijnlijke geval
dat het voertuig omslaat, maar deze beveiliging kan de
bestuurder niet beschermen tegen elk mogelijk letsel.
Een beschadigde rolbeugel moet worden vervangen; u mag
deze niet laten repareren of herstellen. Elke verandering
aan de rolbeugel moet worden goedgekeurd door de
fabrikant.
De beste manier om ongelukken met bedrijfsvoertuigen te
voorkomen, is ervoor te zorgen dat de bestuurders constant
worden begeleid en getraind en voortdurend aandacht
wordt besteed aan het gebied waarin het voertuig wordt
gebruikt.
De beste manier voor bestuurders om ernstig letsel of
dodelijke ongevallen te voorkomen bij henzelf of anderen,
is zich vertrouwd te maken met de juiste bediening van het
bedrijfsvoertuig, alert te blijven en handelingen of situaties
te vermijden die kunnen leiden tot een ongeluk. De
bestuurder kan het risico op lichamelijk of dodelijk letsel
als het voertuig omslaat, verminderen door de
omkiepbeveiliging en de veiligheidsgordels te gebruiken en
zich te houden aan de bijgeleverde instructies.
Hellingen
Als het voertuig op een helling omslaat of gaat
rollen, kan dit ernstig lichamelijk letsel
veroorzaken.
• Gebruik het voertuig niet op steile hellingen.
• Als de motor afslaat of het voertuig vaart
verliest op een helling, mag u nooit proberen het
voertuig te draaien.
• Rij een helling altijd langzaam achterwaarts in
een rechte lijn af.
• Rij nooit achterwaarts een helling af met de
versnelling in de neutraalstand of het
koppelingspedaal ingetrapt met gebruik van
uitsluitend de remmen.
• Rij nooit dwars over een steile helling; u moet
deze helling altijd in een rechte lijn op- of
afrijden.
• Draai niet op een helling.
• Laat de koppeling niet te snel opkomen en trap
niet te abrupt op het rempedaal. Als u te snel
schakelt, kan het voertuig omkiepen.
Waarschuwing










