Form No. 3396-681 Rev A Workman® MDX-D multifunctioneel voertuig Modelnr.: 07359—Serienr.: 315000601 en hoger Modelnr.: 07359TC—Serienr.: 315000601 en hoger G014966 Registreer uw product op www.Toro.com.
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. WAARSCHUWING U kunt op www.Toro.
Inhoud Onderhoud uitvoeren aan de van de koolstofhouder...................................................34 Onderhoud elektrisch systeem ....................................38 Onderhoud van de accu...........................................38 Zekeringen vervangen.............................................40 Onderhoud van de koplampen .................................41 Onderhoud aandrijfsysteem ........................................42 Onderhoud van de banden ......................................
Veiligheid • Laat andere volwassenen de machine alleen gebruiken als zij eerst de Gebruikershandleiding hebben gelezen en deze hebben begrepen. Deze machine mag uitsluitend worden gebruikt door opgeleide en bevoegde personen. Bestuurders moeten lichamelijk en geestelijk in staat zijn de machine te besturen. Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken.
• Kleed u onmiddellijk om als er brandstof wordt gemorst machine niet verder gebruiken. Zorg ervoor dat het probleem is verholpen voordat u de machine of het werktuig gaat gebruiken. op uw kleding. • Doe de brandstoftank nooit te vol. Plaats de • Bedien de machine uitsluitend buitenshuis of in een goed brandstoftankdop en draai deze goed aan. geventileerde ruimte.
– Haal het sleuteltje uit het contact. – Als u de bak laadt, moet u de lading gelijkmatig verdelen. Wees extra voorzichtig als de lading uitsteekt buiten de machine/de laadbak. Rij extra voorzichtig als u een uit-middelpuntige lading vervoert die niet kan worden gecentreerd. Zorg ervoor dat de lading in evenwicht is en goed vastzit om te voorkomen dat deze gaat schuiven.
Gebruik op hellingen het rempedaal als u achterwaarts rolt, omdat de machine dan kan omslaan. WAARSCHUWING • Als u de machine op heuvelachtig terrein zult gebruiken, kunt u de optionele rolbeugel (ROPS) monteren. Als u de machine op een helling gebruikt, bestaat de kans dat ze omslaat of gaat rollen. Ook bestaat de kans dat de motor afslaat of dat de machine op een helling vaart verliest. Hierdoor kan lichamelijk letsel ontstaan.
• • • • • transporteert die niet aan de machine kan worden gebonden, zoals vloeistof in een grote tank. Stort de lading nooit uit de bak als de machine zijwaarts op een helling staat. Als gevolg van de verandering in de gewichtverdeling kan de machine omslaan. Als u een zware lading in de bak vervoert, moet u de snelheid verminderen en ervoor zorgen dat de remweg lang genoeg is. Trap niet abrupt op het rempedaal. Wees extra voorzichtig op hellingen.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 104-6581 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Brandgevaar – Zet de motor af voordat u de benzinetank vult. 3. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 4.
99-7345 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 106-6755 2. Heet oppervlak/gevaar voor brandwonden – Blijf op een veilige afstand van een heet oppervlak. 3. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Explosiegevaar – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 4.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Stuurwiel 1 Stuurwiel monteren (uitsluitend model 07359TC) . 2 Geen onderdelen vereist – Het peil van de vloeistoffen en de luchtdruk in de banden controleren.
1 2 Stuurwiel monteren Het peil van de vloeistoffen en de luchtdruk in de banden controleren Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Stuurwiel Geen onderdelen vereist Procedure Procedure Opmerking: Deze procedure is alleen van toepassing voor modelnr. 07359TC. 1. Controleer het motoroliepeil voor- en nadat de motor voor het eerst wordt gestart; zie Het motoroliepeil controleren (bladz. 20). 1.
Algemeen overzicht van de machine Figuur 4 1. Sluiting van de motorkap 3. Laadbak 5. Schakelhendel 2. Parkeerremhendel 4. Sleeplip 6. Brandstoftankdop Bedieningsorganen 7. Hendel van laadbak Gaspedaal Gebruik het gaspedaal (Figuur 5) om de rijsnelheid van de machine te veranderen. Als u het pedaal intrapt, verhoogt u de rijsnelheid. Als u het pedaal laat opkomen, vermindert de snelheid van de machine. Opmerking: De maximumsnelheid vooruit is 26 km per uur.
Claxonknop (uitsluitend TC-model) Lampje voor motoroliedruk De claxonknop bevindt zich in de linkerbenedenhoek van het dashboard (Figuur 6). Druk op de knop om te claxonneren. Het lampje voor de motoroliedruk bevindt zich rechts van de stuurkolom en onder het acculampje (Figuur 6). Dit lampje waarschuwt de bestuurder dat de oliedruk in de motor beneden een veilig niveau daalt. Als het lampje aangaat en blijft branden, moet u de motor uitschakelen en het motoroliepeil controleren.
Aansluitpunt Het aansluitpunt bevindt zich aan de rechterkant van de starterschakelaar (Figuur 6). Het aansluitpunt dient voor de aansluiting van 12 V optionele elektrische accessoires. Schakelhendel De schakelhendel bevindt zich tussen de stoelen en onder de parkeerremhendel. De schakelhendel heeft 3 standen: VOORUIT, ACHTERUIT en NEUTRAAL (Figuur 7). Opmerking: U kunt de motor in elke van de drie posities starten en laten lopen.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing De laadbak gebruiken Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. De laadbak ophalen WAARSCHUWING Veiligheid staat voorop Als de laadbak tijdens het rijden omhoogstaat, bestaat de kans dat de machine gemakkelijker omslaat of gaat rollen. De laadbak kan beschadigd raken als deze tijdens het gebruik van de machine omhoogstaat. • Gebruik de machine uitsluitend als de laadbak is neergelaten.
Laadbak neerlaten beland zijn. Doe het volgende voordat u de achterlaadklep sluit. WAARSCHUWING 1. Verwijder handmatig zo veel mogelijk materiaal van tussen de hengsels. De laadbak kan zwaar zijn. Handen of andere lichaamsdelen kunnen bekneld raken. 2. Draai de achterlaadklep ongeveer in de 45°-stand (Figuur 13). Houd handen en andere lichaamsdelen uit de buurt van de bak als u deze neerlaat. 1. Til de laadbak licht omhoog door de grendelhandgreep omhoog te brengen (Figuur 11). 2.
• Controleer het motoroliepeil en voeg indien nodig de voorgeschreven olie toe; zie Het motoroliepeil controleren (bladz. 20). • Controleer de bandendruk; zie Bandenspanning controleren (bladz. 20). • Controleer of het rempedaal werkt. • Controleer of de verlichting werkt. • Draai het stuurwiel naar links en naar rechts om de stuurreacties te controleren. • Controleer op olielekken, loszittende onderdelen en andere zichtbare gebreken.
Het motoroliepeil controleren Opmerking: Als het oliepeil te laag is, moet u de vuldop van de motor draaien en bijvullen met geschikte olie tot aan, maar niet voorbij, de Vol-markering op de peilstok. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. Voeg niet te veel olie toe in de motor.. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Opmerking: De machine wordt geleverd met olie in het carter; u dient echter het oliepeil te controleren voor- en nadat u de motor start.
GEVAAR GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
3. Verwijder de dop van de brandstoftank. Een nieuwe machine inrijden 4. Vul de tank tot ongeveer 25 mm vanaf de bovenkant van de tank (de onderkant van de vulbuis). Onderhoudsinterval: Na de eerste 100 bedrijfsuren—Neem de richtlijnen voor het inrijden van een nieuwe machine in acht. Opmerking: De ruimte in de tank geeft de brandstof de kans om uit te zetten. De tank niet te vol vullen..
met vochtig zand weegt 680 kg. Dit is 113 kg boven het draagvermogen. Maar een tot de rand gevulde bak met hout weegt 295 kg. Dit is minder dan het draagvermogen. Raadpleeg onderstaande tabel voor het maximale ruimtegewicht van verschillende materialen. Materiaal Figuur 19 1. Sticker met toelaatbaar totaalgewicht van machine • Verminder het gewicht van de lading die u in de laadbak transporteert als u de machine gebruikt op hellingen en ruw terrein.
aanhangwagen. Als bijvoorbeeld het maximaal toelaatbare gewicht van de aanhangwagen 181,5 kg is, mag het gewicht van de lading maximaal 386 kg zijn. Ten behoeve van een goede remwerking en tractie moet de laadbak altijd zijn geladen als u een aanhangwagen trekt. U mag het maximaal toelaatbare totaalgewicht van de trailer en het voertuig niet overschrijden. Figuur 21 Parkeer de machine nooit op een helling als er een aanhangwagen is aangekoppeld.
Onderhoud Opmerking: Op zoek naar een elektrisch schema of hydraulisch schema van uw machine? Download het schema gratis op www.Toro.com; u kunt uw machine zoeken via de link Handleidingen op de hoofdpagina. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Controleer de conditie van de aandrijfriem. Na de eerste 50 bedrijfsuren • De motorolie verversen.
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerde item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Werking van rem en parkeerrem controleren. Werking van schakelinrichting/neutraalstand controleren. Brandstofpeil controleren. Controleer het motoroliepeil. Controleer het transaxle-oliepeil. Luchtfilter controleren. Koelribben van de motor controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Procedures voorafgaande aan onderhoud Onderhoud van de machine in bijzondere omstandigheden Figuur 22 1. Hefpunt vooraan Als de machine wordt gebruikt in de hieronder genoemde omstandigheden, moeten de onderhoudswerkzaamheden twee keer zo vaak worden uitgevoerd. • • • • • • • • Het hefpunt aan de achterzijde van de machine bevindt Gebruik in woestijngebied zich onder de asbuizen (Figuur 23).
De motorkap sluiten Smering 1. Laat de motorkap voorzichtig op het chassis zakken. De machine smeren 2. Bevestig de motorkap door de rubberen grendels uit te lijnen met de grendelbevestigingen aan weerszijden van de motorkap (Figuur 24). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Lagers en lagerbussen smeren. Smeer vaker als de machine in zware omstandigheden wordt gebruikt. Type vet: nr. 2 universeel smeermiddel op basis van lithium 1.
De lagers in de voorwielen smeren 3. Verwijder de flenskopbouten (3/8 x 1 inch) waarmee de beugel voor de rem is bevestigd aan de as en verwijder de rem van de as (Figuur 28). Onderhoudsinterval: Om de 300 bedrijfsuren Opmerking: Ondersteun de rem voordat u verder gaat met de volgende stap. Specificatie smeermiddel: Mobilgrease XHP™-222 De naaf en rotor verwijderen 1. Til de voorkant van de machine op en plaats deze op kriksteunen. 2.
Opmerking: Vervang versleten of beschadigde onderdelen. Controleer of de lagers en loopringen schoon en droog zijn. 5. Verwijder de borgpen en de moerzekering van de as en de asmoer (Figuur 29). 6. Verwijder de asmoer van de as, en verwijder de naaf en de rotor van de as (Figuur 29 en Figuur 30). 5. Verwijder alle vuil en vet uit de holte van de naaf (Figuur 31). 6. Smeer de lagers met het aanbevolen smeermiddel. 7. Monteer de loopringen van de binnenste en buitenste lagers in de naaf (Figuur 31).
Onderhoud motor 6. Draai de asmoer los tot de naaf vrij kan draaien. 7. Draai de asmoer vast tot 170 N·m terwijl u de naaf draait. 8. Monteer de borgschroef over de moer en controleer de uitlijning van de gleuf in de schroef en de opening in de as voor de borgpen (Figuur 33).
Luchtfilter vervangen 1. Verwijder het luchtfilterelement; zie stap 1 tot 5 van Het filter controleren (bladz. 31). 15W-40 10W-30 2. Controleer of het nieuwe filter niet is beschadigd door het transport ervan. 5W-30 Opmerking: Controleer het uiteinde van het filter dat moet aansluiten. F -30 -10 10 32 50 70 90 110 C -34 -23 -12 0 10 21 32 43 STARTING TEMPERATURE RANGE ANTICIPATED BEFORE NEXT OIL CHANGE Belangrijk: Een beschadigde filter mag niet worden gemonteerd.
Opmerking: Voeg indien nodig de voorgeschreven olie toe aan de motor tot het oliepeil de Vol-markering van de peilstok bereikt. 8. Maak de omgeving van de oliepeilstok en de dop van de vulbuis schoon, en neem de peilstok eruit (Figuur 37). 1 2 G016858 Figuur 37 1. Dop van vulbuis 2. Peilstok 9. Giet olie in de vulopening totdat het peil de Vol-markering op de peilstok heeft bereikt. 10. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. Opmerking: Voeg niet te veel olie toe. 11.
Onderhoud uitvoeren aan de van de koolstofhouder Onderhoud brandstofsysteem Het luchtfilter voor de koolstofhouder inspecteren Brandstofleidingen en -verbindingen controleren Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Om de 200 bedrijfsuren Inspecteer de opening onderaan het luchtfilter voor de koolstofhouder en zorg ervoor dat deze vrij is van vuil en verstopping (Figuur 39).
Het filter van de koolstofhouder vervangen De koolstofhouder vervangen Opmerking: Vervang de koolstofhouder als deze beschadigd is, verstopt is, en als de machine wordt gebruikt zonder een filter van de koolstofhouder. Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Om de 200 bedrijfsuren Opmerking: Vervang het koolstofhouderfilter als u de koolstofhouder vervangt. 1. Verwijder de geribde aansluiting van het koolstofhouderfilter van de slang onderaan de koolstofhouder. Verwijder het filter (Figuur 40).
De kabel van de parkeerrem loskoppelen De stoelen en stoelbasis verwijderen 1. Verwijder aan de onderkant van de machine de kabelklemband waarmee de kabel van de parkeerrem is bevestigd aan de leiding van de servicerem (Figuur 42). 1. Verwijder aan de onderkant van de machine de 8 flenskopbouten en 8 ringen waarmee de stoelbasis is bevestigd aan de vloerplaat en het achterste kanaal van de cabine (Figuur 43). 2.
De koolstofhouder vervangen 1. Verwijder de zuigslang van de fitting op de koolstofhouder die gemarkeerd is met 'Purge' (afvoeren) (Figuur 45). Figuur 46 3. Voorkant van machine 1. Koolstofhouder 2. Koolstofhouderbevestiging (brandstoftank) Figuur 45 1. Zuigslang 4. Fitting koolstofhouder (afvoeren) 2. Slang van brandstoftank 5. Voorkant van machine 4. Verwijder het koolstofhouderfilter en het korte gedeelte van de slang van de onderste fitting van de oude koolstofhouder (Figuur 47). 3.
Onderhoud elektrisch systeem 7. Plaats de nieuwe koolstofhouder in de koolstofhouderbevestiging van de brandstoftank met de afvoerfitting en de fitting voor de brandstoftank naar achteren uitgelijnd (Figuur 46). 8. Monteer de zuigslang op de fitting op de koolstofhouder die gemarkeerd is met 'Purge' (afvoeren) en de slang van de brandstoftank op de fitting die gemarkeerd is met 'Fuel Tank' (brandstoftank) (Figuur 45). Onderhoud van de accu Accuvoltage: 12 V, 540 A, koude start bij -18° C (0° F).
De accu afkoppelen WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. • Sluit altijd eerst de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
Zekeringen vervangen Accu monteren 1. Lijn de accu uit met de accubak van de machine (Figuur 48). Er zijn 7 zekeringen in het elektrische systeem. Deze bevinden zich onder het dashboard aan de kant van de bestuurder (Figuur 49). Opmerking: Zorg ervoor dat de plus- en minpool van de accu uitgelijnd zijn; zie Figuur 48. Alarm/stroomaansluiting 10 A 2. Bevestig de accu met de accuklem, de slotbout en de borgmoer aan de accubak (Figuur 48). Motor 10 A Koplampen 10 A 3.
Onderhoud van de koplampen 5. Monteer de nieuwe lamp en de nieuwe behuizing voor de koplamp; lijn de lipjes van de lamp uit met de sleuven in de behuizing van de koplamp (Figuur 50). De gloeilampen vervangen Opmerking: Let op dat u de halogeenlamp niet aanraakt tijdens de montage van de nieuwe lamp. VOORZICHTIG 6. Bevestig de lamp door deze een kwartslag rechtsom te draaien (Figuur 50). De halogeenlampen worden tijdens het gebruik zeer heet.
Onderhoud aandrijfsysteem Opmerking: Zorg ervoor dat de afstelpennen op één lijn zijn met de openingen in de montagebeugel achter de bumper. 7. Zet de koplamp vast met de ringen en de snelklemmen die u hebt verwijderd in stap 4. Onderhoud van de banden 8. Koppel de elektrische aansluiting voor de kabelboom aan op de aansluiting van de lamp (Figuur 51). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de staat van de banden en velgen. 9.
3. Met Toro gereedschap nr. 6010 draait u de kraag van de schokbreker om de lengte van de veer te veranderen (Figuur 53). • Als de meting onderaan te weinig was, kort u de veer in. 1 • Als de meting onderaan te veel was, maakt u de veer langer. 3 2 g014968 Figuur 52 Linkervoorwiel in vooraanzicht; de hoek is uitvergroot ter illustratie 1 2 G014994 1. Hier meten. 2. Hier meten. Figuur 53 1. Veer van schokbreker 3. Veerlengte 2. Kraag 2.
Transaxle-olie verversen 7. Als deze afstand buiten het bereik van 0-6 mm valt, moet u de contramoeren aan beide uiteinden van de spoorstangen losdraaien (Figuur 55). Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Type olie: SAE 10W30 (API-onderhoudsklasse SJ of hoger) Oliecapaciteit: 1,4 liter 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, draai de Aan/Uit-schakelaar op UIT en verwijder het sleuteltje uit het contact. 2.
Figuur 58 1. Vulbuis 8. Monteer de vulplug en de pakking en draai deze vast in de vulplugopening van de transmissie (Figuur 57). Figuur 59 9. Start de motor en begin met uw werk. 1. Beugel van de neutraalstand 10. Controleer het oliepeil en voeg meer olie toe als het peil niet tot de schroefdraad in de vulplugopening reikt (Figuur 57). 2. Borgmoeren 3. Draai 1 borgmoer vast (Figuur 59) om een opening van 0,76 mm tot 1,52 mm te krijgen.
1 2 6. Start de motor en zet de schakelhendel een aantal malen op Forward, Reverse en Neutral om te controleren of de beugel van de neutraalstand naar behoren werkt. 3 4 5 Controle van de primaire aandrijfkoppeling Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks G017170 Figuur 61 Voor een goede schakelfunctie moet u dagelijks de werking van de koppeling controleren.
Onderhoud koelsysteem 1 2 Omgeving van motorkoeling reinigen Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Reinig de buitenkant van de motor om de 100 bedrijfsuren of vaker als u het voertuig in buitengewoon stoffige en vuile omstandigheden gebruikt. G016859 Figuur 62 1. Dop van vulbuis Belangrijk: Reinig de motor nooit met een hogedrukreiniger omdat er dan water in het brandstofsysteem kan terechtkomen. 2. Dop expansietank radiateur 3.
Onderhouden remmen in werking te stellen, niet kunt verkrijgen, moet u de procedure voor het afstellen van de remkabels uitvoeren; zie ( De remkabels afstellen (bladz. 48)). De remmen controleren 4. Draai de stelschroef vast en plaats de handgreep (Figuur 63). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren De remmen zijn van essentieel belang voor een veilig gebruik van de machine.
Onderhoud riemen • Als u de knop voor remafstelling niet kunt afstellen door hem vast te draaien en de parkeerremhendel met een kracht van 133 tot 156 N·m in werking te stellen, doet u het volgende: Onderhoud van de drijfriem A. Draai de achterste contramoer (Figuur 64) voor de schroefregelaar van de kabel van de parkeerrem 1 slag los. B. Draai de voorste contramoer vast (Figuur 64). C.
Aandrijfriem vervangen 1 2 1. Zet de laadbak omhoog; zie De laadbak ophalen (bladz. 17). 2. Schakel de transmissie in neutraal, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 3. Laat de drijfriem over de secundaire koppeling ronddraaien (Figuur 65). 4. Verwijder de riem van de primaire koppeling (Figuur 65). Opmerking: Gooi de oude riem weg. G01751 1 5. Lijn de nieuwe riem uit op de primaire koppeling (Figuur 65). 3 6.
Onderhoud van het chassis Reiniging Vergrendelingen van de laadbak instellen De machine moet worden gewassen als dit nodig is. Gebruik uitsluitend water of water met een mild reinigingsmiddel. U kunt hierbij een doek gebruiken, maar de kap zal dan wel iets minder gaan glanzen. De machine schoonmaken Als de vergrendeling van de laadbak slecht is afgesteld, trilt de laadbak op en neer tijdens het rijden.
Stalling 1. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en vet van de gehele machine, inclusief de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing. Belangrijk: U kunt het voertuig met een mild reinigingsmiddel en water wassen. Doe dit niet met een hogedrukreiniger.
Opmerkingen: 53
Opmerkingen: 54
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Dealer: Land: Hongarije Hongkong Korea Telefoonnummer: 36 27 539 640 852 2155 2163 82 32 551 2076 Agrolanc Kft Balama Prima Engineering Equip. B-Ray Corporation Maquiver S.A. Maruyama Mfg. Co. Inc. Mountfield a.s. Colombia Japan Tsjechië Casco Sales Company Puerto Rico 787 788 8383 Mountfield a.s. Slowakije Ceres S.A. Costa Rica 506 239 1138 Munditol S.A. Argentinië CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co.
De Algemene Garantiebepalingen voor Toro-producten 2 jaar beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.