Form No. 3350-701 Rev B Workman) 2110 Bedrijfsvoertuig Modelnr. 07277 – Serienr. 240000001 en hoger Modelnr. 07277TC – Serienr. 240000001 en hoger Gebruikershandleiding Registreer uw product op www.Toro.
Waarschuwing Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Veiligheid staat voorop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bedieningsorganen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Controle vóór het gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het voertuig tot stilstand brengen . . . . . . . . . . . . . Het voertuig parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Laadbak . . . . . . . .
Inleiding Waarschuwing duidt op een gevaarlijke situatie die ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen. Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u het voertuig op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen.
Veilige bediening • Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en weet hoe u de motor snel kunt stoppen. • Zorg ervoor dat alle veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen en stickers op hun plaats zitten. Als veiligheidsschermen, veiligheidsvoorzieningen of stickers in slechte staat verkeren, onleesbaar zijn of beschadigd raken, moet u deze herstellen of vervangen, voordat u het voertuig gaat gebruiken.
Tijdens het gebruik – Verminder uw snelheid voordat u een bocht maakt. Maak geen scherpe bochten en vermijd abrupte manoeuvres of andere riskante handelingen tijdens het rijden, waardoor u de controle over het voertuig kunt verliezen. Waarschuwing De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif. – Als u de lading stort, mag u niemand achter het voertuig laten staan en moet u voorkomen dat iemand de lading op zijn voeten krijgt.
Remmen Wees extra voorzichtig als u met het voertuig op een helling rijdt. Neem hierbij de volgende richtlijnen in acht: • Verminder uw snelheid als u een obstakel nadert. Dit geeft u extra tijd om te stoppen of te draaien. Als u een obstakel raakt, kunnen het voertuig en de lading worden beschadigd. En wat belangrijker is, u en uw passagier kunnen letsel oplopen. • Verminder uw snelheid voordat u een helling op- of afrijdt.
Laden en storten • Zet de lading altijd vast zodat deze niet gaat schuiven. Als de lading niet goed vastzit of als u een vloeistof vervoert in een grote container zoals een sproeier, bestaat de kans dat de lading gaat schuiven. Dit gebeurt meestal als u draait, een helling op- of afrijdt, plotseling uw snelheid wijzigt of als u over oneffen terrein rijdt. Als de lading gaat schuiven, kan het voertuig omslaan.
Onderhoud Geluidsdruk • Het voertuig mag uitsluitend worden onderhouden, gerepareerd, afgesteld of geïnspecteerd door vakbekwame en erkende technici. Dit voertuig oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder van 80 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG en wijzigingen daarvan.
Hellingsdiagram BRENG DEZE RAND IN LIJN MET EEN VERTICAAL OPPERVLAK (BOOM, GEBOUW, PAAL, ENZ.) LANGS DE DAARTOE BESTEMDE LIJN VOUWEN VOORBEELD: VERGELIJK HELLING MET OMGEVOUWEN RAND.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 104-6591 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Het totale gewicht van bestuurder en passagier mag niet meer dan 181 kg zijn. 3. Het gewicht van de lading mag niet meer dan 567 kg zijn. 4. Het basisgewicht van het voertuig is 500 kg. 5.
107-0699 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. Kans op botsing – Dit voertuig is niet bestemd voor gebruik op de openbare weg. Kans op vallen – Vervoer geen passagiers in de laadbak. Kans op vallen – Laat kinderen nooit het voertuig besturen.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Montage Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van het voertuig. Losse onderdelen Opmerking: Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Omschrijving Hoeveelheid Gebruik Wiel-set 2 Montage achterwielen (Modelnr. 07277TC) Wiel-set 2 Ring 2 Stofkap 2 Stuurwiel 1 Montage stuurwiel (Modelnr. 07277TC) Bumper 1 Montage bumper (Modelnr. 07277TC) Trekhaak 1 Montage trekhaak (Modelnr.
Voorwielen monteren Bumper monteren Opmerking: Deze procedure is alleen van toepassing voor Modelnr. 07277TC. Opmerking: Deze procedure is alleen van toepassing voor Modelnr. 07277TC. 1. Maak de bevestigingen los waarmee de wielen zijn vastgezet. 1. Verwijder de 2 bouten, ringen en moeren aan de voorkant van het frame. 2. Maak de transportbeugel los van de assen. 2. Plaats de montageopeningen op één lijn en monteer de bumper aan het frame met de bevestigingen die u eerder hebt verwijderd (Fig. 5).
Trekhaak monteren 4. Steek de rechtse draaibeugel in het montagegat in de laadbak en monteer deze aan het frame. Opmerking: Deze procedure is alleen van toepassing voor Modelnr. 07277TC. 5. Laat een ander persoon u helpen om de laadbak op te halen. 1. Verwijder de 4 bouten en moeren achter aan de binnenkant van het frame. 6. Draai de bout los waarmee de klem van de steun is bevestigd aan het frame totdat u het J-haakeinde van de steun onder de klem kunt schuiven (Fig. 9). 2.
3. Plaats de vuldoppen terug en sluit een acculader van 3–4 A aan op de accupolen. Laad de accu op gedurende 4 tot 8 uur bij 3–4 A (12 V). De accu niet te ver opladen. 3. Als het oliepeil te laag is, moet u de vuldop losmaken van het klepdeksel (Fig. 10) en voldoende olie bijvullen totdat het peil de VOL-markering op de peilstok bereikt; zie Motoroliepeil controleren, blz. 26, voor juiste type olie en viscositeit. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. Niet te vol vullen.
Brandstoftank Brandstoftank vullen Aanbevolen benzine De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 26,5 liter. 1. Motor afzetten en parkeerrem in werking stellen. Gebruik loodvrije, normale schone benzine voor automobielen (octaangetal minimaal 87). Gelode benzine kan worden gebruikt als loodvrije benzine niet verkrijgbaar is. 2. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank schoon (Fig. 11).
Gebruiksaanwijzing Parkeerrem De parkeerrem bevindt zich tussen de stoelen (Fig. 14). Steeds als de motor wordt afgezet, moet u de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat het voertuig per ongeluk in beweging komt. Om de parkeerrem in werking te stellen, moet u de hendel naar achteren trekken. Om de parkeerrem vrij te zetten, moet u de hendel naar voren duwen. Als u het voertuig op een steile helling parkeert, moet u erop letten dat de parkeerrem in werking is gesteld.
Contactschakelaar Aansluitpunt De contactschakelaar (Fig. 16), waarmee u de motor start en afzet, heeft twee standen: Uit en Aan. Draai het sleuteltje naar rechts op Aan om de motor in werking te stellen. Als het voertuig stilstaat, draait u het sleuteltje naar links op Uit. Verwijder het sleuteltje uit het contact. Het aansluitpunt dient voor de aansluiting van 12 V optionele elektrische accessoires (Fig. 16). 3 Claxonknop Met een druk op de claxonknop stelt u de claxon in werking (Fig. 16).
Controle vóór het gebruik Het voertuig tot stilstand brengen Voer elke dag de volgende controles uit voordat u het voertuig gaat gebruiken. Om het voertuig tot stilstand te brengen, haalt u uw voet van het gaspedaal en trapt u het rempedaal langzaam in. • Bandenspanning controleren. Opmerking: De lengte van de remweg kan variëren, afhankelijk van de lading en de snelheid van het voertuig.
Laadbak neerlaten • Tijdens de eerste uren van de inrijperiode voor een nieuw voertuig moet u krachtig remmen vermijden. Nieuwe remvoeringen leveren pas na enkele bedrijfsuren optimale prestaties doordat de remmen dan als gevolg van het gebruik zijn gepolijst (ingereden). 1. Til de bak met een hand een stukje op terwijl u de steun naar beneden drukt. 2. Laad de bak neer totdat de grendel deze vastgrijpt. • Varieer de snelheid van het voertuig tijdens het gebruik. Vermijd snel starten en stoppen. 3.
Transport van het voertuig 1. Verwijder de drijfriem; zie Drijfriem vervangen, blz. 32, stappen 1 en 2. Om het voertuig over grote afstanden te verplaatsen, moet u een aanhanger gebruiken. Zorg ervoor dat het voertuig stevig is bevestigd op de aanhanger. Zie Figuren 22 en 23 voor de plaats van de bevestigingspunten. 2. Bevestig een sleepkabel aan de tong op de voorzijde van het frame (Fig. 23). 3. Zet het voertuig in de neutraalstand en zet de parkeerrem vrij.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van het voertuig. Aanbevolen onderhoudsschema Belangrijk Zie de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Om de 8 bedrijfsuren Na de eerste 20 bedrijfsuren Onderhoudsprocedure • Motorolie verversen. • Spanning van drijfriem controleren. • Spanning van startriem controleren. • Het motoroliepeil controleren. • Bandenspanning controleren.
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma. Gecontroleerde item Werking van rem en parkeerrem controleren. Werking van schakelinrichting/neutraalstand controleren. Brandstofpeil controleren. Motoroliepeil controleren. Het transaxle-oliepeil controleren. Luchtfilter controleren. Koelribben van de motor controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt. Controleren op ongewone geluiden tijdens het gebruik.
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het voertuig. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie.
3. Draai een van de borgmoeren (Fig. 26) aan totdat de kabel van het schakelmechanisme strak staat. Opmerking: U moet de draadas onder de beugel vasthouden om de borgmoer op de bovenzijde vast te draaien. 4. Draai de andere borgmoer vast totdat de andere kabel van het schakelmechanisme strak staat. 1 5. Trek aan beide kabels van het schakelmechanisme en zorg ervoor dat er geen ruimte tussen de moer/ring en de beugel van de neutraalstand is (Fig. 27). Indien dit wel het geval is, moet u de moer aandraaien.
GEBRUIK UITSLUITEND OLIE MET DEZE SAE-VISCOSITEIT 6. Giet olie in de vulopening totdat het peil de Vol-markering op de peilstok heeft bereikt. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. Niet te vol vullen. 7. Plaats de vuldop en de peilstok weer stevig op hun plaats. Motoroliefilter vervangen –20 °F 0 –30 °C –20 20 –10 40 0 60 10 80 20 Vervang het oliefilter om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. 100 30 1.
Onderhoud van het luchtfilter Het filterelement reinigen Controleer het luchtfilterhuis op beschadigingen die een luchtlek zouden kunnen veroorzaken. Vervang een beschadigd luchtfilterhuis. Belangrijk Een beschadigd filter mag niet worden gewassen of opnieuw worden gebruikt. 1. Wassen: Controleer of het deksel het luchtfilterhuis helemaal afsluit. A. Maak een oplossing van filterreiniger en water en laat het filter hierin ongeveer 15 minuten weken.
Het voertuig smeren Onderhoud van de remmen Wij adviseren u alle lagers en lagerbussen om de 100 bedrijfsuren of één keer per jaar te smeren, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Smeer vaker als het voertuig in zware omstandigheden wordt gebruikt. De remmen controleren De remmen zijn van essentieel belang voor een veilig gebruik van het voertuig.
Parkeerrem afstellen • Meet de rijhoogte terwijl de wielen recht naar voren zijn gericht en een persoon met een gewicht van 79–102 kg heeft plaatsgenomen op de bestuurdersstoel. Controleer de afstelling van de parkeerrem om de 200 bedrijfsuren. Opmerking: De bestuurder moet naar de meetplaats rijden en op de stoel blijven zitten terwijl de rijhoogte wordt gemeten. 1. Verwijder de rubberen kap van de parkeerrem. 2. Draai de stelschroef los waarmee de knop is bevestigd aan de parkeerremhendel (Fig. 33).
1. Zorg ervoor dat de voorwielophanging correct is ingesteld; zie Voorwielophanging instellen, blz. 30. Indien nodig instellen. 2. Meet ter hoogte van de as de afstand tussen de voorwielen aan de voorkant en de achterkant van de wielen (Fig. 36). De afstand aan de achterkant van de voorwielen ter hoogte van de as moet worden gemeten met behulp van een spanklem of een uitlijnmaat. Gebruik dezelfde spanklem of uitlijnmaat om de afstand aan de voorkant van de voorwielen ter hoogte van de as te meten (Fig. 36).
Onderhoud van de drijfriem Drijfriem controleren Riem van de dynamo van de starter afstellen De conditie en de spanning van de drijfriem moeten na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 200 bedrijfsuren. De spanning van de riem van de dynamo van de starter moet na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 200 bedrijfsuren. 1.
Onderhoud van de primaire aandrijfkoppeling 6. Plaats de kap van de koppeling en zet deze vast met de drie bouten die u eerder hebt verwijderd. Om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks moet u de koppeling als volgt reinigen en smeren: Onderhoud van het brandstofsysteem 1. Hef de laadbak op en vergrendel deze. Brandstofleidingen en -verbindingen 2. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en stel de parkeerrem in werking.
Onderhoud van de bougies Transaxle-vloeistof verversen Vervang de bougies om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Dit zorgt ervoor dat de motor goede prestaties levert en het niveau van de uitlaatemissie wordt beperkt. Ververs de transaxle-vloeistof om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. 1.
Zekeringen vervangen 4. Verwijder de rubberen afdichting rond de koplamp (Fig. 47). Gooi de koplamp weg. Er zijn 3 zekeringen in het elektrische systeem. Deze bevinden zich onder de bak in een kast aan de rechterkant van het chassis (Fig. 46). Ontstekingsinstallatie 10 A Lichten 10 A Aansluitpunt 5. Houd de inkeping op de binnenzijde van de afdichting voor de inkeping op de nieuwe koplamp (Fig. 47). Schuif de afdichting op de koplamp totdat de afdichting stevig op zijn plaats zit. 10 A (15 A max.
Onderhoud van de accu Waarschuwing Waarschuwing Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van het voertuig, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, die lichamelijk letsel kunnen veroorzaken. CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
Zuurpeil controleren Accu opladen Controleer het peil van het accuzuur om de 50 bedrijfsuren of om de 30 dagen, wanneer het voertuig is opgeslagen. Belangrijk Zorg ervoor dat de accu altijd volledig geladen is (soortelijk gewicht 1,260). Dit is vooral belangrijk om beschadiging van de accu bij temperaturen beneden 0°C te voorkomen. 1. Haal de bak op en zet deze vast met de steun. 2. Verwijder de vuldoppen.
Schema’s m-7376 Elektrisch schema 38