Operator's Manual
20
• Brandstoffilter vervangen.
• Transaxle-olie verversen.
• Bougies vervangen.
Onderhoudsprocedure
Na de eerste 8 bedrijfsuren
• Het motoroliepeil controleren.
• Spanning van aandrijfriem controleren.
• Spanning van startriem controleren.
• Het motoroliepeil controleren.
• Controleer de bandenspanning.
Om de 8 bedrijfsuren
Na de eerste 20 bedrijfsuren
• Toespoor van voorwiel controleren op de juiste
rijhoogte.
Om de 50 bedrijfsuren
• Peil van accuvloeistof controleren.
• Aansluitingen van de accukabels controleren.
• Olie verversen (inclusief synthetische olie).
1
Om de 100 bedrijfsuren
• Vet in alle smeernippels spuiten.
• Draaischerm van motor schoonmaken.
2
• Luchtfilterement controleren.
2
• Motoroliefilter vervangen.
Rem en parkeerrem controleren.
• Conditie en afslijting van de banden
controleren.
• Wielmoeren aandraaien.
• Voorwielophanging, afstelling van toespoor en
rijhoogte controleren.
Onderhoudsinterval
Om de 200 bedrijfsuren
• Luchtfilterelement vervangen.
• Afstelling van de remkabel controleren.
• Aandrijfriem controleren.
• Startriem controleren en afstellen.
Om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks • Brandstofleidingen controleren.
Om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks
Onderhoud
Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van het voertuig.
Aanbevolen onderhoudsschema
1
Dit moet vaker gebeuren als het voertuig wordt gebruikt voor zware ladingen of bij hoge temperaturen
2
Vaker in stoffige, vuile omstandigheden
zie de gebruikershandleiding voor verdere onderhoudsprocedures.
Belangrijk










