Operator's Manual

34
4. Draai aan beide trekstangen om de voorzijde van het
wiel naar binnen of naar buiten te draaien.
2
1
1
m–5320
Figuur 35
1. Contramoer 2. Trekstang
5. Draai de contramoeren van de trekstangen weer vast als
de afstelling correct is.
6. Zorg ervoor dat het stuur in beide richtingen volledig
kan uitslaan.
Onderhoud van de aandrijfriem
Aandrijfriem controleren
De conditie en de spanning van de aandrijfriem moeten na
de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens
om de 200 bedrijfsuren.
1. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak, zet
de schakelhendel in de Neutraalstand, stel de parkeer-
rem in werking, draai het contactsleuteltje op Uit en
verwijder het sleuteltje uit het contact.
2. Haal de bak op en zet deze vast met de steun.
3. Laat de riem ronddraaien en controleer deze op over-
matige slijtage of beschadigingen. Vervang de riem
indien dit nodig is.
1
2
3
Figuur 36
1. Aandrijfriem
2. Primaire koppeling
3. Secundaire koppeling
Aandrijfriem vervangen
1. Laat de aandrijfriem over de secundaire koppeling
ronddraaien (Fig. 36).
2. Verwijder de riem van de primaire koppeling (Fig. 36).
3. Om de riem terug te plaatsen, voert u bovenstaande
procedure in omgekeerde volgorde uit.
Riem van de dynamo van de
starter afstellen
De spanning van de riem van de dynamo van de starter
moet na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en
vervolgens om de 200 bedrijfsuren.
1. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak, stel
de parkeerrem in werking, draai het contactsleuteltje op
UIT en verwijder het sleuteltje uit het contact.
2. Draai de moer en de ankerbout van de dynamo van de
starter los (Fig. 37).
m–4956
2
3
44,5 N
6 mm
3
1
Figuur 37
1. Moer van dynamo
2. Ankerbout van dynamo
3. Contramoer
3. Draai aan de contramoeren op de stang van de starter
(Fig. 37) totdat de riem 6 mm doorhangt als een kracht
van 44,5 N wordt uitgeoefend.
4. Draai de moer en de ankerbout van de dynamo van de
starter vast (Fig. 37).