Operator's Manual

28
Het voertuig opkrikken
Als u de motor laat lopen om routine-onderhouds-
werkzaamheden uit te voeren en/of de motor te testen,
moeten de achterwielen van het voertuig zich 2,5 cm boven
de grond bevinden, waarbij de achteras moet steunen op de
steunpunten van de krik.
Gevaar
Een opgekrikt voertuig kan wankel staan en van
de krik glijden waardoor iemand die zich onder
het voertuig bevindt, letsel kan oplopen.
Start de motor niet als het voertuig is opgekrikt.
Verwijder altijd het sleuteltje uit het contact,
voordat u uit het voertuig stapt.
Blokkeer de wielen als het voertuig is opgekrikt.
Het hefpunt aan de voorkant van het voertuig bevindt zich
op de voorzijde van het chassis achter de trekstang
(Fig. 23). Het hefpunt aan de achterkant van het voertuig
bevindt zich onder de achterasbuizen (Fig. 24).
1
Figuur 23
1. Hefpunt aan de voorzijde
1 1
Figuur 24
1. Hefpunten aan de achterzijde
Neutraalstand controleren en
afstellen
Als u routine-onderhoudswerkzaamheden uitvoert en/of de
motor test, moet u de transaxle in de neutraalstand zetten
(Fig. 25). Het voertuig heeft een neutraalstand op de
schakelhendel, waarmee u de transaxle in de neutraalstand
kunt zetten. Om ervoor te zorgen dat de schakelhendel de
transaxle naar behoren in de neutraalstand zet, moet u de
volgende stappen uitvoeren:
1. Zet de schakelhendel op Neutraal.
2. Zet de beugel van de neutraalstand op de transaxle in de
neutraalstand (horizontaal), draai de aandrijfkoppeling
en controleer of het voertuig naar achteren en naar
voren rolt (Fig. 25).
3. Draai een van de borgmoeren (Fig. 25) aan totdat de
kabel van het schakelmechanisme strak staat.
Opmerking: U moet de draadas onder de beugel
vasthouden om de borgmoer op de bovenzijde vast te
draaien.
4. Draai de andere borgmoer vast totdat de andere kabel
van het schakelmechanisme strak staat.
5. Draai de eerste borgmoer vast met een torsie van 1 Nm.
6. Draai de tweede borgmoer vast met een torsie 1 Nm.
7. Start de motor en schakel een aantal malen in Vooruit,
Achteruit en de Neutraalstand om te controleren of de
beugel van de neutraalstand naar behoren werkt.
2
1
Figuur 25
1. Beugel van de
neutraalstand
2. Borgmoeren