Operator's Manual
25
Onderhoud
Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van het voertuig.
Aanbevolen onderhoudsschema
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure
Na de eerste
8 bedrijfsuren
• Motorolie verversen.
• Spanning van aandrijfriem controleren.
• Spanning van startriem controleren.
Om de 8 bedrijfsuren
• Het motoroliepeil controleren.
• De bandenspanning controleren.
Na de eerste
20 bedrijfsuren
• Toespoor van voorwiel controleren op de juiste rijhoogte.
Om de 50 bedrijfsuren
• Peil van accuvloeistof controleren.
• Aansluitingen van de accukabels controleren.
• Olie verversen (inclusief synthetische olie).
1
Om de 100 bedrijfsuren
• Vet in alle smeernippels spuiten.
• Roterend motorscherm reinigen.
2
• Luchtfilterement controleren.
2
• Motoroliefilter vervangen.
• Rem en parkeerrem controleren.
• Conditie en afslijting van de banden controleren.
• Wielmoeren aandraaien.
• Voorwielophanging, toespoor en rijhoogte controleren.
• Controleer de werking van de Neutraalstand/schakelinrichting.
Om de 200 bedrijfsuren
• Luchtfilterelement vervangen.
• Afstelling van de remkabel controleren.
• Aandrijfriem controleren.
• Startriem controleren en afstellen.
Om de 400 bedrijfsuren
of jaarlijks
• Brandstofleidingen controleren.
Om de 800 bedrijfsuren
of jaarlijks
• Brandstoffilter vervangen.
• Transaxle-olie verversen.
• Bougies vervangen.
1
Dit moet vaker gebeuren als het voertuig wordt gebruikt voor zware ladingen of bij hoge temperaturen
2
Vaker in stoffige, vuile omstandigheden
Belangrijk Zie de gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures.










