Operator's Manual
30
Het rempedaal afstellen
U moet het rempedaal afstellen als de parkeerrem niet pakt,
het rempedaal een te grote slag heeft, of het remvermogen
onvoldoende is als het rempedaal wordt ingetrapt.
Controleer de afstelling om de 200 bedrijfsuren.
1. Draai het sleuteltje op Uit en verwijder dit.
2. Controleer de remkabels bij de rem-equalizer (onder het
dashboard) en bepaal hoever u ongeveer de equalizer
over de remstang moet verplaatsen om de kabels strak
te krijgen (Fig. 31).
1
m–6288
2
3
4
5
7
6
7
Figuur 31
1. Gaffelpen
2. Remhendel
3. Gaffel van de remstang
4. Remstang
5. Rem-equalizer
6. Veer
7. Remkabel
3. Verwijder de R-pen en de gaffelpen waarmee de gaffel
van de remstang vastzit (Fig. 31).
4. Maak de veer los van het uiteinde van de remstang
(Fig. 31).
5. Trap het rempedaal helemaal in om remhendel omhoog
te laten komen.
6. Draai de remstang in of uit de rem-equalizer voor zover
dit nodig is om de remkabels strak te trekken (Fig. 31).
Zet de kabels niet te strak.
7. Plaats de veer in het gat in de remstang (Fig. 31).
8. Zet de gaffel op de remstang vast aan de remhendel met
de gaffelpen en de R-pen die u eerder hebt verwijderd
(Fig. 31).
9. Het rempedaal moet enige speling hebben voordat de
rem pakt. Indien dit niet het geval is, moet u de
procedure herhalen totdat de speling correct is.
De banden controleren
U moet de banden minstens om de 100 bedrijfsuren
controleren. Ongelukken tijdens werkzaamheden, zoals een
botsing tegen een trottoirband, kunnen een band of een velg
beschadigen en tevens de wieluitlijning verstoren. Daarom
moet u na een ongeluk de conditie van de banden controleren.
Controleer of de wielen stevig zijn gemonteerd. Draai de
centreerbouten van de voorwielen vast met een torsie van
183–224 Nm en de moeren van de voor- en achterwielen
met een torsie van 61–88 Nm.










