Operator's Manual

25
Voorzichtig
Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start
waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.
Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaam-
heden uitvoert aan het voertuig. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan
maken met de bougie.
De bak moet worden opgehaald voordat sommige
routine-onderhoudswerkzaamheden worden
uitgevoerd.
Een opgehaalde bak kan vallen en letsel
toebrengen aan personen die zich daaronder
bevinden
Gebruik altijd de steun om de bak omhoog te
houden voordat u onder een opgehaalde bak
gaat werken.
Verwijder de lading uit de bak, voordat u onder
een opgehaalde bak gaat werken.
Waarschuwing
Onderhoud van het voertuig in
bijzondere omstandigheden
Als het voertuig wordt gebruikt in de hieronder genoemde
omstandigheden, moeten de onderhoudswerkzaamheden
twee keer zo vaak worden uitgevoerd:
Gebruik in woestijngebied
Gebruik bij lage temperaturen (beneden 10° C)
Trekken van een aanhangwagen
Rijtijd gewoonlijk minder dan 5 minuten
Veelvuldig gebruik in stoffige omstandigheden
Bouwwerkzaamheden
Na langdurig gebruik in modder, zand, water, of
soortgelijke vuile omstandigheden moet u de remmen
zo snel mogelijk laten controleren en schoonmaken. Dit
voorkomt dat schurend materiaal overmatige slijtage
veroorzaakt.
Als het voertuig veelvuldig in zware omstandigheden
wordt gebruikt, moet u elke dag de smeerpunten smeren
en het luchtfilter controleren om overmatige slijtage te
voorkomen.
Veelvuldig voorkomende periodes stationair lopen in de
neutraalstand (uitsluitend bij modellen die met een
contactsleuteltje worden gestart)
Het voertuig opkrikken
Als u de motor laat lopen om routine-onderhoudswerkzaam-
heden uit te voeren en/of de motor te testen, moeten de
achterwielen van het voertuig zich 2,5 cm boven de grond
bevinden, waarbij de achteras moet steunen op de
steunpunten van de krik.
Gevaar
Een opgekrikt voertuig kan wankel staan. Het
voertuig kan afglijden van de krik, waardoor
iemand die zich onder het voertuig bevindt, letsel
kan oplopen.
Start de motor niet als het voertuig is opgekrikt.
Haal altijd het sleuteltje uit het contact, voordat
u uit het voertuig stapt.
Blokkeer de wielen als het voertuig is opgekrikt.
Het kriksteunpunt aan de voorkant van het voertuig bevindt
zich op de voorzijde van het chassis achter de trekstang
(Fig. 23). Het kriksteunpunt aan de achterkant van het
voertuig bevindt zich onder de achterasbuizen (Fig. 24).
1
Figuur 23
1. Kriksteunpunt aan de voorzijde