Form No. 3406-462 Rev C Workman® MDX-D multifunctioneel werkvoertuig Modelnr.: 07236—Serienr.: 316000001 en hoger Modelnr.: 07236TC—Serienr.: 316000001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
een erkende servicedealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen; zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Inhoud Onderhoud brandstofsysteem ............................. 39 Brandstofleidingen en -verbindingen controleren.................................................... 39 Brandstoffilter vervangen.................................. 39 Onderhoud elektrisch systeem ............................ 40 Onderhoud van de accu.................................... 40 Zekeringen vervangen...................................... 42 Onderhoud van de koplampen.......................... 42 Onderhoud aandrijfsysteem ............
Veiligheid Gebruikershandleiding en alle stickers op de . • Zorg voor speciale procedures en bedrijfsregels Onjuist gebruik of onderhoud door de gebruiker of eigenaar kan letsel veroorzaken. Om het risico op letsel te verminderen, dient u zich aan de volgende veiligheidsinstructies te houden en altijd op het veiligheidssymbool te letten, dat Voorzichtig, Waarschuwing of Gevaar – 'instructie voor persoonlijke veiligheid' kan betekenen.
Veilig omgaan met brandstof • Let erop dat u de machine niet te zwaar laadt. • Om letsel en schade te voorkomen, dient u • • • • • • • • • • • bijzonder voorzichtig te zijn bij de omgang met benzine. Brandstof is bijzonder brandbaar en de damp ervan is explosief. Rook nooit in de buurt van de machine. Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat of blik, dat niet van metaal is vervaardigd. Als gevolg van statische ontlading kunnen brandstofdampen in een ongeaard brandstofvat tot ontbranding komen.
• • • • – Begeeft u zich met de machine nooit in een omgeving waar zich stof of dampen in de lucht bevinden die kunnen exploderen. De elektrische en uitlaatsystemen van de machine kunnen vonken veroorzaken waardoor explosief materiaal tot ontbranding kan komen. – Kijk altijd goed uit en vermijd laag overhangende objecten, zoals boomtakken, deurposten en voetgangersbruggen. Let erop dat er voldoende ruimte boven uw hoofd is, zodat de machine zonder problemen kan passeren en uw hoofd niets raakt.
Gebruik op oneffen terrein dient u dit langzaam en voorzichtig te doen. Maak nooit een scherpe of snelle bocht op een helling. Neem gas terug en verminder de lading als u moet rijden op ruw of oneffen terrein en vlak langs wegranden, kuilen en andere abrupte veranderingen in het terrein. De lading kan gaan schuiven waardoor de machine haar stabiliteit verliest. • Een zware lading heeft invloed op de stabiliteit van het voertuig.
• Als u een zware lading in de bak vervoert, moet u van de motor zijn veranderd. Het maximale motortoerental is 3650 tpm. Ten behoeve van de veiligheid en een nauwkeurige afstelling moet u het maximale motortoerental door een erkende Toro dealer laten controleren met een toerenteller. de snelheid verminderen en ervoor zorgen dat de remweg lang genoeg is. Trap niet abrupt op het rempedaal. Wees extra voorzichtig op hellingen.
Geluidsniveau Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau van 98 dBA, met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsniveau is vastgesteld volgens de procedures in EN ISO 11094. Geluidsdruk Deze machine stelt de gebruiker bloot aan geluidsniveaus van 85 dBA, met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Het geluidsdrukniveau is vastgesteld volgens de procedures in EN ISO 11201.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal121-9775 121-9775 1. Waarschuwing: lees de Gebruikershandleiding en zorg dat u opgeleid bent voor gebruik van de machine voordat u deze in gebruik neemt. 4.
decal99-7345 99-7345 decal106-6755 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 106-6755 2. Heet oppervlak/gevaar voor brandwonden – Blijf op een veilige afstand van een heet oppervlak. 3. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Explosiegevaar – Lees de Gebruikershandleiding. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Stuurwiel Deksel Ring (½") 1 1 1 Het stuurwiel monteren (uitsluitend model 07236TC). 2 Geen onderdelen vereist – De accu aansluiten (uitsluitend model 07236TC). 3 Geen onderdelen vereist – Het peil van de vloeistoffen en de luchtdruk in de banden controleren.
2 De accu aansluiten Uitsluitend model 07236TC Geen onderdelen vereist g033852 Figuur 5 Procedure 1. Isolatiekap (pluskabel accu) WAARSCHUWING 3. Minkabel van de accu 2. Minpool van de accu Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. 4. Schuif de isolatiekap over de pluspool van de accu heen.
4. Controleer de bandenspanning; zie Bandenspanning controleren (bladz. 23).
Algemeen overzicht van de machine g033215 Figuur 6 1. Sluiting van de motorkap 3. Laadbak 5. Schakelhendel 2. Parkeerremhendel 4. Sleeplip 6. Brandstoftankdop Bedieningsorganen 7. Hendel van laadbak Gaspedaal Gebruik het gaspedaal (Figuur 7) om de rijsnelheid van de machine te veranderen. Als u het gaspedaal intrapt, start u de motor. Als u het pedaal verder intrapt, verhoogt u de rijsnelheid. Als u het pedaal laat opkomen, vermindert de snelheid van de machine en slaat de motor af.
Parkeerremhendel Lichtschakelaar De parkeerremhendel bevindt zich tussen de stoelen (Figuur 6 en Figuur 7). Als u de motor afzet, moet u de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat de machine per ongeluk in beweging komt. Trek de parkeerremhendel omhoog om de parkeerrem in te schakelen. Stel de parkeerrem vrij door de hendel naar beneden te duwen. Stel de parkeerrem in werking als u de machine parkeert op een steile helling.
Brandstofmeter De brandstofmeter (Figuur 9) vindt u op de brandstoftank naast de vuldop, aan de linkerkant van de machine. De brandstofmeter geeft aan hoeveel brandstof er in de tank zit. g008398 Figuur 9 1. Leeg 4. Brandstofmeter 2. Vol 5. Dop van brandstoftank 3. Naald Handgrepen voor passagier De handgrepen voor de passagier bevinden zich rechts van het instrumentenpaneel en op de buitenkant van elke stoel (Figuur 10). g009193 Figuur 10 1. Handgreep – heupsteun 2.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing De laadbak gebruiken Opmerking: Bepaal vanuit de normale De laadbak ophalen bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. WAARSCHUWING Een opgehaalde laadbak kan vallen en letsel toebrengen aan personen die eronder aan het werk zijn. Veiligheid staat voorop Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies en -symbolen in het hoofdstuk Veilige bediening. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat omstanders of uzelf letsel oplopen.
De achterlaadklep openen 1. Zorg dat de laadbak omlaag en vergrendeld is. 2. Til de klepjes op het achterste paneel van de achterlaadklep omhoog (Figuur 14). g014860 Figuur 12 1. Hendel 3. Borgsleuf 2. Steunstang 2. Zet de steunstang in de borgsleuf om de laadbak vast te zetten (Figuur 13). g024490 Figuur 14 g029622 1. Flens van achterlaadklep (laadbak) 3. Tillen (klepje) 2. Borgflens (achterlaadklep) 4. Naar achteren en omlaag draaien 3.
• Controleer het motoroliepeil en voeg indien nodig de voorgeschreven olie toe; zie Het motoroliepeil controleren (bladz. 22). • Controleer de bandendruk; zie Bandenspanning controleren (bladz. 23). • Controleer of het rempedaal werkt. • Controleer of de verlichting werkt. • Draai het stuurwiel naar links en naar rechts om de stuurreactie te controleren. g024491 Figuur 15 1. Draai de achterlaadklep ongeveer in de 45°-stand. • Controleer op olielekken, loszittende onderdelen 3.
Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer het motoroliepeil voordat u de motor voor het eerst start. Opmerking: De machine wordt geleverd met olie in het carter; u dient echter het oliepeil te controleren voor- en nadat u de motor start. Type olie: Detergentolie (API onderhoudsklasse CH-4, CI-4, CJ-4 of hoger) g033037 Figuur 16 1. Vulbuis (reservoir) Viscositeit: Zie onderstaande tabel 3. DOT 3-remvloeistof 2. Reservoirdop 3.
Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Bereik van de bandendruk: 0,55 tot 1,52 bar Belangrijk: De maximale bandenspanning op de wang van de band niet overschrijden. Opmerking: De vereiste bandenspanning is afhankelijk van het gewicht dat u van plan bent te transporteren. 1. Controleer de bandenspanning. Opmerking: De luchtdruk in de voor- en achterbanden moet liggen tussen 0,55 tot 1,52 bar.
GEVAAR GEVAAR In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.
Brandstoftank vullen De machine stoppen De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 26,5 liter. Belangrijk: Als u de machine op een helling laat stoppen, moet u de bedrijfsremmen intrappen en de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat de machine van zijn plaats rolt. Als u het gaspedaal gebruikt om de machine op de helling tot stilstand te brengen, kan de machine schade oplopen. 1. Motor afzetten en parkeerrem in werking stellen. 2.
De laadbak laden • Zie Onderhoud van de machine in bijzondere omstandigheden (bladz. 31) voor bijzondere controles op rustige momenten. Neem de volgende richtlijnen in acht bij het laden van de laadbak en het gebruik van de machine: • Hou rekening met het laadvermogen van de machine en beperk het gewicht van de lading die u in de laadbak transporteert volgens de specificaties in Specificaties (bladz. 18) en op het label met het toelaatbare totaalgewicht van de machine.
zand weegt ongeveer 680 kg. Dit is 113 kg meer dan het draagvermogen. Maar een tot de rand gevulde bak met hout weegt 295 kg. Dit is minder dan het draagvermogen. Raadpleeg onderstaande tabel voor het maximale ruimtegewicht van verschillende materialen.
De machine slepen helling moet parkeren, dient u de parkeerrem in werking te stellen en blokjes achter de wielen van de aanhangwagen te plaatsen. In noodgevallen mag het voertuig over een korte afstand worden gesleept. Dit mag echter niet regelmatig worden gedaan. WAARSCHUWING Als u de machine bij een te hoge snelheid sleept, kunt u de controle over het stuur verliezen. Dit kan letsel veroorzaken. Sleep de machine nooit sneller dan 8 km per uur. De machine moet worden gesleept door 2 personen.
Onderhoud Opmerking: Download het elektrisch schema gratis op www.Toro.com. U kunt uw machine zoeken via de link 'Handleidingen'. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Belangrijk: Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de motor voor verdere onderhoudsprocedures. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Controleer de conditie van de aandrijfriem.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerde item Voor week van: maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag Werking van rem en parkeerrem controleren. Werking van schakelinrichting/neutraalstand controleren. Brandstofpeil controleren. Controleer het motoroliepeil. Het transaxlevloeistofpeil controleren. Luchtfilter controleren. Koelribben van de motor controleren.
VOORZICHTIG Als u het sleuteltje in de AAN-/UIT-schakelaar laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit de starterschakelaar en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het voertuig. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Procedures voorafgaande aan onderhoud De machine omhoog brengen GEVAAR Een opgekrikte machine kan wankel staan.
De motorkap openen De motorkap optillen 1. Til de handgreep van de rubberen grendels aan weerszijden van de motorkap op (Figuur 25). g008657 Figuur 24 1. Hefpunten achteraan g008402 Figuur 25 2. 32 Til de motorkap op.
De motorkap sluiten 1. Laat de motorkap voorzichtig op het chassis zakken. 2. Bevestig de motorkap door de rubberen grendels uit te lijnen met de grendelbevestigingen aan weerszijden van de motorkap (Figuur 25). Smering De machine smeren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan)—Lagers en lagerbussen smeren. Smeer vaker als de machine in zware omstandigheden wordt gebruikt. Type vet: Nr. 2 vet op lithiumbasis 1.
De lagers in de voorwielen smeren 4. Verwijder de stofkap van de naaf (Figuur 30). Onderhoudsinterval: Om de 300 bedrijfsuren Specificatie smeermiddel: Mobilgrease XHP™-222 De naaf en rotor verwijderen 1. Til de voorkant van de machine op en plaats deze op assteunen. 2. Verwijder de 4 wielmoeren waarmee het wiel aan de naaf bevestigd is (Figuur 28). g033048 Figuur 30 1. Borgpen 4. Asmoer 2. As 5. Moerzekering 3. Borgplaatje 6. Stofkap 5.
De lagers in de wielen smeren 1. De naaf en rotor monteren Verwijder het buitenste lager en de loopring van het lager van de naaf (Figuur 32). 1. Breng een laagje van het aanbevolen smeermiddel aan op de as (Figuur 33). g033050 Figuur 32 1. Afdichting 4. Holte voor lager (naaf) 2. Binnenste lager 5. Loopring van het buitenste lager 3. Loopring van het binnenste lager 6. Buitenste lager g033051 Figuur 33 1. Moerzekering 4. Buitenste lager 2. Asmoer 5.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Vervang het luchtfilter eerder als het vuil of beschadigd is. Opmerking: Het luchtfilter moet vaker een onderhoudsbeurt krijgen (om de paar uren) als de machine wordt gebruikt in buitengewoon stoffige of zanderige omstandigheden. g033054 Figuur 34 1. Borgpen 3. Stofkap Het luchtfilter controleren 2. Moerzekering 9. 1. Breng de laadbak omhoog en ondersteun deze met de steunstang; zie De laadbak ophalen (bladz.
Luchtfilter vervangen • Als het luchtfilterelement schoon is, monteert u het filterelement; zie Het luchtfilter monteren (bladz. 37). • Als het luchtfilterelement beschadigd is, vervang dan het filterelement; zie Luchtfilter vervangen (bladz. 37). 1. Verwijder het luchtfilterelement; zie stap 1 tot 5 van Het luchtfilter controleren (bladz. 36). 2. Controleer of het nieuwe filter niet is beschadigd door het transport ervan. Opmerking: Controleer het uiteinde van het filter dat moet aansluiten.
Motorolie verversen Opmerking: U moet vaker de olie verversen en het oliefilter vervangen als het voertuig wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden. Type olie: Detergentolie (API onderhoudsklasse CH-4, CI-4, CJ-4 of hoger) Viscositeit: Zie onderstaande tabel Carterinhoud: 1,4 liter met vervanging van het filter g027838 Figuur 37 1. Motoroliefilter 2. Aftapplug motorolie g017503 6. Figuur 36 Verwijder de aftapplug (Figuur 37). Opmerking: Laat al de olie uit de motor lopen.
9. 10. Onderhoud brandstofsysteem Giet olie in de vulopening totdat het peil de Vol-markering op de peilstok heeft bereikt. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. Opmerking: Voeg niet te veel olie toe. 11. Brandstofleidingen en -verbindingen controleren Plaats de vuldop en de peilstok weer stevig op hun plaats.
De accu afkoppelen Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, waardoor lichamelijk letsel kan ontstaan. Onderhoud van de accu Accuspanning: 12 V, 300 A, koude start bij -18 °C. WAARSCHUWING • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt.
Accu monteren 1. Lijn de accu uit met de accubak van de machine (Figuur 40). Opmerking: Zorg ervoor dat de plus- en minpool van de accu uitgelijnd zijn; zie Figuur 40. 2. Bevestig de accu met de accuklem, de slotbout en de borgmoer aan de accubak (Figuur 40). 3. Sluit de accukabels aan; zie De accu aansluiten (bladz. 41). De accu aansluiten g024429 Figuur 40 1. Pluspool 5. Accudeksel 2. Pluskabel van de accu 3. Minkabel van de accu 6. Accuklem 7. Borgmoer 4. Minpool 8. Slotbout 2.
Zekeringen vervangen VOORZICHTIG De lampen worden tijdens het gebruik zeer heet. Een hete lamp kan zware brandwonden en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken. Er zijn 7 zekeringen in het elektrische systeem. Deze bevinden zich onder de motorkap (Figuur 41). Alarm/stroomaansluiting 10 A Motor 10 A Koplampen 10 A Zekering voor voertuig 15 A Omhoog brengen 15 A Achterlift 15 A Claxon 30 A Geef de lampen altijd voldoende tijd om af te koelen voordat u deze vervangt.
Koplamp vervangen Koplampen afstellen 1. Koppel de accu af; zie De accu afkoppelen (bladz. 40). 2. Open de motorkap; zie De motorkap sluiten (bladz. 33). 1. Draai het sleuteltje naar AAN en zet de koplampen aan. 3. Koppel de elektrische aansluiting voor de kabelboom los van de aansluiting van de lamp (Figuur 43). 2. Draai achteraan de koplamp de stelschroeven (Figuur 43) om de koplamp te draaien en de straal te richten.
De onderdelen van de stuurinrichting en ophanging controleren Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoud van de banden Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—De stuurinrichting en ophanging op losse of beschadigde onderdelen controleren. Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren—Controleer de staat van de banden en velgen. Zet het stuurwiel in de gecentreerde stand (Figuur 44), en draai het stuurwiel naar links of rechts.
g033218 Figuur 46 g313201 Figuur 45 1. Veer van schokbreker 3. Veerlengte 2. Kraag 1. Afdichting van rondselas Toespoor en vlucht van voorwielen afstellen 2. Rol op een vlakke ondergrond de machine 2 tot 3 meter recht achteruit en vervolgens recht vooruit naar de plaats waar u vertrok. 3. Meet ter hoogte van de as de afstand tussen de voorwielen aan de voorkant en de achterkant van de wielen (Figuur 47).
vullen met de aanbevolen olie; zie Transaxle-olie verversen (bladz. 47). g033219 Figuur 48 1. Spoorstang 2. Contramoer 5. Draai aan beide spoorstangen om de voorzijde van het wiel naar binnen of naar buiten te draaien. 6. Draai de contramoeren van de spoorstang weer vast als de afstelling correct is. 7. Zorg ervoor dat het stuur in beide richtingen volledig kan uitslaan.
Transaxle-olie verversen Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) Type vloeistof: SAE 10W-30 (API-onderhoudsklasse SJ of hoger) Vloeistofinhoud: 1,4 liter 1. 2. g004048 Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, draai de Aan/Uit-schakelaar op UIT en verwijder het sleuteltje uit het contact. Figuur 51 1. Vloeistof bijvullen Maak de omgeving van de vulplug en de aftapplug schoon met een doek (Figuur 50). 8.
g002094 Figuur 53 1. Beugel van de neutraalstand 2. Omhoogtrekken g002093 Figuur 52 4. Opening van 0,76 tot 1,52 mm 5. Fout – afstellen om een tussenruimte van 0,76 tot 1,52 mm te verkrijgen 3. Kabelhuls 1. Beugel van de neutraalstand 2. Borgmoeren 6. 3. Draai een van de borgmoeren (Figuur 52) om een speling van 0,762 tot 1,524 mm te verkrijgen tussen de onderkant van de moer/ring en de beugel van de neutraalstand.
Onderhoud van de primaire Onderhoud koelsysteem aandrijfkoppeling De motorkoelingsgebieden Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Reinig de primaire aandrijfreinigen koppeling (vaker in stoffige of vuile omstandigheden). Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren Reinig het koelsysteem tweemaal zo vaak in bijzondere werkomstandigheden; zie Onderhoud van de machine in bijzondere omstandigheden (bladz. 31).
Vloeistof van de ratiateur verversen Onderhouden remmen Onderhoudsinterval: Om de 1000 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij de kortste periode aan) De remmen controleren Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren De remmen zijn van essentieel belang voor een veilig gebruik van de machine. Zoals alle veiligheidsvoorzieningen moeten de remmen regelmatig grondig worden gecontroleerd om de beste prestaties te verkrijgen en er zeker van te zijn dat het voertuig veilig kan worden gebruikt.
parkeerremhendel in werking te stellen (Figuur 56). 4. Opmerking: Als u de knop voor remafstelling volledig hebt gedraaid en de kracht van 133 tot 156 N·m die nodig is om de parkeerremhendel in werking te stellen, niet kunt verkrijgen, moet u de procedure voor het afstellen van de remkabels uitvoeren; zie De remkabels afstellen (bladz. 51). Draai de stelschroef vast en plaats de handgreep (Figuur 56). 2. 3.
Aandrijfriem vervangen Onderhoud riemen Onderhoud van de drijfriem Nieuwe drijfriemen hebben een inlooptijd nodig voordat ze vlot schakelen. De inlooptijd van een riem is afgelopen na ten hoogste 2 uur normaal gebruik. Drijfriem controleren 1. Zet de laadbak omhoog; zie De laadbak ophalen (bladz. 19). 2. Schakel de transmissie in NEUTRAAL, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 3. Laat de drijfriem over de secundaire koppeling ronddraaien (Figuur 58). 4.
Onderhoud van het chassis Vergrendelingen van de laadbak instellen Als de vergrendeling van de laadbak slecht is afgesteld, trilt de laadbak op en neer tijdens het rijden. U kunt de vergrendelstangen zodanig afstellen dat de vergrendelingen de laadbak stevig tegen het chassis houden. 1. Draai de borgmoer op het uiteinde van de vergrendelstang los (Figuur 60). g017511 Figuur 59 1. Motorbeugel 3. Beugel 2. Demper 4. Flenskopbout g002181 Figuur 60 1. Sluiting 3. Vergrendelstang 2. Borgmoer 53 2.
Reiniging Stalling De machine schoonmaken De machine moet worden gewassen als dit nodig is. Gebruik uitsluitend water of water met een mild reinigingsmiddel. U kunt een doek gebruiken. 1. Parkeer het voertuig op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact. 2. Verwijder vuil en vet van de gehele machine, inclusief de buitenkant van de cilinder, de koelribben van de cilinderkop en de ventilatorbehuizing.
13. Verwijder het contactsleuteltje en bewaar dit op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen. 14. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Lijst met internationale dealers Dealer: Land: Telefoonnummer: Dealer: Land: Agrolanc Kft Asian American Industrial (AAI) B-Ray Corporation Brisa Goods LLC Casco Sales Company Ceres S.A. CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd. Cyril Johnston & Co. Cyril Johnston & Co. Fat Dragon Femco S.A. FIVEMANS New-Tech Co., Ltd ForGarder OU G.Y.K. Company Ltd.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.
Andere landen dan de VS of Canada Kopers van Toro producten die zijn geëxporteerd uit de Verenigde Staten of Canada, moeten contact opnemen met hun Toro Distributeur (Dealer) voor de garantiebepaling die in hun land, provincie of staat van toepassing zijn. Als u om een of andere reden ontevreden bent over de service van uw verdeler of moeilijk informatie over de garantie kunt krijgen, verzoeken wij u contact op te nemen met de Toro importeur.