Form No. 3357–114 Rev A Greensmaster) 3250-D Tractie-eenheid Modelnr.
Waarschuwing Voor het gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Motoroliepeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Brandstoftank vullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het koelsysteem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . Onderhoud van het hydraulische systeem . . . . . . . Water aftappen uit brandstoffilter/waterafscheider . . . . Bandenspanning controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . Contact tussen snijplaat en messenkooi controleren . .
Elektrisch schema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hydraulisch schema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De Algemene Garantiebepalingen voor Toro–producten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 45 46 Waarschuwing duidt op een gevaarlijke situatie die ernstig letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen.
• Elke bestuurder en monteur moet ervoor zorgen dat hij of zij professionele en praktische instructie krijgt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op: • Vervang geluiddempers die gebreken vertonen. • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen.
• Voordat u de bestuurdersplaats verlaat: • Laat de motor afkoelen voordat u de maaimachine in een afgesloten ruimte stalt. – machine laten stoppen op een horizontaal oppervlak; • Houd de motor, geluiddemper, accubehuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te verminderen.
Veilige Bediening Toro Zitmaaiers • Ten behoeve van een maximale veiligheid moeten de grasmanden zijn gemonteerd als de messenkooien of de verticuteereenheden in werking zijn. Zet de motor af voordat u de manden leegmaakt. De volgende lijst bevat veiligheidsinstructies die specifiek zijn toegesneden op Toro producten, of andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN, ISO of ANSI normen. • De maaidekken moeten worden opgeheven als u van het ene werkgebied naar het andere rijdt.
Onderhoud en stalling Geluidsdruk • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem. Dit voertuig oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder van 84 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG en wijzigingen daarvan.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 114–4614 93–9051 93–8068 1. Raadpleeg de gebruikershandleiding. 1. Lees de gebruikershandleiding voor instructies voor de vergrendeling en ontgrendeling van de stuurarm. 93–6681 104–7728 1.
107–9529 1. 2. 3. 4. Motor starten Motor Voorgloeien/Aan Motor afzetten Lees de Gebruikershandleiding. 5. Messenkooien neerlaten en inschakelen 10. 11. 12. 13. 14. 6. Messenkooien opheffen 7. Temperatuurnulstelknop indrukken 8. Temperatuur motorkoelvloeistof 9. Indicatielampje voor water in brandstof Koplampen Aan Koplampen Uit Schakelhendel Gebruiken voor transport Gebruiken voor maaien 15. Neutraal – Gebruiken voor wetten van messenkooien 16. Gashendel – Langzaam 17.
Symbolen op accu 106–5976 1. Motorkoelvloeistof onder druk 2. Explosiegevaar – lees de Gebruikershandleiding. Sommige of alle symbolen staan op de accu. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 4. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 1. Risico van explosie 2. Geen vonken of vuur en niet roken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7.
4–4615 1. Maaihoogte 2. 5 messenkooi 3. 8 messenkooi 4. 11 messenkooi 5. Messenkooi – maaisnelheid 6. Snel Specificaties Algemene specificaties Maaibreedte 150 cm Wielloopvlak 128 cm Wielbasis 123 cm Totale lengte (met manden) 238 cm Totale breedte 173 cm Totale hoogte 128 cm Gewicht met messenkooien (8 messen 4 bouten) 608 kg 11 7. Continu snelheidsregeling 8.
Montage Losse onderdelen Opmerking: Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd.
Beschrijving Hoeveelheid Instructievideo 1 Onderdelencatalogus 1 Certificaat van Integriteit en Naleving 1 Controlelijst voor levering 1 Geluidscertificaat 1 Gebruik Bekijken voordat de machine in gebruik wordt genomen. Opmerking: Bevestigingen voor het Greensmaster 3250–D maaidek worden geleverd bij de maaidekken. Voorwielen monteren 6. Veeg de smeernippel op de wiel-set schoon. Spuit vet in de wielnaaf totdat er vet bij beide naaflagers naar buiten komt. Veeg overtollig vet af.
Accu in gebruik nemen en opladen 4. Laat de platen ongeveer 20 tot 30 minuten weken in het accuzuur. Vul indien nodig bij totdat het accuzuur ongeveer 6 mm van de onderkant van de vulbuis staat (Fig. 5). Gebruik uitsluitend accuzuur (met een soortelijk gewicht van 1.265) als u de accu voor de eerste keer vult. Waarschuwing 1. Verwijder de accu uit de machine. Belangrijk Giet geen accuzuur in de accu als deze in de machine zit.
Stuurwiel monteren 7. Bevestig de pluskabel (rood) aan de klem van pluspool (+) van de accu en dan de minkabel (zwart) aan de klem van minpool (–) van de accu met behulp van de tapbouten en moeren (Fig. 6). Schuif het rubberen stofkapje over de pluspool om eventuele kortsluiting te voorkomen. 1. Schuif het stuurwiel op de stuuras. 3 Waarschuwing 2 Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken.
Montage van de voorste rollers Rollers van het draagframe afstellen 1. Monteer een anti-scalpeerroller en een trekkoppeling op het uiteinde van elk draagframe met een rolleras, afstandsstuk, ringen en borgmoer (Fig. 9). Zorg dat de onderdelen zijn gerangschikt in de volgorde zoals hieronder wordt weergegeven en dat de nylon lagerbussen zich in de trekkoppeling bevinden. 1. Plaats de tractie-eenheid op een horizontaal vlak en laat de draagframes van het maaidek neer op de grond. 2.
Maaidekken monteren 1. Haal de maaidekken uit de dozen. U moet de maaidekken monteren en afstellen overeenkomstig de instructies in de gebruikershandleiding. Gebruik de hoogtemaat uit het pakket met losse onderdelen om de maaihoogte in te stellen.
3. Alle maaidekken worden geleverd met een contragewicht op het linker uiteinde geplaatst en de ophangplaat van de motor en de koppeling van de aandrijving op het rechter uiteinde van het maaidek gemonteerd. Om het maaidek rechts voor op de Greensmaster te plaatsen, gaat u als volgt te werk: D. Verwijder de veerring waarmee de koppeling van de aandrijving is bevestigd aan de buis van de messenkooi (Fig. 15). Verwijder de koppeling van de aandrijving. A.
6. Schuif het maaidek onder het trekframe terwijl u de hefroller vasthaakt op de hefarm. Om de montage van het achterste maaidek te vergemakkelijken, kunt u het trekframe draaien en vergrendelen in de onderhoudsstand: 8. Monteer de mand op het draagframe. 9. Stel de trekkoppelingen zodanig af dat de afstand tussen de lip van de mand en de messen van de messenkooi 2 tot 3 mm bedraagt.
Transporthoogte instellen 3. Controleer op maaieenheden met een gebogen hefhaak (Fig. 22, inzet) of de afstand van de bovenkant van de stelschroef van het draagframe tot de achterkant van het draagframe 25 mm bedraagt. Als het verschil geen 25 mm bedraagt, gaat u naar stap 4. Controleer de transporthoogte (Fig. 20 en 22) en stel deze indien nodig als volgt af. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Controleer op maaieenheden met een kettingschakel of een rechte hefhaak (Fig.
Voor het gebruik Motoroliepeil controleren Opmerking Afstand Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer is gestart. De carterinhoud is ongeveer 3,3 liter met filter. Opmerking Afstand Gebruik hoogwaardige motorolie die moet beantwoorden aan de volgende specificaties: Vereiste onderhoudsclassificatie van API: CH–4, CI–4 of hoger.
Brandstoftank vullen Het koelsysteem controleren De motor loopt op Nr. 2 dieselbrandstof. De inhoud van het koelsysteem is ongeveer 3,4 liter. De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 22,7 liter. Verwijder dagelijks het vuil van het radiatorscherm en de radiator (Fig. 26). Dit moet u elk uur doen als u de machine in extreem stoffige en vuile omstandigheden gebruikt; zie Radiator en scherm reinigen, blz. 36. 1. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank schoon (Fig. 25). 1 Figuur 25 1.
ISO VG 46 slijtagewerende hydraulische vloeistof met hoge viscositeitsindex/laag stolpunt 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Controleer het koelvloeistofpeil (Fig. 27). De koelvloeistof moet tussen de twee strepen op de reservetank staan, als de motor koud is.
Premium biologisch afbreekbare hydraulische vloeistof – Mobil EAL EnviroSyn 46H 1 Belangrijk Mobil EAL EnviroSyn 46H is de enige door Toro goedgekeurde synthetische, biologisch afbreekbare vloeistof. Deze vloeistof is uitwisselbaar met de elastomeren die in de hydraulische systemen van Toro worden gebruikt en is geschikt voor een gebruik onder een groot aantal temperatuursomstandigheden.
Bandenspanning controleren Torsie van wielmoeren controleren De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. De correcte bandenspanning is: De torsie van de wielmoeren moet 95–122 Nm. bedragen. Haal de moeren aan na 1–4 bedrijfsuren en nog eens na 10 bedrijfsuren. Haal de wielmoeren daarna om de 200 bedrijfsuren aan.
Gebruiksaanwijzing Veiligheid staat voorop Lees aandachtig alle veiligheidsinstructies op bladzijdes 3–11. Met behulp van deze informatie kunt u voorkomen dat andere personen of uzelf letsel oplopen. Wij adviseren u beschermende uitrusting te gebruiken, zoals een veiligheidsbril, gehoorbescherming, veiligheidsschoenen en een helm. Figuur 31 Voorzichtig Rempedaal Deze machine stelt de bestuurder bloot aan geluidsniveaus van meer dan 85 dBA.
Gashendel Contactschakelaar De gashendel (Fig. 32) biedt de bestuurder de mogelijkheid het toerental van de motor te regelen. U verhoogt het toerental van de motor door de gashendel naar Snel te bewegen; u verlaagt het toerental van de motor door de gashendel naar Langzaam te bewegen. De rijsnelheden zijn als volgt: Steek het sleuteltje in het contact (Fig. 32) en draai dit zo ver mogelijk naar rechts op Start om de motor te starten.
Hendel van de wetschakelaar Brandstofafsluitklep Gebruik de hendel van de wetschakelaar (Fig. 33) in combinatie met de maai-/hefhendel om de messenkooien te wetten. Sluit de brandstof-afsluitklep (Fig. 35) van de tank als u de machine stalt. 1 1 Figuur 35 1. Brandstofafsluitklep (onder brandstoftank) 2 Figuur 33 1. Hendel van de wetschakelaar Inrijperiode 2. Toerenregelaar van messenkooien Voor de inrijperiode is 8 uur maaien genoeg.
Starten en stoppen van de motor Het brandstofsysteem ontluchten Starten Belangrijk Het brandstofsysteem moet worden ontlucht indien zich één van de volgende situaties heeft voorgedaan. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. Zorg ervoor dat de brandstoftank minstens half vol is. • Eerste keer starten van een nieuwe motor. 2. Open de ontluchtingsklep op de filterbus, totdat de brandstof eruit loopt (Fig. 36). • De motor is gestopt omdat de brandstof op was. 3. Ontluchtingsklep sluiten.
Toerental van de messenkooi instellen Het veiligheidssysteem zorgt ervoor dat de motor uitsluitend in beweging komt wanneer: • De parkeerrem buiten werking is gesteld. Om ervoor te zorgen dat de maaikwaliteit constant en van hoog niveau blijft en het gazon na het maaien een gelijkmatig uiterlijk krijgt, is het belangrijk dat de regeling van het toerental van de messenkooien (die zich bevindt onder de bestuurdersstoel) juist is afgesteld. • De bestuurder op de bestuurdersstoel zit.
De machine gebruiksklaar maken Wijze van maaien 1. Rij naar de green met de schakelhendel in de Maaistand en de gashendel op vol gas. Begin aan een kant van de green zodat u kunt maaien in banen. Dit beperkt de compactie tot een minimum en zorgt voor een verzorgd en aantrekkelijk maaipatroon op de greens. Om de machine uit te lijnen voor opeenvolgende maaibanen, adviseren wij deze procedure voor de manden van maaidekken Nr. 2 en Nr. 3 uit te voeren: 1.
Inspectie en reiniging na het maaien 4. Als de voorkant van de manden over de rand van de green komen, moet u de bedieningshendel van de hefinrichting naar achteren bewegen. Hiermee brengt u de messenkooien tot stilstand en heft u de maaidekken op. De timing van deze procedure is belangrijk om te voorkomen dat de maaidekken het aangrenzende terrein maaien.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 8 bedrijfsuren • Spanning van de riem van ventilator en wisselstroomdynamo controleren. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Hydraulische filter vervangen. • Motortoerental controleren (stationair en op vol gas). • Motorolie verversen en filter vervangen. Accuzuur controleren. Aansluitingen van de accukabels controleren.
Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma. Gecontroleerde item Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van instrumenten controleren. Werking van de remmen controleren. Brandstoffilter/waterafscheider controleren. Brandstofpeil controleren. Motoroliepeil controleren. Radiator en scherm reinigen. Luchtfilter controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Smering De tractie-eenheid is voorzien van smeernippels die regelmatig moeten worden gesmeerd met Nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren. U moet direct na elke wasbeurt vet in de smeernippels spuiten, ongeacht de voorgeschreven interval.
Algemeen onderhoud van het luchtfilter 3. Verwijder en vervang het voorfilter. Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter, dat goed moet aansluiten, en het filterhuis. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus.
Motorolie 4. Open de aftapplug op de filterbus en de ontluchtingsklep (Fig. 48). Onderhoudsinterval/Specificatie 5. Maak de slangklemmen los en ontkoppel de brandstofleidingen van de bovenkant van het filter. Ververs de olie en vervang het filter. • Om de 150 bedrijfsuren 6. Draai de rijtuigschroef op de filtermontageband los en verwijder de filterbus. U moet de filterbus op de juiste wijze verwijderen.
De gashendel afstellen Hydraulische vloeistof Een goed werkende gasklep is afhankelijk van een correcte afstelling van de gashendel. Controleer of de gashendel goed werkt. Onderhoudsinterval/Specificatie 1. Zet de gashendel op Langzaam (Fig. 49). Als de vloeistof verontreinigd raakt, moet u contact opnemen met uw plaatselijke TORO-dealer omdat het systeem dient te worden schoongespoeld. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit.
Hydraulische slangen en leidingen controleren Remmen afstellen Aan beide kanten van de machine bevindt zich een hendel om de rem af te stellen zodat de remmen gelijkmatig kunnen worden afgesteld. De remmen worden als volgt afgesteld: Controleer dagelijks de hydraulische leidingen en slangen op lekkages, kinken, loszittende steunen, slijtage, loszittende aansluitingen, slijtage door weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën.
De transmissie afstellen voor de neutraalstand 3 5 Als de machine kruipt wanneer het tractiepedaal in de neutraalstand staat, moet de contraveer van de neutraalstand worden afgesteld. 1. Krik het frame omhoog en ondersteun met een blok, zodat een van de voorwielen vrijkomt van de vloer van de werkplaats. Opmerking: Als de machine is uitgerust met een driewielaandrijving, moet u ook het achterwiel omhoog krikken en blokkeren. 1 4 2 Figuur 52 2.
Maaisnelheid afstellen De machine is afgesteld in de fabriek, maar de snelheid kan desgewenst worden gewijzigd. 1. Draai de contramoer op de tapbout los (Fig. 54). 2. Draai de moer voor de borging en de maaibeugels op het draaipunt van het pedaal vast. 1 Figuur 55 2 1. Doorstroomregelklep 1 De riem afstellen 3 Zorg ervoor dat de riem de juiste spanning heeft zodat de machine naar behoren kan werken en onnodige slijtage wordt voorkomen. Controleer de spanning van nieuwe riemen na 8 bedrijfsuren.
Onderhoud van de accu Houd de bovenkant van de accu schoon door deze af en toe te reinigen met een borstel die in een oplossing van ammoniak of natriumbicarbonaat is gedompeld. Spoel de bovenkant na het reinigen af met water. Verwijder nooit de vuldoppen als u de accu reinigt. Waarschuwing CALIFORNIA De accukabels moeten stevig op de accupolen zitten zodat ze goed contact maken.
Opslag van de accu 1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, laat de maaidekken neer, zet de motor af en stel de parkeerrem in werking. Als u de machine langer dan 30 dagen gaat opslaan, moet u de accu verwijderen en volledig opladen. U moet de accu apart opslaan of in de machine laten zitten. De accukabels mogen niet aangesloten zijn op de accu als u deze in de machine laat zitten. Sla de accu op in een koele omgeving om te voorkomen dat de batterij snel ontlaadt.
10. Om de maaidekken tijdens het wetten af te stellen, schakelt u de messenkooien uit door de maai/hefhendel naar achteren te bewegen en de motor af te zetten. Na de afstelling herhaalt u stappen 4 tot en met 8. 11. Herhaal deze procedure bij alle maaidekken die u wilt wetten. 12. Als u klaar bent met wetten, moet u de wetschakelaar weer op de “F”-stand zetten, de stoel laten zakken en alle wetpasta van de maaidekken wassen. Stel indien nodig het contact tussen de messenkooi en de snijplaat af.
OR HR Y (–) (+) Start B+ GN L BK W I Y R B BU FUSIBLE LINK 2 FUSIBLE LINK 1 FUSIBLE LINK 3 BK (–) ALTERNATOR R (+) ALTERNATOR Start Relay (R4) Y GN W/R GY/W OR 87a 87 86 LOW OIL PRESSURE OVER TEMP. GLOW CLUSTER GAUGE R R BK 30 85 R LEAK DETECTOR ACC. VIO 75 OHM OIL PRESS SENSOR CONTROLER GLOW PLUG DAIHATSU 4 5 2 1 6 PK BN BK W Glow Relay 85 RUN 87 START ––– B+I+S RUN –––– B+I+A; X+Y STOP –––– NONE X B 30 I Y S A START IGN.
Hydraulisch schema 46
De Algemene Garantiebepalingen voor Toro–producten 2 jaar garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro–product (hierna: het “Product”) gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten* is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.