FORM NO. 3321-326 Rev A MODELNR.
INLEIDING Deze gebruikershandleiding bevat instructies over de veiligheid, juiste assemblage en bediening, afstellingen en onderhoud. Daarom zou iedereen die met het produkt te maken krijgt, inclusief de bestuurder, deze handleiding moeten lezen en zorgen dat hij deze begrijpt. In deze handleiding ligt de nadruk op veiligheid, mechanische en algemene produktinformatie. GEVAAR, WAARSCHUWING en LET OP duiden op veiligheidsinformatie.
Veiligheidsinstructies Training 1. 2. 3. tijdens het maaien. Bedien de apparatuur niet indien u blootsvoets bent of sandalen draagt. Lees de voorschriften aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningsorganen en het juiste gebruik van de machine. 2. Sta nooit toe dat de grasmaaier gebruikt wordt door kinderen of personen die niet vertrouwd zijn met deze voorschriften. De bediening van de machine kan gebonden zijn aan een plaatselijke wettelijk bepaalde leeftijdsgrens.
• 5. 6. Maai nooit dalend op hellingen van meer dan 15°. Denk eraan dat er niet zoiets bestaat als een “veilige” helling. U moet bijzonder goed opletten als u op met gras begroeide hellingen rijdt.
4. Houd de machine, demper, accu-behuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te voorkomen. Geluids- en trillingsviveau Geluidsniveau 5. Controleer regelmatig de grasopvangbak op slijtage of beschadigingen. 6. Vervang, veiligheidshalve, beschadigde of versleten onderdelen. 7. Het legen van de brandstoftank, indien nodig, moet gebeuren in de open lucht. Trillingsniveau 8.
Overzicht gebruikte symbolen Giftige dampen Bijtende vloeistoffen, chemische of gassen, verbrandwonden aan stikking vingers of hand Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Zijwaardse beknelling bovenlichaam Vloeistof onder Hogedruk-stralen, Hogedruk-stralen, Bekneld raken Bekneld raken hoge druk, kan beschadiging van beschadiging vingers of hand, tenen of voet, druk van weefsel lichaam binnen- weefsel druk van bovenaf van bovenaf dringen Zijwaardse Zijwaardse beknelling vingers beknelling van of hand
Oogbescherming Veiligheidshelm Gehoorbescher- Gevaar, giftige verplicht verplicht ming verplicht stoffen Eerste hulp Spoelen met water Motor Overbrenging Vuur, open licht Hydraulisch systeem en roken verboden Remsysteem Koelvloeistof (water) Luchtinlaat Uitlaatgassen Druk Peilindicator Vloeistofpeil Filter Temperatuur Defect Startschakelaar/ Aan/starten mechanisme Inschakelen Uitschakelen Neerlaten hulpstukken Ophalen hulpstukken Afstand Sneeuwruimer, verzamelvijzel Claxon Batterij -
Overzicht gebruikte symbolen, vervolg Motorkoelvloeistofdruk Motorkoelvloeistoffilter Motorkoelvloei- Motorinlaat/ stoftemperatuur verbrandingslucht Motorinlaat/ verbrandingsluchtdruk Motorinlaat/ luchtfilter Motor starten Motor stoppen n/min Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Injectiepompje Elektrisch voor- Transmissieolie Transmissieolie- Transmissieoliedruk (starthulpmiddel) gloeien (hulptemperatuur middel starten bij lage temperaturen) Choke NH L F RP Defect transmissie Koppeling N
Specificaties Configuratie: Driewieler met twee aangedreven voorwielen en een achterwiel voor de besturing. De bestuurdersstoel bevindt zich in het midden boven maaieenheid nr. 1, waarbij maai-eenheden nr. 2 en 3 zich voor het voertuig bevinden. mijl/uur). Certificatie: Gecertificeerd volgens ANSI specificatie B7 1.4-1 990 en Europese CE normen. Banden: Drie zachte 18x9,50x8 tubeless luchtbanden met twee lagen, afneembaar en onderling verwisselbaar.
de motor bij een te hoge temperatuur op te heffen. Kabelboom met connectors. Zekeringsopeningen, en ruimte voor een schakelaar voor het installeren van extra lampen bevinden zich op het bedieningsconsole. Bedieningsorganen/meters: Met de hand te bedienen gashendel, hendel voor het ophalen/neerlaten van de maai-eenheden en een functiebesturingshendel (neutraalstand, maaien, transport). Rempedalen om tractie-aandrijving af te remmen. Urenteller en waarschuwingspaneel met vier lampjes.
Voor het gebruik LET OP Zet de motor af en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden of afstellingen uitvoert. HET CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL (Afb. 1–2) Afbeelding 1 1. Peilstok 1. Olievuldop 1. Dop brandstoftank De motor wordt geleverd met olie in het carter. Het oliepeil moet echter gecontroleerd worden voor- en nadat de motor voor het allereerst gestart wordt. Carterinhoud inclusief filter is 3 l (3,2 US quart). 1.
3. Vul de tank tot aan circa 2,5cm onder de bovenkant van de tank (onderkant vulpijp). VUL NIET TEVEEL BRANDSTOF BIJ. Draai vervolgens de dop weer op de tank vast. 4. Verwijder eventueel gemorste brandstof om een brandgevaarlijke situatie te voorkomen. GEVAAR Omdat dieselbrandstof brandbaar is, moet u voorzichtig te werk gaan als u er mee werkt of deze bewaart. Rook niet tijdens het bijvullen van de brandstoftank.
de dop van de reservetank en vult u een 50/50 oplossing bij bestaande uit water en permanente ethyleenglycol-antivries. VUL NIET TEVEEL BIJ. 4. Draai de dop weer op de reservetank. HET CONTROLEREN VAN HET VLOEISTOFPEIL VAN HET HYDRAULISCH SYSTEEM (Afb. 6) Het hydraulisch systeem functioneert met hydraulische vloeistof. Het reservoir van de machine is in de fabriek voorzien van 20,8 liter (5,5 US gallon) Mobil 424 hydraulische vloeistof.
Gulf Pennzoil Phillips Standard Texaco Union 68AW IAW Hyd Oil 68 Magnus A 315 Industron 53 Rando HD68 Unax AW 315 N.B.: De vloeistoffen in deze groep zijn onderling gelijk. BELANGRIJK: Er zijn twee groepen hydraulische vloeistoffen gespecificeerd voor een optimale functionering van de machine in een breed temperatuurbereik.
N.B.: Indien u overstapt van de ene vloeistofsoort naar een andere, dan moet u er zeker van zijn dat alle oude olie uit het systeem is verwijderd omdat sommige merken niet geheel compatibel zijn met hydraulische vloeistoffen van andere merken. N.B.: Er is een rode kleurstof beschikbaar in flesjes van 19,8 ml die u door de hydraulische vloeistof kunt mengen. Een flesje is voldoende voor 22 liter hydraulische vloeistof. Te bestellen onder Onderdeelnr. 44-2500 bij uw geautoriseerde Toro Distributeur. 1.
Inspecteer dagelijks of er water of ander vuil in de brandstoffilterkolf zit. Indien er water of ander vuil in zit moet dit verwijderd worden voordat de machine gebruikt wordt. 1. Draai het brandstofkraantje boven het filter dicht. 2. Draai de moer los waarmee de kolf aan de filterkop bevestigd zit. Verwijder water of ander vuil uit de kolf. 3. Inspecteer het brandstoffilter en vervang dit indien het vuil is. Zie Het vervangen van het brandstoffilter. 4. Bevestig de kolf weer aan de filterkop.
Bedieningsorganen Tractiepedaal (Afb. 8)—Het tractiepedaal heeft drie functies; 1) om de machine vooruit te rijden, 2) om hem achteruit te rijden en 3) om de machine te stoppen. Trap de bovenkant van het pedaal in om vooruit te rijden en trap de onderkant van het pedaal in om achteruit te rijden of als ondersteuning bij het stoppen als u vooruit rijdt. Laat het pedaal opkomen naar de neutraalstand om de motor te stoppen. Laat uw hak niet op de onderkant van het pedaal rusten tijdens het vooruit rijden (Afb.
Watertemperatuurlampje (Afb. 10)—Als de temperatuur van de motorkoelvloeistof te hoog wordt gaat dit lampje branden en zal de motor automatisch uitgeschakeld worden. Resetknop te hoge temperatuur (Afb. 10)—Indien de motor automatisch uitgeschakeld werd omdat deze oververhit geraakt was, drukt u de resetknop in en houdt u deze even ingedrukt totdat de machine verplaatst kan worden naar een veilige plek om af te koelen. N.B.
Bediening INRIJDEN 1. Er zijn slechts 8 uur nodig om de Greensmaster 3200-D in te rijden. 2. Omdat de eerste vijf bedrijfsuren bepalend zijn voor de betrouwbaarheid van de machine in de toekomst, moet u in deze periode het functioneren en de prestaties van de machine nauwlettend in de gaten houden zodat kleine probleempjes die uit kunnen groeien tot grote problemen opgemerkt worden en gecorrigeerd kunnen worden.
HET ONTLUCHTEN VAN HET BRANDSTOFSYSTEEM (Afb. 14 & 15) 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. Zorg er voor dat de brandstoftank ten minste voor de helft gevuld is. 2. Open het brandstofkraantje onder de brandstoftank en op het brandstoffilter. GEVAAR Omdat dieselbrandstof brandbaar is, moet u voorzichtig te werk gaan als u er mee werkt of deze bewaart. Rook niet tijdens het bijvullen van de brandstoftank.
hendel voor ophalen/neerlaten/maaien naar voren om de maai-eenheden neer te laten. Deze mogen echter niet gaan draaien, hetgeen betekent dat het interlocksysteem naar behoren functioneert. Verhelp het probleem indien het systeem niet naar behoren functioneert. HET CONTROLEREN VAN HET FUNCTIONEREN VAN HET INTERLOCKSYSTEEM LET OP Haal de interlockschakelaars niet los. Controleer dagelijks of de schakelaars naar behoren functioneren om uzelf er van te overtuigen dat het interlocksysteem goed functioneert.
plek opzoekt en oefent met starten en stoppen, ophalen en neerlaten van de maai-eenheden, draaien enzovoorts. Deze inleerperiode komt de bestuurder ten goede bij het opbouwen van zijn vertrouwen in de prestaties van de GREENSMASTER 3200-D. baan moet u een denkbeeldige richtlijn vormen op ongeveer 2 tot 3 meter voor de machine naar de rand van het nog ongemaaide deel van de green. Sommigen vinden het prettig om de buitenkant van het stuurwiel aan te houden als deel van de richtlijn; d.w.z.
Bij warmer weer moet u echter ruimere bochten maken om het gras zo weinig mogelijk te beschadigen. BELANGRIJK: De Greensmaster 3200-D mag nooit gestopt worden op een green als de maaieenheden nog werken, omdat het gras hierdoor beschadigd kan raken. Door op een natte green te stoppen kan de Greensmaster 3200-D sporen (o.a. van de wielen) achter laten. 6. 7. Beëindig het maaien met het maaien van de buitenste rand. Zorg er voor dat u maait in tegengestelde richting van de vorige keer.
Onderhoud Overzicht Controleren/onderhouden (dagelijks) 1. 2. 3. 4. 5. 6. Zie gebruikershandleiding voor eerst keer vervangen 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. Radiatorscherm Bandenspanning Accu Smeerpunten (8) Brandstof Wielmoeren Snaren ventilator/ wisselstroomgenerator/water Koelvloeistofpeil Vloeistof Filter vervangen Filter verversen elke: elke: Onderdeelnr.
Onderhoud Onderhoudsplanning Onderhoudsprocedure Peilen accuvloeistof Controleren accukabelverbindingen Onderhoud luchtfilter Smeren alle smeernippels ✝Verversen motorolie ✝Controleren snaarspanning wisselstroomgenerator Onderhoudsplanning Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elke 400 uur ✝Vervangen motoroliefilter Vervangen luchtfilterelement Aanhalen wielmoeren Vervangen brandstoffilter ‡Aanhalen koppen en kleppen stellen ‡Verversen hydraulische olie ‡Vervangen hydraulisch oliefilter ‡Controleren mo
SMERING LET OP Zet de motor af en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden of afstellingen uitvoert. De tractie-eenheid is uitgerust met smeernippels die regelmatig gesmeerd moeten worden met Nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Indien de machine onder normale omstandigheden gebruikt wordt, moeten alle lagers en lagerbussen elke 50 bedrijfsuren gesmeerd worden. Smeer de nippels onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht het aantal bedrijfsuren.
ALGEMEEN ONDERHOUD LUCHTFILTER LET OP Zet de motor af en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden of afstellingen uitvoert. 1. Controleer of het luchtfilterhuis beschadigd is, hetgeen tot luchtlekkages kan leiden. Een beschadigd luchtfilterhuis moet vervangen worden. 2. Geef het luchtfilter elke 200 uur (of vaker onder uiterst stoffige of smerige omstandigheden) een service-beurt. HET ONDERHOUDEN VAN HET LUCHTFILTER (Afb. 22) 1.
Persluchtmethode A. Blaas perslucht van binnen naar buiten door het droge filterelement. De druk mag niet hoger te zijn dan 100 psi, om bescha-digingen aan het element te voorkomen. B. Houd het spuitpistool op ten minste 5 cm afstand van het filter vandaan, en beweeg het pistool van boven naar beneden terwijl u het filterelement rond draait. Controleer of er gaatjes of scheurtjes in het filter zitten door dit tegen het licht van een goede lichtbron te houden. 5.
100 uur. 1. Verwijder de aftapplug en laat de olie in de opvangbak lopen. Als de olie uitgelopen is, doet u de aftapplug weer op zijn plaats terug. 2. Verwijder het oliefilter. Breng een dun laagje schone olie aan op de pakking van het nieuwe filter. 3. Schroef het filter handmatig vast totdat de pakking in contact komt met de filteradapter, en draai het filter daarna nog 1⁄2 tot 3⁄4 slag verder. NIET TE VAST DRAAIEN. Afbeelding 24 4.
5. Open het brandstofkraantje boven het filter. 6. Open de ontluchtingsschroef op het filterhuis om de kolf weer vol te laten lopen met brandstof. Draai de ontluchtingsschroef weer dicht. HET VERVERSEN VAN DE HYDRAULISCHE OLIE EN HET VERVANGEN VAN HET FILTER (Afb. 26) Normaliter moet na elke 800 bedrijfsuren de olie ververst en het filter vervangen worden. Indien de olie vervuild raakt moet u contact opnemen met uw plaatselijke TORO dealer, omdat uw systeem in dit geval uitgespoeld moet worden.
uit voordat de machine opnieuw gebruikt wordt. WAARSCHUWING Houd uw handen en de rest van uw lichaam uit de buurt van kleine lekgaatjes of uitlaten waaruit onder hoge druk staande hydraulische vloeistof gespoten wordt. Gebruik karton of papier om hydraulische lekkages op te sporen. Hydraulische vloeistof die onder hoge druk ontsnapt kan in uw huid doordringen en letsel veroorzaken.
(zuiveringszout) gedoopt is. Spoel de bovenkant na het reinigen af met schoon water. Laat de vuldoppen tijdens het reinigen op de accu zitten. 5. De accukabels moeten goed vast zitten op de polen zodat ze goed elektrisch contact maken. 6. Indien de polen gaan roesten, moeten de kabels losgekoppeld worden en daarna de polen en de klemmen afzonderlijk afgeschraapt worden; eerst de negatieve (–) kabel. Maak de kabels weer vast, eerst de positieve (+) kabel, en bedek de polen met een laagje petroleumvet. 7.