FORM NO. 3321-318 Rev A MODELNR.
INLEIDING Deze gebruikershandleiding bevat instructies over de veiligheid, juiste assemblage en bediening, afstellingen en onderhoud. Daarom zou iedereen die met het produkt te maken krijgt, inclusief de bestuurder, deze handleiding moeten lezen en zorgen dat hij deze begrijpt. In deze handleiding ligt de nadruk op veiligheid, mechanische en algemene produktinformatie. GEVAAR, WAARSCHUWING en LET OP duiden op veiligheidsinformatie.
Veiligheidsinstructies Training 1. 2. 3. tijdens het maaien. Bedien de apparatuur niet indien u blootsvoets bent of sandalen draagt. Lees de voorschriften aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningsorganen en het juiste gebruik van de machine. 2. Sta nooit toe dat de grasmaaier gebruikt wordt door kinderen of personen die niet vertrouwd zijn met deze voorschriften. De bediening van de machine kan gebonden zijn aan een plaatselijke wettelijk bepaalde leeftijdsgrens.
• 5. 6. Maai nooit dalend op hellingen van meer dan 15°. Denk eraan dat er niet zoiets bestaat als een “veilige” helling. U moet bijzonder goed opletten als u op met gras begroeide hellingen rijdt.
4. Houd de machine, demper, accu-behuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te voorkomen. Geluids- en trillingsviveau Geluidsniveau 5. Controleer regelmatig de grasopvangbak op slijtage of beschadigingen. 6. Vervang, veiligheidshalve, beschadigde of versleten onderdelen. 7. Het legen van de brandstoftank, indien nodig, moet gebeuren in de open lucht. Trillingsniveau 8.
Overzicht gebruikte symbolen Giftige dampen Bijtende vloeistoffen, chemische of gassen, verbrandwonden aan stikking vingers of hand Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Afsnijden, gegrepen worden voet, ronddraaiende vijzel 6 Zijwaardse beknelling bovenlichaam Afsnijden voet, ronddraaiende messen Elektrische schokken, elektrokutie Vloeistof onder hoge druk, kan lichaam binnendringen Hogedruk-stralen, Hogedruk-stralen, Bekneld raken beschadiging van beschadiging vingers of hand, van weefsel weefs
Gevaar, giftige stoffen Oogbescherming verplicht Veiligheidshelm verplicht Vuur, open licht en roken verboden Hydraulisch systeem Peilindicator Vloeistofpeil Filter Inschakelen Uitschakelen Claxon Batterij -laadsysteem Rijrichting machine, vooruit/achteruit Besturingshendel Besturingshendel Met wijzers van de klok rijrichting, rijrichting, twee meedraaiend meerdere richtingen richtingen Tegen de wijzers van de klok indraaiend Krik of steunpunt Aftappen/legen Motoroliepeil Gehoorbescherming
Overzicht gebruikte symbolen, vervolg Motorkoelvloeistofdruk Motorkoelvloeistoffilter Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Motorinlaat/ luchtfilter Motorkoelvloeistoftemperatuur Motorinlaat/ verbrandingslucht Motorinlaat/ verbrandingsluchtdruk Choke Injectiepompje (starthulpmiddel) Transmissieolie Elektrisch voorgloeien (hulpmiddel starten bij lage temperaturen) Motor starten Motor stoppen Transmissieoliedruk Transmissieolietemperatuur n/min N Defect transmissie 1 Koppeling 2 Neu
Specificaties Configuratie: Driewieler met twee aangedreven voorwielen en een achterwiel voor de besturing. De bestuurdersstoel bevindt zich in het midden boven maaieenheid nr. 1, waarbij maai-eenheden nr. 2 en 3 zich voor het voertuig bevinden. Certificatie: Gecertificeerd volgens ANSI specificatie B7 1.4-1 990 en Europese CE normen. Motor: Briggs & Stratton/Daihatsu, watergekoelde driecilinder benzinemotor met een inhoud van 697cc.
op 40 ampère. Startschakelaar (d.m.v. sleutel). Stoelschakelaar. Schakelaar om automatisch uitschakelen van de motor bij een te hoge temperatuur op te heffen. Kabelboom met connectors. Zekeringsopeningen, en ruimte voor een schakelaar voor het installeren van extra lampen bevinden zich op het bedieningsconsole. Bedieningsorganen/meters: Met de hand te bedienen gashendel, hendel voor het ophalen/neerlaten van de maai-eenheden en een functiebesturingshendel (neutraalstand, maaien, transport).
Voor het gebruik LET OP Zet de motor af en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden of afstellingen uitvoert. HET CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL (Afb. 1–2) Afbeelding 1 1. Peilstok De motor wordt geleverd met olie in het carter. Het oliepeil moet echter gecontroleerd worden voor- en nadat de motor voor het allereerst gestart wordt. Carterinhoud inclusief filter is 3 l (3,2 US quart). 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2.
BEVORDERT GOED STARTEN DOOR AANSLAG IN DE VERBRANDINGSKAMERS TE VERMINDEREN. ALS LOODVRIJE BENZINE NIET VERKRIJGBAAR IS, MAG LOODHOUDENDE BENZINE GEBRUIKT WORDEN. OPM.: Nooit methanol, benzine met methanol, gasohol met meer dan 10% ethanol, benzine met additieven, superbenzine of wasbenzine gebruiken, daar deze het brandstofsysteem van de motor beschadigen kunnen. GEVAARLIJK Omdat benzine brandbaar is, voorzichtigheid betrachten bij opslag of hanteren hiervan.
HET CONTROLEREN VAN HET KOELSYSTEEM (Afb. 4–5) De inhoud van het koelsysteem is 3,4l. Verwijder dagelijks het vuil van het radiatorscherm (Afb. 4)—en elk uur als u werkt onder uiterst stoffige en vieze omstandigheden; zie Het reinigen van de radiator en het radiatorscherm. Het koelsysteem is gevuld met een 50/50 oplossing bestaande uit water en permanente ethyleenglycol-antivries. Controleer het koelvloeistofpeil aan het begin van elke dag voordat u de machine start. 1.
BP Oil Chevron Conoco Exxon International Harvester Kendall Phillips Shell Texaco Union Oil BP HYD TF Tractor Hydraulic Fluid Power-Tran 3 Torque fluid Hy-Tran Hyken 052 HG fluid Donax TD TDH Hydraulic/Tractor fluid N.B.: De vloeistoffen in deze groep zijn onderling gelijk.
N.B.: Indien u overstapt van de ene vloeistofsoort naar een andere, dan moet u er zeker van zijn dat alle oude olie uit het systeem is verwijderd omdat sommige merken niet geheel compatibel zijn met hydraulische vloeistoffen van andere merken. N.B.: Er is een rode kleurstof beschikbaar in flesjes van 19,8 ml die u door de hydraulische vloeistof kunt mengen. Een flesje is voldoende voor 22 liter hydraulische vloeistof. Te bestellen onder Onderdeelnr. 44-2500 bij uw geautoriseerde Toro Distributeur. 1.
Bedieningsorganen Tractiepedaal (Afb. 8)—Het tractiepedaal heeft drie functies; 1) om de machine vooruit te rijden, 2) om hem achteruit te rijden en 3) om de machine te stoppen. Trap de bovenkant van het pedaal in om vooruit te rijden en trap de onderkant van het pedaal in om achteruit te rijden of als ondersteuning bij het stoppen als u vooruit rijdt. Laat het pedaal opkomen naar de neutraalstand om de motor te stoppen. Laat uw hak niet op de onderkant van het pedaal rusten tijdens het vooruit rijden (Afb.
borgen. Watertemperatuurlampje (Afb. 10)—Als de temperatuur van de motorkoelvloeistof te hoog wordt gaat dit lampje branden en zal de motor automatisch uitgeschakeld worden. Resetknop te hoge temperatuur (Afb. 10)—Indien de motor automatisch uitgeschakeld werd omdat deze oververhit geraakt was, drukt u de resetknop in en houdt u deze even ingedrukt totdat de machine verplaatst kan worden naar een veilige plek om af te koelen. N.B.
Bediening INRIJDEN 1. Er zijn slechts 8 uur nodig om de Greensmaster 3200 in te rijden. 2. Omdat de eerste vijf bedrijfsuren bepalend zijn voor de betrouwbaarheid van de machine in de toekomst, moet u in deze periode het functioneren en de prestaties van de machine nauwlettend in de gaten houden zodat kleine probleempjes die uit kunnen groeien tot grote problemen opgemerkt worden en gecorrigeerd kunnen worden.
probeer de motor te starten. De motor mag niet starten, hetgeen betekent dat het interlocksysteem naar behoren functioneert. Verhelp het probleem indien het systeem niet naar behoren functioneert. 3. Ga op de stoel zitten en start de motor. Zet de functiebesturingshendel op maaien en verlaat de stoel. De motor moet nu afslaan, hetgeen betekent dat het interlocksysteem naar behoren functioneert. Verhelp het probleem indien het systeem niet naar behoren functioneert. 4.
MAAIPROCEDURES 1. Benader de green met de functiebesturingshendel in de MAAIEN-positie. Begin aan de rand van de green zodat de zgn. “lintprocedure” voor het maaien gebruikt kan worden. Hierdoor wordt het gras zo min mogelijk belast en krijgt u een net, aantrekkelijk patroon op de greens. 2. Schakel de hendel voor maaien/neerlaten-maaien in als de voorkanten van de grasmanden de buitenste rand van de green passeren.
TRANSPORT-positie. Gebruik de remmen om de machine af te remmen tijdens afdalingen op steile hellingen om te voorkomen dat u de macht over het stuur verliest. Benader ruig terrein altijd met verminderde snelheid en rijd voorzichtig over grove oneffenheden. Zorg dat u vertrouwd raakt met de breedte van de Greensmaster 3200. Probeer niet tussen dicht bij elkaar geplaatste voorwerpen heen te rijden, waardoor dure reparaties en stilstandtijd voorkomen worden.
Onderhoud Overzicht Controleren/onderhouden (dagelijks) 1. 2. 3. 4. 5. 6. Zie gebruikershandleiding voor eerst keer vervangen 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. Radiatorscherm Bandenspanning Accu Smeerpunten (8) Brandstof Wielmoeren Snaren ventilator/ wisselstroomgenerator/water Koelvloeistofpeil Vloeistof Filter vervangen Filter verversen elke: elke: Onderdeelnr.
Onderhoud Onderhoudsplanning Onderhoudsprocedure ✝Controleren snaarspanning ventilator/ wisselstroomgenerator Controleren accuvloeistofpeil Controleren accukabelverbindingen Onderhoud luchtfilter Smeren alle smeernippels Onderhoudsplanning Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elke 400 uur ✝Verversen motorolie Vervangen motoroliefilter Vervangen luchtfilterelement Aanhalen wielmoeren ‡Koppen vastzetten en kleppen stellen Vervangen brandstoffilter Verversen hydraulische olie ‡Vervangen hydraulisch olief
SMERING LET OP Zet de motor af en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden of afstellingen uitvoert. De tractie-eenheid is uitgerust met smeernippels die regelmatig gesmeerd moeten worden met Nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Indien de machine onder normale omstandigheden gebruikt wordt, moeten alle lagers en lagerbussen elke 50 bedrijfsuren gesmeerd worden. Smeer de nippels onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht het aantal bedrijfsuren.
ALGEMEEN ONDERHOUD LUCHTFILTER LET OP Zet de motor af en verwijder de sleutel uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden of afstellingen uitvoert. 1. Controleer of het luchtfilterhuis beschadigd is, hetgeen tot luchtlekkages kan leiden. Een beschadigd luchtfilterhuis moet vervangen worden. 2. Geef het luchtfilter elke 200 uur (of vaker onder uiterst stoffige of smerige omstandigheden) een service-beurt. HET ONDERHOUDEN VAN HET LUCHTFILTER (Afb. 19) 1.
Persluchtmethode A. Blaas perslucht van binnen naar buiten door het droge filterelement. De druk mag niet hoger te zijn dan 689kPa/100 psi, om bescha-digingen aan het element te voorkomen. B. Houd het spuitpistool op ten minste 5 cm afstand van het filter vandaan, en beweeg het pistool van boven naar beneden terwijl u het filterelement rond draait. Controleer of er gaatjes of scheurtjes in het filter zitten door dit tegen het licht van een goede lichtbron te houden. 5.
100 uur. 1. Verwijder de aftapplug en laat de olie in de opvangbak lopen. Als de olie uitgelopen is, doet u de aftapplug weer op zijn plaats terug. 2. Verwijder het oliefilter. Breng een dun laagje schone olie aan op de pakking van het nieuwe filter. 3. Schroef het filter handmatig vast totdat de pakking in contact komt met de filteradapter, en draai het filter daarna nog 1⁄2 tot 3⁄4 slag verder. NIET TE VAST DRAAIEN. Afbeelding 21 4.
HET VERVANGEN VAN DE BOUGIES Gebruik een Briggs & Stratton Daihatsu # 491053, Champion RC14YC of gelijkwaardige bougie. De correcte luchtspleet is 0,762 mm. Verwijder de bougies om de 100 bedrijfsuren en controleer hun conditie. HET VERVERSEN VAN DE HYDRAULISCHE OLIE EN HET VERVANGEN VAN HET FILTER (Afb. 23) Normaliter moet na elke 800 bedrijfsuren de olie ververst en het filter vervangen worden.
HET CONTROLEREN VAN DE HYDRAULISCHE LEIDINGEN EN SLANGEN Controleer dagelijks de hydraulische leidingen en slangen op lekkages, gekinkte kabels, loszittende steunen, slijtage, loszittende bevestigingen, weersinvloeden en chemische invloeden. Voer alle noodzakelijke reparatiewerkzaamheden uit voordat de machine opnieuw gebruikt wordt.
het reinigen af met schoon water. Laat de vuldoppen tijdens het reinigen op de accu zitten. 5. De accukabels moeten goed vast zitten op de polen zodat ze goed elektrisch contact maken. 6. Indien de polen gaan roesten, moeten de kabels losgekoppeld worden en daarna de polen en de klemmen afzonderlijk afgeschraapt worden; eerst de negatieve (–) kabel. Maak de kabels weer vast, eerst de positieve (+) kabel, en bedek de polen met een laagje petroleumvet. 7.
TORO Service Dealer onderdelen bestelt: 1. Model- en serienummers van de machine. 2. Onderdeelnummer, beschrijving en aantal gewenste onderdelen.