FORM NO. 3318-341 NL Rev A MODEL NR. 04375–50001 & HOGER ® BEDIENINGSHANDLEIDING GREENSMASTER® 3000-D Ten behoeve van een maximale veiligheid, optimale prestaties en om de machine te leren kennen, dient u en ieder ander die met de machine gaat werken deze handleiding aandachtig te lezen en te begrijpen voordat de motor wordt gestart. Let met name op de instructies waarbij een driehoekig veiligheidssymbool is weergegeven. Niet opvolgen van de veiligheidsinstructies kan resulteren in lichamelijk letsel.
Deze bedieningshandleiding bevat instructies voor veilig gebruik, bediening en onderhoud. In deze handleiding wordt bepaalde veiligheidsinformatie, evenals technische en algemene produktinformatie benadrukt door middel van de woorden GEVAAR, WAARSCHUWING en VOORZICHTIG. Het driehoekige veiligheidssymbool wijst u op dergelijke informatie, die u zorgvuldig dient te lezen. “BELANGRIJK” benadrukt bijzondere technische informatie en “N.B.” wijst u op algemene produktinformatie die bijzondere aandacht verdient.
Veilige bediening Instructie Voorbereiding 1. 1. Draag tijdens het maaien altijd een lange broek en stevige schoenen. Draag geen schoenen met open tenen en loop niet op blote voeten. 2. Inspecteer het terrein waarop u de maaier gaat gebruiken grondig en verwijder eventuele voorwerpen die door de maaier kunnen worden uitgeworpen. 3. WAARSCHUWING: benzine is licht ontvlambaar. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de maaier gaat gebruiken.
Veilige bediening 4. 5. Gebruik de maaier niet op de volgende hellingen: • dwars op een helling van meer dan 5° • heuvelopwaarts op een helling van meer dan 10° • heuvelafwaarts op een helling van meer dan 15° 10. Gebruik de maaier niet als schermen, schilden of andere beveiligingsmiddelen ontbreken. 11. Verander de instellingen van de motor niet en voorkom overbelasting van de motor. Hoge snelheden kunnen de kans op persoonlijk letsel vergroten. 12.
Veilige bediening 2. Als er zich brandstof in de tank bevindt de maaier niet opbergen in een afgesloten ruimte waar benzinedampen in contact met open vuur of vonken kunnen komen. 3. Laat de motor afkoelen voordat u de maaimachine in een afgesloten ruimte opbergt. 4. Om brandgevaar te beperken dienen motor, geluiddemper, accucompartiment en de omgeving van de brandstoftank steeds te worden vrijgemaakt van een overmaat aan vet, gras, bladeren en opgehoopt vuil. 5.
Overzicht van veiligheidssymbolen Bijtende vloeiGiftige dampen stoffen, chemische of gassen, brandwonden aan verstikking vingers of hand Elektrische schokken, elektrokutie Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Zijwaardse Zijwaardse Bekneld raken beknelling vingers beknelling been gehele lichaam of hand Zijwaardse beknelling bovenlichaam Vloeistof onder hoge druk, kan lichaam binnendringen Afsnijden vingers Afsnijden tenen Afsnijden tenen Afsnijden, geof hand, of voet, of vingers, mes grepen worden
Veilige bediening Raadpleeg Veiligheidsgordels technische hand- vastmaken leiding voor de juiste onder houdsprocedures Waarschuwings- Waarschuwings- Lees gebruikers- Vuur, open licht Oogbescherming driehoek driehoek met handleiding en roken verplicht waarschuwingsverboden symbool Veiligheidshelm Gehoorbescherm- Gevaar, giftige Eerste hulp ing verplicht stoffen verplicht Spoelen met water Motor Overbrenging Hydraulisch systeem Uitlaatgassen Druk Peilindicator Vloeistofpeil Af/stoppen Inschakelen
Veilige bediening n/min Starten motor Stoppen motor Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Choke Injectiepompje Elektrisch voorglo- Transmissieolie (hulpmiddel (starthulpmiddel) eien starten bij lage temperaturen) NH L F Transmissieolie- Transmissieolie- Defect transmissie Koppeling druk temperatuur Neutraalstand Hoog Laag Vooruit Hydraulische oliedruk Hydraulisch oliepeil Defect brandstofsysteem RP 1 2 3 8 Achteruit Parkeerstand Eerste versnelling Hydraulisch oliefilter Hydraulisch
TECHNISCHE GEGEVENS Motor: viertaktmotor, 12,7 kW watergekoeld, 3-cilinder verticale dieselmotor met bovenliggende nokkenas. Maximum geregeld toerental (onbelast): 2800 +0 –50 omw/min. Carterinhoud: 3,6 liter zonder filter. Motoroliefilter: verwisselbaar, volledige doorstroming, opschroeftype. Toro onderdeel nr. 67-4330. Filterinhoud: 0,5 liter. Luchtfilter: zware kwaliteit, op afstand geplaatst. Koelsysteem: Radiateur—inhoud 3,3 liter. Expansietank—op afstand geplaatst, inhoud 0,946 liter.
Voor ingebruikname Voor ingebruikname zaamheden. BIJVULLEN VAN MOTOROLIE 1. Plaats de maaier op vlakke grond, zet de motor af en stel de parkeerrem in werking. Maak de vergrendeling van de motorkap los en open de motorkap (fig. 2). 3. Als het oliepeil te laag is, schroeft u de vuldop van de bovenkant van het motorblok (fig. 1). Een kleine hoeveelheid detergente olie van goede kwaliteit bijvullen: SAE 30 of 10W-30.
Voor ingebruikname 4. Plaats de vuldop op de vulopening en draai deze vast. De peilstok terug in de buis drukken. De motorkap sluiten en vergrendelen. CONTROLEREN VAN HET KOELSYSTEEM Het koelsysteem is gevuld met een 50/50 mengsel van water en permanente ethyleenglycol antivries. Controleer het vloeistofpeil dagelijks voordat u de motor start. De inhoud van het systeem bedraagt ca. 4,2 liter. 1. Plaats de machine op een vlakke ondergrond, zet de motor af en stel de parkeerrem in werking.
Voor ingebruikname . GEVAARLIJK Aangezien dieselbrandstof hoogst brandbaar is, voorzichtig zijn met opslaan of hanteren daarvan. Brandstoftank niet vullen terwijl motor loopt, nog heet is, of in een afgesloten ruimte. Dampen kunnen zich verzamelen en door een vonk of vlam op vele meters afstand ontstoken worden. NIET ROKEN tijdens het bijvullen om ontploffing te voorkomen. Altijd de brandstoftank buiten vullen en evt. gemorste brandstof met een doek opnemen alvorens de motor te starten.
Voor ingebruikname 2. 3. Verwijder de dop van de bovenkant van het reservoir en controleer het peil van de hydrauliekolie. Het oliepeil moet tot ca. 9 cm onder de bovenkant van de vulopening staan. Als het oliepeil te laag is, langzaam bijvullen met Mobil DTE 26 of een gelijkwaardige hydrauliekolie, totdat het juiste peil wordt bereikt. Verschillende oliesoorten niet vermengen. Plaats de dop terug op de vulopening.
Bedieningsorganen Rempedaal (fig. 5) Met het rempedaal worden de mechanische trommelremmen op de aandrijfwielen bediend. PARKEERREMKNOP (fig. 5) Om de remmen voor het parkeren te blokkeren, het rempedaal indrukken en vervolgens de parkeerremknop indrukken. Om de parkeerrem te lossen het rempedaal indrukken. Maak er een gewoonte van de parkeerrem in werking te stellen wanneer u de maaier verlaat. CONTACTSCHAKELAAR (fig.
Bedieningsorganen HENDEL VOOR HOOGTE-INSTELLING BEDIENINGSPANEEL N.B.: als de Greensmaster 3000-D achteruit wordt gereden terwijl de maaieenheden neergelaten zijn, worden de maaieenheden van de draagarmen getrokken. Draai de hendel linksom om de hoogte van het bedieningspaneel in te stellen en daarna rechtsom om het bedieningspaneel vast te zetten. Het bedieningspaneel kan op deze manier in de meest comfortabele stand worden gezet. HENDEL VOOR INSTELLING VAN DE ZITTING (fig.
Instructies voor het eerste gebruik INRIJDEN afval e.d. Indien nodig het terrein schoonmaken voordat u de maaier start. 1. Raadpleeg de handleiding voor de motor die bij de Greensmaster 3000-D is geleverd voor de aanbevolen perioden voor olieverversing en onderhoud tijdens de inrijperiode. 1. Neem plaats op de zitting en zet de versnellingshendel in de stand “Neutraal”. Controleer of het maai- en hefpedaal zich op gelijke hoogte bevinden. 2.
Instructies voor het eerste gebruik VOORZICHTIG Zet de motor af en wacht tot alle bewegende delen stilstaan voordat u op olielekkage, losse bevestigingen of andere storingen controleert. D. Zet de motor af en controleer de vloeistofniveaus. Controleer de maaier tevens op olielekkage, losse bevestigingen en andere storingen. 8. Om de motor af te zetten, zet u het handgas op LANGZAAM en draait u de contactsleutel in de stand OFF. Neem de sleutel uit de contactschakelaar om per ongeluk starten te voorkomen.
Instructies voor het eerste gebruik 7. hulp en indien nodig onderdelen. Sluit en vergrendel de motorkap. BELANGRIJK: de afdichtingen van motor of wielen kunnen aanvankelijk gedurende korte tijd een geringe olielekkage vertonen, totdat de Greensmaster 3000-D is ingereden. CONTROLES VOOR HET EERSTE GEBRUIK N.B.: controleer of de grond onder de maaiers vrij is van afval e.d. Indien nodig het terrein schoonmaken voordat u de maaier start. 1. 2. 3.
Instructies voor het eerste gebruik neutrale stand en start de motor. De motor moet starten en blijven lopen. Dit betekent dat de tractieschakelaar en de maai-/hefschakelaar op het ventielenblok correct functioneren. Ga verder bij punt 3. Als de startmotor draaide maar de motor niet aansloeg, is er een storing. Dit is echter geen storing van het beveiligingssysteem. 3. 4. 5. Neem plaats op de zitting. Stel de parkeerrem in werking en zet de versnellingshendel in de neutrale stand.
Gebruik en bediening VOORDAT U GAAT MAAIEN 4 Inspecteer het grasveld op afval e.d., verwijder eventuele vlaggen en bepaal de beste maairichting. Baseer de maairichting op de richting waarin de vorige keer gemaaid is. Maai altijd in een andere richting dan de vorige keer, zodat de grassprieten minder snel plat gaan liggen. Als dat gebeurt, kunnen ze namelijk moeilijk afgemaaid worden door de maaicilinders. 2 1 3 WERKWIJZE BIJ HET MAAIEN 1. 2.
Gebruik en bediening BELANGRIJK: de Greensmaster 3000-D nooit stoppen op een grasveld terwijl de maaicilinders in werking zijn; dit kan leiden tot beschadiging van de grasmat. Stoppen op een nat grasveld kan beschadigingen of sporen van de wielen veroorzaken. 6. Voltooi het maaiwerk door de buitenste randen te maaien. Maai daarbij altijd in een andere richting dan de vorige keer. Houd altijd rekening met de weersomstandigheden en de toestand van de grasmat.
Onderhoud afgenomen. SMERING VOORZICHTIG Voordat u onderhouds- of afstelwerkzaamheden aan de maaier gaat verrichten, altijd de motor afzetten en de sleutel uit de contactschakelaar nemen. De tractor is voorzien van smeernippels die regelmatig moeten worden doorgesmeerd met lithiumverzeept universeelvet nr. 2. Als de maaier onder normale omstandigheden wordt gebruikt, moeten alle lagers en bussen na elke 50 bedrijfsuren worden gesmeerd. Figuur 16 1.
Onderhoud Figuur 20 1. Insmeren met vet Figuur 17 1. 2. Olievuldop Olievulopening Figuur 21 1. Achterwiellagers Figuur 18 1. Doorsmeren Figuur 22 Figuur 19 1. 2. 3. 4. Draaipunt maaipedaal Draaipunt hefarm Roller maaieenheid Zie handleiding maaieenheid Figuur 23 1.
Onderhoud GREENSMASTER 3000-D ONDERHOUDSOVERZICHT Controle/onderhoud (dagelijks) 1. Oliepeil motorolie 2. Oliepeil hydrauliekolietank 3. Koelsysteem motor 4. Remmen 5. Beveiligingssysteem: 5a. Zittingschakelaar 5b. Maai-/hefschakelaar 5c. Tractieschakelaar. 6. 7. 8. 9. 10.
Figuur 26 1. Brandstofafsluitklep Figuur 27 1. 2. Brandstoffilterbus Wateraftapplug 1. 2. Brandstofpomp Kap van brandstofpomp—afschroeven Figuur 29 1. 2. 3. Viltstroken onder banden Aftapplug reservoir Pompslangen Figuur 30 1.