Operator's Manual
36
Remmen afstellen
Aan beide kanten van de machine bevindt zich een hendel
om de rem af stellen zodat de remmen gelijkmatig kunnen
worden afgesteld. De remmen worden als volgt afgesteld:
1. Laat de machine vooruitrijden op transportsnelheid en
trap het rempedaal in; beide wielen moeten in gelijke
mate worden geblokkeerd.
Een remproef in een afgesloten ruimte waar zich
andere mensen bevinden, kan letsel veroorzaken.
Controleer de remmen altijd op een ruim, open en
vlak terrein waar zich vóór en na de afstelling geen
andere personen en obstakels bevinden.
Voorzichtig
2. Als de remmen niet in gelijke mate blokkeren, maakt u
de remstangen los door de borgpen en de gaffelpen te
verwijderen (Fig. 50).
m–5100
1
2
3
4
Figuur 50
1. Gaffelpen en borgpen
2. Contramoer
3. Gaffel
4. Remas
3. Draai de contramoer los en stel de gaffel af (Fig. 50).
4. Monteer de gaffel aan de remas (Fig. 50).
5. Controleer de vrije slag van het rempedaal als de
afstelling is voltooid. Het rempedaal moet een vrije slag
van 13 tot 26 mm hebben voordat de remschoenen
contact maken met de remtrommels. Indien nodig moet
u nogmaals afstellen totdat het rempedaal de correcte
vrije slag heeft.
6. Laat de machine vooruitrijden op transportsnelheid en
trap het rempedaal in; beide wielen moeten in gelijke
mate worden geblokkeerd. Indien nodig opnieuw
afstellen.
7. Het verdient aanbeveling de remmen elk jaar te
polijsten; zie Inrijperiode, blz. 21.










