FORM NO. 3324-863 MODEL NO. 04356—200000001 EN VERDER ® GEBRUIKERSHANDLEIDING GREENSMASTER® 3100 Als u dit product volledig wilt begrijpen, veilig gebruiken en optimale prestaties laten leveren, dient u deze handleiding te lezen voordat u met de machine gaat werken. Let speciaal op de VEILIGHEIDSINSTRUCTIES die door dit symbool worden aangegeven. Het veiligheidssymbool betekent VOORZICHTIG, WAARSCHUWING of GEVAAR—instructie voor persoonlijke veiligheid.
Voorwoord De Greensmaster 3100 is een efficiënte, betrouwbare en tijdbesparende machine voor het maaien van hoogwaardige grasmatten. De machine combineert de allerlaatste technologische en veiligheids ontwikkelingen en het modernste design, en is gebouwd met onderdelen van de allerhoogste kwaliteit en een hoge mate aan vakmanschap. Indien u de Greensmaster op de juiste manier gebruikt en onderhoudt, zal deze u uitstekend van dienst zijn.
Veligheidsmaatregelen broek tijdens het maaien. Bedien de apparatuur niet indien u blootsvoets bent of sandalen draagt. Training 1. 2. 3. 4. Lees de instructies zorgvuldig door. Zorg dat u goed op de hoogte bent van de besturing en het juiste gebruik van de apparatuur. 2. Laat kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van deze gebruiksvoorschriften nooit de grasmaaimachine gebruiken. Het is mogelijk dat plaatselijke voorschriften een leeftijdsgrens stellen voor de bediening van de machine.
5. op lichamelijk letsel toe. Denk eraan dat er niet zoiets bestaat als een “veilige” helling. U moet bijzonder goed opletten als u op met gras begroeide hellingen rijdt. Om te voorkomen dat u omkiept: 12.
4. 5. Houd de machine, demper, accu-behuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te voorkomen. Geluidsniveau Controleer regelmatig de grasopvangbak op slijtage of beschadigingen. 6. Vervang, veiligheidshalve, beschadigde of versleten onderdelen. 7. Het legen van de brandstoftank, indien nodig, moet gebeuren in de open lucht. 8.
Veiligheids—en intructiestickers Giftige dampen Bijtende vloeistoffen, chemische of gassen, verbrandwonden aan stikking vingers of hand Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Afsnijden, gegrepen worden voet, ronddraaiende vijzel Zijwaardse beknelling bovenlichaam Afsnijden voet, ronddraaiende messen Elektrische schokken, elektrokutie Vloeistof onder hoge druk, kan lichaam binnendringen Hogedruk-stralen, Hogedruk-stralen, Bekneld raken beschadiging van beschadiging vingers of hand, van weefsel weef
Motorkoelvloeistofdruk Motorkoelvloeistoffilter Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Motorinlaat/ luchtfilter Motorkoelvloeistoftemperatuur Motorinlaat/ verbrandingslucht Motorinlaat/ verbrandingsluchtdruk Choke Injectiepompje (starthulpmiddel) Transmissieolie Elektrisch voorgloeien (hulpmiddel starten bij lage temperaturen) Motor starten Motor stoppen Transmissieoliedruk Transmissieolietemperatuur n/min N Defect transmissie 1 Koppeling 2 Neutraalstand H L Hoog F R P Laag
Specificaties Zwenkwielen: Drijfwielen: Naaldlagers in wielmotoren. achter: Timken-kegelroller Configuratie: Driewielig voertuig met twee voorwielen voor de aandrijving en een achterwiel voor de besturing. De bestuurder zit in het midden boven de Nr. 1 maaieenheid met de Nr. 2 & 3 maaieenheden op de voorkant van het voertuig. Electrische installatie en instrumenten: De motor is uitgerust met een 16A wisselstroomdynamo; het circuit is voorzien van een 20A zekering. Instrumenten zijn o.m.
Montage Maaieenheden monteren Voor modellen 04404, 04406, 04408 04450 en 04468. NB.: Als u de maaimessen slijpt, de maaihoogte instelt of onderhoudswerkzaamheden aan de maaieenheid verricht, moet u de motoren van de messenkooien van de maaieenheid in steunbuizen op de voorkant van het frame plaatsen om beschadiging van de slangen te voorkomen. 1. Haal de maaieenheden uit de dozen. U moet de maaieenheden monteren en afstellen overeenkomstig de instructies in de gebruikershandleiding.
gebruikershandleiding. Gebruik de hoogtemaat uit het pakket met losse onderdelen om de maaihoogte in te stellen. 2. Monteer een ring en een halvekogeltap op beide uiteinden van de voorste roller op de maaieenheden (Afb. 5). 3. Schuif de maaieenheid onder het trekframe terwijl u de hefroller vasthaakt op de hefarm (Afb. 5). Afbeelding 3 1. Contramoer 2. Trekarm 3. Afstelling kogelverbinding voor afstand tussen mand en messenkooi 4. 6–11 mm afstand 7.
9. Spuit met een smeerpistool Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden in de holte aan het uiteinde van de maaieenheid. 10. Breng een laagje schoon smeervet aan op de gleufas van de motor en monteer de motor door de motor rechtsom te draaien, totdat de motorflenzen de tapeinden niet meer raken. Draai de motor linksom totdat de flenzen de tapeinden omsluiten, en zet vervolgens de montagetapbouten vast (Afb. 7). Afbeelding 6 1. Kogelverbinding 2. Trekarm 3. Contramoer 6. 7.
Instructies ter voorbereiding bedrijfsuren verversen en het filter elke 100 bedrijfsuren vervangen. De olie moet echter vaker worden ververst indien u de machine gebruikt onder zeer stoffige of vuile omstandigheden. Motorolie controleren De motor wordt verzonden met 1,7 liter olie (incl. filter) in het carter; vóór en na de eerste maal dat men de motor start moet het oliepeil echter gecontroleerd worden. 1. Machine op vlakke grond parkeren. 2.
Conoco Hydroclear AW MV68 Gulf Harmony HVI 46 AW Kendall Hyken Golden MV SAE 5W-20 Pennzbell AWX MV46 Phillips Magnus A KV 5W-20 Shell Tellus T 46 Sunoco Sun Hyd.
van de reserve-olietank. Indien het oliepeil tot aan de FULL/VOL markering naast het peilglas staat, is het oliepeil goed. groot aantal temperatuursomstandigheden voor de gemiddelde gebruiker. De Universele Tractorvloeistoffen bieden desgewenst een vergelijkbare werking, met mogelijk een klein verlies aan effectiviteit bij hoge omgevingstemperaturen in vergelijking met Type 46/48 vloeistoffen. 2.
wordt beter bij 8 psi bandenspanning. Het controleren of de wielmoeren goed vast zitten WAARSCHUWING Haal de wielmoeren na 1–4 bedrijfsuren aan met een moment van 96–122N•m, en daarna na de volgende 10 bedrijfsuren nogmaals en tenslotte om elke 200 uur. Indien de wielmoeren niet goed vast zitten kan dit leiden tot het verlies van een wiel, hetgeen lichamelijk letsel kan veroorzaken.
Bedieningsorganen HANDGAS (Afb. 13)—Het handgas regelt het motortoerental. Door het handgas naar FAST toe te zetten wordt het motortoerental verhoogd, door het naar SLOW toe te zetten wordt het motortoerental verlaagd. MAAIPEDAAL (Afb. 11)—Door het maaipedaal tijdens het gebruik VOLLEDIG in te trappen, laat u de maaieenheden neer en start u de messenkooien. Het maaipedaal blijft in die positie, zodat u het pedaal niet ingetrapt hoeft te houden. REMPEDAAL (Afb.
CONTACTSLOT (Afb. 13)—Sleutel in het slot steken en rechtsom naar START draaien om de motor te starten. Zodra de motor aanslaat de sleutel loslaten. Om de motor te stoppen, de sleutel linksom naar STOP draaien. AMPEREMETER (Afb. 13)—De ampèremeter geeft de stand van de laad- of ontlaadstroom van de accu aan. Afbeelding 14 1. Pin lockout-hendel Opm.: Tijdens normaal bedrijf is er weinig of geen verandering in de meterstand. 1. Neutral—Gebruikt voor starten van de motor. 2.
afstelling strakker, of rechtsom om afstelling losser te zetten. 4. Stelschroef aantrekken om afstelling te vergrendelen. 3. Chokehendel op ON zetten - bij starten van een koude motor — en het handgas op halve kracht. 4. Sleutel in contact steken en rechtsom draaien tot de motor aanslaat. Nadat de motor gestart is, de choke regelen zodat de motor soepel blijft lopen. Zo spoedig mogelijk de choke openen door hem naar achteren naar OFF te trekken. Een warme motor heeft weinig of geen choke nodig. 5.
mag niet gestart worden, hetgeen betekent dat de tractieschakelaar op het kleppenblok juist functioneert. Als de motor niet gestart werd, met stap 3 verder gaan. Als de motor wel gestart werd, uw plaatselijke TORO dealer raadplegen. lagers en kooien stroef lopen, moet men deze controle met handgas op FAST uitvoeren. Na de inrijperiode is handgas op FAST waarschijnlijk niet meer nodig.
het probleem is voordat u de machine weer in gebruik neemt. Als u hulp nodig heeft, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke Toro-dealer. 4 3 5 1 6. 7. Neem plaats op de bestuurdersstoel en zet de schakelhendel in de neutraalstand. Trap vervolgens het hefpedaal in en laat dit opkomen. Start de motor en rijd de machine naar een open terrein dat vrij van rommel en vreemde voorwerpen is. Houd iedereen, vooral kinderen, weg van de voorkant van de machine en uit het werkgebied.
5. Zeef en dop van hydrauliektank terugzetten. Contactslot op OFF zetten. Gereedmaken van de machine voor maaien Om de machine voor opeenvolgende maaigangen uit te lijnen, het volgende uitvoeren op de vangbakken va de maaieenheden nr 2 en nr 3: 1. Ongeveer 12cm van de buitenrand van elke vangbak naar binnen meten. 2. Parallel met de buitenrand van elke vangbak een strook witte tape vastplakken of een witte verflijn aanbrengen (Afb. 21). Afbeelding 19 LEKWAARSCHUWING! 1. Vloeistofpeil (warm) 2.
richting draaien, en dan pas in de richting van het ongemaaide deel; d.w.z. als men rechts draaien wil, eerst iets naar links zwaaien en dan naar rechts. Hierdoor wordt de machine sneller uitgelijnd voor de volgende strook. Dezelfde procedure volgen als men de andere kant uit draaien wil. Het is een goede gewoonte om de bocht zo klein mogelijk te houden. Tijdens warm weer echter grotere bochten maken om te voorkomen dat de grasmat gekneusd wordt. strooksgewijze maaien kan.
afkoelt. In dat geval, motor ongeveer een minuut uitschakelen terwijl de hoofdhydrauliektank door de hulptank bijgevuld wordt. 7. Als laatste moet de omtrek van de green gemaaid worden. Hierbij zorgen dat dit in de tegenovergestelde richting van de vorige keer gebeurt. Altijd rekening houden met het weer en de staat van de grasmat en zorgen dat men in de tegenovergestelde richting van de vorige keer maait. Vlag terugzetten. 8.
Onderhoud Onderhoudsplanning Onderhoudsprocedure Onderhoudstermijn & service Controleren accuvloeistofpeil Controleren verbindingen accukabels Onderhoud voorfilter luchtfilter Smeren alle smeernippels ✝Verversen motorolie Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elke 800 uur ✝Vervangen motoroliefilter Vervangen luchtfilterelement Controleren afstelling belasting lager messenkooi Aanhalen wielbouten Vervangen bougies Vervangen brandstoffilter Controleren opening klep Controleren motortoerental (vrijloop
Dagelijks controleren 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. Zie bestuurdershandleiding Type vloeistof voor eerste keer olie verversen Oliepeil, motor Oliepeil, hydraulische tank Functioneren remmen Interlocksysteem 4a. Interlock stoel 4b. Interlock maaien-ophalen 4c. Interlock tractie Lekkage-detector alarm Luchtfilter Koelribben motor Bandendruk (56–83 kPa voor, 56–103 kPa achter) Moment wielbouten (54–68 Nm) Accu Smering Termijn verversen Vloeistof Filter Onderdeelnr. filter 50 uur 100 uur 491056 B.
Smering Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan de machine verricht of deze afstelt, moet u de motor afzetten en het sleuteltje uit het contact verwijderen. De tractie-eenheid is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren.
Afbeelding 29 Afbeelding 26 Afbeelding 27 Afbeelding 28 28
1. VOORZICHTIG Maak de sluitklemmen los en verwijder het luchtfilterdeksel. Reinig het deksel grondig. Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan de machine verricht of deze afstelt, moet u de motor afzetten en het sleuteltje uit het contact verwijderen. 1 Motorolie verversen en filter vervangen Ververs de olie en vervang het filter na de eerste 8 bedrijfsuren; ververs daarna de olie om de 50 bedrijfsuren en vervang het oliefilter om de 100 bedrijfsuren. 1.
4. 5. C. DRENK het element door en door in motorolie. Knijp het element uit om overtollige olie te verwijderen en de olie goed te verdelen. Het element moet vochtig van de olie zijn. 4. Als u het schuimelement een onderhoudsbeurt geeft, moet u controleren in wat voor staat het papierelement verkeert. Klop het papierelement voorzichtig tegen een vlak oppervlak om het te reinigen of vervang het indien dit nodig is. De choke afstellen 1.
2. 3. 3. Zet de gashendel op LANGZAAM. Houd de regelhendel zo vast dat de gashendel in de stationair-stand staat (tegen de regelschroef voor het stationair toerental) en stel de regelschroef voor het stationair toerental in op 1400 ± 50 tpm door de schroef naar binnen of naar buiten te draaien. Controleer het toerental met een toerenteller. Controleer de conditie van de zij-elektrode, de centrale elektrode en de isolator van de centrale elektrode op beschadigingen.
benzine in de open lucht aftappen en de motor laten afkoelen om brandgevaar te voorkomen. Gemorste benzine opnemen. Tap benzine nooit af in de buurt van een open vuur of op plaatsen waar benzinedampen door een vonk tot ontbranding kunnen komen. Rook nooit als u omgaat met benzine. 1. 2. Sluit de brandstofafsluitklep, maak de slangklem op het filter aan de kant van carburateur los en verwijder de brandstofslang van het filter.
VOORZICHTIG Houd lichaam en handen uit de buurt van kleine lekgaten of spuitmonden waaruit onder hoge druk staande hydraulische vloeistof ontsnapt. U kunt lekken in het hydraulische systeem opsporen met behulp van karton of papier. Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt, kan door de huid heen dringen en letsel veroorzaken.
2. Draai de tapbouten weer vast. 2 U moet de maai-/hefschakelaar opnieuw afstellen nadat u de nokkenas hebt afgesteld. Bovendien moet u de hoogte van de hef- en maaipedalen afstellen. 1 3 4 Hoogte van hef- en maaipedalen afstellen Om de hef- en maaipedalen op gelijke hoogte af te stellen zodat de plunjer de juiste slag tot het kleppenblok heeft, gaat u als volgt te werk: 1. 2. 3. Afbeelding 42 1. 2. 3. 4. Zet plunjers Nr. 1, Nr. 2 en Nr.
4. Vooruit 1. Trap het tractiepedaal geheel vooruit totdat de klepplunjer van de Nr. 5-sectie volledig is uitgetrokken. 2. Het pedaal moet contact maken met de pedaalaanslag. Als het pedaal contact maakt met de aanslag voordat de plunjer volledig is uitgetrokken, of als het pedaal geen contact maakt met de aanslag, moet de aanslag opnieuw worden afgesteld.
van de contraveer van de stoel. Monteer het stofkapje in de bevestigingsgleuven. De hefcilinders afstellen Om de hoogte van de voorste maaieenheden te regelen als ze in de opgeheven (transport) stand staan, kunnen de voorste hefcilinders worden afgesteld. 1. Laat de maaieenheden neer op de grond. 2. Draai de contramoer op de gaffel van de hefcilinder van de maaieenheid, die u wilt afstellen, los. 3. Maak de gaffel van de cilinder los van de hefarm. 4.
5. Zet de contramoer met een torsie van 8,5 Nm vast tegen de kap. Sluit de schakelaarklemmen aan op een doormeetapparaat of een weerstandsmeter en draai de schakelaar net zolang in tot er doorgaande stroom wordt gemeten. Draai vervolgens de schakelaar een 1/2 slag (180 graden) verder in en zet de contramoer met een torsie van 8,5 Nm vast tegen de kap. BELANGRIJK: De draden van de schakelaar zullen worden beschadigd als u de contramoer te vast aandraait. BELANGRIJK.
6. Afbeelding 47 1. Kabel 2. Beugel van bedieningsstang van maai- en hefmechanisme 3. Bedieningsstang van maai- en hefmechanisme Accu-onderhoud 1. Het accuzuur moet op het juiste peil worden gehouden en de bovenkant van de accu moet schoon blijven. Indien de Greensmaster 3100 wordt opgeslagen in een zeer hete omgeving, zal de accu sneller ontladen dan wanneer de machine in een koele omgeving wordt opgeslagen.
Storingen, oorzaak en remedie CONDITIE OORZAAK REMEDIE MOTOR: 1. Verlies van vermogen • Geen brandstof • Verstopte brandstofslang— rommel in brandstoftank • Verstopt brandstoffilter • Oliepeil in carter te laag • Verkeerde olie in het carter • Brandstofsolenoïde van carburateur • Gaskabel onjuist afgesteld • Choke dicht • Verstopt luchtfilterelement • Slecht werkende carburateur • Slecht werkende ontsteking • Koelribben verstopt met rommel. De motor raakt oververhit.
CONDITIE 2. Geen rijsnelheid in Nr. 1 of Achteruit-stand van tractie. Normaal in Nr. 2-stand. 3. Geen rijsnelheid in Nr. 1 of Achteruit-stand van tractie. Normaal in Nr. 2-stand. 4. Langzaam of geen tractie in alle standen van de schakelhendel. OORZAAK • Schijfafdichting tussen klepsectie Nr. 3 of Nr. 4 is stuk of ontbreekt. • Ringklep in plunjer Nr. 4 blijft open staan. Uit de zitting. • Tractie-ontlastklep in de sectie van plunjer Nr. 4 is open. • Kleppenblok verwijderen. Schijfafdichting vervangen.
CONDITIE 10.Maaieenheden worden te langzaam opgeheven. 11. De maaieenheden komen neer tijdens het transport (tussen de gazons) OORZAAK REMEDIE • Achterste nokkenas verkeerd afgesteld • Slag van plunjer Nr. 2 wordt belemmerd door de maai-/ hefschakelaar. • De ringklep van de hefborging in de sectie van plunjer Nr. 1 is gedeeltelijk gesloten. • Opnieuw afstellen • Een van de binnenste hefcilinders lekt • Maaieenheden opheffen en op blokken plaatsen.
CONDITIE OORZAAK 14.Messenkooi van middelste maaieenheid (Nr. 1) werkt in de opgeheven stand. • Achterste nokkenas verkeerd afgesteld. Plunjer Nr. 3 steekt te ver uit het huis. • Verstopping in gesoldeerde buis op de sectie van plunjer Nr. 3. • Verstopping in klepretouraansluiting tussen de sectie van plunjer Nr. 3 en het rechterdeksel. • Nokkenas opnieuw afstellen 15.Drukleidingen van aandrijving van messenkooi trillen tijdens gebruik. • Normale conditie. Verschilt per leiding.
CONDITIE 4. De motor wil niet aanslaan ongeacht de stand van de schakelhendel of het maaipedaal. OORZAAK • De maai-/hefschakelaar, de tractieschakelaar en/of de stoelschakelaar verkeerd afgesteld of defect.
CONDITIE OORZAAK REMEDIE 8. De motor blijft niet lopen als de bestuurder op de stoel zit en de schakelhendel in de versnelling staat of het maaipedaal is ingetrapt. • De stoelschakelaar is verkeerd afgesteld of is defect. • De veer van de tegendrukpen zit vastgeklemd in de Omhoog-stand. • Zie Onderhoud van stoelschakelaar. • Vastgeklemde onderdelen losmaken en smeren zodat de pen onbelemmerd kan werken. De veer vervangen als deze kapot is.
Stalling 9. Als u de Greensmaster 3100 voor een lange tijd wilt stallen, moet u eerst de volgende handelingen verrichten. Identificatie en Bestelling 1. Blokken onder wielen plaatsen om de wielgewichten te verwijderen. 3. De hydraulische vloeistof aftappen en verversen en het filter vervangen. Tevens hydraulische leidingen en aansluitingen controleren. Vervangen als dit nodig is; zie Hydraulische vloeistof verversen en filter vervangen en Hydraulische slangen en leidingen controleren. 4.