Form No. 3427-472 Rev A Reelmaster® 6700-D tractie-eenheid met vierwielaandrijving Modelnr.: 03813—Serienr.: 403190001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Smering ............................................................... 35 Lagers en lagerbussen smeren......................... 35 Onderhoud motor ................................................ 37 Veiligheid van de motor..................................... 37 Onderhoud van het luchtfilter ............................ 37 Motoroliepeil controleren. ................................. 38 Motorolie verversen en filter vervangen ............ 39 De gashendel afstellen .....................................
Veiligheid Afstelling van de snelheid waarmee de maai-eenheid wordt neergelaten................... 53 De hefhoogte van de buitenste maai-eenheden vooraan afstellen (geactiveerde stand) ..................................... 54 De speling van de drie voorste maai-eenheden instellen............................... 55 Stalling .................................................................... 55 Veiligheid tijdens opslag ................................... 55 De tractie-eenheid gebruiksklaar maken...........
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal93-6686 93-6686 1. Hydraulische vloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. decal93-6687 93-1263 93-6687 decal93-1263 93-1263 1. Niet hierop stappen. 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
1 2 decal93-9425 93-9425 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Vloeistof onder hoge druk, gevaar voor injectie in het lichaam - Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen; ga naar een arts. decal93-6699 93-6699 1. Snelheid van de machine 3. Continu snelheidsregeling 2. LANGZAAM 4. Snel decal104-9298 104-9298 1. Lees de Gebruikershandleiding. decal105-0123 105-0123 1. Gas – LANGZAAM 7. Messenkooien uitgeschakeld – Opheffen en neerlaten 2. Gas – snel 8. Koplampen 3.
decal105-7506 105-7506 1. Lees de Gebruikershandleiding. 4. Motor – Voorgloeien 2. Motor – Afzetten 3. AAN 5. Motor – Starten decal106-6754 106-6754 1. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd door de ventilator of worden gegrepen door de riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. decal106-6755 106-6755 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 2. Risico van explosie – Lees 4.
decal115-2045 115-2045 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Handen of voeten kunnen worden gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen en houd alle beschermende delen op hun plaats. 3. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin bent getraind. 4. Kantelgevaar – Laat de maai-eenheid neer als u een helling afrijdt; neem bochten met lage snelheid; neem geen scherpe bochten als u snel rijdt. 5. Waarschuwing - Draag de veiligheidsgordel. 6.
decal115-2046 115-2046 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
decal115-8000 115-8000 1. Maaihoogte 4. Snelheid van de machine 2. Messenkooi – Maaien en wetten 5. Bedieningsorganen van circuit achterste messenkooien 6. Bedieningsorganen van circuit voorste messenkooien 3. Lees de Gebruikershandleiding.
decal138-6982 138-6982 1. Lees de Gebruikershandleiding. decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 Geen onderdelen vereist – De vloeistofniveaus controleren. 2 Hefketting Kettingbeugel U-bout Moer Schroef Ring Moer Grote O-ring Kickstandaard 7 7 7 14 7 7 7 7 1 De maai-eenheden monteren. 3 Geen onderdelen vereist – Maai-eenheden afstellen indien dit nodig is.
1. 1 Vloeistofpeil controleren Verwijder de borgmoer en onderlegring waarmee de draaistang is bevestigd op hefarm 2 (Figuur 3). Verwijder de draaistang en de veer van de hefarm. Herhaal deze stappen voor hefarm 1 en 3. Geen onderdelen vereist Procedure Controleer het peil van de volgende vloeistoffen voordat de motor voor het eerst wordt gestart: • Motorolie Zie Motoroliepeil controleren. (bladz. 38). • Motorkoelvloeistof g006533 Figuur 3 Zie Het koelsysteem controleren (bladz. 46).
2. Op hefarm 1 en 5 moeten de beugels 10 graden naar rechts worden gedraaid t.o.v. de loodlijn (Figuur 5). 3. Op hefarm 4 moet de beugel 10 graden naar links worden gedraaid t.o.v. de loodlijn (Figuur 5). g020547 Figuur 6 1. Hefarm 2 = 38,1 cm 2. Hefarm 3 = 45 graden g020546 Figuur 5 1. Hefarm 5 = 38,1 cm 5. 3. Hefarm 1 en 5 = 10 graden 2. Hefarm 4 = 10 graden 4. Op hefarm 6 en 7: plaats de kettingbeugels en U-bouten op 36,8 cm achter de hartlijn van het scharniergewricht (Figuur 7).
7. Monteer een hefketting op elke kettingbeugel met een schroef, een ring en een moer in de positie die wordt getoond in Figuur 8. (vooruitworp). Bij zware of natte omstandigheden kan het achterscherm worden geopend. Om het achterscherm te openen (Figuur 10), maakt u de inbusbout los waarmee het scherm is bevestigd aan de linkerkant van de zijplaat. Daarna draait u het scherm open en zet u de inbusbout weer vast. g006540 Figuur 8 1. Hefketting 2.
De maai-eenheden monteren is bevestigd op het linker uiteinde van de maai-eenheid. In Figuur 14 ziet u de oriëntatie van de hydraulische aandrijfmotor voor elke locatie van de maai-eenheden. Indien de motor moet worden bevestigd aan een punt op het rechter uiteinde van de maai-eenheid, moet u een contragewicht monteren aan het linker uiteinde van de maai-eenheid. Indien de motor moet worden bevestigd aan het linker uiteinde, moet u een contragewicht monteren aan het rechter uiteinde van de maai-eenheid.
Opmerking: Voordat u motoren of contragewichten op de maai-eenheid monteert, moet u de inwendige gleuven van de assen van de messenkooien van de maai-eenheid smeren. 4. Monteer een contragewicht op het toepasselijke uiteinde van elke maai-eenheid met de bijgeleverde inbusbouten (Figuur 15). 5. Zorg ervoor dat de lagers van de messenkooi van de maai-eenheid grondig zijn gesmeerd voordat u deze monteert op de tractie-eenheid.
1. Monteer de borgpen in de achterste opening in de veerstang (Figuur 19). • • Hiermee regelt u de snelheid waarmee de maai-eenheden worden neergelaten. Afstelling van de hefhoogte van de buitenste maai-eenheden vooraan Hiermee regelt u draaihoogte van de buitenste maai-eenheden vooraan om afstand tot de grond op geaccidenteerde fairway's te vergroten.
Algemeen overzicht van de machine het productiejaar (onderdeelnr. 113-5615) aanbrengen dicht bij het plaatje met het serienummer, de CE-sticker (onderdeelnr. 93-7252) dicht bij de motorkapvergrendeling en de CE-waarschuwingssticker (onderdeelnr. 115-2046) over de standaard waarschuwingssticker (onderdeelnr. 115-2045). Bedieningsorganen Tractiepedaal Het tractiepedaal (Figuur 20) regelt de beweging vooruit en achteruit.
start, licht het lampje op als de gloeibougies in werking zijn. messenkooien starten en tot stilstand brengen als u de messenkooien in de maaistand zet. U kunt de maai-eenheden niet neerlaten als de maai-/hefhendel in de transportstand staat. Als het lampje tijdens het maaien knippert, kan dit duiden op een van de volgende situaties: • de machine wordt gebruikt bij een hogere snelheid dan de maximum snelheid die oorspronkelijk is geprogrammeerd in de ECU.
Indicatielampje van gloeibougie Als het indicatielampje (Figuur 21) gaat branden, geeft dit aan dat de gloeibougies ingeschakeld zijn. Activerings-/blokkeringsschakelaar Gebruik de activerings-/blokkeringsschakelaars in combinatie met de maai-/hefhendel om de maai-eenheden te bedienen (Figuur 21). Urenteller De urenteller (Figuur 22) geeft aan hoeveel uren de machine in totaal in bedrijf is geweest. g005018 Figuur 23 1. Wetknoppen 2.
g019451 Figuur 25 1. Instelknop bestuurdersstoel 2. Instelhendel bestuurdersstoel Groen diagnoselampje De machine is uitgerust met een diagnoselampje dat aangeeft dat het elektronische besturingssysteem correct functioneert. Het groene diagnoselampje (Figuur 26) bevindt zich onder het bedieningspaneel naast de zekeringhouder. Als het elektronische besturingssysteem correct functioneert en het contactsleuteltje op AAN staat, zal het diagnoselampje van besturingssysteem branden.
Werktuigen/accessoires • Een open kring. Met behulp van het diagnostische display kunt u vaststellen welke output slecht functioneert, zie De interlockschakelaars controleren (bladz. 27). Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden. Neem contact op met een erkende servicedealer of een erkende Toro distributeur, of bezoek www.Toro.
Gebruiksaanwijzing waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn. • Probeer de motor niet te starten als u brandstof Voor gebruik hebt gemorst; voorkom elke vorm van open vuur of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen.
• Gebruik B5 (biodieselinhoud 5%) of mengsels met • Draag geschikte kleding en uitrusting, een lager percentage in koud weer. • Controleer afdichtingen, slangen en pakkingen, die in contact met brandstof komen, omdat zij in de loop der tijd hierdoor kunnen worden aangetast. • De kans bestaat dat een brandstoffilter na verloop van tijd verstopt raakt, nadat u bent overgestapt op een biodieselmengsel. • Neem contact op met uw leverancier als u informatie over biodiesel wenst. 1.
– Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen. • Gebruik de machine uitsluitend als het zicht goed – is en bij geschikte weersomstandigheden. Gebruik de machine niet als er kans op bliksem is. – Bescherming van de rolbeugel • Verwijder geen onderdelen van de rolbeugel van de machine. • Zorg dat u de veiligheidsgordel draagt en deze in een noodgeval snel kunt losmaken. • Doe altijd de veiligheidsgordel om.
Belangrijk: Laat de motor 5 minuten stationair lopen voordat u deze afzet of nadat de machine volledig belast is gebruikt. Indien u dit nalaat, kunnen er problemen met de turbocompressor ontstaan. Opmerking: Laat de maai-eenheden neer op de grond. Dit ontlast het hefcircuit van druk en voorkomt dat de maai-eenheden per ongeluk worden neergelaten op de grond. Het Brandstofsysteem ontluchten 1. g019459 Figuur 29 1.
Werking van de interlockschakelaar controleren moet u de tuimelschakelaar op de Diagnostische ACE indrukken en loslaten om de LED ‘inputs getoond’ te laten oplichten. Houd de knop niet ingedrukt. Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden neer, zet de motor af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. 2. Open het deksel van het bedieningspaneel. Zoek de kabelboom en de kringloopstekker.
Fouten opslaan en terughalen Opmerking: Het kan noodzakelijk zijn de LEDs ‘inputs getoond’ en ‘outputs getoond’ enige malen beurtelings te laten oplichten om de volgende stap uit te voeren. Om de LEDs beurtelings te laten oplichten, drukt u de tuimelschakelaar nog een keer in. Dit kunt u zo vaak doen als nodig is. Houd de knop niet ingedrukt. 6.
rijden en het gras te maaien, moet u de tractiepedaal naar voren intrappen. Rij met een snelheid waarbij het controlelampje van de messenkooien niet gaat branden. Verhoog of verminder langzaam de tractiesnelheid om een goede maaikwaliteit te behouden. het controlelampje van de messenkooien gaat knipperen (ongeveer 2 seconden). 12. Laat de maai-/hefhendel los en draai het sleuteltje op UIT. Het geheugen is nu leeggemaakt. 13. Zet de wetschakelaar op UIT en de activeringsschakelaar op BLOKKEREN.
De bevestigingspunten zoeken De machine duwen of slepen • Voor – de opening in het rechthoekige blok, In noodgevallen kan u de machine bewegen door de omloopklep in de regelbare hydraulische pomp in werking te stellen en de machine te duwen of te slepen. onder de asbuis, aan de binnenzijde van beide voorwielen (Figuur 32) Belangrijk: U mag de machine niet sneller dan 3–4,8 km per uur duwen of slepen omdat anders de transmissie kan worden beschadigd.
Solenoïde Functie MSV1 Circuit van voorste messenkooi MSV2 Circuit van achterste messenkooi SV4 Buitenste maai-eenheden vooraan opheffen SV3 Middelste maai-eenheid vooraan opheffen SV5 Achterste maai-eenheden opheffen SV1 Druk zetten op hydraulische circuit voor opheffen/neerlaten SV2 Richting: AAN = Opheffen, UIT = Neerlaten SV6 Zijmaai-eenheid linksachter SV7 Zijmaai-eenheid rechtsachter SV8 Lading vasthouden 32
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid bij onderhoud • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. • Doe het volgende voordat u de machine afstelt, schoonmaakt, verlaat of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. – Zet de gashendel op stationair – laag. – Schakel de maai-eenheden uit.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 400 bedrijfsuren • Luchtfilter onderhoudsbeurt geven. (Vaker in extreem stoffige of vuile omstandigheden). Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt (sneller wanneer de luchtfilterindicator rood is). • De leidingen en aansluitingen controleren op slijtage, beschadigingen of loszittende verbindingen (of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden). • De brandstoffilterbus vervangen.
Voor week van: Gecontroleerde item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Controleren of de smeernippels moeten worden gesmeerd.3 Beschadigde lak bijwerken. 1. Controleer de gloeibougie en de spuitstukken van de injector als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2. Controleren met draaiende motor en met de olie op bedrijfstemperatuur. 3.
• Draaipunten van achterste hefcilinder (2) (Figuur 39) g019489 Figuur 39 • Draaipunten van hefarmen (3) (Figuur 40) g019486 Figuur 36 1.
Onderhoud motor • Draaipunten van achterste hefarm (2) (Figuur 42) Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden. Onderhoud van het luchtfilter g019492 Figuur 42 Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren (Vaker in extreem stoffige of vuile omstandigheden).
als het voorfilter drie onderhoudsbeurten heeft gehad. g011503 Figuur 45 1. Indicatielampje voor onderhoud 2. Sluiting 2. 3. g011505 Figuur 47 3. Kap 1. Veiligheidsfilter Verwijder het deksel van de luchtfilterbehuizing. Voordat u het filter weghaalt, moet u met schone en droge perslucht onder lage druk (2,75 bar) grote hoeveelheden aangekoekt vuil verwijderen dat tussen de buitenkant van het voorfilter en de filterbus zit.
niet te vol. Als het olieniveau zich tussen de twee markeringen bevindt, hoeft er geen olie te worden bijgevuld. 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden neer, zet de motor af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. 2. Maak de motorkapvergrendeling los en open de motorkap (Figuur 48). g019455 Figuur 50 g019453 Figuur 48 1. Dop van vulbuis 1. Motorkapvergrendeling 3.
Onderhoud brandstofsysteem Brandstof aftappen uit de brandstoftank Onderhoudsinterval: Om de 2 jaar Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. g019471 Figuur 52 1. Oliefilter 3. De brandstoftank moet om de 2 jaar worden afgetapt en gereinigd. Ook moet de tank worden afgetapt en gereinigd als het brandstofsysteem vervuild raakt of wanneer de machine voor langere tijd gestald gaat worden.
1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 3. Zet de aftapplug onderaan de filterbus los en open de klep bovenaan de bevestigingsbeugel van de bus. g019474 Figuur 56 1. Brandstofinjectors (4) g007367 Figuur 55 2. Zet de gashendel op 3. Draai het contactsleuteltje op LOPEN en bekijk hoe de brandstof om de connector stroomt.
Onderhoud elektrisch systeem U kunt het peil in de cellen bijhouden met gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Vul de cellen niet hoger dan de onderkant van de sleufring in elke cel. Plaats de vuldoppen terug zodat de ventielen naar achteren wijzen (in de richting van de brandstoftank). Veiligheid van het elektrisch systeem Houd de bovenkant van de accu schoon door deze af en toe te reinigen met een borstel die in een oplossing van ammoniak of natriumbicarbonaat is gedompeld.
Onderhoud aandrijfsysteem De bandenspanning controleren g019500 Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Figuur 59 De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. De voor- en achterbanden moeten een spanning hebben van 1,03 tot 1,38 bar. 1. Controleplug (2) GEVAAR Een te lage bandenspanning vermindert de stabiliteit van de machine op hellingen.
3. Plaats een opvangbak onder de remkast, verwijder de aftapplug en laat de olie in de bak lopen (Figuur 61). g009716 Figuur 62 2. Vulplug 1. Controleplug 1. Aftapplug van remkast Smeerolie in de achteras verversen 4. Als alle olie op de beide plaatsen is afgetapt, plaatst u de plug weer in de remkast. Onderhoudsinterval: Na de eerste 200 bedrijfsuren Om de 800 bedrijfsuren 5. Draai het wiel tot de open plugopening in het planeetwiel zich helemaal bovenaan bevindt. 6. Plaats de plug. 7.
Toespoor achterwiel controleren Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren Om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks moet het toespoor van de achterwielen worden gecontroleerd. 1. Meet de afstand hart-op-hart van het toespoor (ter hoogte van de assen) aan de voorzijde en de achterzijde van de stuurwielen. De afstand aan de voorzijde moet 3 mm korter zijn dan de afmeting aan de achterzijde. 2. Om de afstand aan te passen, moet u de borgpen en moer van één van de kogelverbindingen van de trekstang verwijderen.
Onderhoud koelsysteem Veiligheid van het koelsysteem • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging veroorzaken; buiten het bereik van kinderen en huisdieren houden. • Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen. g019478 – Laat de motor altijd minstens 15 minuten afkoelen voordat u de radiateurdop losdraait. Figuur 66 1.
omstandigheden); zie Vuil verwijderen (bladz. 46). Het koelsysteem bevat een mengsel met een 50/50 verhouding van water en permanente ethyleenglycol-antivries. Controleer elke dag vóór het starten van de motor het koelvloeistofpeil in de radiateur en de expansietank. Verwijder voorzichtig de doppen van de radiateur en de expansietank (Figuur 68). 2. Controleer het koelvloeistofpeil in de radiateur en de expansietank (Figuur 68).
Onderhouden remmen Onderhoud riemen De serviceremmen afstellen Riem van wisselstroomdyStel de serviceremmen af als de rempedalen meer namo controleren dan 2,5 cm "speling" hebben of als de remmen niet naar behoren functioneren. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal aflegt als het wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. 1. Maak de borgpen van de rempedalen los zodat beide pedalen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren. 2.
Onderhoud hydraulisch systeem Veiligheid van het hydraulische systeem • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts. • Controleer of alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. g019458 Figuur 72 1. Dop van hydraulische tank.
vloeistof, moet u de hydraulische vloeistof verversen. door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de door hen aanbevolen vloeistoffen. Als de vloeistof verontreinigd raakt, neem dan contact op met een Toro-verdeler om het hydraulische systeem te spoelen. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit.
Belangrijk: Laat het reservoir niet te vol 5. Start de motor en laat deze ongeveer 2 minuten lopen om lucht uit het systeem te verwijderen. 6. Zet de motor af, verwijder het sleuteltje en controleer op lekkage. worden. Hydraulisch filter vervangen Hydraulische slangen en leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 1000 bedrijfsuren—Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof gebruikt, moet u het hydraulische filter vervangen.
Onderhoud van maai-eenheid Veiligheid van de messen • Versleten of beschadigde messen of ondermessen kunnen breken en een stuk ervan kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en zo ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. Controleer op gezette tijden de maai-eenheden op overmatige slijtage of beschadigingen. Wees voorzichtig als u de maai-eenheden controleert.
de maai-/hefhendel naar achteren te bewegen; zet de activerings-/blokkeringsschakelaar op Blokkeren en zet de motor af. Na de afstelling herhaalt u stappen5 tot en met 9. 11. Als een maaimes correct is geslepen, zal er op de voorste snijrand van het mes een braam ontstaan. Verwijder deze braam voorzichtig met een vijl en zorg ervoor dat snijrand hierbij niet bot wordt. 12. Herhaal deze procedure bij alle maai-eenheden die worden gewet.
Om de draaihoogte van de maai-eenheden te verhogen/in te stellen, gaat u als volgt te werk: 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden neer, zet de motor af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. 2. Draai de moer op de rijtuigschroef los waarmee de beugel van de schakelaar van de hefarm is bevestigd aan hefarm nr. 4, 6 of 7 (Figuur 80). g007909 Figuur 79 1. Afstelklep voor 4.
De speling van de drie voorste maai-eenheden instellen Stalling Veiligheid tijdens opslag • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje Het kan wenselijk zijn de neerwaartse speling van de drie voorste maai-eenheden op sterk geaccidenteerde terrein extra bij te stellen. Als een van drie voorste maai-eenheden van de grond komt als u over een helling heen rijdt, kunt u het voorste draagframe lager zetten.
De motor gebruiksklaar maken 1. Tap de motorolie af uit het carter en plaats de aftapplug. 2. Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuw oliefilter. 3. Vul de motor met de opgegeven motorolie. 4. Start de motor en laat deze ongeveer twee minuten stationair lopen. 5. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 6. Spoel de brandstoftank met verse, schone brandstof. 7. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem weer goed vast. 8.
Opmerkingen:
Privacyverklaring EEA/VK Toro’s gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.
Californië Proposition 65 Waarschuwingsinformatie Wat betekent deze waarschuwing? Sommige producten die op de markt zijn bevatten een etiket met een waarschuwing als: WAARSCHUWING: Kanker en schade aan de voortplantingsorganen – www.p65Warnings.ca.gov. Wat is Prop 65? Prop 65 geldt voor elk bedrijf dat actief is in Californië, producten verkoopt in Californië, of producten maakt die kunnen worden verkocht of geïmporteerd in Californië.
Toro garantie Garantie gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende 2 jaar of 1.500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.