Form No. 3421-986 Rev A Reelmaster® 7000-D tractie-eenheid met vierwielaandrijving Modelnr.: 03781—Serienr.: 400400001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
andere begroeiing langs de snelweg, of voor gebruik in de landbouw. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.
Het koelsysteem controleren ............................ 30 De bandenspanning controleren....................... 31 Veiligheid tijdens het werk................................. 31 Starten van de motor ........................................ 33 De motor afzetten ............................................. 33 Tegendruk van de hefarm afstellen ................... 33 De draaistand van de hefarm instellen .............. 34 De rolbeugel inklappen .....................................
Veiligheid Veiligheid van het koelsysteem ......................... 56 Het koelsysteem van de motor onderhouden................................................. 56 Onderhouden remmen ........................................ 57 De serviceremmen afstellen ............................. 57 Onderhoud riemen .............................................. 58 Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo .................................... 58 Onderhoud hydraulisch systeem .........................
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. decal117-4765 117-4765 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Geen starthulpmiddelen gebruiken. decal117-4763 117-4763 1. Om de parkeerrem in te schakelen, moet u de rempedalen vastzetten met de borgpen, de rempedalen intrappen en schakel het teenpedaal in. 2.
decal98-4387 98-4387 1. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. decal93-6688 93-6688 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voordat u service- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. 2. Handen en voeten kunnen worden gesneden – Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. decal121-5644 121-5644 decal110-9642 110-9642 1. Lichtschakelaar 6. Langzaam 1. Opgeslagen energie – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Inschakelen 7. Omlaag 2.
decal121-3884 121-3884 1. Motor – Afzetten 2. Motor – Voorgloeien 3. Motor – Starten decal125-4605 125-4605 decal112-5019 112-5019 1. Aandrijving stoel (10 A) 6. Geleverde stroom (10 A) 2. Werkverlichting (10 A) 7. Bedieningspaneel (2 A) 3. Motor (10 A) 8. Geleverde stroom (7,5 A) 4. Aansteker (10 A) 9. Bedieningspaneel (2 A) 5. Infocenter (2 A) 10. Motor voorgloeien (60 A) decal93-6681 93-6681 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. decal130-1651 130-1651 1. Lees de Gebruikershandleiding voor informatie over het onderhoud van de machine. 8 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7.
decal120-1683 120-1683 4. Waarschuwing – Parkeer niet op een helling; stel de parkeerrem in werking, laat de maai-eenheden neer, zet de motor af en verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u de machine verlaat. 2. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding voordat u de 5. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. machine gaat slepen. 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding, gebruik deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 3.
decal138-1186 138-1186 (Aanbrengen op onderdeelnr. 120-1683 voor CE) Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Geen onderdelen vereist – De steunrollen instellen. Waarschuwingssticker 1 De waarschuwingssticker vervangen om te voldoen aan de EU-voorschriften.
1 2 De steunrollen instellen De waarschuwingssticker vervangen om te voldoen aan de EU-voorschriften Geen onderdelen vereist Procedure Benodigde onderdelen voor deze stap: Afhankelijk van de breedte van de maai-eenheden die u op de tractie-eenheid wilt monteren, dient u de steunrollen als volgt af te stellen: 1 Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje.
g012629 Figuur 6 1. Beugel van CE-vergrendeling 2. Bout met moer g200373 Figuur 4 1. Motorkapvergrendeling 2. Verwijder de 2 popnagels waarmee de motorkapvergrendeling aan de motorkap is bevestigd (Figuur 5). 5. Lijn de ringen uit met de openingen aan de binnenzijde van de motorkap. 6. Bevestig de beugels en de ringen met de popnagels aan de motorkap (Figuur 6). 7. Haak de sluiting op de vergrendelbeugel van de motorkap (Figuur 7). g012630 Figuur 7 g012628 Figuur 5 1.
g012631 Figuur 8 1. Bout 3. Arm van de vergrendelbeugel 2. Moer 9. De bout stevig aandraaien, maar de moer niet. g003320 Figuur 9 4 1. Contragewicht 6. De maai-eenheden monteren A. Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Slanggeleider voorzijde (rechts) 1 Slanggeleider voorzijde (links) Zorg ervoor dat de gazoncompensatieveer van elke maai-eenheid wordt gemonteerd aan dezelfde kant als de aandrijfmotor van de messenkooi.
g003967 Figuur 11 1. Andere lip op draagframe E. g031275 Figuur 12 2. Stangbeugel 1. 2. 3. 4. Monteer de stangbeugel aan de lippen op het maaidek met de slotbouten en de moeren (Figuur 11). Op de maai-eenheid moet u de linkerslanggeleider aan de voorzijde van de lippen op de maai-eenheid bevestigen bij het plaatsen van de stangbeugel (Figuur 13). Maai-eenheid Maai-eenheid Maai-eenheid Maai-eenheid 1 2 3 4 5. Maai-eenheid 5 6. Messenkooimotor 7.
Opmerking: Als u de maaidekken monteert of verwijdert, dient u ervoor te zorgen dat de R-pen is gemonteerd in het gat van de veerstang, naast de stangbeugel. Anders moet u de R-pen in de opening in het uiteinde van de stang plaatsen. 7. Vergroot de stuuruitslag van de achterste maaidekken door de 2 afstandsstukken, inbusbouten, en flensborgmoeren (Figuur 15) te verwijderen van de draagframes van de achterste maaidekken (maaidekken 2 en 3); zie Figuur 12. g015976 Figuur 16 1.
g003948 Figuur 19 1. Ketting van hefarm g015977 Figuur 17 3. Borgpen 2. Kettingbeugel 1. Borgpen 15. Smeer schoon vet op de sleufas van de motor van de messenkooi. maaien op de zijkant van heuvels. 16. Ga als volgt te werk bij de montage van de achtermaaidekken als de maaihoogte hoger dan 19 mm is. Smeer olie op de O-ring van de motor van de messenkooi en plaats deze op de flens van de motor. 17.
maaihoogte of de agressiviteit van het maaien verandert. 5 6 De gazoncompensatieveer afstellen De kickstandaard van het maaidek gebruiken Geen onderdelen vereist Procedure Benodigde onderdelen voor deze stap: De gazoncompensatieveer (Figuur 21) zorgt ervoor dat het gewicht van de voorste naar de achterste rol wordt verplaatst. Dit voorkomt dat er een golfpatroon in de grasmat ontstaat, ook wel bekend als 'bobbing'.
8 Vloeistofniveaus controleren Geen onderdelen vereist Procedure g004144 1. Controleer het peil van het smeermiddel van de achteras voordat u de motor voor het eerst start; zie Het oliepeil van de achteras controleren (bladz. 53). 2. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat u de motor voor het eerst start; raadpleeg Hydraulische vloeistof controleren (bladz. 29). 3.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Rempedalen De 2 pedalen (Figuur 25) bedienen de afzonderlijke remmen op de wielen ter ondersteuning van het draaien en ten behoeve van een betere tractie bij het rijden op hellingen. Pedaalvergrendeling g004552 Figuur 24 1. Hoogtelat 4. Gaten gebruikt voor het instellen van de hoogte van de groomer (HOG) 2. Stelschroef voor maaihoogte 5. Ongebruikt gat Om de pedaalvergrendeling in werking te stellen (Figuur 25), koppelt u de pedalen met de borgpen.
Maai-/hefhendel Om de machine te stoppen, laat u het tractiepedaal opkomen en weer terugkeren in de middelste stand. Met deze hendel (Figuur 27) kunt u de maai-eenheden omhoog en omlaag brengen om te maaien en de messenkooien starten en tot stilstand brengen als u de messenkooien in de maaistand zet. U kunt de maaidekken niet neerlaten als de maai-/hefhendel in de transportstand staat.
Aansluitpunt Het aansluitpunt Figuur 28 dient voor de aansluiting van optionele elektrische accessoires van 12 V. g033267 Figuur 28 1. Aansluitpunt g015076 Figuur 30 Zakhouder 1. Voorste wethendel 2. Achterste wethendel Gebruik de zakhouder (Figuur 29) voor opslagdoeleinden. De stoel instellen. Instelhendel bestuurdersstoel Trek de hendel uit om de stoel naar voren of naar achteren te verschuiven (Figuur 31).
Het InfoCenter lcd-scherm gebruiken Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie over uw machine, onder meer de bedrijfsstatus en allerlei diagnostische informatie (Figuur 32). Het InfoCenter beschikt over een welkomstscherm en hoofdscherm. U kunt te allen tijde heen en weer gaan tussen het welkomstscherm en het hoofdscherm door om het even welke knop in het InfoCenter te bedienen en dan op de richtingspijl te drukken. g033323 Figuur 31 1. Gewichtsmeter 2. Gewichtinstelhendel 4.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter SERVICE DUE Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Hours Het menu ‘Hours’ toont het totale aantal bedrijfsuren van de machine, motor en aftakas, alsook het aantal uren dat de machine getransporteerd is geweest en de tijd tot het volgende onderhoudsinterval. Counts Het menu ‘Counts’ geeft een overzicht van talrijke tellingen die de machine heeft uitgevoerd.
2. Scroll in het instellingenmenu naar beneden tot het beveiligde menu en druk op de rechterknop. 3. Regelt de maaihoogte om het messenkooitoerental te bepalen Om de code in te voeren drukt u op de middelste knop om het eerste cijfer in te stellen en drukt u vervolgens op de rechterknop om naar het volgende cijfer te gaan. 4. De berekende toerentalstand van de voorste messenkooien.
Maaisnelheid instellen Specificaties tractie-eenheid 1. Scroll in het instellingenmenu naar beneden tot u de functie Maaisnelheid ziet. Maaibreedte, 69 cm maaidekken 307 cm 2. Druk op de rechterknop om de maaisnelheid in te stellen. Maaibreedte, 81 cm maaidekken 320 cm 3. Gebruik de middelste en de rechterknop om de gepaste maaisnelheidinstelling te selecteren op de mechanische maaisnelheidbegrenzer van het tractiepedaal.
Gebruiksaanwijzing waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn. • Probeer de motor niet te starten als u brandstof Opmerking: Bepaal vanuit de normale hebt gemorst; voorkom elke vorm van open vuur of vonken totdat de brandstofdampen volledig zijn verdwenen. bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
mogelijke condensvorming in de brandstoftank tot een minimum. Gemengde brandstof specificatie: ASTM D975 of EN 590 Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: Hydraulische vloeistof controleren • Biodieselmengsels kunnen gelakte oppervlakken beschadigen. • Gebruik B5 (biodieselinhoud 5%) of mengsels met Voordat u de motor start en de machine gaat gebruiken, moet u het hydraulische systeem controleren; zie Controleer het peil van de hydraulische vloeistof (bladz. 58).
g008809 Figuur 36 1. Olievuldop g200373 Figuur 34 Opmerking: Als u andere olie gaat gebruiken, moet u eerst alle oude olie aftappen uit het carter voordat u dit vult met nieuwe olie. 1. Motorkapvergrendeling 3. Verwijder de peilstok uit de buis, veeg deze schoon en plaats de peilstok weer in de buis. Haal de peilstok er weer uit. 5. Plaats de vuldop en de peilstok terug. 6. Sluit de motorkap en zet deze vast met de vergrendelingen. Het oliepeil moet zich in de veilige zone bevinden (Figuur 35).
Veiligheid tijdens het werk Algemene veiligheid • De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor • • • • g009702 Figuur 37 • 1. Expansietank 2. 3. • Controleer het koelvloeistofpeil in de radiateur. Opmerking: De radiateur moet worden gevuld tot de bovenkant van de vulbuis, en de expansietank tot de vol-markering (Figuur 37). • Als het koelvloeistofpeil te laag is, moet u bijvullen met een oplossing die half uit water, half uit ethyleenglycol-antivries bestaat.
De machine veilig gebruiken op hellingen • Als u de machine verlaat, laat deze dan niet draaien. • Doe het volgende voordat u de bestuurderspositie • Het maaien op hellingen is een belangrijke factor verlaat (inclusief het legen van de grasvangers of deblokkeren van het kanaal): – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. – Schakel de aftakas uit en laat de werktuigen zakken. • – Stel de parkeerrem in werking. – Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact.
Starten van de motor Opmerking: Laat de maaidekken op de grond neer als u de machine parkeert. Dit vermindert de hydraulische belasting van het systeem, beperkt slijtage van onderdelen van het systeem en voorkomt dat de maaidekken per ongeluk worden neergelaten. Belangrijk: Ontlucht het brandstofsysteem in de volgende gevallen: • De motor is gestopt omdat de brandstof op was. • Er is onderhoud uitgevoerd aan componenten van 1. Laat de motor opnieuw op een laag stationair toerental lopen.
3. Maak de schroeven van de schakelaar (Figuur 39) los en beweeg de schakelaar naar boven om de draaistand van de hefarm te vergroten, of naar beneden om de draaistand van de hefarm te verkleinen. 4. Draai de bevestigingsschroeven vast. De rolbeugel inklappen U kunt de rolbeugel naar beneden vouwen om onder lage obstakels door te rijden. WAARSCHUWING g015078 Figuur 38 1. Veer 4. 5.
3. Laat het frame voorzichtig zakken tot het op de steunen rust. 4. Plaats de gaffelpennen in de onderste gaten en bevestig ze met de borgpennen om het bovengeraamte te ondersteunen terwijl het ingevouwen is. 5. Om het geraamte omhoog te brengen, volgt u deze instructies in omgekeerde volgorde. VOORZICHTIG Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Veiligheid na het werk aanbrengen rond de terugslagklep op het verdeelstuk voor vierwielaandrijving. • Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het • • • • • • • contact. Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of repareert. Verwijder gras en vuil van de maai-eenheden, de geluiddempers en het motorcompartiment om brand te voorkomen. Veeg gemorste olie en brandstof op.
7. Draai de omloopklep 90° (¼ slag) terug voordat u de motor te start. Opmerking: Sluit de klep met een torsie van maximaal 7 tot 11 N∙m. De machine uitsluitend vooruit duwen of slepen Als u de machine uitsluitend vooruit wilt duwen of slepen kunt u gewoon de omloopklep omzetten. Belangrijk: Als u de machine achteruit moet duwen of slepen, zie dan De machine voorbereiden op duwen of slepen achteruit (bladz. 36). g033132 1. Open de motorkap en verwijder het middelste scherm. 2.
hoogste wiel slippen en grip verliezen. Als dit gebeurt, trapt u het stuurpedaal voor het hoogste wiel geleidelijk en met tussenpozen in totdat dit wiel niet meer slipt, waarmee de tractie op het laagste wiel wordt vergroot. Wees extra voorzichtig wanneer u de machine op hellingen gebruikt. Zorg ervoor dat de stoelvergrendeling goed vastzit, de rolbeugel uitgeklapt en vastgezet is, en dat u de veiligheidsgordel hebt omgedaan. Rij langzaam en maak geen scherpe bochten om omkantelen te voorkomen.
rijden en het gras te maaien, moet u de tractiepedaal naar voren intrappen. De machine laten rijden in Transportmodus Zet de schakelaar van de vermogenaftakas op UIT en breng de maai-eenheden omhoog in de transportstand. Zet de maaisnelheidbegrenzer in de transportstand. Wees voorzichtig als u tussen objecten rijdt zodat u de machine of de maaidekken niet per ongeluk beschadigt. Wees extra voorzichtig wanneer u de machine op hellingen gebruikt.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker– en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na de eerste 8 bedrijfsuren Na de eerste 200 bedrijfsuren Bij elk gebruik of dagelijks Onderhoudsprocedure • De wielmoeren aandraaien. • Olie van voorste planeetwielaandrijving verversen. • Vervangen van de olie van de achteras. • Vervang de 2 hydraulische filters. • • • • • • • • Het motoroliepeil controleren. Controleer het koelsysteem.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Peil van de motorolie en brandstof controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Onderhoudsindicator van het luchtfilter controleren. Radiateur, oliekoeler en scherm controleren op vuil.
Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Maaihoogteinstelling controleren. Vet in alle smeernippels spuiten.2 Beschadigde lak bijwerken. 1. Controleer de gloeibougie en de spuitstukken van de injector als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2.
Smering – Laat de onderdelen van de machine afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaam- Lagers en lagerbussen smeren heden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. • Plaats de machine of onderdelen ervan op assteunen indien dit nodig is. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met nr.
• Kogelverbindingen van stuurcilinder (2) (Figuur 48) • Draaikogellagers van hefarm (1 per maaidek) (Figuur 50) • Draagframe van maaidek (2 per maaidek) (Figuur 50) • As van hefarm van maaidek (1 per maaidek) (Figuur 50) g009706 Figuur 48 g015158 Figuur 50 1. Bovenste nippel op koppelpen • Kogelverbindingen van spoorstang (2) (Figuur 48) • Lagerbussen van koppelpen (2) (Figuur 48). De bovenste nippel op de koppelpen hoeft slechts één keer per jaar te worden gesmeerd (twee keer pompen).
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden. • Onderhoud van het luchtfilter g011503 Figuur 52 1. Indicatielampje voor onderhoud 2. Sluiting Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren—Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt (voer dit eerder dan gepland uit indien de onderhoudsindicator rood is).
Belangrijk: Probeer nooit een veiligheidsfilter te reinigen (Figuur 54). Plaats steeds een nieuw veiligheidsfilter als het voorfilter 3 onderhoudsbeurten heeft gehad. g009713 Figuur 55 1. Aftapplug g011505 Figuur 54 1. Veiligheidsfilter 6. Reinig de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel. 7. Verwijder de rubberen uitlaatklep van het deksel, maak de holte schoon en plaats de uitlaatklep. 8.
De gashendel afstellen Onderhoud brandstofsysteem Stel de kabel van de gashendel (Figuur 57) zo af, dat de regelhendel op de motor contact maakt met de stelbout voor hoog toerental op hetzelfde punt waar de kabel van de gashendel contact maakt met het uiteinde van de sleuf in de bedieningsarm. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn brandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken.
Onderhoud van de waterafscheider Onderhoud elektrisch systeem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Verwijder dagelijks water of ander vuil uit de waterafscheider. Om de 400 bedrijfsuren—Brandstoffilterbus vervangen. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 3. Draai de aftapplug onder de filterbus los.
Zorg ervoor dat de accuklem helemaal op de pluspool zit en de kabel goed op de accu is geplaatst. De kabel mag geen contact maken met het accudeksel. GEVAAR Accuzuur bevat zwavelzuur; deze stof is dodelijk bij inname en veroorzaakt ernstige brandwonden. • U mag accuzuur nooit inslikken en moet elk contact met huid, ogen of kleding vermijden. Draag een veiligheidsbril en rubberhandschoenen om uw ogen en handen te beschermen.
van de accu om beschadiging van het elektrische systeem te voorkomen. Opmerking: Controleer de conditie van de accu elke week of om de 50 bedrijfsuren. Zorg ervoor dat de accuklemmen en de gehele accubehuizing schoon zijn omdat een vuile accu langzaam stroom afgeeft. Reinig de accu als volgt: 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Verwijder de accu uit de machine. 3.
Onderhoud aandrijfsysteem bewegen wanneer u ze in een richting parallel met de as duwt of trekt). 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, stel de parkeerrem in werking, laat de maai-eenheden zakken, schakel de motor uit en verwijder het sleuteltje. 2. Blokkeer de achterwielen en hef de voorzijde van de machine op; laat de vooras/het frame op assteunen rusten.
5. 6. Aanbevolen smeermiddel: hoogwaardige SAE 85W-140 transmissieolie 1. Plaats de machine op een egale ondergrond en zet het wiel zodanig dat de vulplug zich bovenaan bevindt, de controleplug rechts en de aftapplug onderaan (Figuur 66). Plaats de plug(en). Herhaal stappen 1 tot en met 5 voor het planeetwiel aan de andere kant van de machine.
5. Monteer de aftapplug in de aftapopening van de planeetwielkast (Figuur 68). 6. Plaats een opvangbak onder de remkast, verwijder de aftapplug en laat al de olie in de bak lopen (Figuur 69). g225610 Figuur 70 1. Opening van vulplug (planeetwielkast) g225608 2. Vulplug Figuur 69 1. Aftapopening (remkast) 7. 2. Aftapplug 2. Plaats de vulplug en de controleplug. 3. Veeg de planeetwiel- en remkast schoon (Figuur 71).
1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Verwijder de controleplug van één uiteinde van de as (Figuur 72) en controleer of de olie tot aan de onderkant van de opening komt. Indien het peil te laag staat, verwijdert u de vulplug (Figuur 72) en vult u voldoende olie bij totdat het peil de onderkant van de openingen van de controleplug bereikt. 3.
Toespoor achterwielen controleren De tractieaandrijving afstellen voor de neutraalstand Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) De machine mag niet kruipen als het tractiepedaal niet is ingetrapt. Als de machine kruipt, is afstelling vereist 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, schakel de motor uit, zet de snelheidsregeling op Laag, en laat de maai-eenheden neer. 2. Trap alleen het rechterrempedaal en stel de parkeerrem in werking. 3.
5. Draai de klemmen aan beide uiteinden van de spoorstangen los (Figuur 77). 6. Draai de losgezette kogelverbinding 1 hele slag naar binnen of naar buiten. 7. Zet de klem vast op het losse uiteinde van de trekstang. 8. Draai de complete trekstang 1 hele slag in dezelfde richting (naar binnen of naar buiten). 9. Zet de klem vast op het aangesloten uiteinde van de trekstang. 10. Plaats de kogelverbinding in de steun van het differentieelhuis en draai de moer met de hand vast. 11.
3. 4. Verwijder grondig al het vuil dat zich op het scherm bevindt. Onderhouden remmen Opmerking: Om het scherm te verwijderen, moet u de scharnierpennen verwijderen. De serviceremmen afstellen Reinig beide zijden van de oliekoeler en de omgeving van de radiateur (Figuur 79) grondig met perslucht. Begin aan de voorkant en blaas het vuil eruit naar de achterkant. Reinig vervolgens vanaf de achterkant en blaas het vuil naar de voorkant.
Onderhoud riemen Onderhoud hydraulisch systeem Onderhoud van de riem van de wisselstroomdynamo Veiligheid van het Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren hydraulische systeem 1. 2. Bij een correcte spanning heeft de riem een speling van 10 mm als u halverwege tussen de poelies op de riem drukt met een kracht van 45 N (4,5 kg). • Waarschuw onmiddellijk een arts als er Als de indrukking niet correct is (geen 10 mm), moet u de montagebouten van de wisselstroomdynamo losdraaien (Figuur 81).
2.
parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Til de motorkap op. 3. Maak de terugvoerleiding van de bak los van de bodem van het hydraulische reservoir en laat de hydraulische vloeistof in een opvangbak lopen. 4. Plaats de leiding weer terug als er geen hydraulische vloeistof meer naar buiten komt. 5. Vul het reservoir met ongeveer 28,4 liter hydraulische vloeistof; zie Controleer het peil van de hydraulische vloeistof (bladz. 58).
Hydraulische slangen en leidingen controleren Onderhoud van maaidek Veiligheid van het maaidek Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Een versleten of beschadigde maai-eenheid kan breken en een stuk van de messenkooi of het ondermes kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje.
5. verhoogt u gasinstelling tot de messenkooi gestabiliseerd wordt. Start de motor en laat deze op een laag stationair toerental lopen. GEVAAR Wanneer u het toerental van de motor tijdens het wetten verandert, kunnen de messenkooien tot stilstand komen. • Verander nooit het motortoerental tijdens het wetten. • Wet de messenkooien uitsluitend als de motor laag stationair loopt. GEVAAR Aanraking met de maaidekken kan lichamelijk letsel veroorzaken. 10.
Stalling 6. Spoel de brandstoftank met verse, schone brandstof. De tractie-eenheid gebruiksklaar maken 7. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem weer goed vast. 8. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig wordt gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. 9. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maai-eenheden zakken, stel de parkeerrem in werking, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2.
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.