Form No. 3363-390 Rev A Reelmaster® 4000-D tractie-eenheid met twee- en vierwielaandrijving Modelnr.: 03706—Serienr.: 310000001 en hoger Modelnr.: 03707—Serienr.: 310000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte product-specifieke conformiteitsverklaring. WAARSCHUWING CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing De uitlaatgassen van de dieselmotor van dit product bevatten bestanddelen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken. 1 Figuur 1 Belangrijk: De motor van dit product is niet uitgerust met een vonkenvanger.
Specificaties........................................................ 17 Werktuigen/Accessoires..................................... 17 Gebruiksaanwijzing.................................................... 18 Het motoroliepeil controleren ............................ 18 Het koelsysteem controleren............................... 18 Brandstof bijvullen ............................................. 19 Hydraulische vloeistof controleren/bijvullen.................................................................
Veiligheid – als de machine op een helling begint te glijden, kan dat niet met de rem worden gecorrigeerd. De belangrijkste oorzaken voor het verliezen van de controle zijn: Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990 en de B71.4-2004 specificaties van American National Standards Institute (ANSI), van kracht op het moment van productie als deze is uitgerust met een achtergewicht. Zie het hoofdstuk Achtergewichten monteren in deze handleiding.
• Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. • Controleer of de dodemansknop, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt. • Gebruik de machine nooit als schermen, afdekplaten of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken.
• Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren. • Deze machine is niet ontworpen of bestemd voor gebruik op de openbare weg en is een 'langzaam rijdend voertuig'. Indien u een openbare weg oversteekt of hierop moet rijden, dient u zich te houden aan de plaatselijke voorschriften, zoals voorgeschreven verlichting, aanbrenging van een plaat met de aanduiding 'langzaam rijdend voertuig' en reflectoren.
heen te dringen, en letsel veroorzaken. Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. • Wees voorzichtig als u omgaat met brandstof. Neem gemorste brandstof op. • Controleer elke dag of de interlockschakelaars goed functioneren. Als een schakelaar defect is, moet u deze vervangen voordat u de machine gebruikt. • Neem plaats op de bestuurdersstoel voordat u de motor start. • Let goed op als u de machine gebruikt.
Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 0.34 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,5 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,5 m/s2 De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 836. De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 836. Gehele lichaam Gemeten trillingsniveau = 0.53 m/s2 Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan.
104-5203 1. Lees de Gebruikershandleiding, u mag de machine niet slepen. 3. Waarschuwing—Houd omstanders op veilige afstand van de machine. 2. Waarschuwing - Lees de Gebruikershandleiding. 4. Handen of voeten kunnen worden gesneden - Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 5. Waarschuwing - vergrendel de parkeerrem, zet de motor af en verwijder het contactsleuteltje voordat u de machine verlaat. 6. Waarschuwing—Gebruik een rolbeugel en doe de veiligheidsgordel om. 9 7.
4-5204 for CE (Aanbrengen op onderdeelnr. 104-5203 voor CE* * Deze veiligheidssticker waarschuwt voor gebruik op hellingen en moet worden aangebracht op de machine volgens de Europese veiligheidsnorm voor gazonmaaiers EN 836:1997. De aangegeven maximale hellinghoeken waarbij deze machine veilig kan worden gebruikt, zijn gebaseerd op deze norm. 1. Lees de Gebruikershandleiding, u mag de machine niet slepen. 3. Waarschuwing—Houd omstanders op veilige afstand van de machine. 2.
4-9600 1. Lees de Gebruikershandleiding. 100-6574 1. Heet oppervlak/gevaar voor brandwonden – Blijf op een veilige afstand van een heet oppervlak. 2. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd en worden gegrepen, ventilator, riem - Blijf uit de buurt van bewegende delen; houd alle beschermende delen op hun plaats. 93-9404 1. Motorkoelvloeistof 2. Lees de Gebruikershandleiding. 85-6410 93-9400 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding, u mag de machine niet slepen. 93-6681 1.
93-9407 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Messenkooien neerlaten. 3. Neutraalstand 4. Messenkooien opheffen. 1 2 107-1818 1. Maaisnelheid messenkooi van langzaam naar snel. 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 4. Snel 6. Uitschakelen 93-9425 7. Messenkooi – wetten 8. Trek aan de hendel en beweeg deze. 9. Stel de parkeerrem in werking, zet de hendels in de neutraalstand en start de motor. 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen 58-6520 1. Smeervet Instelhendel bestuurdersstoel Met de stoelverstelhendel (Figuur 3) kunt u de stoel 15 cm naar voren en achteren schuiven in stappen van 15 mm. 93-9409 1. Druk het pedaal in om de messenkooien te ontgrendelen voordat u ze omlaag brengt. 1 117–2718 G012285 Figuur 3 1. Stoelverstelhendel Armsteun De bestuurder kan de armsteun (Figuur 4) omhoog en omlaag bewegen voor meer comfort.
Knop voor rugleuning Indicatielampjes hydraulisch systeem en motor Met de knop voor de rugleuning (Figuur 4) kan de hoek van de rugsteun worden aangepast van 5 tot 20 graden. Als deze lampjes gaan branden (Figuur 5), zet dan de motor af en voer onmiddellijk reparaties uit. Knop voor stoelophanging Oliedrukwaarschuwing Met de knop voor de stoelophanging (onder het zitgedeelte) kunt u de stoel instellen voor het gewicht van de bestuurder.
Waarschuwing luchtfilter Rijsnelheidbegrenzer Als het filter is verstopt en onderhoud vereist, gaat er een waarschuwingslampje (Figuur 5) branden en klinkt er een waarschuwingssignaal. De rijsnelheidbegrenzer (Figuur 6) reguleert de beweging van het tractiepedaal. De begrenzerhendel helpt bij het reguleren van de maaisnelheid en voorkomt plotselinge variaties in de snelheid op ruw terrein.
1 2 3 4 5 11 Contactschakelaar 6 Drie standen: Uit, Aan en Start. Draai het sleuteltje (Figuur 8) naar Start en laat het los zodra de motor begint te lopen. Om de motor af te zetten, draait u het sleuteltje naar Uit. Parkeerremhendel Trek deze hendel (Figuur 8) omhoog om de rem te vergrendelen. Om de rem vrij te zetten, trekt u de hendel omhoog, drukt u de knop in en brengt u de hendel omlaag. De rem moet zijn ingeschakeld om de motor te starten.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Het motoroliepeil controleren Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer wordt gestart. 1 G012280 Figuur 10 1. Peilstok De carterinhoud bedraagt ongeveer 7,6 liter met filter. Gebruik hoogwaardige motorolie die voldoet aan de volgende specificaties: 4.
Gebruik zomerdieselbrandstof (nr. 2-D) bij temperaturen boven -7°C en winterdieselbrandstof (nr. 1-D of nr. 1-D/2-D-mengsel) bij temperaturen beneden -7°C. Gebruik van winterdieselbrandstof bij lage temperaturen biedt een lager vlampunt en een lager stolpunt. Dit vergemakkelijkt het starten en vermindert de kans dat de filters verstopt raken. VOORZICHTIG Als de motor heeft gelopen, kan de hete koelvloeistof, die onder druk staat, ontsnappen indien de radiateurdop wordt verwijderd.
1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Maak de omgeving van de dop van de brandstoftank schoon. Gebruik hiervoor een schone doek. 3. Verwijder de dop van de brandstoftank (Figuur 13). GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen.
Opmerking: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen. Gebruik daarom uitsluitend producten van gerenommeerde fabrikanten die garant staan voor de vloeistoffen die zij aanbevelen.
Belangrijk: Als een band van een wiel dat is verzwaard met calciumchloride, lek raakt, moet u de machine zo snel mogelijk van het gras rijden. Om mogelijke schade aan de grasmat te voorkomen, moet u het desbetreffende deel van het terrein onmiddellijk doordrenken met water. Hierbij komt er lucht bij de ontluchtingsplug naar buiten. Laat het sleuteltje op Aan staan totdat er een volle straal brandstof bij de plug naar buiten komt. Zet de ontluchtingsplug weer vast en draai het sleuteltje naar de stand Uit.
interlocksysteem goed werkt. Kom ook overeind uit de bestuurdersstoel terwijl de hendel in de wetstand staat. De motor moet afslaan, dit wijst erop dat het interlocksysteem goed werkt. Als de motor niet afslaat, is er een defect dat moet worden verholpen. Opmerking: Er zit een vertraging van 1 tot 2 seconden tussen het overeind komen van de stoel en het afslaan van de motor. 1 5.
Tips voor bediening en gebruik 2. Klap de stoel omhoog en ondersteun deze in de opgeklapte stand met behulp van de stoelsteunstang (Figuur 20). 1 Vertrouwd raken met de machine Voordat u gaat maaien, moet u zich op een open terrein oefenen in het gebruik van de machine. Start en stop de motor. Rij de machine vooruit en achteruit. Breng de maaidekken gelijktijdig en afzonderlijk omhoog en omlaag. Schakel de messenkooien in en uit.
1 G012296 Figuur 22 1. Grasgeleider 1 G012298 Figuur 24 1. Toerenregelaar van messenkooien Maaien Stel de rijsnelheidbegrenzer (Figuur 23) en de knop voor de toerenregeling van de messenkooien (Figuur 24) in op de gewenste maaihoogte, zie het schema in Rijsnelheid en messenkooisnelheid op elkaar afstellen. Gebruik de sticker aan de zijkant van de stuurkolom alleen als richtlijn. Start de motor en zet de gashendel op Snel. Zet de parkeerrem vrij.
Kijk naar de maaihoogte en de rijsnelheid om de vereiste messenkooisnelheid te bepalen. Deze snelheid kan worden ingesteld tussen 1 en 5 met de knop voor de messenkooisnelheid. Opmerking: 1 = 800 TPM; 2 = 900 TPM; 3 = 1000 TPM; 4 = 1100 TPM en 5 = 1200 TPM. (Snelheden bij benadering) Opmerking: In de onderstaande tabellen betekent N.A: niet aanbevolen. Opmerking: Stand 4 en 5 kunt u alleen instellen met een speciaal koppelstuk (onderdeelnummer 58-1530).
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren • Spanning van de riem van ventilator en wisselstroomdynamo controleren. • Wielmoeren aandraaien. Na de eerste 50 bedrijfsuren • • • • • Bij elk gebruik of dagelijks Ververs de motorolie en vervang het filter. Het oliepeil van de planeetwielaandrijving controleren. Hydraulisch filter vervangen.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Vóór de stalling • Brandstoftank aftappen en reinigen Om de 2 jaar • Alle loszittende slangen vervangen. Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Het peil van de motorolie en de brandstof controleren. Peil van de koelvloeistof controleren.
Smering Lagers en lagerbussen smeren Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u alle lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren met Nr.2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Wij adviseren lagers en lagerbussen onmiddellijk na elke wasbeurt te smeren, ongeacht de voorgeschreven interval.
Onderhoud motor Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren (Vaker in extreem stoffige of vuile omstandigheden) Controleer de luchtfilterbehuizing op schade die een luchtlek kan veroorzaken. Vervang de luchtfilterbehuizing indien deze beschadigd is. Controleer het gehele luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse slangklemmen. 1 2 G01230 4 Figuur 30 1.
Onderhoud brandstofsysteem 1. Verwijder de aftapplug (Figuur 31) en laat de olie in een opvangbak lopen. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. 1 • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
2. Draai de aftapplug onder de filterbus los en laat het water weglopen. 1 1 G012307 Figuur 34 1. Brandstofinjectors 2 2. Zet de gashendel op Snel. G012390 Figuur 33 3. Draai het sleuteltje naar de stand Start en bekijk hoe de brandstof om de connector stroomt. De motor moet starten. Draai het sleuteltje op Uit wanneer u een ononderbroken straal brandstof ziet. 1. Filterbus van waterafscheider 3. Draai de aftapplug dicht. 4. Draai de leidingconnector goed vast. Brandstoffilterbus vervangen 5.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Accupolen of metalen gereedschappen kunnen kortsluiting maken met metalen onderdelen van de machine, waardoor vonken kunnen ontstaan. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken.
Oliepeil van planeetwielaandrijving controleren Onderhoud aandrijfsysteem Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren Toespoor achterwielen controleren/afstellen Om de 800 bedrijfsuren De capaciteit van het systeem bedraagt ongeveer 885 ml hoogwaardige SAE 80–90 tandwielolie (ISO 150/220). Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zorg ervoor dat de controle-/aftapplug (Figuur 37) zich op 3 uur of 9 uur bevindt. 1.
Onderhoud koelsysteem de achterzijde van de motor grondig met perslucht (Figuur 39). De inhoud van het koelsysteem is ongeveer 14 liter. Vul het koelsysteem met een oplossing die half uit water, half uit permanente ethyleenglycol-antivries bestaat. Gebruik nooit alleen water in het koelsysteem. 1 2 • Om de 100 bedrijfsuren moet u de aansluitingen van de slangen aandraaien. Vervang versleten of beschadigde slangen. • Om de 800 bedrijfsuren moet u het koelsysteem aftappen en schoonspoelen.
Onderhouden remmen Onderhoud riemen Parkeerrem en tractieschakelaars afstellen De conditie en de spanning van de riem van de wisselstroomdynamo moeten na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 100 bedrijfsuren. Na verloop van tijd kan de kabel van de parkeerrem uittrekken, waardoor de motor niet start. Als dit gebeurt moet u de kabel afstellen (Figuur 40).
Onderhoud hydraulisch systeem Belangrijk: Gebruik uitsluitend de gespecificeerde hydraulische vloeistoffen. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. 3. Plaats het deksel op het reservoir, laat de stoel zakken en bevestig deze met de vergrendelpen. 4. Start de motor en laat deze langzaam lopen, gebruik alle hydraulische bedieningsorganen om de hydraulische vloeistof door het hele systeem te verspreiden. Controleer ook op lekkages; zet daarna de motor af. 5.
1. Verwijder de stoelvergrendelpen, breng de stoel omhoog en plaats de steunstang. Verplaats ook het paneel (bevestigd met magneten) en plaats het voor de stoel. 1 2. Reinig de omgeving van de plaats waar het filter wordt gemonteerd (Figuur 44). Plaats een opvangbak onder het filter en verwijder het filter. G012316 Figuur 45 1. Ontluchting 3. Plaats een nieuwe ontluchting 4. Sluit de motorkap en zet deze vast met de vergrendelingen.
Controleer de druk als de motor op halve snelheid loopt en de hydraulische olie op normale bedrijfstemperatuur is. Neem contact op met uw plaatselijke Toro-dealer als u hulp nodig heeft. Maximale instelling voor maaikwaliteit Warme olie: 500 psi Koude olie: 600 psi De ontlastdruk van het hefcircuit bedraagt ongeveer 2650 psi bij een instelling van het tegengewicht van 550 psi. 1 Opmerking: Veranderingen in de instelling van het tegengewicht heeft invloed op de ontlastdruk van het hefcircuit.
Stalling 9. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig worden gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. De tractie-eenheid gebruiksklaar maken 10. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. 11. Controleer de antivriesbescherming en vul zoveel bij als nodig is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur. 1. Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. 2. De bandenspanning controleren. 3.
Schema's Hydraulisch schema (Rev.
Elektrisch schema (Rev.
Opmerkingen: 43
De Toro Total Coverage-garantie Beperkte garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.