Form No.
Waarschuwing Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bedieningsorganen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Starten en stoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Brandstofsysteem ontluchten . . . . . . . . . . . . . . . . . Waarschuwingslampjes controleren . . . . . . . . . . . . Veiligheidssysteem controleren . . . . . . . . . . . . . . . De tractie-eenheid duwen of slepen . . . . . . . . . . . . Gebruikseigenschappen . . . . . . . . . . . . . .
Inleiding Voorzichtig duidt op een gevaarlijke situatie die licht letsel tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen. Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen. Hoewel Toro veilige producten ontwerpt en fabriceert, blijft u verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.
• Elke bestuurder en monteur moet ervoor zorgen dat hij of zij professionele en praktische instructie krijgt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op: • Vervang defecte geluiddempers/knalpotten. • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen.
• Wees voorzichtig als u de machine inlaadt op een aanhanger of een vrachtwagen of uitlaadt. • Bij gebruik van werktuigen nooit de afvoeropening naar omstanders toe richten of personen in de buurt van de in werking zijnde machine laten komen. • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren. • Gebruik de machine nooit als schermen, afdekplaten of andere beveiligingsmiddelen zijn beschadigd of ontbreken.
• Wees voorzichtig als u de cilinders/messenkooien controleert. Draag handschoenen en wees voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de messenkooien. • Let goed op als u de machine gebruikt. Om te voorkomen dat u de controle over de machine verliest, moet u de volgende instructies naleven: – Rij niet te dicht langs bunkers, greppels, sloten of andere gevaarlijke punten. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van bewegende onderdelen.
Geluidsdruk • Alvorens het hydraulische systeem los te koppelen of werkzaamheden daaraan te verrichten, moet u alle druk in het systeem opheffen. Dit doet u door de motor af te zetten en de maaidekken en werktuigen neer te laten op de grond. Deze machine oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder van 88 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG en de wijzigingen daarvan.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 93-6681 59-8440 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 1. Waarschuwing – Inhoud staat onder druk. 93-7331 1. Opgeslagen energie – Lees de Gebruikershandleiding. 67-7960 93-6686 1.
3-9406 1. Peil hydraulische vloeistof 107-1818 1. Messenkooi – Maaisnelheden, langzaam tot snel. 2. Snel 3. Continu snelheidsregeling 4. Snel 5. Messenkooi – maaien 6. Uitschakelen 2. Lees de Gebruikershandleiding. 93-9407 7. Messenkooi – wetten 8. Hendel uittrekken en bewegen 9. Parkeerrem in werking stellen, aftakas uitschakelen en motor starten. 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Messenkooien neerlaten. 3. Neutraalstand 4. Messenkooien opheffen. 93-9425 1.
7-1819 1. Temperatuurpeil 2. Stromingsverdeler van vierwielaandrijving 3. Aan 4. Uit 5. Motor – Afzetten 6. Motor – Starten 7. Motor – Voorgloeien 104-5203 1. Lees de Gebruikershandleiding – Machine niet slepen. 2. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Waarschuwing – Houd omstanders op veilige afstand van de machine. 4. Handen of voeten kunnen worden gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 5.
104-5204 conform EU-voorschriften 1. Lees de Gebruikershandleiding – Machine niet slepen. 2. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 3. Waarschuwing – Houd omstanders op veilige afstand van de machine. 6. Waarschuwing – Gebruik een rolbeugel en doe de veiligheidsgordel om. 7. Machine kan kantelen – Laat het maaidek neer als u een helling afrijdt. Gebruik de machine niet dwars of heuvelafwaarts op een helling van meer dan 15 graden. 4.
58-6520 93-6688 1. Waarschuwing – Lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. 1. Smeervet 2. Handen en voeten kunnen worden gesneden – Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen. 93-9409 93-7814 1. Pedaal intrappen om de messenkooien te ontgrendelen alvorens deze neer te laten. 1. Risico om gegrepen te worden, riem – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Algemene specificaties Motor Koelsysteem Brandstofsysteem Hydraulische systeem Tractiesysteem Aandrijfsysteem maaidek Stoel Diagnostisch systeem Besturingssysteem Remmen Kubota, watergekoeld viercilinder viertaktdieselmotor, cilinderinhoud 2195 kubieke cm. Afgeregeld op 40 pk @ 2300 tpm, Compressieverhouding 23:1. Laag stationair-1200 tpm, hoog stationair-2500 tpm.
Afmetingen Optionele apparatuur Maaibreedte 5 messen maaidek, links 5 maaidekken 348 cm 4 maaidekken 279 cm 3 maaidekken 211 cm 1 maaidek 5 messen maaidek, rechts 7 messen maaidek, links 75 cm Totale breedte Maaidekken-opgeheven maaidekken neergelaten Totale lengte 7 messen maaidek, rechts 232 cm 11 messen maaidek, links 373 cm 282 cm 11 messen maaidek, rechts Hoogte zonder rolbeugel 141 cm met rolbeugel 208 cm Leeggewicht: Ontviltingshark, links Ontviltingshark, rechts 1717 kg Vast
Vóór het gebruik 1 Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Motoroliepeil controleren Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer is gestart. Figuur 3 De carterinhoud is ongeveer 7,6 liter met filter. 1. Peilstok Gebruik hoogwaardige motorolie die moet beantwoorden aan de volgende specificaties: 4.
Het koelsysteem controleren De brandstoftank vullen Controleer het koelvloeistofpeil bij het begin van elke dag. 1. Verwijder de dop van de brandstoftank (Fig. 6). De inhoud van de tank is 14 liter. 2. Vul de tank bij tot ongeveer 25 cm onder de vulbuis met Nr. 2 dieselbrandstof. Plaats daarna de dop terug. 1. Verwijder voorzichtig de doppen van de radiator (Fig. 6) en de expansietank (Fig. 5).
Hydraulische vloeistof controleren Het reservoir van het hydraulische systeem is in de fabriek gevuld met ongeveer 69 liter hoogwaardige hydraulische vloeistof. Controleer het peil van de hydraulische vloeistof voordat de motor voor het eerst wordt gestart, en vervolgens dagelijks. Aanbevolen wordt het reservoir bij te vullen met de volgende hydraulische vloeistof: 1 Toro Premium All Season hydraulische vloeistof (verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter.
Ballast Achter Deze machine is in overeenstemming met de norm van ANSI B71.4–1990 als de achterbanden zijn verzwaard met calciumchloride en een achtergewichtset (Onderdeelnr. 11–0440) is gemonteerd op de achterwielen. Belangrijk Als een band van een wiel dat is verzwaard met calciumchloride, lek raakt, moet u de machine zo snel mogelijk van het gras rijden. Om mogelijke schade aan de grasmat te voorkomen, moet u het desbetreffende deel van het terrein onmiddellijk doordrenken met water.
Gebruiksaanwijzing Hendel van stoelophanging Met deze hendel (Fig. 9) kan de stoel worden aangepast aan het gewicht van de bestuurder. U zet de hendel omhoog voor een lichte bestuurder, in de middelste positie voor een middelzware bestuurder en omlaag voor een zware bestuurder. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Bedieningsorganen Opmerking: De rugleuning en de stoelzitting kunnen worden verwijderd.
Testknop van waarschuwingslampje Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur Voordat u met maaien begint, drukt u op de testknop waarmee de waarschuwingslampjes worden gecontroleerd (Fig. 10). Alle lampjes op de stuurkolom moeten dan oplichten. Als een lampje niet oplicht, duidt dit op een elektrische storing die onmiddellijk moet worden verholpen. De indicatielampje voor te lage oliedruk en lege accu’s gaan branden als het contactsleuteltje op “AAN” wordt gedraaid.
Tractiepedaal Snelheidsbegrenzer Het tractiepedaal (Fig. 11) regelt de beweging vooruit en achteruit. Om vooruit te rijden, moet u de bovenkant van het pedaal intrappen en om achteruit te rijden de onderkant van het pedaal. De rijsnelheid hangt af van hoever het pedaal wordt ingetrapt. Voor de maximale rijsnelheid trapt u het pedaal volledig in terwijl de gashendel op SNEL staat.
Hefhendels van maaidek Parkeerremhendel Met de buitenste twee hendels (Fig. 13) kunt u de twee zijmaaidekken opheffen en neerlaten. Met de middelste hendel kunt u de twee frontmaaidekken en het middelste maaidek opheffen en neerlaten. De motor moet lopen als de maaidekken worden neergelaten. Als de maaidekken worden opgeheven, komen de messenkooien automatisch tot stilstand.
1 2 3 5 4 11 6 8 10 9 7 Figuur 13 1. 2. 3. 4. Hefhendels van maaidek Maai-/wethendel Gashendel Nulstelknop van motor 5. 6. 7. 8. Brandstofmeter Urenteller Indicatielampje voorgloeien Contactschakelaar 9. Handrem 10. Toerenregelaar van messenkooien 23 11.
Starten en stoppen 1. Neem plaats op de bestuurdersstoel en haal uw voet van het tractiepedaal. Controleer of de parkeerrem in werking is gesteld (Fig. 13). Het tractiepedaal en de maai-/wethendel moeten in de neutraalstand staan. 2. Draai het sleuteltje op AAN. Als het waarschuwingslampje van de gloeibougie dooft, kan de motor worden gestart. 1 3. Draai het sleuteltje op START. Laat het sleuteltje los zodra de motor start. 4.
Veiligheidssysteem controleren De tractie-eenheid duwen of slepen In een noodgeval kan de tractie-eenheid worden geduwd of gesleept over een zeer korte afstand met behulp van de omloopklep van de tractiepomp. Voorzichtig Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken.
Gebruikseigenschappen 3. Draai de omloopklep 90 graden (Fig. 19). Hierdoor opent u een inwendige doorgang in de tractiepomp waarlangs de hydraulische vloeistof kan stromen. Omdat de vloeistof wordt omgeleid, kan de machine worden voortbewogen zonder dat het hydraulische systeem schade oploopt. Vertrouwd raken met de machine Voordat u gaat maaien, moet u zich op een open terrein oefenen in het gebruik van de machine. Start en stop de motor. Rij de machine vooruit en achteruit.
Grasgeleiders van maaidekken Zet de grasgeleiders horizontaal (Fig. 20), zodat het maaisel naar achteren van de maaidekken af wordt verspreid. Dit voorkomt dat kluiten maaisel, in het bijzonder nat maaisel, van de machine of de maaidekken vallen, hetgeen het uiterlijk van het gazon niet ten goede komt. 1 Opmerking: In het algemeen kunt u de grasgeleiders in droog gras iets omlaag en in nat gras iets omhoog zetten. Figuur 22 1.
MAAITABELLEN Stem de maaihoogte en de rijsnelheid op elkaar af voor de vereiste instelling van het toerental van de messenkooien op een schaal van 1 t/m 5 op de knop voor de toerentalregeling van de messenkooien. Opmerking: 1 = 800 TPM; 2 = 900 TPM; 3 = 1000 TPM; 4 = 1100 TPM and 5 = 1200 TPM.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Na de eerste 10 bedrijfsuren • Spanning van de riem van ventilator en wisselstroomdynamo controleren. • Wielmoeren aandraaien. Na de eerste 50 bedrijfsuren • • • • • Motorolie verversen en filter vervangen. Motortoerental controleren (stationair en op vol gas). Hydraulisch filter vervangen. Kleppen afstellen.
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma.
Smering De machine is voorzien van smeerpunten die om de 50 bedrijfsuren moeten worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Pomp vet in de smeernippel onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht de voorgeschreven interval. De smeerpunten zijn: hefarmen (5) (Fig. 24), achteras (6) (Fig. 25), draaipunten van zweefset of vaste voorstuk (Fig. 26) en lagers van messenkooien en rollen (Fig. 27).
Onderhoud van het luchtfilter 1. Verwijder de knoppen waarmee het achterscherm is bevestigd aan het frame (Fig. 28). Haal het scherm weg. 2 1 Figuur 29 1. Luchtfilterhuis 2. Luchtfilterdeksel 2 5. Reinig de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel. Verwijder de rubberen uitlaatklep van het deksel, maak de holte schoon en plaats de klep terug. 1 6.
Brandstofleidingen en -verbindingen 3. Carter bijvullen met motorolie. Zie Motorolie controleren. Controleer de brandstofleidingen en -verbindingen om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Inspecteer op slijtage, beschadigingen of loszittende verbindingen. Brandstoffilter/waterafscheider Verwijder dagelijks water of ander vuil uit het brandstoffilter/waterafscheider (Fig. 32). 1. Ga naar het brandstoffilter en plaats daaronder een schone opvangbak. 1 2.
Brandstoffilter vervangen (machines met serienummers lager dan 230000001) 1 Vervang het brandstoffilter om de 400 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. 1. Reinig de omgeving van de plaats waar de filterbus wordt gemonteerd. 1 3 Figuur 34 4 1. Brandstoffilter 2 Injectors ontluchten Figuur 33 1. Bevestigingskop van brandstoffilter 2.
Koelsysteem van de motor Onderhoud van het koelsysteem Vuil verwijderen De inhoud van het systeem is 14 liter. Vul het koelsysteem altijd met een oplossing die half uit water, half uit permanente ethyleenglycol-antivries bestaat. GEBRUIK NOOIT ALLEEN WATER IN HET KOELSYSTEEM. Verwijder dagelijks het vuil van de oliekoeler en de radiator en het achterscherm. Vaker reinigen bij vuile omstandigheden. • Om de 100 bedrijfsuren moet u de aansluitingen van de slangen aandraaien.
Handrem en tractieschakelaars afstellen Hydraulische vloeistof bijvullen Na verloop van tijd kan de handremkabel uitrekken, waardoor de motor niet start. In dat geval moet de kabel worden afgesteld (Fig. 39). De inhoud van het hydraulische reservoir is ongeveer 35,2 liter. Als de machine op een horizontaal vlak staat, moet het vloeistofpeil 6 tot 13 mm onder de pijlen op het kijkglas staan als de vloeistof koud is. Warme vloeistof moet op gelijke hoogte met de pijlen op het kijkglas staan (Fig. 40).
Water aftappen uit het hydraulische reservoir Hydraulische vloeistof verversen Om de 100 bedrijfsuren moet u water aftappen uit het hydraulische reservoir. Voordat u water gaat aftappen, moet u de machine ongeveer 8 uur laten staan zodat het water naar de bodem van het reservoir kan zakken. In normale omstandigheden moet u de hydraulische vloeistof elke 2 jaar of om de 1500 bedrijfsuren verversen.
Hydraulische filter vervangen 6. Controleer het peil op het kijkglas (Fig. 40). Het vloeistofpeil moet op gelijke hoogte met de pijlen staan als de vloeistof warm is. Als het peil te laag is, moet u het reservoir bijvullen. Vervang het hydraulische filter na de eerste 50 bedrijfsuren; daarna moet dit om de 800 bedrijfsuren, jaarlijks of indien nodig worden gebeuren.
Testpoorten van het hydraulische systeem 2 1 5 De testpoorten (Fig. 45 en 46) worden gebruikt om de hydraulische circuits te testen. Controleer telkens de druk als de motor op volle kracht draait en de hydraulische vloeistof de normale bedrijfstemperatuur heeft. Neem contact op met uw plaatselijke Toro-dealer als u hulp nodig heeft. 4 3 1. De normale instelling van de ontlastklep van de tractie Vooruit en Achteruit (Fig.
Toespoor achterwielen Olie van planeetwielaandrijving controleren Om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks moet het toespoor van de achterwielen worden gecontroleerd. Het oliepeil moet na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 800 bedrijfsuren worden gecontroleerd. De olie-inhoud is ongeveer 885 ml hoogwaardige SAE 80–90 W tandwielolie (ISO 150/220). 1. Meet de afstand hart-op-hart van het toespoor (ter hoogte van de assen) aan de voorzijde en de achterzijde van de stuurwielen (Fig. 47).
LH 41 A B REAR B A RH 4 WHEEL DRIVE ONLY LC2 TRACTION FORWARD TRACTION REVERSE COUNTER-BALANCE TEST PORTS STEERING CIRCUIT LC1 S1 P1 (FWD) P2 L T LEFT SIDE RIGHT SIDE P R TEST PORT LIFT CYLS SHUTDOWN WARNING T P B (REV) 2100@50 PSI A (FWD) TEST PORT CHARGE PRESSURE INLET T T 2500 HI-IDLE 1100 LO-IDLE F E D C B A IN PRIORITY OUT 4 2 1 3 5 B 3000 PSI G T A A B TEST PORT CUTTING CIRCUIT B (TYP) IN A Hydraulisch schema
87 87a VIO Y L PULL Start B+ HOLD W R/BK VIO/W 83–2280 1 SEC. DELAY ON BK Y R/BK 12 VOLT BATTERY BU STARTER R B IG ALTERNATOR 30 SOLENOID TIME DELAY RELAY ENGINE RUN 86 85 TD R R (OPENS WHEN LOW) HYD. OIL LEVEL SW. 20 A FUSE 40 A FUSE BK R 86 30 Y VIO OR I VIO OR OR C NC IGNITION SW. BK VIO SEAT SW. T W BN BK VIO BN (OPERATOR NOT PRESENT) (OPENS AT 110 C) ENGINE OVER TEMP.
Accuonderhoud Waarschuwing Waarschuwing Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen, die lichamelijk letsel kunnen veroorzaken. CALIFORNIA Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken.
De Algemene Garantiebepalingen voor Toro–producten 2 jaar garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro–product (hierna: het “Product”) gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten* is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.