FORM NO. 3321-244 NL Rev A MODEL NR. 03706—80001 & HOGER MODEL NR.
Deze gebruikershandleiding bevat informatie betreffende veiligheid, gebruik en onderhoud. Deze handleiding benadrukt veiligheid en mechanische en algemene produktinformatie. GEVAAR, WAARSCHUWING en LET OP duiden op veiligheidsinformatie. Als u het driehoekige veiligheidswaarschuwingssymbool tegenkomt, moet u de veiligheidsinformatie die volgt doornemen zodat u deze begrijpt. “BELANGRIJK” duidt op speciale mechanische informatie en “N.B.
Veiligheid Training 1. 2. 3. 4. Lees de voorschriften aandachtig door. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningsorganen en het juiste gebruik van de machine. Sta nooit toe dat de grasmaaier gebruikt wordt door kinderen of personen die niet vertrouwd zijn met deze voorschriften. De bediening van de machine kan gebonden zijn aan een plaatselijke wettelijk bepaalde leeftijdsgrens. 1. Draag altijd geschikt schoeisel en een lange broek tijdens het maaien.
5. • Maai nooit klimmend op hellingen van meer dan 10° • Maai nooit dalend op hellingen van meer dan 15° Denk eraan dat er niet zoiets bestaat als een “veilige” helling. U moet bijzonder goed opletten als u op met gras begroeide hellingen rijdt. Om te voorkomen dat u omkiept: • • 11. Verander de regulateurinstelling niet en laat de motor niet te snel draaien. Door de machine met te hoge snelheid te laten werken neemt het risico op lichamelijk letsel toe. 12.
4. Houd de machine, demper, accu-behuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te voorkomen. 5. Controleer regelmatig de grasopvangbak op slijtage of beschadigingen. 6. Vervang, veiligheidshalve, beschadigde of versleten onderdelen. 7. Het legen van de brandstoftank, indien nodig, moet gebeuren in de open lucht. 8.
Overzicht van gebruikte symbolen Bijtende vloeiGiftige dampen stoffen, chemische of gassen, verbrandwonden aan stikking vingers of hand Elektrische schokken, elektrokutie Bekneld raken gehele lichaam van bovenaf Zijwaardse Zijwaardse beknelling vingers beknelling van of hand been Zijwaardse beknelling bovenlichaam Bekneld raken gehele lichaam Bekneld raken Afsnijden vingers Afsnijden van voet hoofd, bovenof hand lichaam en armen Afsnijden, Afsnijden voet, Afsnijden vingers gegrepen worden ronddraaie
Oogbescherming Veiligheidshelm Gehoorbescher- Gevaar, giftige verplicht verplicht ming verplicht stoffen Eerste hulp Spoelen met water Motor Overbrenging Vuur, open licht Hydraulisch systeem en roken verboden Remsysteem Koelvloeistof (water) Luchtinlaat Uitlaatgassen Druk Peilindicator Vloeistofpeil Filter Temperatuur Defect Startschakelaar/ Aan/starten mechanisme Inschakelen Uitschakelen Neerlaten hulpstukken Ophalen hulpstukken Afstand Sneeuwruimer, verzamelvijzel Claxon Batterij -
Motorkoelvloeistofdruk Motorkoelvloeistoffilter Motorkoelvloei- Motorinlaat/ stoftemperatuur verbrandingslucht Motorinlaat/ verbrandingsluchtdruk Motorinlaat/ luchtfilter Motor starten Motor stoppen n/min Motorisch defect Motortoerental/ frequentie Injectiepompje Elektrisch voor- Transmissieolie Transmissieolie- Transmissieoliedruk (starthulpmiddel) gloeien (hulptemperatuur middel starten bij lage temperaturen) Choke NH L F RP Defect transmissie Koppeling Neutraalstand Hoog Laag Vooruit Acht
Specificaties Motor: Kubota watergekoelde viertakt dieselmotor met vier cilinders, cilinderinhoud 134 kubieke inch. Nominaal vermogen 40 pk (US) bij 2.300 tpm, compressieverhouding 23:1. Laag stationair toerental: 1.200 tpm, hoog stationair toerental: 2.500 tpm. Inspuitmoment: 17° – 18° BTDC. Olie-inhoud is 7,6 L inclusief filter. voorwaartse of achterwaartse richting ingeschakeld is.
Maai-eenheid met 7 messen: 0,126 inch per mijl/uur (0,252 inch bij 2 mijl/uur—0,945 inch bij 71/2 mijl/uur) Maai-eenheid met 11 messen: 0,080 inch per mijl/uur (0,16 inch bij 2 mijl/uur—0,6 inch bij 71/2 mijl/uur) Vloeistoffen Motorolie: SAE 10W30 SF, CD Dieselbrandstof: Koelsysteem: Nr.
Voor het gebruik DE DAGELIJKSE CONTROLE VAN HET MOTOROLIEPEIL LET OP ➀ Voordat er onderhoudswerkzaamheden aan de machine worden uitgevoerd, dient u de motor te stoppen en de sleutel uit het contact te nemen. 1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak. 2. Haal de motorkapvergrendelingen (Afb. 1) los en open de motorkap. 3. Controleer het oliepeil met behulp van de peilstok (Afb. 2); het oliepeil moet tot aan de FULL/VOLmarkering staan. 4.
Gebruik een 50/50 mengsel van water en ethyleenglycol antivries. GEBRUIK NIET UITSLUITEND WATER OF KOELVLOEISTOF OP ALCOHOL/METHANOLBASIS. ① HET BIJVULLEN VAN DE BRANDSTOFTANK GEVAAR Afbeelding 4 Ben voorzichtig met het bewaren of werken met diesel omdat het brandbaar is. Rook niet tijdens het bijvullen van de brandstoftank. Vul de brandstoftank niet bij als de motor nog heet is, draait, of als de machine in een afgesloten ruimte staat.
kan het nodig zijn de bandenspanning aan te passen. Op een harde grasmat kunt u als bandenspanning aanhouden 124 kPa voor vóór en achter. Als de grasmat zacht is, gebruikt u een lage bandenspanning van 62 kPa vóór en 83 kPa achter. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat de spanning in de twee voorbanden en de twee achterbanden onderling gelijk blijft. Overschrijd de transportsnelheid van 16 km/uur niet (langere tijd) als de bandenspanning 83 kPa of lager is omdat daardoor de banden beschadigd kunnen worden.
Bedieningsorganen Verstelling stoel (Afb. 7)—Met behulp van de verstelhendel kunt de stoel 15 cm (5,9 inch) voorwaarts of achterwaarts verstellen in stappen van 15 mm. Armsteun (Afb. 8)—De armsteun kan op en neer bewogen worden. Stelknop rugleuning (Afb. 8)—Met de stelknop van de rugleuning kan de rugleuning in een hoek van 5–20 graden versteld worden. Veringhendel (Afb. 8)—Met de veringhendel kan de stoel worden aangepast aan het gewicht van de bestuurder.
de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 95°C (203°F) licht een waarschuwingslampje op en hoort u een geluidssignaal. De motor wordt automatisch uitgeschakeld als de temperatuur hoger wordt dan 110°C (230°F). De schakelaar wordt automatisch ge-reset als het systeem en de motor afgekoeld zijn. “No Charge”-waarschuwing (Afb. 9)—Als de accu's niet opgeladen worden wordt dit aangegeven door een waarschuwingslampje en een geluidssignaal. Waarschuwing hydraulische olietemperatuur (Afb.
het pedaal intrappen, of tegelijkertijd uw hak op de REVERSE (ACHTERUIT)-kant zetten en uw tenen op de FORWARD (VOORUIT)-kant van het pedaal. ① Snelheidsbegrenzer (Afb. 10) Beperkt de bewegingen van het tractiepedaal. De hendel van de begrenzer is een hulpmiddel bij de bepaling van de maairesultaten en voorkomt plotselinge snelheidsschommelingen in ongelijk terrein. BELANGRIJK: De moer van de nokhefboom kan worden vastgedraaid als de begrenzerstop het tractiepedaal niet in de gewenste positie houdt.
behulp van bewegende cirkels aangegeven dat de tijdklok in werking is. Gashendelbediening (Afb. 12)—Zet de gashendel naar voren om de motorsnelheid op te voeren en naar achteren om snelheid te minderen. Voorgloei-indicator van de motor (Afb. 12)—Licht fel op als de gloeipluggen voldoende voorverwarmd zijn. Voorgloeischakelaar van de motor (Afb. 12)—Bij koude starts moet de schakelaar ingehouden worden totdat de indicator fel oplicht. Schakelaar 4-wielaandrijving Afb.
Gebruiksaanwijzing STARTEN EN STOPPEN 1. Ga op de stoel zitten en houd uw voet van het tractiepedaal. Controleer of de parkeerrem ingeschakeld is (Afb. 12). Het tractiepedaal en de hendel voor het maaien/wetten moeten in de neutraalstand staan. 2. Zet de ontstekingsschakelaar op ON (AAN). Als het voorgloei-indicatielampje wordt gedoofd, draait u de contactsleutel om de motor te starten. 3. Om te stoppen zet u alle bedieningsorganen in de neutraalstand en activeert u de parkeerrem.
start, herhaalt u stap 3. HET CONTROLEREN VAN DE WAARSCHUWINGSLAMPJES Controleer iedere dag voordat u begint te maaien of alle waarschuwingslampjes werken. Note: The alarm will continue to sound until the problem is corrected or until the alarm silence button is pressed. If a second problem is encountered, the alarm will not sound but the indicator light will illuminate. Afbeelding 15 1.
4. Schakel de parkeerrem in, start de motor en laat de maaieenheden zakken. Zet de hendel voor het maaien/wetten op MOW (MAAIEN). Verlaat de stoel; de motor moet nu binnen een paar seconden stoppen, waardoor u weet dat het veiligheidsblokkeringssysteem werkt. Verlaat ook de stoel terwijl de hendel op BACKLAP (WETTEN) staat. De motor moet stoppen, waardoor u weet dat het veiligheidsblokkeringssysteem werkt. Indien de motor niet stopt is er een defect dat onmiddellijk gerepareerd moet worden. N.B.
5. Voordat de motor gestart wordt, moet de bypass-klep dichtgezet worden. Start de motor niet terwijl de klep open staat. BELANGRIJK: Als de machine loopt terwijl de bypassklep open staat zal het hydraulisch systeem oververhit raken.. LET OP Het apparaat kan rollen als de motors van de voorwielen uitgeschakeld zijn. Het apparaat moet op een horizontaal oppervlak staan, of de wielen moeten geblokkeerd zijn. Als de motors van de voorwielen uitgeschakeld zijn, kan er niet geremd worden. Afbeelding 19 1.
Grasdeflectors van de maai-eenheden—Stel de grasdeflectors horizontaal af (Afb. 19) zodat het afgesneden gras naar achter uitgeworpen wordt; weg van de maaieenheden. Dit voorkomt dat plukken gras—vooral als dit nat is—van de machine of de maai-eenheden afvallen waardoor het gazon er slordig uitziet. N.B.: Normaliter kunt u de deflectors bij droog gras licht naar beneden zetten en bij nat gras licht omhoog zetten. Bekijk de snelheidsmeter en stem de snelheidsbegrenzer (Afb.
Aanbevolen Toerentalinstelling Messenkooien (mm) 25 31 38 50 63 10 Snelheid km/uur Snelheid km/uur Snelheid km/uur M a a i h o o g t t e Messenkooi met 11 messen Messenkooi met 7 messen Messenkooi met 5 messen 5 6 8 11 1 3 5 1 3 5 2 3 3 19 1 2 25 1 31 5 6 8 10 11 13 2 5 16 1 3 5 1 3 5 1 2 3 1 2 10 13 16 19 5 6 8 10 11 1 3 5 1 3 4 1 2 4 1 2 Stem de maaihoogte en de voortbewegingssnelheid af aan de hand van het gewenste toerentalinstelling van
Onderhoud MINIMAAL AANBEVOLEN ONDERHOUDSPLANNING Onderhoudsprocedure Smeren smeernippel regelklep messenkooiregeling Smeren klep snelheidsregeling messenkooi met olie Smeren alle smeernippels Controleren conditie en verbindingen accu Onderhoudstermijn Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elke 400 uur Elke 800 uur ‡ Verversen motorolie en vervangen filter Aftappen water van de hydraulische tank ✝ Controleren snaren motorventilator en wisselstroomgenerator Inspecteren slangen koelsysteem Inspecteren
Dagelijkse controle: Controleren functioneren interlock-schakelaar Controleren functioneren parkeerrem Controleren motoroliepeil Controleren brandstofpeil Controleren koelvloeistofpeil Aftappen waterafscheider Controleren luchtrestrictie-indicator Controleren radiator, oliekoeler en scherm op vuil Reinigen vergrendeling tractiepedaal Controleren abnormale motorgeluiden Controleren abnormale geluiden tijdens gebruik Controleren vloeistofpeil hydraulisch systeem Controleren op beschadigingen hydraulische slan
SMERING Punten die gesmeerd moeten worden, zijn aangegeven in afbeeldingen 23–26. Gebruik smeervet Nr.2 op lithiumbasis. Smeer ook de smeernippel op de klep van de messenkooibesturing (niet afgebeeld), onder de rechter console. N.B.: Verwijder de kunststof beschermkapjes die over de smeernippels zitten van de scharnierpunten van de vrij bewegende of vaste koppen en vervang deze na het smeren (Afb. 25).
LUCHTFILTER 1. Controleer de luchtfilterbehuizing op beschadigingen en vervang deze indien nodig. 2. Voer onderhoudswerkzaamheden aan luchtfilters uit wanneer het indicatielampje van het luchtfilter oplicht en het waarschuwingssignaal klinkt, of elke 400 uur (of vaker onder uiterst smerige of stoffige omstandigheden). 3. ① ➁ Zorg ervoor dat het deksel de luchtfilterbehuizing rondom goed afsluit. Afbeelding 26 Voor onderhoudswerkzaamheden: 1. Verwijder het achterscherm (Afb. 26). 2.
2. Controleer de brandstofleidingen en verbindingen elke 400 uur of jaarlijks, afhankelijk van hetgeen zich het eerst voordoet. 3. Tap water of ander vuil in het brandstoffilter dagelijks af. a. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. b. Draai de aftap-duimschroef aan de zijkant van het brandstoffilter los en druk op het injectiepompje totdat een onafgebroken straal brandstof in de opvangbak loopt. c. 4. Draai de aftapschroef dicht. Afbeelding 29 1.
HET AFTAPPEN VAN WATER UIT HET HYDRAULISCH RESERVOIR Om de 100 bedrijfsuren dient u het water van het hydraulisch reservoir af te tappen. Open de aftapplug een halve toer en laat de vloeistof in een opvangbak lopen totdat er geen water meer zichtbaar is in de hydraulische olie. HET BIJVULLEN VAN HYDRAULISCHE OLIE Wanneer de machine in horizontale positie staat, zou het peil van het hydraulisch reservoir circa 50-100mm onder de pijlmarkeringen op het peilglas moeten staan wanneer de olie koud is.
1. 2. Verwijder de aftapplug (Afb. 34) van het reservoir en laat de hydraulische olie in een opvangbak lopen. Draai de plug weer vast wanneer er geen hydraulische olie meer uit komt. ① Vul het reservoir met circa 35 liter hydraulische olie. BELANGRIJK: Gebruik uitsluitend de vermelde hydraulische oliesoorten. Andere vloeistoffen kunnen schadelijk zijn voor het systeem. 3. 4. Sluit het reservoirdeksel, laat de stoel zakken en zet hem vast met de borgpen.
6. Kijk naar het peilglas (Afb. 32). Het hydraulisch oliepeil dient gelijk te staan aan de pijlmarkeringen wanneer de olie warm is. Indien het peil te laag staat, vult u olie bij in het reservoir. NB: Onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk dat er olie via een bypass-klep in de bevestigingsplaat van het filter het filter omzeild. Voordat het filter wordt omzeild, zal een lampje op de stuurconsole oplichten. Het waarschuwingslampje kan even oplichten wanneer de olie koud is.
HET CONTROLEREN VAN DE PLANEETWIELAANDRIJVING Controleer aanvankelijk het oliepeil na de eerste 50 bedrijfsuren en daarna om de 800 uur. De oliecapaciteit is 885 ml hoogwaardig 80-90W tandwielsmeer. Het oliepeil dient tot aan de onderzijde van de stop van de controle/aftapplug staan (Afb. 38) wanneer het gat in de 3- of 9-uurspositie staat. Bij het uitvoeren van deze controle dient de tractie-eenheid op een horizontale ondergrond te staan.