Operator's Manual

Figuur62
1.Aftapplugcarterolie
2.Alsergeenoliemeernaarbuitenstroomt,plaatstu
deaftapplugterug.
3.Verwijderhetolielter(Figuur63).
Figuur63
1.Olielter
4.Smeereendunlaagjeschoneolieopdepakkingvan
hetnieuwelter.
5.Plaatshetnieuwelterophetltertussenstuk.Draai
hetolielterrechtsomtotdatderubberenpakking
contactmaaktmethetltertussenstuk.Draaihet
ltervervolgensnogeens1/2slag.
Belangrijk:Draaihetlterniettevast.
6.Vulhetcarterbijmetolie;zieMotoroliepeil
controlerenin
Gebruiksaanwijzing(bladz.28).
Degashendelafstellen
1.Zetdegashendelnaarvorenzodatdezeongeveer
3,2mmvandevoorkantvandesleufinde
bedieningsarmzit.
2.Maakdeklemvandegaskabelopdegaskabellos.
Dezezitnaastdehefboomarmvandeinjectiepomp
(
Figuur64).
Figuur64
1.Draaipuntvangaskabel
3.Regelschroefvoor
stationairtoerental
2.Hefboomarmvan
injectiepomp
4.Klemvangaskabel
3.Houdhefboomarmvandeinjectiepomptegende
regelschroefvoorhetstationairtoerental(
Figuur64).
4.Trekdegaskabelstrakenzetdeklemvandegaskabel
vast.
Opmerking:Alsdekabelklemisvastgezet,moet
hetdraaipuntvandekabelonbelemmerdkunnen
ronddraaienopdehefboomarmvandeinjectiepomp.
5.Alsdegashendeltijdenshetgebruiknietinpositie
blijft,moetudeborgmoerwaarmeedefrictieregelaar
opdegashendelwordtvastgezetverderaandraaien.
47