Form No. 3424-330 Rev A Reelmaster® 5010-H tractie-eenheid Modelnr.: 03674—Serienr.: 403300001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.
Na gebruik ........................................................... 35 Veiligheid na het werk ....................................... 35 De machine duwen of slepen ............................ 36 De bevestigingspunten zoeken......................... 36 Opkrikpunten .................................................... 36 De machine transporteren ................................ 37 Functies van de hydraulische solenoïdeklep................................................ 37 Onderhoud ......................
Veiligheid • Gebruik de machine niet als er schermen of Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395:2013. • Laat geen kinderen, omstanders of huisdieren Algemene veiligheid • Zet altijd de motor af, verwijder het sleuteltje andere beveiligingsmiddelen ontbreken of als deze niet naar behoren werken. het werkgebied betreden. Laat kinderen nooit de machine bedienen.
decal110-0986 decal106-6755 110-0986 106-6755 1. Trap het rempedaal en de parkeerrem in om de parkeerrem in werking te stellen. 1. Motorkoelvloeistof onder druk. 2. Trap het rempedaal in om te remmen. 2. Risico van explosie – Lees 4. Waarschuwing – Lees de de Gebruikershandleiding. Gebruikershandleiding. 3. Trap het tractiepedaal in om vooruit te rijden. 3. Waarschuwing – Raak het hete oppervlak niet aan. 4. Messenkooien ingeschakeld 5. Transport-modus decal93-6689 93-6689 1.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9.
decal127-2470 127-2470 decal133-8062 133-8062 r:\decal117-0169 117-0169 1. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Aansluitpunt: 10 A 3. Koplampen: 10 A 4. Stroom: 10 A 5. Motor starten: 15 A 6. Optionele luchtgeveerde stoel: 10 A 7. Beheer motorcomputer C: 10 A 8. Beheer motorcomputer B: 10 A 9. Beheer motorcomputer A: 10 A decal133-2930 133-2930 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding; gebruik deze machine uitsluitend als u hierin getraind bent. 4.
decal133-2931 133-2931 (Aanbrengen op onderdeelnr. 133-2930) Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 2 3 Geen onderdelen vereist – De banden op de juiste spanning brengen. Geen onderdelen vereist – De bedieningsarm afstellen. Maai-eenheden 5 De maai-eenheden monteren. 4 Egalisatieset 1 De egalisatiesets monteren (egalisatiesets worden afzonderlijk verkocht). 5 6 7 Geen onderdelen vereist – De gazoncompensatieveer afstellen.
voor- en achterbanden moeten een spanning hebben van 0,83-1,03 bar. 3 Belangrijk: Zorg ervoor dat alle banden steeds de juiste bandenspanning hebben voor een gelijkmatig contact met de grasmat. De maai-eenheden monteren 2 Benodigde onderdelen voor deze stap: De bedieningsarm afstellen 5 Procedure Geen onderdelen vereist VOORZICHTIG Procedure Als u de voeding naar de maaidekken niet onderbreekt, bestaat de kans dat iemand de maaidekken per ongeluk start.
C. Monteer de bout van de veerbuis op het tegenoverliggende lipje van het draagframe, en bevestig met de flensmoer. Opmerking: Plaats de kop van de bout aan de buitenkant van de lip, zoals wordt getoond in Figuur 6. g003967 Figuur 6 1. Tegenoverliggende lipje van draagframe D. g027133 Figuur 4 1. Contragewicht 4. 2. Stangbeugel Monteer de stangbeugel op de lipjes van het maaidek; gebruik hierbij de slotbouten en moeren (Figuur 6).
11. Bevestig de ketting van de hefarm aan de kettingbeugel met de borgpen (Figuur 10). Opmerking: Gebruik het aantal kettingschakels volgens de instructies in de Gebruikershandleiding van het maaidek. g003977 g003948 Figuur 8 1. Hefarm Figuur 10 3. Juk van draaipunt van hefarm 1. Ketting van hefarm 2. Kettingbeugel 2. As van draagframe 8. Ga als volgt te werk bij de montage van de achtermaaidekken als de maaihoogte hoger dan 19 mm is. A. 3.
Opmerking: Gebruik een contrasleutel als u de moeren vastdraait om te voorkomen dat de slang gedraaid of geknikt wordt. 3. Plaats de connectorplaat op de montagebouten van het tussenschot met de connectoren geplaatst zoals inFiguur 12. 4. Bevestig de connectorplaat aan 1 van de montagebouten met de flensmoer die u voordien hebt verwijderd. 5. Zoek de kabelboom op de machine en sluit de stekkers aan op de stekkers van de egalisatieset. g027140 Figuur 11 1. Aandrijfmotor van messenkooi 2.
g032153 Figuur 15 Maaideklocatie nr. 3, rechts achteraan g027129 Figuur 13 Maaideklocatie nr.1, midden vooraan (in onderaanzicht) 1. Connectorplaat 1. Extra flensmoer 3. Connectorplaat 2. Tussenschotbeugel 3. Schotbeugel 2. Extra flensmoer g027209 Figuur 16 Maaideklocatie nr. 2, links achteraan g027211 Figuur 14 Maaideklocatie nr. 5, rechts vooraan 1. Tussenschotbeugel 1. Schotbeugel 3. Extra flensmoer 2. Extra flensmoer 2. Connectorplaat 14 3.
5 6 De gazoncompensatieveer afstellen CE-conforme motorkapsluiting monteren Geen onderdelen vereist Benodigde onderdelen voor deze stap: Procedure De gazoncompensatieveer (Figuur 17) zorgt ervoor dat het gewicht van de voorste naar de achterste rol wordt verplaatst. Dit voorkomt dat er een golfpatroon in de grasmat ontstaat, ook wel bekend als 'bobbing'. 1 Motorkapsluiting 1 Ring Procedure 1. 2. Belangrijk: Stel de veer af als het maaidek is Ontgrendel en open de motorkap.
4. Steek het haakeind van de sluiting vanaf de buitenkant van de motorkap door de opening in de motorkap. Zorg dat de rubberen afdichtring aan de buitenkant van de motorkap blijft. 5. Steek de metalen ring vanaf de binnenkant van de motorkap in de sluiting en zet deze vast met de moer. Controleer of de sluiting vastklikt in de haak in het frame als u de motorkap sluit. Gebruik het bijgeleverde sleuteltje van de motorkapsluiting om de kap te openen en te sluiten.
Algemeen overzicht van de machine g003954 Figuur 23 1. Gewichtmeter 3. Instelknop voor hoogte 2. Instelknop voor gewicht 4. Stoelverstelhendel (naar voren en naar achteren) Tractiepedaal Het tractiepedaal (Figuur 24) regelt de beweging vooruit en achteruit. Om vooruit te rijden, moet u de bovenkant van het pedaal intrappen en om achteruit te rijden de onderkant van het pedaal. De rijsnelheid hangt af van hoever het pedaal wordt ingetrapt.
in totdat de vergrendeling van de parkeerrem wordt ingetrokken. g021208 Figuur 25 1. Maai-/hefhendel 4. Activerings/blokkeringsschakelaar 2. Contactschakelaar 3. InfoCenter 5. Toerentalschakelaar 6. Schakelaar van koplampen g003955 Figuur 24 1. Tractiepedaal 4. Rempedaal 2. Maaitoerentalbegrenzer 5. Parkeerrem 3. Afstandsstukken 6. Pedaal voor stuurverstelling Contactschakelaar De contactschakelaar (Figuur 25) heeft 3 standen: en START .
VOORZICHTIG Als u de voeding naar de maaidekken niet onderbreekt, bestaat de kans dat iemand de maaidekken per ongeluk start. Hierdoor kan ernstig letsel aan handen en voeten ontstaan. Koppel altijd de snelkoppelingen voor de voeding van de maaidekken los voordat u werkzaamheden aan de maaidekken gaat uitvoeren. Het InfoCenter lcd-scherm gebruiken g004133 Figuur 26 Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie zoals de bedrijfsmodus en diverse diagnostieken en andere informatie over de machine (Figuur 28).
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) SERVICE DUE Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Geeft aan wanneer gepland onderhoud moet worden uitgevoerd Contactschakelaar Urenteller Accu Motor/generator (laadt niet op) Informatiepictogram Motor/generator (laadt op) Snel E-Reel Langzaam Front Backlap Rear Backlap Brandstofpeil De maaidekken worden neergelaten. De gloeibougies werken. De maaidekken worden opgetild. Breng de maaidekken omhoog.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Hours Het totale aantal bedrijfsuren van de machine, motor en aftakas, alsook het aantal uren dat de machine getransporteerd is geweest en de tijd tot het volgende onderhoudsinterval. Counts Een overzicht van talrijke tellingen die de machine heeft uitgevoerd. Motorkoelvloeistof is te heet.
Aantal messen Beveiligde menu's Bepaalt het aantal messen van de messenkooi voor het messenkooitoerental. In het instellingenmenu van het InfoCenter kunt u 2 bijkomende schermen en 7 configuratie-instellingen voor de bediening veranderen: Auto Stationair, Aantal Messen, Maaisnelheid, Maaihoogte, V Messenkooi tpm, A Messenkooi tpm en Energiezuinige Modus. U kunt deze instellingen vergrendelen door middel van de Beveiligde menu's. Maaisnelheid Regelt de rijsnelheid om het messenkooitoerental te bepalen.
de instelling echter handmatig aanpassen aan verschillende maaiomstandigheden. het wachtwoord in, en draai het contactsleuteltje UIT en daarna weer AAN. 1. Om het toerental van de messenkooien te wijzigen, scrollt u naar beneden tot u V messenkooi tpm, A messenkooi tpm of beide ziet. 2. Druk op de rechterknop om het toerental te veranderen.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Transportbreedte 228 cm Maaibreedte 254 cm Lengte 282 cm Hoogte met rolbeugel 160 cm Gewicht 1259 kg (2,776 lb) Motor Kubota 26,1 kW (24.
Gebruiksaanwijzing • Geen brandstof bijvullen of aftappen in een Opmerking: Bepaal vanuit de normale • Bewaar de machine en het brandstofvat niet afgesloten ruimte. op plaatsen waar open vlammen, vonken of waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn. bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
motor kan defect raken als er te veel of te weinig olie in het carter is. 6. Plaats de vuldop en sluit de motorkap. Brandstoftank vullen Inhoud brandstoftank 53 liter Brandstof Gebruik uitsluitend schone, verse dieselbrandstof of biodiesel met een laag (<500 ppm) of ultralaag (<15 ppm) zwavelgehalte. Het cetaangetal moet minimaal 40 zijn. Koop brandstof in hoeveelheden die binnen 180 dagen kunnen worden gebruikt zodat u altijd verse brandstof heeft. g027076 Figuur 29 1. Peilstok 4.
• De kans bestaat dat een brandstoffilter na verloop VOORZICHTIG van tijd verstopt raakt, nadat u bent overgestapt op een biodieselmengsel. Als de motor heeft gelopen, kan de hete koelvloeistof, die onder druk staat, ontsnappen indien de radiateurdop wordt verwijderd. Dit kan brandwonden veroorzaken. • Neem contact op met uw leverancier als u informatie over biodiesel wenst. Brandstof tanken 1. • Verwijder de radiateurdop nooit als de motor loopt.
Belangrijk: Veel hydraulische vloeistoffen zijn bijna kleurloos, zodat het moeilijk is lekkages op te sporen. Er is een rode kleurstof voor de vloeistof in het hydraulisch systeem verkrijgbaar in flesjes van 20 ml. Eén flesje is voldoende voor 15 tot 22 l hydraulische olie. Bestel onderdeelnummer 44-2500 bij uw Toro-dealer. en vervolgens dagelijks.
het ondermes zijn (zie Contact tussen snijplaat en messenkooi afstellen in de gebruikershandleiding ). GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal.
• Schakel de maai-eenheden uit wanneer u niet Hierbij komt er lucht bij de ontluchtschroef naar buiten. Laat het sleuteltje op AAN staan totdat er een volle straal brandstof bij de schroef naar buiten komt. 5. maait. • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt met de machine. Verleen altijd voorrang. Zet de ontluchtschroef weer vast en draai het sleuteltje op UIT.
2. en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert. • Neem de onderstaande instructies door voor Een automatische tijdschakelaar zorgt ervoor dat de motor 6 seconden wordt voorverwarmd. gebruik van de machine op hellingen. Beoordeel de omstandigheden van het terrein alvorens de machine te gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag op dit terrein kunt gebruiken. Veranderingen in het terrein kunnen tot gevolg hebben dat de machine anders reageert op hellingen. 3.
Toerental van de messenkooien instellen Om ervoor te zorgen dat de maaikwaliteit constant en van hoog niveau blijft en het gazon na het maaien een gelijkmatig uiterlijk krijgt, is het belangrijk dat de toerentalregeling van de messenkooien juist is afgesteld. U stelt het toerental van de messenkooien als volgt in: 1. In het InfoCenter (menu instellingen) kiest u het aantal messen, de maaisnelheid en de maaihoogte zodat het juiste messenkooitoerental wordt berekend. 2.
g031996 Figuur 36 Tabel met toerentallen voor messenkooien van 17,8 cm Tegendruk van de hefarm afstellen U kunt de tegendruk op de hefarmen van het achtermaaidek afstellen om de machine aan te passen voor verschillende gazonomstandigheden en ervoor te zorgen dat de maaihoogte constant blijft in zware omstandigheden of op terrein waar een viltlaag is ontstaan. U kunt elke tegendrukveer instellen op 4 verschillende standen.
De interlockschakelaars controleren De interlockschakelaars zijn bedoeld om aanslaan of starten van de motor alleen mogelijk te maken als het tractiepedaal in de NEUTRAALSTAND is, de activerings-/blokkeringsschakelaar op BLOKKEREN is gezet en de maai-/hefhendel in de NEUTRAALSTAND staat. Daarnaast moet de motor afslaan als u het tractiepedaal intrapt terwijl u niet op de stoel zit of als de parkeerrem in werking is gesteld.
en gebruik de maai-/hefhendel om de maaidekken omhoog en omlaag te brengen (de voormaaidekken zijn zo ingesteld dat zij eerder naar beneden komen dan de achtermaaidekken). Om vooruit te rijden en het gras te maaien, moet u de tractiepedaal naar voren intrappen. storing in het elektrische of het hydraulische systeem van de machine gaat. Controle van de outputfunctie 1.
De machine duwen of slepen In noodgevallen kan u de machine bewegen door de omloopklep in de regelbare hydraulische pomp in werking te stellen en de machine te duwen of te slepen. Belangrijk: U mag de machine niet sneller dan 3–4,8 km per uur duwen of slepen omdat anders de transmissie kan worden beschadigd. De omloopklep moet open zijn als u de machine duwt of sleept. 1. Draai de bout van de omloopklep 1½ slag om deze te openen en de olie inwendig om te laten leiden (Figuur 40).
g031850 Figuur 43 1. Krikpunt aan de voorzijde • Achter – rechthoekige asbuis op de achteras. De machine transporteren • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen. • Maak de machine stevig vast. Functies van de hydraulische solenoïdeklep Raadpleeg onderstaande lijst voor een beschrijving van de verschillende functies van de solenoïdes in het verdeelstuk van het hydraulische systeem.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker– en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Onderhoudsprocedure • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 94 tot 122 N·m. Na de eerste 8 bedrijfsuren • De conditie en de spanning van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren. Na de eerste 10 bedrijfsuren • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 94 tot 122 N·m.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Peil van de motorolie en brandstof controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Onderhoudsindicator van het luchtfilter controleren. Radiateur, oliekoeler en scherm controleren op vuil.
Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Maaihoogteinstelling controleren. Vet in alle smeernippels spuiten.2 Beschadigde lak bijwerken. 1. Controleer de gloeibougie en de spuitstukken van de injector als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2.
Smering • Plaats de machine of onderdelen ervan op assteunen indien dit nodig is. • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met Lagers en lagerbussen smeren opgeslagen energie. • Zorg ervoor dat alle onderdelen van de machine in goede staat verkeren en al het bevestigingsmateriaal stevig vastzit. Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren (en onmiddellijk na elke wasbeurt). • Vervang versleten of beschadigde stickers. Smeer alle nippels van de lagers en lagerbussen met nr. 2 smeervet op lithiumbasis.
g004169 Figuur 49 g003960 • Kogelverbindingen van stuurcilinder (2) (Figuur 50) Figuur 46 • Draaias van hefarm (1) (Figuur 47) g004157 Figuur 47 g003966 Figuur 50 • Trekstang van achteras (2) (Figuur 48) • Rempedaal (1) (Figuur 51) g011615 Figuur 51 g003987 Figuur 48 • Draaipunt van asbesturing (1) (Figuur 49) 42
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden. Onderhoud van het luchtfilter g027079 Figuur 52 1. Luchtfilterdeksel Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren—Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt (voer dit eerder dan gepland uit indien de onderhoudsindicator rood is).
6. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter (dit moet goed aansluiten) en de filterbehuizing. Belangrijk: Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. 7. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus. Belangrijk: Druk niet op het flexibele midden van het filter. 8. Reinig de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel.
Onderhoud brandstofsysteem Om de 400 bedrijfsuren 1. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 2. Draai de aftapplug onder de filterbus los. GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn brandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is en uit staat. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal.
Brandstofinjectors ontluchten Onderhoud elektrisch systeem Opmerking: Voer deze procedure uitsluitend uit als het brandstofsysteem is ontlucht met behulp van de normale ontluchtingsprocedures en de motor niet start; zie Het brandstofsysteem ontluchten (bladz. 29).
WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen. Zorg ervoor dat de accuklemmen en de gehele accubehuizing schoon zijn omdat een vuile accu langzaam stroom afgeeft. Om de accu te reinigen, moet u de hele accubak wassen met een oplossing van natriumbicarbonaat en water. Omspoelen met schoon water.
Onderhoud aandrijfsysteem De tractie-aandrijving afstellen voor de neutraalstand De machine mag niet kruipen als u het tractiepedaal loslaat. Als de machine kruipt, moet u de tractieaandrijving als volgt afstellen: 1. Parkeer de machine op een horizontaal vlak, laat de maaidekken neer op de grond, zet de motor af en verwijder het sleuteltje. 2. Krik de voorkant van de machine op tot de voorwielen vrijkomen van de vloer.
WAARSCHUWING De motor moet lopen terwijl u de laatste afstelling van de afstelnok van de tractie uitvoert. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. 5. 6. 7. 4. Meet de afstand bij de voorkant en achterkant van de achterwielen ter hoogte van de as. 5. Start de motor en draai de zeskantige moer van de afstelnok in beide richtingen totdat de wielen ophouden met draaien. Draai de borgmoer vast om de afstelling te borgen. Zet de motor af, haal de assteunen weg en laat de machine neer op de grond.
Onderhoud koelsysteem Veiligheid van het koelsysteem • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging veroorzaken; buiten het bereik van kinderen en huisdieren houden. • Als u hete, onder druk staande koelvloeistof over u heen krijgt of in aanraking komt met een hete radiateur of omliggende delen, kunt u ernstige brandwonden oplopen. – Laat de motor altijd minstens 15 minuten afkoelen voordat u de radiateurdop losdraait.
Onderhouden remmen Parkeerremmen afstellen Stel de remmen af als de rempedaal meer dan 25 mm speling heeft (Figuur 68), of als er meer remkracht nodig is. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. g004137 Figuur 67 1. Radiateur g026816 7. Kantel de oliekoeler weer in de juiste stand en zet de vergrendelingen vast. 8. Sluit het scherm en maak de sluiting vast. Figuur 68 1.
Onderhoud riemen Opmerking: Zorg ervoor dat de kabelgeleiding niet draait terwijl u de moeren vastdraait. Riem van wisselstroomdynamo spannen Vergrendeling van parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Als de parkeerrem niet werkt of vergrendelt, moet de pal van de parkeerrem worden afgesteld. 1. Om de 100 bedrijfsuren Draai de 2 schroeven los waarmee de pal van de parkeerrem is bevestigd aan het frame (Figuur 70). 1. Open de motorkap. 2.
Onderhoud hydraulisch systeem Veiligheid van het hydraulische systeem • Waarschuw onmiddellijk een arts als er hydraulische vloeistof is geïnjecteerd in de huid. Geïnjecteerde vloeistof moet binnen enkele uren operatief worden verwijderd door een arts. • Controleer of alle hydraulische slangen en g027137 Figuur 72 leidingen in goede staat verkeren en alle hydraulische aansluitingen en fittings stevig vastzitten voordat u druk zet op het hydraulische systeem. 1.
Hydraulisch filter vervangen Hydraulische slangen en leidingen controleren Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Belangrijk: Als andere filters worden gebruikt, De hydraulische leidingen en slangen controleren op lekkages, kinken, loszittende steunen, slijtage, loszittende aansluitingen, slijtage door weersinvloeden en de inwerking van chemicaliën. Voer alle noodzakelijke reparaties uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.
Onderhoud van maaidek Veiligheid van de messen • Versleten of beschadigde messen of ondermessen kunnen breken en een stuk ervan kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en zo ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. • Controleer op gezette tijden de maai-eenheden op overmatige slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de maaidekken controleert.
4. is voor het wetten bij alle maaidekken; zie de Gebruikershandleiding van het maaidek. Stalling Start de motor en laat deze op een laag stationair toerental lopen. De tractie-eenheid gebruiksklaar maken GEVAAR 1. Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. 2. Controleer de bandenspanning. Breng alle banden op een spanning van 0,83 tot 1,03 bar. • Verander nooit het motortoerental tijdens het wetten. 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig.
is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur. 8. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem goed vast. 9. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig wordt gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. 10. Plak de luchtfilterinlaat en de uitlaat af met weerbestendige tape. 11. Controleer de antivriesbescherming en vul zoveel bij als nodig is met het oog op de plaatselijk te verwachten minimumtemperatuur.
Privacyverklaring voor Europa De informatie die Toro verzamelt Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een terugroepactie vragen wij om bepaalde persoonlijke informatie, hetzij direct of via uw lokale Toro dealer. Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
Californië Proposition 65 Waarschuwingsinformatie Wat betekent deze waarschuwing? Sommige producten die op de markt zijn bevatten een etiket met een waarschuwing als: WAARSCHUWING: Kanker en schade aan de voortplantingsorganen – www.p65Warnings.ca.gov. Wat is Prop 65? Prop 65 geldt voor elk bedrijf dat actief is in Californië, producten verkoopt in Californië, of producten maakt die kunnen worden verkocht of geïmporteerd in Californië.
Toro Garantie Beperkte garantie van twee jaar Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.