Form No. 3426-968 Rev D Reelmaster® 5010-H tractie-eenheid Modelnr.: 03674—Serienr.: 403430001 en hoger Registreer uw product op www.Toro.com.
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken en onderhouden en om schade aan de machine en letsel te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen. Zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring.
Opkrikpunten .................................................... 34 De machine transporteren ................................ 35 Onderhoud .............................................................. 36 Veiligheid bij onderhoud.................................... 36 Aanbevolen onderhoudsschema ......................... 36 Controlelijst voor dagelijks onderhoud .............. 38 Smering ............................................................... 39 Lagers en lagerbussen smeren.........................
Veiligheid Stalling .................................................................... 58 Veiligheid tijdens opslag ................................... 58 De tractie-eenheid gebruiksklaar maken........... 58 De motor gebruiksklaar maken ......................... 58 Deze machine is ontworpen in overeenstemming met de EN-norm ISO 5395 (als u de instellingsprocedures voltooit) en B71.4-2017 van het ANSI (American National Standards Institute).
decal93-6696 93–6696 1. Opgeslagen energie – Lees de Gebruikershandleiding. decal110-0986 110-0986 1. Trap het rempedaal en de parkeerrem in om de parkeerrem in werking te stellen. 2. Trap het rempedaal in om te remmen. decal93-7272 3. Trap het tractiepedaal in om vooruit te rijden. 93-7272 4. Messenkooien ingeschakeld 1. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd; ventilator – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 5. Transport-modus decal106-6754 106-6754 decal110-8921 110-8921 1.
decalbatterysymbols Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu. 1. Risico van explosie 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. decal120-4158 120-4158 6. Houd omstanders uit de buurt van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken. 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9.
decal125-8818 125-8818 1. Geen vonken of vuur en niet roken. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 2. Draag oogbescherming. 6. Risico van explosie 3. Houd omstanders op een afstand. 7. Bevat lood; niet weggooien. 4. Gevaar, bijtende vloeistof 8. Lees de Gebruikershandleiding; let op. decal133-8062 133-8062 decal127-2470 127-2470 decal133-2930 133-2930 1. Waarschuwing – Bedien deze machine uitsluitend als u daarin 4. Kantelgevaar – Rijd traag in bochten; neem geen scherpe bent getraind.
decal133-2931 133-2931 Opmerking: Deze machine voldoet aan de tests die de statische breedte- en lengtestabiliteit meten en die standaard zijn in de sector. De maximale aanbevolen hellingshoek wordt vermeld op de sticker. Raadpleeg de instructies voor gebruik van de machine op hellingen in de Gebruikershandleiding en de omstandigheden waarin u de machine zou gebruiken om na te gaan of u de machine op een bepaalde dag en op het terrein in kwestie kunt gebruiken.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure Hoeveelheid Omschrijving Gebruik 1 2 3 Geen onderdelen vereist – De banden op de juiste spanning brengen. Geen onderdelen vereist – De bedieningsarm afstellen. Maai-eenheden 5 De maai-eenheden monteren. 4 Egalisatieset (afzonderlijk verkrijgbaar) 1 De egalisatiesets monteren (egalisatiesets worden afzonderlijk verkocht).
1 De banden op de juiste spanning brengen Geen onderdelen vereist Procedure De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. De voor- en achterbanden moeten een spanning hebben van 0,83-1,03 bar. g004152 Figuur 3 Belangrijk: Zorg ervoor dat alle banden steeds de juiste bandenspanning hebben voor een gelijkmatig contact met de grasmat. 1. Bedieningsarm 3. Bouten (2) 2. Bevestigingsbeugels 2 2.
2. 3. Haal de maai-eenheden uit de dozen. U moet de maai-eenheden monteren en afstellen volgens de instructies in de Gebruikershandleiding. Zorg ervoor dat het contragewicht (Figuur 4) wordt gemonteerd aan het juiste uiteinde van het maaidek volgens de instructies in de Montage-instructies van de contragewichtset. B. Verwijder de flensmoer waarmee de bout van de veerbuis bevestigd is aan het lipje van het draagframe (Figuur 5). Verwijder het geheel. C.
Opmerking: Gebruik de sleuf als een sturend naar boven in het juk van het draaipunt van de hefarm brengt (Figuur 8). maaidek is gewenst of de opening als het maaidek moet worden vastgezet in zijn stand. 11. Bevestig de ketting van de hefarm aan de kettingbeugel met de borgpen (Figuur 10). Opmerking: Gebruik het aantal kettingschakels volgens de instructies in de Gebruikershandleiding van het maaidek. g003977 Figuur 8 1. Hefarm g003948 Figuur 10 3. Juk van draaipunt van hefarm 1.
g316995 Figuur 12 1. Middelste maai-eenheid vooraan 2. Linker maai-eenheid achteraan 3. Rechter maai-eenheid achteraan 1. Verwijder aan de linkervoorhoek van het frame (maaideklocatie nr. 4) de extra flensmoer op de bout waarmee de tussenschotbeugel aan de machine is bevestigd (Figuur 13). 2. Draai de moeren op de slangfitting van de egalisatieset los, plaats de slang in de opening op de tussenschotbeugel en draai de moeren vast. g027140 Figuur 11 1.
g316962 Figuur 13 Linker maai-eenheid vooraan (nr. 4) 1. Extra flensmoer g316976 Figuur 15 Middelste maai-eenheid vooraan (nr. 1) (onderkant van de machine afgebeeld) 3. Tussenschotbeugel 2. Connectorplaat 6. 1. Connectorplaat Herhaal de procedure voor de resterende 4 tussenschotlocaties zoals getoond in Figuur 14 tot Figuur 17. 3. Schotbeugel 2.
g003863 Figuur 18 g316998 3. Veerstang 4. Zeskantige moeren 2. Figuur 17 Rechter maai-eenheid achteraan (nr. 3) 1. Extra flensmoer 1. Gazoncompensatieveer 2. R-pen Draai de zeskantige moeren op het voorste uiteinde van de veerstang vast totdat de lengte van de samengedrukte veer 12,7 cm bedraagt op de maaidekken van 12,7 cm of 15,9 cm op de maaidekken van 17,8 cm (Figuur 18). 3. Connectorplaat 2. Schotbeugel Opmerking: Als u werkt op oneffen terrein, moet de veer 12,7 mm korter zijn.
Steek het haakeind van de sluiting vanaf de buitenkant van de motorkap door de opening in de motorkap. Zorg dat de rubberen afdichtring aan de buitenkant van de motorkap blijft. 5. Steek de metalen ring vanaf de binnenkant van de motorkap in de sluiting en zet deze vast met de moer. Controleer of de sluiting vastklikt in de haak in het frame als u de motorkap sluit. Gebruik het bijgeleverde sleuteltje van de motorkapsluiting om de kap te openen en te sluiten.
8 De CE-stickers aanbrengen Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Waarschuwingssticker 1 CE-sticker 1 Sticker productiejaar Procedure Op machines die dienen te voldoen aan de EU-voorschriften, moet u de sticker met het productiejaar (onderdeelnr. 133-5615) aanbrengen dicht bij het plaatje met het serienummer, de CE-sticker (onderdeelnr. 93-7252) dicht bij de motorkapvergrendeling en de CE-waarschuwingssticker (onderdeelnr. 133-2931) over de standaard waarschuwingssticker (onderdeelnr. 133-2930).
Algemeen overzicht van de machine g003954 Figuur 24 1. Gewichtmeter 3. Instelknop voor hoogte 2. Instelknop voor gewicht 4. Stoelverstelhendel (naar voren en naar achteren) Tractiepedaal Het tractiepedaal (Figuur 25) regelt de beweging vooruit en achteruit. Om vooruit te rijden, moet u de bovenkant van het pedaal intrappen en om achteruit te rijden de onderkant van het pedaal. De rijsnelheid hangt af van hoever het pedaal wordt ingetrapt.
in totdat de vergrendeling van de parkeerrem wordt ingetrokken. g021208 Figuur 26 1. Maai-/hefhendel 4. Activerings/blokkeringsschakelaar 2. Contactschakelaar 3. InfoCenter 5. Toerentalschakelaar 6. Schakelaar van koplampen g003955 Figuur 25 1. Tractiepedaal 4. Rempedaal 2. Maaitoerentalbegrenzer 5. Parkeerrem 3. Afstandsstukken 6. Pedaal voor stuurverstelling Contactschakelaar De contactschakelaar (Figuur 26) heeft 3 standen: en START .
VOORZICHTIG Als u de voeding naar de maaidekken niet onderbreekt, bestaat de kans dat iemand de maaidekken per ongeluk start. Hierdoor kan ernstig letsel aan handen en voeten ontstaan. Koppel altijd de snelkoppelingen voor de voeding van de maaidekken los voordat u werkzaamheden aan de maaidekken gaat uitvoeren. Het InfoCenter lcd-scherm gebruiken g004133 Figuur 27 Het InfoCenter lcd-scherm toont informatie zoals de bedrijfsmodus en diverse diagnostieken en andere informatie over de machine (Figuur 29).
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) SERVICE DUE Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Geeft aan wanneer gepland onderhoud moet worden uitgevoerd Contactschakelaar Urenteller Accu Motor/generator (laadt niet op) Informatiepictogram Motor/generator (laadt op) Snel E-Reel Langzaam Front Backlap Rear Backlap Brandstofpeil De maaidekken worden neergelaten. De gloeibougies werken. De maaidekken worden opgetild. Breng de maaidekken omhoog.
Verklaring van pictogrammen in het InfoCenter (cont'd.) Hours Het totale aantal bedrijfsuren van de machine, motor en aftakas, alsook het aantal uren dat de machine getransporteerd is geweest en de tijd tot het volgende onderhoudsinterval. Counts Een overzicht van talrijke tellingen die de machine heeft uitgevoerd. Motorkoelvloeistof is te heet.
Aantal messen Beveiligde menu's Bepaalt het aantal messen van de messenkooi voor het messenkooitoerental. In het instellingenmenu van het InfoCenter kunt u 2 bijkomende schermen en 7 configuratie-instellingen voor de bediening veranderen: Auto Stationair, Aantal Messen, Maaisnelheid, Maaihoogte, V Messenkooi tpm, A Messenkooi tpm en Energiezuinige Modus. U kunt deze instellingen vergrendelen door middel van de Beveiligde menu's. Maaisnelheid Regelt de rijsnelheid om het messenkooitoerental te bepalen.
het wachtwoord in, en draai het contactsleuteltje UIT en daarna weer AAN. Instelling automatisch stationair aanpassen 1. Scroll in het instellingenmenu naar beneden tot u de functie Auto Stationair ziet. 2. Druk op de rechterknop om de instelling voor automatisch stationair draaien te wijzigen; de mogelijke opties zijn 8, 10, 15, 20, 30 seconden of UIT. 1. Om het toerental van de messenkooien te wijzigen, scrollt u naar beneden tot u V messenkooi tpm, A messenkooi tpm of beide ziet. 2.
Inhoud brandstoftank Gebruiksaanwijzing 53 liter Transportsnelheid 0 tot 16 km/uur Maaisnelheid 0 tot 13 km/uur Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Werktuigen/accessoires Voor gebruik Een selectie van door Toro goedgekeurde werktuigen en accessoires is verkrijgbaar voor gebruik met de machine om de mogelijkheden daarvan te verbeteren en uit te breiden.
• Geen brandstof bijvullen of aftappen in een petrodiesel). Het deel petrodiesel moet een laag of ultralaag zwavelgehalte hebben. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: afgesloten ruimte. • Bewaar de machine en het brandstofvat niet • Her deel biodiesel van de brandstof moet voldoen op plaatsen waar open vlammen, vonken of waakvlammen (bv. van een boiler of een ander toestel) aanwezig kunnen zijn. aan de specificatie ASTM D6751 of EN 14214.
De machine inrijden GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank totdat het peil 6 mm tot 13 mm van de onderkant van de vulbuis staat.
• Schakel de maai-eenheden uit wanneer u niet Hierbij komt er lucht bij de ontluchtschroef naar buiten. Laat het sleuteltje op AAN staan totdat er een volle straal brandstof bij de schroef naar buiten komt. 5. maait. • Verminder uw snelheid en wees voorzichtig als u een bocht maakt of wegen en voetpaden oversteekt met de machine. Verleen altijd voorrang. Zet de ontluchtschroef weer vast en draai het sleuteltje op UIT.
Starten van de motor • Onderzoek de toestand van het werkgebied om te bepalen of de machine veilig kan worden gebruikt op de helling. Gebruik altijd uw gezond verstand en uw beoordelingsvermogen wanneer u dit onderzoek uitvoert. Belangrijk: U moet het brandstofsysteem ontluchten voordat u de motor start als u deze voor de eerste keer start, de motor is afgeslagen omdat de brandstof op was, of onderhoudswerkzaamheden aan het brandstofsysteem zijn uitgevoerd; zie Het brandstofsysteem ontluchten (bladz. 27).
Toerental van de messenkooien instellen Om ervoor te zorgen dat de maaikwaliteit constant en van hoog niveau blijft en het gazon na het maaien een gelijkmatig uiterlijk krijgt, is het belangrijk dat de toerentalregeling van de messenkooien juist is afgesteld. U stelt het toerental van de messenkooien als volgt in: 1. In het InfoCenter (menu instellingen) kiest u het aantal messen, de maaisnelheid en de maaihoogte zodat het juiste messenkooitoerental wordt berekend. 2.
g031996 Figuur 33 Tabel met toerentallen voor messenkooien van 17,8 cm Tegendruk van de hefarm afstellen U kunt de tegendruk op de hefarmen van het achtermaaidek afstellen om de machine aan te passen voor verschillende gazonomstandigheden en ervoor te zorgen dat de maaihoogte constant blijft in zware omstandigheden of op terrein waar een viltlaag is ontstaan. U kunt elke tegendrukveer instellen op 4 verschillende standen.
De interlockschakelaars controleren De interlockschakelaars zijn bedoeld om aanslaan of starten van de motor alleen mogelijk te maken als het tractiepedaal in de NEUTRAALSTAND is, de activerings-/blokkeringsschakelaar op BLOKKEREN is gezet en de maai-/hefhendel in de NEUTRAALSTAND staat. Daarnaast moet de motor afslaan als u het tractiepedaal intrapt terwijl u niet op de stoel zit of als de parkeerrem in werking is gesteld.
Na gebruik storing in het elektrische of het hydraulische systeem van de machine gaat. Veiligheid na het werk Tips voor bediening en gebruik Algemene veiligheid • Zet de motor af, verwijder het contactsleuteltje Vertrouwd raken met de machine en wacht totdat alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen voordat u de bestuurderspositie verlaat. Laat de machine afkoelen voordat u deze afstelt, reinigt, stalt of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht.
g003995 Figuur 37 1. Bout van omloopklep 2. g027077 Figuur 39 1. Achterste bevestigingspunt Sluit de omloopklep voordat u de motor start. Sluit de klep met een torsie van maximaal 7-11 N·m. Opkrikpunten Belangrijk: Als u de motor laat lopen met een geopende omloopklep, raakt de transmissie oververhit. Opmerking: Plaats de machine op assteunen indien dit nodig is. De bevestigingspunten zoeken • Voor – rechthoekig blok, onder de asbuis, aan de binnenzijde van beide voorwielen (Figuur 40).
De machine transporteren • Gebruik een oprijplaat van volledige breedte bij het laden van de machine op een aanhanger of vrachtwagen. • Maak de machine stevig vast.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Veiligheid bij onderhoud • Voer indien mogelijk geen onderhoudswerkzaamheden uit als de motor draait. Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. • Doe het volgende voordat u de machine afstelt, schoonmaakt, verlaat of er onderhoudswerkzaamheden aan verricht: – Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak. – Zet de gashendel op stationair – laag. – Schakel de maai-eenheden uit.
Onderhoudsinterval Onderhoudsprocedure Om de 200 bedrijfsuren • Vocht aftappen uit de brandstoftank en de hydraulische tank. Om de 250 bedrijfsuren • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 94 tot 122 N·m. Om de 400 bedrijfsuren • Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt (voer dit eerder dan gepland uit indien de onderhoudsindicator rood is). Dit moet vaker gebeuren in uiterst stoffige of vuile omstandigheden.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Peil van de motorolie en brandstof controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Onderhoudsindicator van het luchtfilter controleren. Radiateur, oliekoeler en scherm controleren op vuil.
Gecontroleerd item Voor week van: Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Zo. Maaihoogteinstelling controleren. Vet in alle smeernippels spuiten.2 Beschadigde lak bijwerken. 1. Controleer de gloeibougie en de spuitstukken van de injector als de motor moeilijk start, buitensporig veel rook afgeeft of ongelijkmatig loopt. 2.
g012150 Figuur 42 • Draaipunten van hefarm (1 elk) (Figuur 42) • Draagframe en draaipunt van maaidek (2 elk) (Figuur 43) g003987 Figuur 45 • Draaipunt van asbesturing (1) (Figuur 46) g003960 Figuur 43 • Draaias van hefarm (1) (Figuur 44) g004169 Figuur 46 • Kogelverbindingen van stuurcilinder (2) (Figuur 47) g004157 Figuur 44 • Trekstang van achteras (2) (Figuur 45) g003966 Figuur 47 • Rempedaal (1) (Figuur 48) 40
Onderhoud motor Veiligheid van de motor • U moet de motor afzetten voordat u het oliepeil controleert of het carter bijvult met olie. g011615 • Verander de snelheid van de toerenregelaar niet Figuur 48 en laat de motor het maximale toerental niet overschrijden. Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren—Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt (voer dit eerder dan gepland uit indien de onderhoudsindicator rood is).
6. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter (dit moet goed aansluiten) en de filterbehuizing. Belangrijk: Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. 7. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus. Belangrijk: Druk niet op het flexibele midden van het filter. 8. Reinig de opening van de vuiluitlaat in het afneembare deksel.
motor kan defect raken als er te veel of te weinig olie in het carter is. 6. Plaats de vuldop en sluit de motorkap. Motorolie verversen en filter vervangen Onderhoudsinterval: Na de eerste 50 bedrijfsuren—Ververs de motorolie en vervang het filter. Om de 150 bedrijfsuren 1. Verwijder de aftapplug (Figuur 53) en laat de olie in een opvangbak lopen. g027076 Figuur 51 1. Peilstok 4. Haal de peilstok eruit en controleer het oliepeil. Opmerking: Het oliepeil moet tot aan de VOL-markering staan. 5.
Onderhoud brandstofsysteem GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn brandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is en uit staat. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank tot 25 mm vanaf de bovenkant van de tank, niet de vulbuis. Dit geeft de brandstof in de tank ruimte om uit te zetten.
Brandstofinjectors ontluchten Om de 400 bedrijfsuren 1. Plaats een schone opvangbak onder het brandstoffilter. 2. Draai de aftapplug onder de filterbus los. Opmerking: Voer deze procedure uitsluitend uit als het brandstofsysteem is ontlucht met behulp van de normale ontluchtingsprocedures en de motor niet start; zie Het brandstofsysteem ontluchten (bladz. 27). 1. Draai de leidingconnector naar spuitstuk Nr. 1 en de houder los (Figuur 56). g007367 Figuur 55 1. Filterbus waterafscheider 3.
Onderhoud elektrisch systeem WAARSCHUWING Bij het opladen produceert de accu gassen die tot ontploffing kunnen komen. Belangrijk: Voordat u laswerkzaamheden aan de machine verricht, moet u alle accukabels loskoppelen van de accu, beide stekkers van de kabelboom losmaken van de ECM en de accupoolconnector uit de wisselstroomdynamo halen om beschadiging van het elektrische systeem te voorkomen. Rook nooit in de buurt van de accu en zorg ervoor dat er geen vonken of vlammen vlakbij de accu komen.
decal117-0169 Figuur 58 Er zijn 6 zekeringen in het 48 V elektrische systeem. Er zijn 5 zekeringen in de zekeringhouder (Figuur 59) die zich onder de kap en achter de stoel bevindt. De zesde zekering (Figuur 60) bevindt zich onder het zwarte deksel dat onder de stoel zit. g027136 Figuur 60 1. Zekering decal127-2470 Figuur 61 g027135 Figuur 59 1. Deksel van zekeringhouder 2.
Onderhoud aandrijfsysteem dat de machine steunt op de rustpunten van de krik om te voorkomen dat de machine per ongeluk valt. Opmerking: Bij modellen met vierwielaandrijving moeten ook de achterwielen vrijkomen van de grond. De bandenspanning controleren 3. Draai de borgmoer op de afstelnok van de tractie, rechts van de hydrostaat, los (Figuur 62). Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Controleer de bandenspanning. De voor- en achterbanden moeten een spanning hebben van 0,83 tot 1,03 bar.
Toespoor achterwielen afstellen Onderhoud koelsysteem Veiligheid van het koelsysteem Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren—Controleer het toespoor van de achterwielen. 1. Draai het stuurwiel om de achterwielen recht naar voren te laten wijzen. 2. Draai de contramoeren aan de uiteinden van de trommel van de tractiestang los (Figuur 63). • Motorkoelvloeistof inslikken kan vergiftiging veroorzaken; buiten het bereik van kinderen en huisdieren houden.
g003951 g004138 Figuur 64 Figuur 65 1. Expansietank 1. Sluiting van achterscherm 2. 4. Reinig het scherm grondig met perslucht. 5. Draai de vergrendelingen naar binnen om de oliekoeler los te maken (Figuur 66). 3. Als het koelvloeistofpeil te laag staat, verwijdert u de dop van de expansietank en vult u het systeem bij. Niet te vol vullen. 2. Achterscherm Plaats de dop van de expansietank terug.
Onderhouden remmen Parkeerremmen afstellen Stel de remmen af als de rempedaal meer dan 25 mm speling heeft (Figuur 68), of als er meer remkracht nodig is. Met speling wordt de afstand bedoeld die het rempedaal wordt ingetrapt voordat er remweerstand wordt gevoeld. g004137 Figuur 67 1. Radiateur g026816 7. Kantel de oliekoeler weer in de juiste stand en zet de vergrendelingen vast. 8. Sluit het scherm en maak de sluiting vast. Figuur 68 1.
Onderhoud riemen Opmerking: Zorg ervoor dat de kabelgeleiding niet draait terwijl u de moeren vastdraait. Riem van wisselstroomdynamo spannen Vergrendeling van parkeerrem afstellen Onderhoudsinterval: Na de eerste 8 bedrijfsuren Als de parkeerrem niet werkt of vergrendelt, moet de pal van de parkeerrem worden afgesteld. 1. Om de 100 bedrijfsuren Draai de 2 schroeven los waarmee de pal van de parkeerrem is bevestigd aan het frame (Figuur 70). 1. Open de motorkap. 2.
Onderhoud hydraulisch systeem conventionele, petroleumgebaseerde hydraulische vloeistof gebruiken die aan de volgende materiaaleigenschappen en de industrienormen voldoet. Gebruik geen synthetische vloeistof. Vraag uw smeermiddelenleverancier naar een geschikt product. Veiligheid van het hydraulische systeem Opmerking: Toro aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik van verkeerde vervangende vloeistoffen.
2. het systeem dient te worden schoongespoeld. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit. de motor af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. Reinig de omgeving van de vulbuis en de dop van de hydraulische tank (Figuur 72). 1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, laat de maaidekken neer, zet de motor af, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje. 2. Til de motorkap op. 3.
Hydraulisch filter vervangen Onderhoudsinterval: Om de 1000 bedrijfsuren—Als u de aanbevolen hydraulische vloeistof gebruikt, moet u de hydraulische filters vervangen. Reinig de omgeving van de plaats waar het filter wordt gemonteerd, en plaats een opvangbak onder het filter (Figuur 74). Zet de motor af en controleer op lekkages. Gebruik de testpoorten op de voorste hydraulische buizen (Figuur 75) om problemen met het circuit van de tractie te verhelpen.
Onderhoud van maaidek Veiligheid van de messen • Versleten of beschadigde messen of ondermessen kunnen breken en een stuk ervan kan naar u of naar omstanders worden uitgeworpen en zo ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen. • Controleer op gezette tijden de maai-eenheden op overmatige slijtage of beschadigingen. • Wees voorzichtig als u de maai-eenheden controleert.
B. Scroll door middel van de middelste knop naar beneden in het hoofdmenu naar het onderhoudsmenu en selecteer het menu met de rechterknop. en wast u alle wetpasta van de maaidekken. Stel indien nodig het contact tussen de messenkooi en het ondermes af. Zet het toerental van de messenkooien in de gewenste maaistand. C.
De motor gebruiksklaar maken Stalling Veiligheid tijdens opslag 1. Tap de motorolie af uit het carter en plaats de aftapplug. 2. Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuw oliefilter. 3. Vul de motor met de opgegeven motorolie. 4. Start de motor en laat deze ongeveer twee minuten stationair lopen. 5. Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het contact. 6. Spoel de brandstoftank met verse, schone brandstof. 7. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem weer goed vast. 8.
Privacyverklaring EEA/VK Toro’s gebruik van uw persoonlijke gegevens The Toro Company (“Toro”) respecteert uw recht op privacy. Wanneer u onze producten koopt, kunnen we bepaalde persoonlijke informatie over u verzamelen, ofwel rechtstreeks via u ofwel via uw plaatselijk Toro bedrijf of dealer.
Toro garantie Garantie gedurende 2 jaar of 1500 bedrijfsuren Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende 2 jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.