Operator's Manual
Inhoud
Veiligheid..................................................................3
Algemeneveiligheid...........................................3
Veiligheidvandemaai-eenheid..........................4
Veiligheidvandemessen...................................4
Veiligheids-eninstructiestickers........................5
Montage....................................................................6
1Deverticuteersetinspecteren..........................6
2Detransportrollenmonteren............................7
3DeO-ringendesmeernippelmonteren............7
4Deborstboutmonteren(alleen
RM5010-hybride)............................................8
5Deeindgewichtsetmonteren(uitsluitend
voormodel03618)..........................................9
6Deverticuteersetafstellen...............................9
7Messenkooivandeverticuteerset
monteren.........................................................9
Algemeenoverzichtvandemachine.......................10
Specicaties....................................................10
Gebruiksaanwijzing................................................10
Oefenperiode....................................................10
Deverticuteersetafstellen................................10
Tipsvoorbedieningengebruik.........................12
Onderhoud..............................................................13
Dekickstandaardgebruikenalsude
maai-eenheidkantelt.....................................13
Deverticuteersetsmeren..................................13
Deverticuteermessenvandeas
verwijderen...................................................14
Deverticuteermessenmonteren.......................14
Demesafstandverkleinen(optioneel)...............15
Onderhoudvanderol.......................................16
Veiligheid
Dezemachineisontworpeninovereenstemmingmet
deEN-normISO5395enB71.4-2017vanhetANSI
(AmericanNationalStandardsInstitute).
Algemeneveiligheid
Ditproductkanhandenofvoetenafsnijden.Volg
altijdalleveiligheidsinstructiesopomernstigletsel
tevoorkomen.
•LeesdezeGebruikershandleidingenzorgervoor
datudezebegrijptvoordatudemachinestart.
•Geefuwvolledigeaandachtalsudemachine
gebruikt.Zorgervoordatumetnietsandersbezig
bentwaardoorukuntwordenafgeleid,anders
kunnenerletselsontstaanofkaneigendom
wordenbeschadigd.
•Haalallepuinofanderevoorwerpenwegdie
opgeraaptkunnenwordenendoordemessenvan
demaai-eenheidkunnenwordenweggeslingerd.
Houdomstandersuithetwerkgebied.
•Houdhandenenvoetenuitdebuurtvande
bewegendeonderdelenvandemachine.
•Gebruikdemachinenietalserschermenof
anderebeveiligingsmiddelenontbrekenofals
dezenietnaarbehorenwerken.
•Blijfuitdebuurtvanafvoeropeningen.
•Houomstandersenkinderenuitdebuurtvan
hetwerkgebied.Laatkinderennooitdemachine
bedienen.
•Doehetvolgendevoordatudebestuurdersstoel
verlaat:
–Parkeerdemachineopeenhorizontaal
oppervlak.
–Maai-eenheid/maai-eenhedenneerlaten.
–Schakeldeaandrijvingenuit.
–Steldeparkeerreminwerking(indien
aanwezig).
–Zetdemotorafenverwijderhetsleuteltje.
–Wachttotdatallebewegendeonderdelentot
stilstandzijngekomen.
–Alsdeverticuteermessenopeenvast
voorwerpstotenofalsdeunitabnormaal
trilt,stoptuenschakeltudemotoruit.
Controleerdeverticuteersetopbeschadigde
onderdelen.Hersteleventueleschadevóóru
deverticuteersetstartengaatgebruiken.
–Zorgervoordatalhetbevestigingsmateriaal
goedisvastgedraaidzodatuveiligmetde
verticuteereenhedenkuntwerken.
Onjuistgebruikofonderhoudvandezemachine
kanletseltotgevolghebben.Omhetrisicoop
3










