Operator's Manual

Demotorisgestoptomdatdebrandstofopwas.
Erisonderhouduitgevoerdaancomponentenvan
hetbrandstofsysteem.
Motorstarten
1.Neemplaatsopdebestuurdersstoel.Haal
uwvoetvanhettractiepedaalzodatditinde
NEUTRAALSTANDkomt.Steldeparkeerrem
inwerking,zetdetoerentalschakelaar
opdeMIDDELSTEstandencontroleerof
deactiverings-/blokkeringsschakelaarop
BLOKKERENisgezet.
2.Haaluwvoetvanhettractiepedaalenleterop
dathetpedaalindeNEUTRAALSTANDstaat.
3.DraaihetcontactsleuteltjenaardestandLOPEN.
4.Alshetindicatielampjevandegloeibougiedooft,
draaituhetcontactsleuteltjeopSTART.Laat
hetsleuteltjedirectlosalsdemotorstarten
laathetweerterugkerennaarLOPEN.Laatde
motor(zonderbelasting)warmwordenenzet
vervolgensdegashendelindegewenstestand.
Motorafzetten
1.Zetallebedieningsorganeninde
NEUTRAALSTAND,steldeparkeerreminwerking,
zetdeschakelaarvanhetmotortoerentalop
laagstationairenlaatdemotoropeenlaag
stationairtoerentallopen.
2.DraaihetsleuteltjeopUITenhaalhetuithet
contact.
Grasmaaienmetde
machine
Opmerking:Hetmaaienvangrasopeensnelheid
waaropdemotorwordtbelastdraagtbijaande
regeneratievanhetDPF .
1.Brengdemachinenaarhetwerkterreinenstel
dezebuitenhetmaaigebiedopomdeeerste
baantemaaien.
2.Verzekerdatdeaftakasschakelaarop
DISABLE/UITGESCHAKELDstaat.
3.Duwdehendelvandemaaisnelheidbegrenzer
naarvoren.
4.Drukopdegashendel-snelheidsschakelaarom
hetmotortoerentalopSTATIONAIR-HOOGinte
stellen.
5.Laatdemaaidekkenneeropdegrondmetde
joystick.
6.Drukdeaftakasschakelaarinomdemaaidekken
klaartemakenvoorgebruik.
7.Tildemaaidekkenvandegrondmetdejoystick.
8.Rijdemachinenaarhetmaaigebiedenlaatde
maaidekkenzakken.
Opmerking:Hetmaaienvangrasopeen
snelheidwaaropdemotorwordtbelastdraagt
bijaanderegeneratievanhetDPF .
9.Nametmaaienvaneenbaanheftude
maaidekkenmetdejoystick.
10.Maakeendruppelvormigebochtomdemachine
snelvoordevolgendebaanuittelijnen.
RegeneratievanhetDPF
Hetdieselparticulaarlter(DPF)iseenonderdeelvan
hetuitlaatsysteem.Deoxidatie-katalysatorvanhet
DPFvermindertdehoeveelheidschadelijkegassen
enhetroetltervangthetroetindeuitlaatgassenop.
BijderegeneratievanhetDPFwordthetroetinhet
lterverbranddoordehittevandeuitlaatgassen.
Hierbijwordthetroetomgezettotasenworden
dekanalenvanhetlterschoongemaaktzodat
degelterdeuitlaatgassendoorhetDPFkunnen
stromen.
Decomputervandemotorbepaaltdematevan
roetopbouwdoordetegendrukvanhetDPFtemeten.
Eentehogetegendrukbetekentdathetroetinhet
lternietverbrandwordttijdenshetnormalebedrijf
vandemotor.Hourekeningmethetvolgendeom
roetopbouwinhetDPFtevoorkomen:
Passieveregeneratiewordtcontinuuitgevoerd
zolangdemotorloopt.Laatdemotorindien
mogelijkmetvoltoerentallopentijdensde
regeneratievanhetDPF.
Alsdetegendruktehoogwordtzalde
motorcomputerviahetInfoCenteraangevenalser
aanvullendeprocessen(ondersteundeenreset
regeneratie)wordenuitgevoerd.
Laatdezeprocessenvolledigafrondenvoordat
udemotorafzet.
Houbijhetgebruikenonderhoudvanuwmachine
rekeningmetdewerkingvanhetDPF.Eenbelaste
motorbijeenstationair-hoogtoerentalproduceert
meestaluitlaatgassendieheetgenoegzijnvoorde
regeneratievanhetDPF .
Belangrijk:Minimaliseerdetijddatdemotor
stationairloopt,ofdatudemachineopeenlaag
toerentallaatlopen,omdeopbouwvanroetinhet
ltertebeperken.
30