Form No. 3361-353 Rev A Reelmaster® 2000 tractie-eenheid Modelnr.: 03431—Serienr.: 290000001 en hoger Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen. Waarschuwing CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing De uitlaatgassen van de dieselmotor van dit product bevatten bestanddelen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken. Figuur 1 1. Veiligheidssymbool Er worden in deze handleiding nog 2 woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.
Contact tussen snijplaat en messenkooi controleren..................................................... 29 Torsie van wielmoeren controleren ..................... 29 Het brandstofsysteem ontluchten ....................... 29 Starten en stoppen van de motor......................... 30 Werking van interlockschakelaars controleren..................................................... 30 De tractie-eenheid slepen.................................... 31 Gebruikseigenschappen .....................................
Veiligheid – als de machine op een helling begint te glijden, kan dat niet met de rem worden gecorrigeerd. De belangrijkste oorzaken voor het verliezen van de controle zijn: Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990 en de B71.4-2004 specificaties van American National Standards Institute (ANSI), van kracht op het moment van productie als deze is uitgerust met een achtergewicht. Zie het hoofdstuk Achtergewichten monteren in deze handleiding.
• Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. • Controleer of de dodemansknop, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt. • Voordat u de bestuurdersplaats verlaat: – stop de machine op een horizontaal oppervlak.
• • • • • • • • • • • • • • • waar brandstofdampen in contact met open vuur of vonken kunnen komen. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte stalt. Houd de motor, geluiddemper, accubehuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te verminderen. Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage en mankementen.
– Als u in de buurt van een weg werkt of deze oversteekt, moet u altijd voorrang verlenen. kleding, handen, voeten en andere lichaamsdelen uit de buurt van de maaidekken, werktuigen en bewegende delen houden. Houd iedereen op afstand. – Gebruik de serviceremmen als u een helling afdaalt, om de snelheid laag te houden en de machine onder controle te houden.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 67-5360 94-5056 1. Snelheid messenkooi langzaam 2. Snelheid messenkooi snel 3. Hoogte messenkooi 93-6696 4. Maaidek met 5 messen 5. Maaidek met 8 messen 1. Opgeslagen energie - Lees de gebruikershandleiding. 98-4387 1. Waarschuwing – Draag gehoorbescherming. 93-7267 1.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 106-8119 (aanbrengen op de sticker met onderdeelnr. 104-4096 voor CE) 1. Risico van explosie 1. Waarschuwing – Lees de gebruikershandleiding. 2. Machine kan kantelen - Rij niet heuvelopwaarts tegen een helling van meer dan 15 graden. 3. De machine kan voorwerpen uitwerpen - Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 4.
4-3991 104-3994 (aanbrengen op de sticker met onderdeelnr. 104-3991 voor CE) 1. Lees de gebruikershandleiding. 2. Waarschuwing – Lees de gebruikershandleiding, gebruik geen startvloeistof. 3. Messenkooien opheffen en neerlaten. 4. Messenkooien neerlaten. 5. Neutraalstand 9. Afstoten 6. Messenkooien opheffen. 10. Motor – Afzetten 7. Aftakasschakelaar 11. Motor – Lopen 8. Aantrekken 12. Motor – Starten 10 13. Snel 14.
104-4096 106-8109 11
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Wiel Wielmoer 1 4 Monteer het achterwiel.
Instructiemateriaal en aanvullende onderdelen Hoeveelheid Omschrijving Gebruik Sleutel 2 De machine starten Plug hydraulische tank 1 De hydraulische tank dichten tijdens het vervangen van het filter. Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding van motor 1 1 Lezen voordat de machine in gebruik wordt genomen. Instructiemateriaal voor gebruiker 1 Lezen voordat u de machine gebruikt. Onderdelencatalogus 1 Onderdelen bekijken en bestellen.
2. Breng de hefarmen en het draagframe volledig omhoog. 1 3. Druk het ene uiteinde van het draagframe omlaag tot de hoogtebegrenzer aan het andere uiteinde contact maakt met de onderkant van de trede (Figuur 3). 2 De afstand tussen de hoogtebegrenzer en de onderkant van de trede moet aan het omlaaggedrukte uiteinde ongeveer 6 mm bedragen. • Als de afstand correct is, verwijdert u het draagframe en gaat u verder met de instellingsinstructies.
tegengewicht in de sleuf in de pen past. Bevestig het tegengewicht nog niet. 7. Bevestig een uiteinde van de hefketting aan de hefcilinderpen met een gaffelpen en een borgpen. 1 8. Bevestig het andere uiteinde van de hefketting aan de opening in het montagelipje op de hefarm met behulp van gaffelpennen en borgpennen. Gebruik de juiste opening in de hefarm zoals aangegeven in Figuur 7. 2 1 G009853 Figuur 5 2 2. Draaistang 1. Hefarm 2.
3 2 2 3 1 1 G009856 Figuur 8 1. Sterkoppeling 2. Motor van de messenkooi 3. O-ring G009857 Figuur 9 1. Drukring 2. Draagframe 3. Plaats de O-ring (meegeleverd met het maaidek) op de flens van de aandrijfmotor (Figuur 8). 4. Monteer de motor en de sterkoppeling op het aandrijfuiteinde van het maaidek en bevestig deze met 2 bouten (meegeleverd met het maaidek) (Figuur 8). 2. Schuif het draagframe van het maaidek op de draaistang en bevestig deze met een platte ring en een flenskopbout (Figuur 9).
aan de voorzijde van het maaidek en aan het montagelipje op het achtermaaidek (Figuur 11). 7 Opmerking: Als u de vierde opening kiest (en de spanning op de veer verhoogt) vermindert het gewicht op de binnenzijde van het maaidek, verhoogt het gewicht op de buitenzijde van het maaidek en neemt de tractie toe. Als u de tweede opening kiest, heeft dit het tegenovergestelde effect.
De veren van het tegengewicht monteren op maaidekken van 32 inches 1. Monteer een veeranker aan de binnenzijde-achterzijde van elk montagelipje op het voorste maaidek met behulp van 2 bouten (1/4 x 3/4 inch) en borgmoeren, zoals getoond in Figuur 14. 2 Figuur 12 1. Tegengewicht 2. Bovenste bout 3. Onderste bout 4. Veerschakel 5. Gaffelpen en borgpen 1 G009862 Figuur 14 1. Montagelipje maaidek 2. Veeranker 2.
Opmerking: Plaats bij de veer van het tegengewicht aan de achterzijde de vinylhoes over de veer voordat u deze monteert. A. Verwijder de borgpen en de gaffelpen waarmee de veerschakel aan het tegengewicht is bevestigd. Verwijder de andere gaffelpen niet. B. Beweeg de schakel omhoog of omlaag op het tegengewicht totdat deze is uitgelijnd met de gewenste opening. Monteer de gaffelpen en de borgpen. 8 Ballast achter plaatsen Figuur 15 1. Tegengewicht 2. Bovenste bout 3.
moet u het desbetreffende deel van het gazon onmiddellijk doordrenken met water. 2. Plaats de vuldoppen terug zodat de ventielen naar achteren wijzen (in de richting van de brandstoftank) en sluit een acculader van 3 tot 4 A aan op de accupolen. Laad de accu op gedurende 4 tot 8 uur bij 3-4 A. U kunt calciumchloride type 1 (77%) of type 2 (94%) gebruiken. Gewoon water bevriest bij 0°C. De oplossing met 1,6 kg calciumchloride en 3,8 liter water blijft vloeibaar tot -24°C en bevriest bij -46°C.
10 Algemeen overzicht van de machine CE-stickers aanbrengen Bedieningsorganen Benodigde onderdelen voor deze stap: Tractie- en stoppedaal 1 Sticker 104–3994 1 Sticker 106-8119 Het tractiepedaal (Figuur 17) heeft drie functies: de machine vooruit en achteruit te laten rijden en tot stilstand te brengen. Om vooruit te rijden, moet u de bovenkant van het pedaal intrappen en om achteruit te rijden de onderkant van het pedaal. Gebruik hierbij de hiel en tenen van uw rechtervoet (Figuur 18).
Startschakelaar Vergrendeling hefhendel maaidek De startschakelaar (Figuur 19), waarmee u de motor start, afzet en voorverwarmt, heeft drie standen: Uit, Aan en Start. Draai het sleuteltje rechtsom naar de stand Aan tot het gloeibougielampje uitgaat. Draai het sleuteltje rechtsom naar de stand Start om het voertuig te starten. Laat het sleuteltje los zodra de motor start. Het sleuteltje draait automatisch naar de stand Aan. Om de motor af te zetten, draait u het sleuteltje linksom naar de stand Uit.
Indicatielampje gloeibougie Brandstofafsluitklep Dit indicatielampje (Figuur 20) brandt als de gloeibougies werken. Sluit altijd de afsluitklep onder de brandstoftank (Figuur 22), als u de machine opslaat. Indicatielampje messenkooi ingeschakeld Dit indicatielampje (Figuur 20) brandt als de messenkooien zich omlaag in de maaistand bevinden. Parkeerrem Als u de motor afzet, moet u de parkeerrem in werking stellen om te voorkomen dat de machine per ongeluk in beweging komt.
Gebruiksaanwijzing Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Figuur 23 1. Peilstok Laat de maaidekken neer op de grond, stel de parkeerrem in werking en verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudsof afstelwerkzaamheden aan de machine verricht. 3.
Brandstof is schadelijk of dodelijk bij inname. Langdurige blootstelling aan dampen kan leiden tot ernstig letsel en ziekte. • Voorkom dat u dampen lange tijd inademt. • Houd uw gezicht uit de buurt van een vulpijp en de brandstoftank of een blik met conditioner. • Houd brandstof uit de buurt van ogen en huid. Geschikt voor biodiesel Deze machine kan ook gebruik maken van een dieselmengsel tot maximaal B20 (20% biodiesel, 80% petrodiesel).
In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan tijdens het tanken statische elektriciteit worden ontladen waardoor vonken ontstaan die brandstofdampen tot ontbranding kunnen brengen. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is.
Figuur 27 Figuur 26 1. Radiatordop 1. Dop van brandstoftank 2. Controleer het koelvloeistofpeil in de radiator en de expansietank (Figuur 28). 4. Vul de benzinetank tot ongeveer 25 mm vanaf de bovenkant van de tank (de onderkant van de vulbuis). Niet te vol vullen. De radiator moet tot het midden van de horizontale vulbuis gevuld zijn. De expansietank moet zijn gevuld tot het midden van de markeringen Vol en Laag. 5. Draai de dop stevig op de tank. 6.
het eerst wordt gestart, en vervolgens dagelijks. Aanbevolen wordt het reservoir bij te vullen met de volgende hydraulische vloeistof: een standaard vloeistof naar een biologisch afbreekbaar type, dient u de goedgekeurde spoelingsprocedure op te volgen. Neem voor verdere informatie contact op met uw plaatselijke Toro-dealer. 1. Plaats de machine op een horizontaal vlak, breng de maaidekken omlaag en zet de motor af. 2. Controleer het vloeistofpeil via het kijkglas (Figuur 29).
en goed functioneren. Pomp de banden niet te zacht op. In bepaalde omstandigheden is brandstof uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken. Opmerking: De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. • Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste brandstof opnemen.
Opmerking: Normaal gesproken zal de motor na bovenstaande ontluchtingsprocedure starten. Indien de motor echter niet start, kan er lucht tussen de injectiepomp en de injectors zitten; zie Injectors ontluchten. Niet-aangesloten of beschadigde interlockschakelaars kunnen onverwachte gevolgen hebben op de werking van de machine. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken. Starten en stoppen van de motor • Laat de interlockschakelaars ongemoeid.
De tractie-eenheid slepen op de maaidekken. Om ervoor te zorgen dat er tijdens het maaien steeds voldoende vermogen voor de tractie-eenheid en de maaidekken is, moet u met behulp van het tractiepedaal het motortoerental hoog en enigszins constant houden. Pas het toerental aan om een constante rijsnelheid en maaikwaliteit aan te houden. Gebruik de toerentalschakelaar echter niet op heuvelachtig terrein. In noodgevallen kan de machine over een korte afstand worden gesleept.
Selectieschema variabele toerentalregeling voor messenkooi met 8 messen 1 2 G010094 Figuur 33 1. Knop voor de toerentalregeling van de messenkooien 2. Wetknop 4. Gebruik de machine een paar dagen en onderzoek vervolgens of de maaihoogte naar tevredenheid is.
Transport De input voor het startcircuit wordt geactiveerd door 12 VDC. Alle andere inputs worden geactiveerd als het circuit wordt gesloten om massa te maken. Elke input heeft een LED die gaat branden als het desbetreffende circuit wordt geactiveerd. Gebruik de input-LEDs om problemen met het circuit van de schakelaar en de input te verhelpen.
Figuur 34 1. Input 2. Wetten 3. Uitschakeling hoge temperatuur 4. Waarschuwing hoge temperatuur (niet gebruikt) 5. In stoel 9. Output 6. Aftakasschakelaar 10. Aftakas 7. Parkeerrem buiten werking 11. Start 8. Neutraalstand 12. ETR Hier vindt u in logische volgorde de stappen die u moeten nemen op de SCM om problemen te verhelpen. 1. Stel vast welke output-storing u wilt verhelpen (aftakas, Starten of ETR). 2. Draai het contactsleuteltje naar de stand Aan en kijk of de rode LED voor het vermogen brandt.
Functie Vermogen ingeschakeld – Start – Lopen (machine uit) – Lopen (machine aan) – Maaien – Wetten – Hoge temp. In neutraalstand – – Inputs Start aan Rem uit Aftakas aan + In stoel Hoge temp. Wetten Start – Aftakas O O O O O O O O O O O + + O O O O – O – O O O + O O – O O O – – – – O O – O – O O O + + + + O O O O + Outputs ETR Opmerking: - Geeft aan dat een circuit is gesloten om massa te maken.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Onderhoudsprocedure • Draai de wielmoeren vast met een torsie van 61 tot 88 Nm. Na de eerste 5 bedrijfsuren • Hydraulische filter vervangen. Na de eerste 8 bedrijfsuren • De conditie en de spanning van de wisselstroomdynamo/ventilator controleren. • Controleer de conditie en de spanning van de riem van de hydraulische pomp.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Gecontroleerd item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Motoroliepeil controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Luchtfilter, stofkap en ontluchtingsventiel controleren. Oliekoeler, radiator en scherm controleren op vuil. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Onderhoudsschema Figuur 35 Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u en andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Verwijder het sleuteltje uit het contact voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Procedures voorafgaande aan onderhoud De motorkap verwijderen Verwijder de motorkap als volgt, om onderhoudsprocedures in het motorgebied te vereenvoudigen: 1. Ontgrendel en open de motorkap. Figuur 36 2.
Smering • Hefarmen (3) (Figuur 39) Lagers en lagerbussen smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren (Smeer onmiddellijk na elke wasbeurt, ongeacht de voorgeschreven interval.) Smeer alle nippels van de lagers en lagerbussen met nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Wij adviseren lagers en lagerbussen onmiddellijk na elke wasbeurt te smeren, ongeacht de voorgeschreven interval.
Onderhoud motor • Draaipunt van tractiepedaal (Figuur 42) Onderhoud van het luchtfilter Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren (Dit moet vaker gebeuren in uiterst stoffige of vuile omstandigheden). Controleer de luchtfilterbehuizing op schade die een luchtlek kan veroorzaken. Vervang de luchtfilterbehuizing indien dit beschadigd is. Controleer het gehele luchtinlaatsysteem op lekken, beschadiging of losse slangklemmen. Figuur 42 Voer onderhoud aan het luchtfilter uit met de voorgeschreven interval.
Deze reiniging voorkomt dat er rommel in de inlaat terechtkomt als het filter wordt verwijderd. 4. Verwijder het oliefilter (Figuur 46). 4. Verwijder het filter en gooi het weg (Figuur 44). Het wordt afgeraden het gebruikte element te reinigen omdat dit kan leiden tot beschadiging van de filtermedia. 5. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter, dat goed moet aansluiten, en de filterbehuizing. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. 6.
Onderhoud brandstofsysteem 2 1 In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. 3 G009880 Figuur 47 1. Bus brandstoffilter/waterafscheider 2. Ontluchtingsplug • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. 3. Aftapventiel 3.
Onderhoud elektrisch systeem Belangrijk: Voordat u laswerkzaamheden aan de machine verricht, moet u beide accukabels loskoppelen van de accu, beide stekkers van de kabelboom losmaken van de ECM en de accupoolconnector uit de wisselstroomdynamo halen om beschadiging van het elektrische systeem te voorkomen. Onderhoud van de accu Figuur 48 Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Controleer het zuurpeil en reinig de accu. 1. Brandstofinjectors 2. Zet de gashendel op Snel.
Zekeringen Waarschuwing De zekeringen in het elektrische systeem bevinden zich aan de achterzijde van het instrumentenpaneel (Figuur 49). CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing Accuklemmen, accupolen en dergelijke onderdelen bevatten lood en loodverbindingen. Van deze stoffen is bekend dat ze kanker en schade aan de voortplantingsorganen veroorzaken. Was altijd uw handen nadat u met deze onderdelen in aanraking bent geweest.
Onderhoud aandrijfsysteem 4. Start de motor en draai de zeskantige moer van de nok in beide richtingen om de middelste positie van het bereik van de neutraalstand te bepalen. 5. Draai de borgmoer vast om de afstelling te borgen. De tractieaandrijving afstellen voor de neutraalstand 6. Zet de motor af. 7. Haal de steunblokken weg en laat de machine neer op de grond. Maak een proefrit met de machine om er zeker van te zijn dat deze niet beweegt als het tractiepedaal in de neutraalstand staat.
Onderhoud koelsysteem Vuil verwijderen uit het koelsysteem Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks—Verwijder vuil van het scherm, de oliekoelers en de radiator. (Vaker schoonmaken kan nodig zijn als onder vuile omstandigheden gemaaid wordt.) Om de 1000 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij de kortste periode aan)—Koelsysteem en slangen schoonspoelen en koelvloeistof vervangen. Figuur 54 1. Radiator 2. Oliekoeler 3.
Onderhouden remmen Onderhoud riemen Zorg ervoor dat de riemen de juiste spanning hebben zodat de machine naar behoren kan werken en onnodige slijtage wordt voorkomen. Controleer bij nieuwe riemen de spanning na 8 bedrijfsuren. Parkeerrem afstellen 1. Verwijder beide voorwielen. 2. Controleer of de rem in werking is gesteld. Riem van wisselstroomdynamo spannen 3. Draai de contramoer op de gaffel los (Figuur 55).
Onderhoud bedieningsysteem Om de 100 bedrijfsuren Stel de spanning van een nieuwe riem voor de hydraulische pomp zo af dat de speling 3 mm bedraagt met een last van 7 tot 7,5 kg dat in het midden van de riem is bevestigd. Stel de spanning van een gebruikte riem zo af dat de speling 3 mm bedraagt met een last van 5 tot 6 kg dat in het midden van de riem is bevestigd.
De tractiepedaaldemper afstellen Onderhoud hydraulisch systeem 1. Om toegang te krijgen tot de tractiepedaaldemper moet u het rechterpaneel verwijderen. Hydraulische vloeistof verversen 2. Draai de borgmoer los waarmee de het draaipunt van de demper is vastgezet aan de demperbeugel (Figuur 59). Onderhoudsinterval: Na de eerste 5 bedrijfsuren—Hydraulische filter vervangen. 1 Om de 200 bedrijfsuren—Hydraulische filter vervangen.
Testpoorten van het hydraulische systeem stromen. Gebruik een speciale filtersleutel. U moet het oliefilter op de juiste wijze afvoeren. De testpoorten worden gebruikt om de druk in de hydraulische circuits te testen. Neem contact op met uw plaatselijke Toro-dealer als u hulp nodig heeft. • Gebruik testpoort 1 (Figuur 62) om de voorwaartse tractiedruk te meten. Figuur 61 1. Hydraulische filter Figuur 62 4. Breng een laagje olie op de filterpakking aan.
Onderhoud van maaidek bij alle maaidekken. Start de motor en stel de motor in op laag stationair. 5. Schakel de messenkooien in door de knop op het instrumentenpaneel uit te trekken. Maaidekken wetten 6. Breng wetpasta aan met de borstel met de lange steel die met de machine is meegeleverd. Tijdens het wetten kunnen de messenkooien stoppen en weer starten. Als u uw handen of voeten in het messenkooigebied steekt tijdens het wetten kan dit letsel of de dood veroorzaken.
De motor gebruiksklaar maken Stalling 1. Tap de motorolie af uit het carter en plaats de aftapplug weer terug. De tractie-eenheid gebruiksklaar maken 2. Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuw oliefilter. 1. Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. 2. Controleer de bandenspanning. Breng alle banden op een spanning van 110 tot 138 kPa (16 tot 20 psi). 3. Controleer of alle bevestigingen vastzitten; zet ze vast indien nodig. 4. Smeer alle smeer- en draaipunten.
Schema's G009907 Elektrisch schema (Rev.
G009977 Hydraulisch schema (Rev.
G009978 Hydraulisch schema met driewielaandrijving (Rev.
De TORO Algemene Garantiebepalingen voor Producten 2 jaar garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt The Toro Company en de hieraan aangesloten onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro-product (hierna: het “Product") gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.