Form No. 3356–611 Rev. A Reelmaster) 3100-D Tractie-eenheid Modelnr. 03207 – 270000001 en hoger Modelnr. 03206 – 270000001 en hoger Modelnr. 03220 Modelnr.
Waarschuwing Het koelsysteem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . De hydraulische vloeistof controleren . . . . . . . . . . Bandenspanning controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . Contact tussen de snijplaat en de messenkooi controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Torsie van wielmoeren controleren . . . . . . . . . . . . Bedieningsorganen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inleiding Veiligheid Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden. De informatie in deze handleiding kan u en anderen helpen letsel en schade te voorkomen. Hoewel Toro veilige producten ontwerpt en fabriceert, blijft u verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine. Deze machine voldoet minstens aan de CEN-norm EN 836:1997, ISO-norm 5395:1990, en de B71.
• Vervang defecte geluiddempers/knalpotten. • Elke bestuurder en monteur moet ervoor zorgen dat hij of zij professionele en praktische instructie krijgt. De eigenaar is verantwoordelijk voor de instructie van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op: • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen.
• Voordat u de bestuurdersplaats verlaat: • Laat de motor afkoelen voordat u de maaimachine in een afgesloten ruimte stalt. – machine laten stoppen op een horizontaal oppervlak; • Houd de motor, geluiddemper, accubehuizing en de brandstofopslagplaats vrij van overtollig vet, gras en bladeren om brandgevaar te verminderen.
Veilige Bediening Toro Zitmaaiers • Draag geen tennisschoenen of gymschoenen als u de machine gebruikt. • Het verdient aanbeveling veiligheidsschoenen en een lange broek te dragen. Dit is verplicht op grond van diverse plaatselijke veiligheidsvoorschriften en verzekeringsbepalingen. De volgende lijst bevat veiligheidsinstructies die specifiek zijn toegesneden op Toro-producten, of andere veiligheidsinstructies die niet zijn opgenomen in de CEN-, ISO- of ANSI-normen.
Onderhoud en stalling Geluidsdruk • Zorg ervoor dat alle aansluitstukken van de hydraulische leidingen vastzitten en alle hydraulische slangen en leidingen in goede staat verkeren voordat u druk zet op het hydraulische systeem. Deze machine oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder van 83 dBA, gebaseerd op metingen bij identieke machines volgens procedures vastgelegd in Richtlijn 98/37/EG en de wijzigingen daarvan.
Veiligheids- en instructiestickers Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers. 104–5192 (Model 03207) 1. De messenkooien inschakelen. 2. De messenkooien uitschakelen. 3. Messenkooien neerlaten. 7. Naar achteren bewegen om de hefhendel te vergrendelen. 8. Motor – Afzetten 9. Motor – Lopen 4. De maaidekken naar rechts bewegen. 5. Messenkooien opheffen. 6.
104–5193 (Model 03206) 1. De messenkooien inschakelen. 2. De messenkooien uitschakelen. 3. Messenkooien neerlaten. 4. Messenkooien opheffen. 5. Naar achteren bewegen om de hefhendel te vergrendelen. 6. Motor – Afzetten 7. Motor – Lopen 8. Motor – Starten 9. Snel 10. Continu snelheidsregeling 11. Langzaam 94–3353 (Model 03206) 1. Handen kunnen bekneld raken – Houd uw handen op een veilige afstand. 99–3558 voor EU 93–6681 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2.
4–5199 99–3496 10
107–7801 voor EU 1. Machine kan kantelen – Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden. 104–5181 voor EU 1. Waarschuwing – Lees de Gebruikershandleiding. 2. Machine kan kantelen – Gebruik de maaimachine niet op hellingen van meer dan 15 graden, doe de veiligheidsgordel om en gebruik de rolbeugel. 3. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 4. Handen of voeten kunnen worden gesneden – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 5.
Specificaties Opmerking: Specificaties en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Algemene specificaties Motor Kubota vloeistofgekoelde driecilinder viertaktdieselmotor. 21,5 hp @ 2500 tpm. Afgeregeld op 2650 tpm. 1124 cc inhoud. Heavy-duty, afzonderlijk gemonteerde tweetrapsluchtfilter. Uitschakelknop te hoge watertemperatuur. Koelsysteem Het koelsysteem heeft een capaciteit van ongeveer 5,7 liter voor een mengsel met een 50/50 verhouding van ethyleenglycol antivries en water.
Montage Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Lijst met losse onderdelen Opmerking: Gebruik deze lijst om te controleren of alle onderdelen die nodig zijn voor de montage, zijn geleverd. Als een van deze onderdelen ontbreekt, kan de machine niet volledig worden gemonteerd.
Wielen monteren 3. Als de accu niet is gevuld of gebruiksklaar is gemaakt met accuzuur, moet u accuzuur met een soortelijk gewicht van 1.260 kopen bij een plaatselijke accuhandelaar. 1. Monteer een wielset op elke wielnaaf (ventiel naar buiten). 4. Verwijder de vuldoppen van de accu en giet langzaam accuzuur in elke cel totdat het zuurpeil net boven de platen komt. Belangrijk Het achterwiel heeft een smallere velg dan de voorwielen. 2. Monteer de wielmoeren en draai ze vast met een torsie van 61–88 Nm.
Waarschuwing • Als u kabels aansluit op de verkeerde accupool, kan dit leiden tot beschadiging van het elektrische systeem en lichamelijk letsel. 1 Figuur 4 1. Hoekindicator 2 3. Als de inclinometer geen nul graden aangeeft, moet u de machine naar een plaats rijden waar de meter wel nul graden aangeeft. De hoekindicator, die op de machine is gemonteerd, moet nu eveneens nul graden aangeven. 1 4.
Uitlaatscherm monteren 3. Bevestig de ontluchtingsslang van de brandstofleiding aan de ontluchtingspijp op de rolbeugel met een slangklem. (conform EU-voorschriften) Voorzichtig 1. Plaats het uitlaatscherm om de geluiddemper en zorg ervoor dat de montageopeningen en de openingen in het frame zich recht tegenover elkaar bevinden. De ontluchtingsslang moet worden aangesloten op de ontluchtingspijp voordat de motor wordt gestart, omdat er anders brandstof uit de slang stroomt. 2.
Draagframes aan maaidekken monteren 4. Plaats beide hefarmen op de taatsassen van de hefarmen. Zet het verbindingsstuk van de taatsassen van de hefarmen vast met de tapbouten die u eerder hebt verwijderd. Draai de tapbouten vast met een torsie van 95 Nm. 1. Haal de maaidekken uit de dozen. U moet de maaidekken afstellen overeenkomstig de instructies in de gebruikershandleiding voor de maaidekken. 5.
4. Zet elke montageverbinding vast aan het draagframe met een tapbout (3/8–16 x 2–1/4 inch), 2 platte ringen en een borgmoer, zoals wordt getoond in Figuur 14. Plaats tijdens de montage een ring op beide zijden van de verbinding. Draai deze vast met een torsie van 42 Nm. 3. Smeer alle draaipunten van de hefarm en het draagframe. Belangrijk Zorg ervoor dat er geen knikken of scherpe bochten in de slangen zitten en dat de slangen van het achtermaaidek lopen zoals wordt getoond in Fig. 16.
Aandrijfmotoren van maaidekken monteren Hefarmen afstellen 1. Start de motor, breng de hefarmen omhoog en controleer of de speling tussen elke hefarm en de beugel van de vloerplaat 4,6–8,1 mm bedraagt (Fig. 20). Indien dit niet het geval is, moet u de aanslagbouten losdraaien (Fig. 22) en de cilinder afstellen om de juiste speling te krijgen. Om de cilinder af te stellen, moet u de contramoer op de cilinder losdraaien (Fig. 21), de pen uit het uiteinde van de stang verwijderen en draaien aan de gaffel.
Vóór het gebruik 2. Controleer of de speling tussen elke hefarm en aanslagbout 0,13–1,02 mm bedraagt (Fig. 22). Indien dit niet het geval is, moet u de aanslagbouten verstellen om de juiste speling te verkrijgen. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. 3. Start de motor, breng de hefarmen omhoog en controleer of de speling tussen de slijtbeugel op de slijtbalk van het achtermaaidek en de bumperbeugel 0,5–2,5 mm bedraagt (Fig. 23).
De brandstoftank vullen 3. Als het oliepeil te laag is, verwijdert u de vuldop (Fig. 26) en vult u bij met kleine hoeveelheden olie totdat het oliepeil de VOL-markering op de peilstok bereikt. Vul de olie langzaam bij en controleer daarbij veelvuldig het peil. De motor loopt op Nr. 2 dieselbrandstof. De inhoud van de brandstoftank is ongeveer 28 liter. 1. Maak de omgeving van de dop de brandstoftank schoon (Fig. 27). 1 1 Figuur 26 1. Olievuldop 4. Plaats de vuldop en sluit de kap.
Het koelsysteem controleren 3. Als het koelvloeistofpeil te laag staat, verwijdert u de dop van de expansietank en vult u het systeem bij. NIET TE VOL VULLEN. Verwijder dagelijks het vuil van de radiator en de oliekoeler (Fig. 28) en elk uur als de machine in zeer stoffige en vuile omstandigheden wordt gebruikt; zie Radiator reinigen. 4. Plaats de dop van de expansietank terug. 1. Het koelsysteem bevat een oplossing die half uit water, half uit permanente ethyleenglycol-antivries bestaat.
Bandenspanning controleren Biologisch afbreekbare hydraulische vloeistof – Mobil 224H De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt. U moet daarom voor gebruik wat lucht laten ontsnappen om de luchtdruk te verminderen. De juiste bandenspanning is 97–124 kPa (14–18 psi). Toro biologisch afbreekbare hydraulische vloeistof (Verkrijgbaar in emmers van 19 liter of vaten van 208 liter. Zie de onderdelencatalogus van de Toro-dealer voor de onderdeelnummers).
Bedieningsorganen Hendel om stuurwiel te verstellen Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Trek de hendel naar achteren om het stuurwiel in de gewenste positie te zetten. Duw daarna de hendel naar voren om het stuur in deze positie te vergrendelen. Tractiepedalen Hoekindicator Om de tractie-eenheid vooruit te laten rijden, moet u het vooruitpedaal intrappen.
Schakelhendel van maaidek Urenteller Om het maaidek neer te laten op de grond, zet u de hefhendel naar voren. De maaidekken komen pas neer als de motor loopt, en zullen niet werken als zij zijn opgeheven. Om de maaidekken op te heffen, trekt u de hefhendel naar achteren in de stand OPHEFFEN. Toont het aantal uren dat de machine in bedrijf is geweest. De urenteller gaat lopen als de contactschakelaar op AAN staat.
Gebruiksaanwijzing Toerenregelaar van messenkooien (Onder de kap van het bedieningspaneel) – Om het gewenste maaisnelheid (toerental van messenkooien) te verkrijgen, moet u de knop van de toerenregelaar van de messenkooien op de juiste instelling voor de maaihoogte en de maaisnelheid draaien. Zie hoofdstuk Maaisnelheid (toerental van messenkooien) kiezen. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
5. Als de motor voor de eerste keer wordt gestart of de motor een revisiebeurt heeft gehad, moet u de machine een of twee minuten in de vooruit- en de achteruitstand laten werken. Controleer ook de werking van de hefhendel en de messenkooischakelaar om er zeker van te zijn dat alle onderdelen naar behoren functioneren. Gevaar In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken.
Werking van interlockschakelaars controleren De tractie-eenheid slepen In noodgevallen kan de Reelmaster over een korte afstand worden gesleept. TORO raadt echter aan hiervan geen standaardprocedure te maken. Belangrijk U mag de machine niet sneller dan 3–5 km/uur slepen omdat hierdoor het aandrijfsysteem kan worden beschadigd. Als de machine over een grote afstand moet worden verplaatst, dient u dit te vervoeren op een vrachtwagen of een aanhanger.
Gebruikseigenschappen Gevaar Oefen u in het gebruik van de machine en zorg ervoor dat u ermee helemaal vertrouwd raakt. De maaimachine heeft een uniek tractiesysteem waardoor de machine vooruit en achteruit kan rijden op een helling, zelfs als het hoogste wiel vrij van de grond komt. Als dit gebeurt, kan de machine omkiepen waarbij de bestuurder of omstanders ernstig of dodelijk letsel kunnen oplopen. Start de motor en laat deze op halfgas stationair lopen om warm te worden.
De Reelmaster 3100-D is uitgerust met de Sidewinder zodat u zonder problemen rond bunkers, vijvers of andere obstakels kunt maaien. Om de Sidewinder te gebruiken, beweegt u de schakelhendel naar links of naar rechts, afhankelijk van de aard van uw maaiwerkzaamheden. De maaidekken kunnen ook worden ingesteld op verschillende bandbreedten. Als er iemand in of in de buurt van het maaigebied verschijnt, moet u de machine stoppen en pas verder gaan als er niemand meer in het maaigebied is.
De maaisnelheid (toerental van messenkooien) kiezen MESSENKOOI MET 5 MAAIMESSEN TABEL VOOR KEUZE VAN TOERENTAL VAN MESSENKOOIEN MAAIHOOGTE Om ervoor te zorgen dat de maaikwaliteit constant en van hoog niveau blijft en het gazon na het maaien een gelijkmatig uiterlijk krijgt, is het belangrijk dat het toerental van de messenkooien is afgestemd op de maaihoogte.
Standaard Controle Module (SCM) De output-circuits worden geactiveerd door correcte input-condities. De drie outputs omvatten Aftakas, ETR en STARTEN. De output-LED’s controleren de conditie van de relais en geven aan dat er elektrische spanning op een van de drie contactpunten voor de output is. De Standard Control Module is een “ingekapseld” elektronisch apparaat dat is vervaardigd in een “one size fits all” configuratie.
Elke (horizontale) rij op de onderstaande tabel geeft de input- en output-vereisten voor elke specifieke functie van het product aan. De functies van het product worden vermeld in de linkerkolom. De symbolen geven de conditie van een specifiek circuit aan zoals: geactiveerd voor spanning, gesloten om massa te maken en geopend om massa te maken. – Geeft aan dat een circuit is gesloten om massa te maken – LED AAN O Geeft aan dat een circuit is geopend om massa te maken of is gedeactiveerd – LED UIT.
Smering De tractie-eenheid is voorzien van smeernippels die regelmatig moeten worden gesmeerd met Nr. 2 Smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis. Als de machine in normale omstandigheden wordt gebruikt, moet u de lagers en lagerbussen om de 50 bedrijfsuren smeren. De lagers en de lagerbussen moeten elke dag worden gesmeerd als de machine in zeer stoffige en vuile omstandigheden wordt gebruikt.
(2) Figuur 45 Figuur 42 Figuur 46 Figuur 43 Figuur 47 Figuur 44 35
Gesloten lagers Lagers vertonen zelden materiaalgebreken of fabricagefouten. Defecten worden voornamelijk veroorzaakt door vocht of vuil dat via de afdichtingen binnendringt. Lagers die moeten worden gesmeerd, dienen regelmatig een onderhoudsbeurt te krijgen om vuil of ander schadelijk materiaal uit de lagers te verwijderen.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Voorzichtig Als u het sleuteltje in het contact laat, bestaat de kans dat iemand de motor per ongeluk start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen. Haal het sleuteltje uit het contact en maak de bougiekabel los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de machine. Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie. Controlelijst Dagelijks Onderhoud Gelieve deze pagina te kopiëren ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Ma.
Onderhoudsschema Motorkap verwijderen Algemeen onderhoud van het luchtfilter De motorkap kan eenvoudig worden verwijderd om onderhoudswerkzaamheden in het motorgedeelte van de machine uit te voeren. • Controleer het luchtfilterhuis op schade die mogelijk een luchtlek kan veroorzaken. Vervang een beschadigd luchtfilterhuis. 1. Ontgrendel en open de motorkap. • Geef het luchtfilter om de 200 uur een onderhoudsbeurt (vaker in uiterst stoffige of vuile omstandigheden).
Onderhoud van het luchtfilter 1. Maak de sluitingen los waarmee het deksel van het luchtfilter is bevestigd aan het luchtfilterhuis. 2. Verwijder het deksel van het luchtfilterhuis. Alvorens het filter weg te halen, moet u met schone en droge perslucht onder lage druk (276 kPa [40 psi]) grote hoeveelheden aangekoekt vuil verwijderen dat tussen de buitenkant van het voorfilter en de filterbus zit.
4. Monteer de filterbus met de hand totdat de pakking contact maakt met het montagevlak en draai deze vervolgens nog een 1/2 slag verder. 2. Verwijder het oliefilter. Smeer een dun laagje schone olie op de nieuwe filterpakking voordat u deze vastschroeft. NIET TE VAST AANDRAAIEN. 1 1 2 Figuur 54 1. Motoroliefilter Figuur 55 1. Waterafscheider 2. Aftapplug 3. Carter bijvullen met motorolie; zie Motorolie controleren.
Koelsysteem van de motor reinigen Gevaar In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. Reinig elke dag de oliekoeler en de radiator. Vaker reinigen bij gebruik in vuile omstandigheden. • Zet de motor af en open de motorkap. Verwijder grondig al het vuil dat zich rond het motorgedeelte bevindt.
Onderhoud van de riemen van de motor 3. Vervang de riem. 4. Om de veer te spannen, moet u de procedure in de omgekeerde volgorde uitvoeren. De conditie en de spanning van alle riemen moeten na de eerste gebruiksdag worden gecontroleerd en vervolgens om de 100 bedrijfsuren. 2 Wisselstroomdynamo/ventilatorriem 1. Open de kap. 2. Controleer de spanning door de riem midden tussen de poelies van de wisselstroomdynamo en de krukas in te drukken met een kracht van ongeveer 98 N.
6. Schuif de aanslagplaat tegen de gashendel aan en draai de schroeven vast waarmee de gashendel is bevestigd aan het bedieningspaneel. 3. Vul het reservoir met ongeveer 13 liter hydraulische vloeistof. Zie Hydraulische vloeistof controleren. Belangrijk Gebruik uitsluitend de voorgeschreven typen hydraulische vloeistof. Andere vloeistoffen kunnen schade aan het systeem veroorzaken. 7.
4. Smeer de nieuwe filterpakking en vul het filter met hydraulische vloeistof. Waarschuwing 5. Zorg ervoor dat de plaats waar het filter wordt bevestigd, schoon is. Draai het nieuwe filter totdat de pakking contact maakt met de bevestigingsplaat. Schroef het filter vervolgens nog een halve slag verder vast. Één voorwiel en achterwiel moeten vrijkomen van de grond, omdat anders de machine tijdens de afstelling zal bewegen.
Parkeerrem afstellen 3. U kunt het peil in de cellen bijhouden met gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Vul de cellen niet hoger dan de onderkant van de sleufring in elke cel. Plaats de vuldoppen en zorg ervoor dat de doppen naar de achterkant wijzen (in de richting van de brandstoftank). Controleer de afstelling om de 200 bedrijfsuren. 1. Draai de stelschroef los waarmee de knop is bevestigd aan de parkeerremhendel. Voorzichtig 2.
Opslag van de accu 2 Als u de machine langer dan 30 dagen gaat opslaan, moet u de accu verwijderen en volledig opladen. U moet de accu apart opslaan of in de machine laten zitten. De accukabels mogen niet aangesloten zijn op de accu als u deze in de machine laat zitten. Sla de accu op in een koele omgeving om te voorkomen dat de batterij snel ontlaadt. Om te voorkomen dat de accu bevriest, moet deze volledig zijn opgeladen. Het soortelijk gewicht van een volledig opgeladen batterij is 1.265–1.299.
Elektrisch schema 48
Hydraulisch schema 49
Stalling Motor Tractie-eenheid • Tap de motorolie af uit het carter en plaats de aftapplug weer terug. • Reinig de tractie-eenheid, de maaidekken en de motor grondig. • Verwijder het oliefilter en gooi het weg. Plaats een nieuwe oliefilter. • Controleer de bandenspanning. Breng alle banden op een spanning van 97–124 kPa (14–18 psi). • Vul het oliecarter met motorolie. • Start de motor en laat deze ongeveer twee minuten stationair lopen.
De Algemene Garantiebepalingen voor Toro–producten 2 jaar garantie Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt De Toro Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro–product (hierna: het “Product”) gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij van materiaalgebreken of fabricagefouten* is, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.