Form No. 3363-320 Rev C Reelmaster® 3100-D tractie-eenheid Modelnr.: 03170—Serienr.: 310000001 en hoger Modelnr.: 03171—Serienr.: 310000001 en hoger Modelnr.: 03172 Modelnr.: 03173 Om uw product te registreren of om een gebruikershandleiding of onderdelencatalogus te downloaden, gaat u naar www.Toro.com.
Inleiding Dit product voldoet aan alle relevante Europese richtlijnen, zie voor details de aparte productspecifieke conformiteitsverklaring. WAARSCHUWING Figuur 1 1. Plaats van modelnummer en serienummer CALIFORNIË Proposition 65 Waarschuwing De uitlaatgassen van de dieselmotor van dit product bevatten bestanddelen waarvan bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade aan de voortplantingsorganen kunnen veroorzaken. Modelnr.: Serienr.
Inhoud Motorkap verwijderen ........................................ 45 Smering.................................................................. 46 Lagers en lagerbussen smeren ............................. 46 Gesloten lagers................................................... 48 Onderhoud motor.................................................. 49 Onderhoud van het luchtfilter............................. 49 Motorolie verversen en filter vervangen .............. 50 Onderhoud brandstofsysteem ..............
Veiligheid van de gebruikers. Bij een dergelijke instructie moet de nadruk liggen op het volgende: Deze machine voldoet minstens aan CEN-norm EN 836:1997 (als de correcte stickers zijn aangebracht) en de B71.4-2004 specificaties van het American National Standards Institute (ANSI), die van kracht zijn op het moment van productie als de machine is uitgerust met de gewichten die worden vermeld op de gewichtentabel.
met te hoog toerental laten draaien kan de kans op lichamelijk letsel vergroten. • Vervang defecte geluiddempers/knalpotten. • Inspecteer het terrein om vast te stellen welke accessoires en werktuigen nodig zijn om goed en veilig te werken. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde accessoires en werktuigen. • Controleer of de dodemansknop, de veiligheidsschakelaars en de veiligheidsschermen zijn bevestigd en naar behoren werken. Gebruik de machine uitsluitend als deze naar behoren werkt.
• De bestuurder moet de eventueel bijgeleverde waarschuwingslichten laten knipperen als hij op de openbare weg rijdt, tenzij dit wettelijk is verboden. • Wees voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren. • Laat personeel dat niet bekend is met de instructies, nooit onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoeren. • Plaats onderdelen op kriksteunen indien dit nodig is. • Haal voorzichtig de druk van onderdelen met opgeslagen energie.
• Als de motor afslaat of de machine vaart verliest en de top van een helling niet haalt, mag u de machine nooit keren. U moet dan altijd langzaam in een rechte lijn achterwaarts de helling af rijden. hellingen veilig kan worden gewerkt. Hierbij moet u altijd uw gezond verstand gebruiken en rekening houden met de conditie van het gazon en het risico dat de machine omkantelt.
• Deze machine is niet ontworpen of bestemd voor gebruik op de openbare weg en is een langzaam rijdend voertuig. Indien u een openbare weg oversteekt of hierop moet rijden, dient u zich te houden aan de plaatselijke voorschriften, zoals voorgeschreven verlichting, aanduiding voor langzaam rijdende voertuigen en reflectoren. het systeem opheffen. Dit doet u door de motor af te zetten en de maaidekken neer te laten op de grond.
Geluidsniveau Gemeten trillingsniveau voor de rechterhand = 0,41 m/s2 Deze machine heeft een geluidsniveau van 96 dBA met een onzekerheidswaarde (K) van 1 dBA. Gemeten trillingsniveau voor de linkerhand = 0,52 m/s2 Onzekerheidswaarde (K) = 0,5 m/s2 Het geluidsniveau werd bepaald volgens de procedures in ISO 11094. De gemeten waarden zijn bepaald volgens de procedures in EN 836.
99-3496 104-5181 Uitsluitend CE 1. Waarschuwing - Lees de Gebruikershandleiding. 2. Machine kan kantelen – Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 15 graden en doe de veiligheidsgordel om als de rolbeugel is gemonteerd. 3. De machine kan voorwerpen uitwerpen - Houd omstanders op een veilige afstand van de machine. 4. Handen of voeten kunnen worden gesneden - Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen. 5.
104-5192 Uitsluitend model 03207 1. Schakel de aftakas in. 5. Breng de maaidekken omhoog. 2. Schakel de aftakas uit. 6. Beweeg de maaidekken naar links. 7. Beweeg naar achteren om de hefhendel te vergrendelen. 10. Motor – Starten 8. Motor – Afzetten 12. Continu snelheidsregeling 3. Breng de maaidekken omlaag. 4. Beweeg de maaidekken naar rechts. 9. Motor – Lopen 11. Snel 11 13.
104-5193 Uitsluitend model 03206 1. Schakel de aftakas in. 5. Breng de maaidekken omhoog. 2. Schakel de aftakas uit. 6. Beweeg de maaidekken naar links. 7. Beweeg naar achteren om de hefhendel te vergrendelen. 10. Motor – Starten 8. Motor – Afzetten 12. Continu snelheidsregeling 3. Breng de maaidekken omlaag. 4. Beweeg de maaidekken naar rechts. 9. Motor – Lopen 11. Snel 117-5104 12 13.
Symbolen op accu Sommige of alle symbolen staan op de accu 1. Explosiegevaar 2. Niet roken. Geen open vuur of vonken. 3. Risico van bijtende vloeistof/chemische brandwonden 4. Draag oogbescherming. 5. Lees de Gebruikershandleiding. 6. Houd omstanders op veilige afstand van de accu. 7. Draag oogbescherming; explosieve gassen kunnen blindheid en ander letsel veroorzaken 8. Accuzuur kan blindheid of ernstige brandwonden veroorzaken. 9. Ogen direct met water spoelen en snel arts raadplegen. 10.
Montage Losse onderdelen Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd. Procedure 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Hoeveelheid Omschrijving Voorwielconstructies Achterwielconstructie Stuurwiel Stuurwieldop Grote ring Contramoer Schroef 2 1 1 1 1 1 1 Accuzuur Zo nodig Gebruik Monteer de wielen Monteer het stuurwiel.
Instructiemateriaal en aanvullende onderdelen Hoeveelheid Gebruik CE-sticker 6 Bevestig deze op de machine over de betreffende Engelse stickers heen om aan Europese normen te voldoen. Contactsleuteltje 2 Start de motor. Gebruikershandleiding Gebruikershandleiding van motor 1 1 Lezen voordat de machine in gebruik wordt genomen. Onderdelencatalogus 1 Gebruiken om onderdelen op te zoeken en te bestellen. Instructiemateriaal voor gebruiker 1 Bekijken voordat de machine in gebruik wordt genomen.
3. Verwijder het accudeksel (Figuur 4). 3. Bevestig het stuurwiel op de as met een contramoer en draai deze vast met 27 tot 35 Nm (Figuur 3). 4. Plaats de dop op het stuurwiel en bevestig deze met de schroef (Figuur 3). 3 De accu in gebruik nemen, opladen en aansluiten Figuur 4 1. Accudeksel Benodigde onderdelen voor deze stap: Zo nodig 4. Verwijder de vuldoppen van de accu en giet langzaam accuzuur in elke cel totdat het zuurpeil net boven de platen komt. Accuzuur Procedure 5.
WAARSCHUWING 4 Als accukabels verkeerd worden verbonden, kan dit schade aan de machine en de kabels tot gevolg hebben en vonken veroorzaken. Hierdoor kunnen accugassen tot ontploffing komen en lichamelijk letsel veroorzaken. Hoekindicator controleren Benodigde onderdelen voor deze stap: • Maak altijd de minkabel (zwart) van de accu los voordat u de pluskabel (rood) losmaakt. 1 • Sluit altijd de pluskabel (rood) van de accu aan voordat u de minkabel (zwart) aansluit.
1 5 2 De motorkapvergrendeling monteren (uitsluitend CE) Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Vergrendelbeugel 2 Popnagel 1 Ring 1 Schroef, 1/4 x 2 inch 1 Borgmoer, 1/4 inch G012629 Figuur 8 1. Beugel van CE-vergrendeling 2. Bout en moer Procedure 4. Lijn de ringen uit met de openingen aan de binnenzijde van de motorkap. 1. Haak de motorkapvergrendeling los van de beugel van de motorkapvergrendeling. 5. Bevestig de beugels en de ringen met de popnagels aan de motorkap (Figuur 8). 2.
3 2 1 G012631 Figuur 10 1. Bout 3. Arm van vergrendelbeugel 2. Moer 6 Figuur 11 Uitlaatscherm monteren (uitsluitend CE) 1. Uitlaatscherm 2. Bevestig het uitlaatscherm aan het frame met 4 zelftappende schroeven (Figuur 11). Benodigde onderdelen voor deze stap: 1 Uitlaatscherm 4 Zelftappende schroef 7 Procedure Rolbeugel monteren 1. Plaats het uitlaatscherm om de geluiddemper en zorg ervoor dat de montageopeningen en de openingen in het frame zich recht tegenover elkaar bevinden (Figuur 11).
Figuur 12 1. Rolbeugel 4. Slang voor brandstofleiding/ontluchtingsbuis 2. Montagebeugel 5. Slangklem Figuur 13 1. Draaipuntkoppeling van hefarm 3. Ontluchtingsbuis 2. Draaipunt van hefarm 2. Steek een draaistang in elke hefarm en lijn de montageopeningen uit (Figuur 14). 2. Bevestig de beide zijden van de rolbeugel aan de montagebeugels met 2 flenskopbouten en borgmoeren (Figuur 12). Draai het bevestigingsmateriaal vast tot 81 Nm. 3.
Figuur 15 1. Hefarm, rechts 2. Borgring 4. Hefcilinder 5. Afstandsstukken (2) 3. Hefarm, links 6. Montagepen Figuur 16 1. Voorste draagframe 5. Verwijder de achterste borgringen waarmee de montagepennen aan de uiteinden van de hefcilinder zijn bevestigd. 3. Bevestig de montagekoppelingen als volgt aan het voorste draagframe: • Bevestig de voorste montagekoppelingen in de openingen van het middelste draagframe met een bout (3/8 x 2-1/4 inch), 2 platte ringen en een borgmoer, zoals getoond in Figuur 17.
koppeling. Draai het bevestigingsmateriaal vast tot 42 Nm. • Bevestig de achterste montagekoppelingen in de openingen van het achterste draagframe met een bout (3/8 x 2-1/4 inch), 2 platte ringen en een borgmoer, zoals getoond in Figuur 19. Plaats tijdens het monteren een ring aan beide zijden van de koppeling. Draai het bevestigingsmateriaal vast tot 42 Nm. Figuur 17 1. Voorste draagframe 2. Voorste montagekoppeling 3. Achterste montagekoppeling 4.
Figuur 22 1. Stabilisatieketting Figuur 20 1. Drukring 11 3. Lynchpen 2. Draagframe Aandrijfmotoren voor de maaidekken monteren 3. Smeer alle draaipunten van de hefarmen en draaiframes. Belangrijk: Zorg ervoor dat de slangen vrij zijn van draaien of scherpe bochten en dat de slangen van het achterste maaidek lopen zoals wordt getoond in (Figuur 21). Breng de maaidekken omhoog en schuif deze naar links (model 03170).
4. Verwijder de transportplug uit de lagerbehuizingen van de overige maaidekken. 5. Plaats de O-ring (meegeleverd met het maaidek) op de flens van de aandrijfmotor (Figuur 24). Figuur 25 Maaidekken verwijderd ter verduidelijking 1. Hefarm 3. Speling 2. Beugel van vloerplaat Opmerking: Als de speling zich niet in dit bereik bevindt, pas de achterste cilinder dan als volgt aan: Figuur 24 1. O-ring A. Draai de aanslagbouten los en pas de cilinder aan om de speling te behouden (Figuur 26). 2.
C. Verwijder de pen uit het uiteinde van de stang en draai de gaffel. E. Draai de contramoer van de gaffelpen vast. Belangrijk: Als de speling bij de vooraanslagen of de achterste slijtbalk te klein is, kan er schade ontstaan aan de hefarmen. D. Plaats de pen en controleer de speling. E. Herhaal indien nodig stap A tot en met D. F. Draai de contramoer van de gaffelpen vast. Opmerking: Als de achterste hefarm tijdens het transport rammelt, moet u de speling verminderen. 2.
Algemeen overzicht van de machine Bedieningsorganen Figuur 31 1. Borgschroef voor snelheid Hendel om stuurwiel te verstellen Trek de hendel om het stuur te verstellen (Figuur 30) naar achteren om het stuurwiel in de gewenste stand te zetten en duw de hendel vervolgens naar voren om vast te zetten. Sleuf voor indicator Figuur 30 1. Tractiepedaal voor vooruit 2. Tractiepedaal voor achteruit 3.
Opmerking: De hendel mag niet in vooruit-stand worden gehouden als de maaidekken omlaag worden gebracht. GEVAAR Als de maaidekken worden geschakeld terwijl de machine heuvelafwaarts rijdt, vermindert de stabiliteit van de machine. Hierdoor kan de machine omkantelen, waardoor lichamelijk of dodelijk letsel kan ontstaan. Schakel de maaidekken als u een helling op rijdt. Figuur 32 1. Gashendel 2. Urenteller 3. Temperatuurlampje Waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur 7. Maaidekschakelaar 8.
Toerenregelaar van messenkooien De toerenregelaar bevindt zich onder de kap van het bedieningspaneel (Figuur 33). Om de maaisnelheid (toerental van de messenkooien) in te stellen, draait u de knop voor de toerenregeling van de messenkooien naar de juiste instelling voor de maaihoogte-instelling en de snelheid van de machine. Raadpleeg Maaisnelheid instellen. Figuur 34 1. Hendel voor verstelling in lengterichting 2.
Gebruiksaanwijzing www.Toro.com voor een lijst met alle goedgekeurde en accessoires. Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Het motoroliepeil controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Het carter van de motor is in de fabriek gevuld met olie; het oliepeil moet echter worden gecontroleerd voordat en nadat de motor voor de eerste keer wordt gestart. De carterinhoud is ongeveer 2,8 liter met filter.
Brandstoftank vullen GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. • Vul de brandstoftank niet helemaal. Vul de brandstoftank tot maximaal 6 mm tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.
• Gelakte oppervlakken kunnen worden beschadigd door biodiesel. • Gebruik bij koud weer B5 (biodieselinhoud 5%) of mengsels met een lager percentage. • Controleer afdichtingen, slangen en pakkingen, die in contact met brandstof komen, omdat zij in de loop der tijd hierdoor kunnen worden aangetast. • De kans bestaat dat een brandstoffilter na verloop van tijd verstopt raakt, nadat u bent overgestapt op een biodieselmengsel.
Opmerking: Als de motor koud is, behoort het koelvloeistofpeil ongeveer halverwege tussen de markeringen op de zijkant van de tank te staan. hydraulisch systeem verkrijgbaar in flesjes van 20 ml. Één flesje is voldoende voor 15-22 liter hydraulische vloeistof. U kunt deze kleurstof bestellen bij een erkende Toro-dealer. 2. Als het koelvloeistofpeil te laag staat, verwijdert u de dop van de expansietank en vult u het systeem bij. Niet te vol vullen.
Starten en stoppen van de motor 4. Als het peil te laag is, vult u genoeg vloeistof bij totdat het peil de Vol-markering bereikt. 5. Plaats de peilstok en de dop op de vulbuis. U moet mogelijk het brandstofsysteem ontluchten als één van de volgende situaties zich heeft voorgedaan (raadpleeg Brandstofsysteem ontluchten): Bandenspanning controleren Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks • Eerste keer starten van een nieuwe motor. De banden worden in de fabriek opzettelijk te hard opgepompt.
VOORZICHTIG Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand gekomen zijn voordat u controleert op olielekken, losse onderdelen en andere waarneembare defecten. Motor afzetten Beweeg de gashendel naar de stationairstand, verplaats de schakelaar voor de messenkooien naar de stand Uitschakelen en draai het contactsleuteltje naar de stand Uit. Figuur 41 Opmerking: Verwijder het sleuteltje uit het contact om te voorkomen dat de motor per ongeluk start. 1.
de tractieregeling is ingeschakeld. Verhelp het probleem als het systeem niet naar behoren werkt. 3. Neem plaats op de stoel, plaats het tractiepedaal in de neutraalstand, ontgrendel de parkeerrem en zet de schakelaar van de maaidekken in de stand Uit. De motor moet starten. Sta op uit de stoel en druk langzaam het tractiepedaal neer. De motor moet binnen drie seconden stoppen. Verhelp het probleem als het systeem niet naar behoren werkt.
Hier vindt u in logische volgorde de stappen die u moeten nemen op de SCM om problemen te verhelpen. 1. Stel vast welke output-storing u wilt verhelpen (aftakas, Starten of ETR). 2. Draai het contactsleuteltje naar de stand Aan en kijk of de rode LED voor het vermogen brandt. 3. Beweeg alle input-schakelaars om er zeker van te zijn dat alle LEDs van status veranderen. 4. Zet de input-apparaten in de juiste stand om de correcte output te verkrijgen.
INPUTS Functie Voeding AAN In neutraalstand Start AAN Rem AAN OUTPUTS In stoel Aftakas AAN Wetten Start ETR Aftakas + + O O Start — — Lopen (machine Uit) — — O O O O O O O + Lopen (machine Aan) — O O — O — O O O + O Maaien — O O — — — O O O + + Wetten — — O O — O O — O + + Hoge temp. — O O O + O — Hoge temp. O — O • (–) Geeft aan dat een circuit is gesloten om massa te maken - LED AAN.
Tips voor bediening en gebruik Algemene tips voor model 03171 GEVAAR De maaimachine heeft een uniek tractiesysteem waardoor de machine vooruit en achteruit kan rijden op een helling, zelfs als het hoogste wiel vrij van de grond komt. Als dit gebeurt, kan de machine omkantelen waarbij de bestuurder of omstanders ernstig of dodelijk letsel kunnen oplopen. De hellinghoek waarbij de machine zal omkantelen, is afhankelijk van een groot aantal factoren.
• Oefen u in het gebruik van de machine en zorg ervoor dat u ermee helemaal vertrouwd raakt. • Start de motor en laat deze op halfgas stationair lopen om warm te worden. Duw de gashendel helemaal naar voren, breng de maaidekken omhoog, zet de parkeerrem vrij, druk het tractiepedaal in om vooruit te rijden in en rij voorzichtig naar een open terrein. • Oefen u in het vooruit- en achteruitrijden en in starten en stoppen van de machine.
Algemene tips voor model 03170 • Start de motor en laat deze op halfgas stationair lopen om warm te worden. Duw de gashendel helemaal naar voren, breng de maaidekken omhoog, zet de parkeerrem vrij, druk het tractiepedaal in om vooruit te rijden in en rij voorzichtig naar een open terrein. • Oefen u in het vooruit- en achteruitrijden en in starten en stoppen van de machine.
abrupte bochten, terreinomstandigheden (niet weten welke hellingen en heuvels veilig kunnen worden gemaaid), de bestuurdersstoel verlaten zonder eerst de motor af te zetten en gebruik van medicijnen die de aandacht verslappen. Capsules of op recept verkrijgbare geneesmiddelen kunnen evenals alcohol of drugs slaperigheid veroorzaken. Blijf waakzaam en zorg voor uw veiligheid. Indien u dit niet doet, kunt u ernstig letsel oplopen.
U stelt het toerental van de messenkooi als volgt in: 1. Controleer de instelling voor de maaihoogte op de maaidekken. Gebruik de juiste kolom van het schema (voor messenkooien met 5 of 8 messen) om de juiste maaihoogte te vinden. Zoek in het schema het getal dat overeenkomt met die maaihoogte.
Onderhoud Opmerking: Bepaal vanuit de normale bedieningspositie de linker- en rechterzijde van de machine. Aanbevolen onderhoudsschema Onderhoudsinterval Na het eerste bedrijfsuur Onderhoudsprocedure • De wielmoeren aandraaien. Na de eerste 10 bedrijfsuren • De wielmoeren aandraaien. • De conditie en de spanning van alle riemen controleren. • Hydraulisch filter vervangen. Na de eerste 50 bedrijfsuren • Motorolie verversen en oliefilter vervangen.
Controlelijst voor dagelijks onderhoud Kopieer deze pagina ten behoeve van gebruik bij routinecontroles. Voor week van: Gecontroleerd item Ma. Di. Wo. Do. Vr. Za. Werking van veiligheidssysteem controleren. Werking van de remmen controleren. Brandstofpeil controleren. Motoroliepeil controleren. Peil van de koelvloeistof controleren. Brandstoffilter/waterafscheider aftappen. Luchtfilter, stofkap en ontluchtingsventiel controleren. Controleren of motor ongewone geluiden maakt.
Aantekening voor speciale aandachtsgebieden: Controle uitgevoerd door: Item Datum Informatie Onderhoudsschema Figuur 45 Procedures voorafgaande aan onderhoud Motorkap verwijderen De motorkap kan eenvoudig worden verwijderd om onderhoudswerkzaamheden in het motorgedeelte van de machine uit te voeren. 1. Ontgrendel en open de motorkap. 2. Verwijder de borgpen waarmee het draaipunt van de motorkap aan de montagebeugels is bevestigd (Figuur 46). Figuur 46 1. Borgpen 3.
Smering Opmerking: Monteer de motorkap in de omgekeerde volgorde. Lagers en lagerbussen smeren Onderhoudsinterval: Om de 50 bedrijfsuren (Smeer alle lagers en bussen dagelijks in stoffige en vuile omstandigheden.) Om de 500 bedrijfsuren/Jaarlijks (houd hierbij de kortste periode aan) De machine is voorzien van smeerpunten die regelmatig moeten worden gesmeerd met nr. 2 smeervet voor algemene doeleinden op lithiumbasis.
Figuur 51 • Draaipunt van voorste hefarm links en hefcilinder (2) (Figuur 52) Figuur 49 • Draaipunt (Figuur 50) Figuur 52 • Draaipunt van voorste hefarm rechts en hefcilinder (2) (Figuur 53) Figuur 50 • Draaipunt van achterste hefarm en hefcilinder (2) (Figuur 51) Figuur 53 • Afstelmechanisme neutraalstand (Figuur 54) 47
Figuur 54 Figuur 57 • Schuif voor maaien/transport (Figuur 55) Opmerking: Desgewenst kan een extra smeernippel worden gemonteerd op het andere uiteinde van de stuurcilinder. Verwijder de band, monteer de nippel, spuit vet in de nippel, verwijder de nippel en plaats de plug (Figuur 58). Figuur 55 • Draaipunt riemspanning (Figuur 56) Figuur 58 Gesloten lagers Lagers vertonen zelden materiaalgebreken of fabricagefouten.
Onderhoud motor teneinde uitvaltijd te voorkomen. De lagers moeten elk seizoen worden gecontroleerd en in geval van beschadiging of slijtage worden vervangen. De lagers moeten soepel functioneren en mogen geen tekenen van beschadiging vertonen zoals oververhitting, lawaai, speling of tekenen van corrosie (roest).
Opmerking: Reinigen van het gebruikte element de filtermedia beschadigen. Figuur 61 1. Aftapplug motorolie 2. Verwijder het oliefilter (Figuur 62). Figuur 60 1. Voorfilter 5. Inspecteer het nieuwe filter op transportschade en controleer het uiteinde van het filter (dit moet goed aansluiten) en de filterbehuizing. Een beschadigd element mag niet worden gebruikt. 6. Plaats het nieuwe filter door de buitenring van het element aan te drukken om dit vast te zetten in de filterbus.
Onderhoud brandstofsysteem 2 GEVAAR In bepaalde omstandigheden zijn dieselbrandstof en brandstofdampen uiterst ontvlambaar en explosief. Brand of een explosie van brandstof kan brandwonden of materiële schade veroorzaken. 1 3 G009880 • Gebruik een trechter of tuit; brandstof uitsluitend in de open lucht bij een afgezette of koude motor bijvullen. Eventueel gemorste brandstof opnemen. Figuur 63 1. Waterafscheider/filterbus 3. Aftapventiel 2. Ontluchtingsplug • Vul de brandstoftank niet helemaal.
3. Draai het sleuteltje naar de stand Start en bekijk hoe de brandstof om de connector stroomt. Draai het sleuteltje naar de stand UIT wanneer u een ononderbroken straal ziet. Onderhoud elektrisch systeem 4. Draai de leidingconnector goed vast. Onderhoud van de accu 5. Herhaal deze procedure bij de overige spuitmonden. Onderhoudsinterval: Om de 25 bedrijfsuren—Zuurpeil controleren. (Elke 30 dagen controleren als de machine is opgeslagen.
Onderhoud aandrijfsysteem U kunt het peil in de cellen bijhouden met gedestilleerd of gedemineraliseerd water. Vul de cellen niet hoger dan de onderkant van de sleufring in elke cel. Plaats de vuldoppen terug zodat de ventielen naar achteren wijzen (in de richting van de brandstoftank). De tractie-aandrijving afstellen voor de neutraalstand Houd de bovenkant van de accu schoon door deze af en toe te reinigen met een borstel die in een oplossing van ammoniak of natriumbicarbonaat is gedompeld.
Onderhoud koelsysteem 6. Kantel de oliekoeler weer in positie. 7. Plaats het inspectieluik en sluit de motorkap. Het koelsysteem van de motor reinigen Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks Verwijder dagelijks het vuil van de oliekoeler en de radiateur. Reinig ze vaker als in vuile omstandigheden wordt gemaaid. 1. Zet de motor af en open de motorkap. 2. Verwijder grondig al het vuil dat zich rond het motorgedeelte bevindt. 3. Verwijder het inspectieluik (Figuur 66). Figuur 66 1.
Onderhouden remmen Onderhoud riemen Parkeerrem afstellen Onderhoud van de riemen van de motor Onderhoudsinterval: Om de 200 bedrijfsuren—Controleer de afstelling van de parkeerrem. Onderhoudsinterval: Na de eerste 10 bedrijfsuren—De conditie en de spanning van alle riemen controleren. Om de 100 bedrijfsuren—De conditie en de spanning van alle riemen controleren. 1. Draai de stelschroef los waarmee de knop is bevestigd aan de parkeerremhendel (Figuur 68).
Onderhoud bedieningsysteem WAARSCHUWING Wees voorzichtig als u de veer ontspant omdat de veerbelasting hoog is. De gashendel afstellen 2. Druk het uiteinde van de veer omlaag en naar voren (Figuur 70) om deze los te maken van de beugel en de veerspanning op te heffen. 1. Zet de gashendel naar achteren zodat deze tegen de sleuf in het bedieningspaneel aan komt. 2. Maak de klem van de gaskabel op de hefboomarm van de injectiepomp los (Figuur 71). Figuur 70 1. Hydrostat aandrijfriem 2.
Onderhoud hydraulisch systeem Belangrijk: Gebruik uitsluitend de gespecificeerde hydraulische vloeistoffen. Andere vloeistoffen kunnen het hydraulische systeem beschadigen. Hydraulische vloeistof verversen Onderhoudsinterval: Om de 400 bedrijfsuren Als de vloeistof verontreinigd raakt, neem dan contact op met een Toro-dealer om het hydraulische systeem te spoelen. Verontreinigde hydraulische vloeistof ziet er in vergelijking met schone vloeistof melkachtig of zwart uit. 1.
Onderhoud diversen 6. Controleer of de plaats waar het filter wordt gemonteerd schoon is, draai het filter totdat de pakking contact maakt met de bevestigingsplaat en draai het filter vervolgens met 1/2 draai vast. Maaidekken wetten 7. Maak de slang van de bevestigingsplaat van het filter los. GEVAAR Het aanraken van de messenkooien kan leiden tot lichamelijk letsel of de dood. • Houd uw handen en voeten altijd uit de buurt van de messenkooien als de motor loopt.
moet wel in werking zijn gesteld omdat de motor anders niet start. Stalling Belangrijk: Draai de wetknop niet van de maaistand naar de wetstand terwijl de motor loopt. Hierdoor zouden de messenkooien beschadigd kunnen raken. Voorbereidingen voor winteropslag Volg deze procedures elke keer als u de machine langer dan 30 dagen opslaat. 4. Stel het contact tussen de messenkooi en de snijplaat af en zorg ervoor dat dit geschikt is voor het wetten bij alle maaidekken.
4. Vul het oliecarter met ongeveer 3,8 liter SAE 15W-40 motorolie. 5. Start de motor en laat deze ongeveer twee minuten stationair lopen. 6. Zet de motor af. 7. Tap alle brandstof goed af uit de brandstoftank, de brandstofleidingen en het brandstoffilter/waterafscheider. 8. Spoel de brandstoftank om met verse, schone dieselbrandstof. 9. Zet alle onderdelen van het brandstofsysteem weer goed vast. 10. Zorg ervoor dat het luchtfilter grondig worden gereinigd en een onderhoudsbeurt krijgt. 11.
Schema's G008924 Elektrisch schema (Rev.
Hydraulisch schema - model 03170 (Rev.
G008925 Hydraulisch schema - model 03171 (Rev.
De garantie totaaldekking van Toro Beperkte garantie Gedekte voorwaarden en producten De Toro® Company en de hieraan gelieerde onderneming, Toro Warranty Company, bieden krachtens een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie dat uw Toro product (hierna: het 'product') gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren* vrij is van materiaalgebreken of fabricagefouten, met dien verstande dat hierbij de kortste periode moet worden aangehouden.