Operation Manual

Overwegingen28.
69
Over-
wegin-
gen Dit onderdeel bevat belangrijke overwegingen voor het gebruik van je TomTom PRO in
combinatie met de TomTom LINK 3xx en/of TomTom WEBFLEET.
Verbinding met de LINK 3xx behouden
Het volgende is van toepassing wanneer je een TomTom PRO 7xxx gebruikt die is aange-
sloten op een TomTom LINK 3xx.
Als je een PRO in combinatie met een LINK 3xx gebruikt, moeten deze apparaten in ver-
binding met elkaar staan om optimaal te profiteren van de aanvullende WORKsmart
TM
-
functionaliteit.
Je berichten worden alleen naar kantoor verzonden wanneer je PRO en de LINK 3xx met
elkaar zijn verbonden. Zolang er geen verbinding is tussen de twee apparaten, worden de
berichten opgeslagen in je PRO.
Dit houdt bijvoorbeeld in dat wanneer je de logboekmodus wijzigt van Privérit naar
Opdrachtrit terwijl er geen verbinding is tussen de twee apparaten, het logboek de tijd
waarop de rit wordt gewijzigd, registreert als het tijdstip waarop je verbinding maakt tus-
sen de apparaten.
De verbinding behouden met WEBFLEET
Het volgende is van toepassing wanneer je een op WEBFLEET aangesloten TomTom PRO
9xxx gebruikt.
Als je een PRO-navigatiesysteem op WEBFLEET hebt aangesloten, moet het PRO-naviga-
tiesysteem de verbinding met WEBFLEET behouden om optimaal te profiteren van de aan-
vullende WORKsmart
TM
-functionaliteit.
Berichten worden alleen naar kantoor verzonden wanneer je PRO verbinding heeft met
WEBFLEET. Als er geen verbinding is, worden de berichten opgeslagen op je PRO-navi-
gatiesysteem.
Configuratie via kantoor
Het configureren van statusberichten en het selecteren van de opties Wijzig logboekmo-
dus of Meld werktijd kan alleen door het kantoor worden gedaan.